Tag Archives: Molletje

Kater Bolle over als je vrienden en vriendinnen hebt

vrienden vriendinnen
Vroeger, toen ik in de tuinen woonde, was ik voorzichtig als ik andere katten zag. Ik wist nooit zeker wat ze van me wilden, dus ging ik maar meteen blazen en grommen.

Andere katten waren ook voorzichtig als ze mij zagen. En daar hadden ze wel gelijk in, want ik was best gevaarlijk. Dat kwam omdat ik nog niet geopereerd was. Als kater zie je dan alle katten als je vei-and. Vooral andere katers.

Molletje

Toen ik eenmaal bij mijn Molletje in huis woonde, wist ik niet goed hoe ik met mensen om moest gaan, en ook niet met andere katten. Dat heeft mijn Mol me allemaal geleerd.
Van mijn Mol mochten sommige katten wel door de tuin lopen, en andere niet. En er waren ook nog katten die soms wel en soms niet door de tuin mochten lopen.
Dat was allemaal heel ingewikkeld, om dat te leren.

Naar buiten

Mijn Mol was best streng en hield alles in de tuin goed in de gaten. Als zij iets niet wilde dan gebeurde het ook niet. Andere katten hadden altijd respekt voor haar.
Nadat mijn Molletje een ster werd veranderde er van alles. Andere katten merkten natuurlijk dat mijn Mol niet meer op aarde was. Ineens kwamen er allerlei katten in mijn tuin, die dat eerst niet durfden. En soms kreeg ik zelfs klappen in mijn eigen tuin!
Mijn mensen maakten zich zorgen, ze dachten dat ik te lief was om buiten te zijn. Zo gevaarlijk als ik vroeger was zo lief ben ik nu, zeggen ze. Maar ikzelf wilde persee naar buiten.

Blazen

vrienden vriendinnenIk heb moeten leren dat sommige katten lief zijn, andere katten niet. En ik heb ook moeten leren dat ik best mag laten weten dat mijn tuin van mij is.
Nu heb ik bijna nooit meer ruzie. Iedereen mag door mijn tuin lopen en over mijn schuurtje. Ik ken alle katten die hier in mijn stuk van de tuinen wonen, en dat gaat prima. Soms hebben we een klein beetje ruzie, dat we even blazen. Dat hoort erbij.
Maar echte vrienden of vriendinnen had ik niet.

Famielie

Tot ik de blog van Bert tegenkwam.
Ik vond het meteen biesonder dat Bert eerlijk durfde te zeggen dat hij veel dingen eng vond. En ik was blij dat Bert liet zien dat katermannen ook heel gefoelig kunnen zijn, en een beetje bang.
Andere katers schreven dat ze sommige dingen ook grieselig vonden. En poesen schreven dat ze soms iets niet goed durfden. Dat hielp mij, en ook mijn mensen. Dat je weet dat je niet alleen bent, met je gefoelens.
Langzamerhand leerde ik iedereen kennen en merkte ik dat we met zijn allen één famielie zijn. In een famielie is iedereen anders en toch hoor je bij elkaar. Samen ben je blij, en samen heb je verdriet. En samen doe je pootjesdraaien als iemand ziek is.
Ik heb gevoeld hoe mooi het is als je vrienden en vriendinnen hebt. En hoeveel tranen je hebt als ze een ster worden. Maar met zijn allen denken we aan ze en zwaaien we naar ze. En daardoor zijn ze er nog steeds bij.
Vrienden ben je voor altijd.

Op diejeet

Nu heb ik veel steun aan Loes, wegens dat ze op diejeet is. Net als ik. Loes vindt het diejeet moeilijk, ook net als ik. Ik denk dat Loes en ik wel de grootste buiken hebben, van de blog. Ik vind dat zelf niet erg, maar mijn mensen wel.
Bert en Jip waren ook op diejeet en die zijn mooi slank geworden. Ik ben al een hele tijd op diejeet maar mijn buik blijft hetzelfde. Dan is het fijn als iemand anders hetzelfde heeft.
Ik bedoel dit natuurlijk netjes hoor, want ik weet dat Loes en Bert verkering hebben. En ikzelf heb voor altijd verkering met mijn Molletje. Maar dan kan je wel gewoon vrienden en vriendinnen hebben, vind ik. Dat is iets heel anders.

Post

vrienden vriendinnenWeet je wat nu zo biesonder is? Vorige week was er post voor mij. Een doos van karton, van Loes. Ik vond het superspannend dat ik een pakje kreeg! In de doos zaten twee zakjes sneks en nog iets heel moois. Een beestje met een verenstaart, aan een elastiek. En dat elastiek zit weer aan een stokje. O, ik vond het meteen prachtig! Ik wilde er gelijk mee spelen. Dat heb ik ook gedaan, samen met mijn vrouw. Ik heb de staart heel veel keren gevangen en er aan gelikt. En ik heb het beestje gebeten. Daarna heb ik de sneks geproefd. Ze waren piekoo belloo.

Nou heb ik al drie keer kadoos gekregen! Twee keer van Vlo, veren en brokjes en sneks, en nu van Loes.
Mijn vrouw zegt dat ik uit moet kijken dat ik niet een verwende kater wordt.
Maar ik ben al super-verwend, met zoveel lieve vrienden en vriendinnen.

FYNN

Ik denk aan Fynn, die een prachtigmooie ster is geworden. En aan zijn vrouw en zijn zussen Muzette en Sparkle, die veel verdriet hebben stuur ik troostkopjes.
Dag lieve Fynn, ik zal je niet vergeten!

kater Bolle over: als je oogdruppels krijgt

oogdruppels

Een paar weken geleden ging mijn linkeroog ineens huilen. Alle tranen liepen er zomaar uit. Ook als ikzelf helemaal niet hoefde te huilen.

De tranen liepen over mijn wang en onderaan bleven ze zitten in een korstje. Ik had er geen last van en het deed ook geen pijn. Mijn vrouw maakte mijn oog steeds schoon met gekookt water. Pas als het water weer koud was, natuurlijk.

Naar de dokter

Mijn Molletje had dat huilen ook aan haar ogen. De dierendokter zei dat haar traanbuis was verstopt en dat dat niet erg was. Mijn Molletje was toen al oud en er hoefde niks aan gedaan te worden. Voor mij was ze soowiesoo de mooiste poezenvrouw, natuurlijk.
Mijn mensen dachten dat ik nu ook zoiets had en gingen niet meteen naar de dierendokter.
Maar na een tijdje leek het ze beter om toch even naar mijn oog te laten kijken.
Ik wilde niet mee, maar ik moest. Ik werd zo HOP in mijn reistas gezet, ondanks dat ik tegenspartelde.

Druppels

De dokter keek in mijn oog. Mijn oog zag er gezond uit. Daarna kreeg ik groene druppels in mijn oog, die moesten er weer uit via mijn neus.
Ik vond het niet fijn. Mijn ogen zijn van mij en ik wil geen groene ogen, en ook geen groene neus. Maar mijn neus werd pas na een hele tijd een beetje groen. Het meeste groen liep zo uit mijn oog op mijn wang.
Mijn mensen kregen druppels mee voor in mijn oog en toen konden we weer naar huis.

Hijg

Toen we thuiskwamen werd ik eigenlijk zomaar ineens vreselijk bang. Ik moest denken aan vroeger, toen ik altijd bang was. Bang voor mensen, die me pijn deden.
Ik bleef doodstil staan, en deed mijn mond open. Mijn tong viel er uit en ik deed een hijg. En dan weer stil, en dan weer een hijg, en dan weer stil.
Mijn mensen schrokken zich de tandjes, zegt mijn man. Mijn vrouw belde de dierendokter en mijn man bleef bij mij. Ik bleef steeds een pufgeluid maken en verstopte me in de tuin.
De dierendokter zei dat het niet van de druppels kon komen maar dat het van de hitte was of van angst. Ik bleef meer dan een half uur hijgen, daar in de struiken.
De hele dag heb ik geslapen want ik was supermoe.
In de avond kwam mijn vrouw naar me toe, aaide me en pakte mijn hoofd. Ze was zenuwachtig, dat merkte ik meteen. Ze probeerde me die druppels in mijn oog te doen! Dat lukte niet, maar ze probeerde het tóch nog een keer.

Buiten

oogdruppelsDie avond ben ik niet naar binnen gegaan. Ik bleef buiten in mijn huisje. Pas in de nacht ben ik weer eventjes naar binnen gegaan.
De volgende dag regende het en ik bleef buiten. In mijn huisje. De hele dag.
Ik wilde niet eten, alleen een heel klein beetje. Als mijn vrouw kwam deed ik net of ik haar niet zag. Ik was verdrietig en voelde me verraden. Ik dacht dat ik haar kon vertrouwen en toch maakte ze me bang. Dat snapte ik niet. Ik zou haar nooit bang maken.
Mijn vrouw kwam steeds naar me toe en zei sorry. Na een tijdje huilde ze. Net als ik, maar dan met twee ogen. Als mijn man kwam gaf ik hem snel een kopje. Toen het helemaal donker was kwam hij me halen en nam me mee naar binnen. Ik bleef binnen slapen, maar in mijn eentje op mijn kurk.
We waren alledrie in de war en verdrietig en bang. Allemaal door die stomme druppels.

Weer rustig

Bert had intussen op zijn feesboek om adfies gevraagd, voor mijn oogdruppels.  Dat vond ik supergeweldig, en mijn mensen ook. Dan weet je dat je echt een goede vriend hebt.
Er kwamen allerlei adfiesen, die heel handig waren. Maar mijn mensen durfden het niet meer. Mijn vrouw was bang dat ik helemaal niet meer binnen zou komen als ik nog meer druppels kreeg. Dat ik dan met twee gezonde ogen weer buiten zou gaan leven, net als vroeger.
Dus hebben mijn mensen vijf dagen gewacht. Zodat we alledrie weer rustig konden worden. Ik heb ekstraveel kusjes en knuffels gekregen en ook nog allerlei lekkere sneks. Ik heb zelf ook ekstraveel kusjes gegeven en was helemaal blij dat alles weer gewoon was.

Beter

Maandag heeft mijn vrouw de dierendokter gebeld om te zeggen dat het niet lukte met de druppels en dat ze het niet meer wilde doen omdat ik zo bang werd. Nu krijg ik gelukkig geen druppels meer in mijn oog.
Elke dag kamt mijn vrouw me heel uitgebreid op mijn grasveld. Soms lijkt het dan net of ik een druppel in mijn oog voel. Af en toe verdenk ik mijn vrouw dat ze stiekem iets doet, maar ze zegt van niet.
Gek hè, en toch is mijn oog al weer wat beter.

Extra: mevrouw Bolle wil wat zeggen

Nu even een klein stukje van de vrouw van Bol. Alleen voor mensen, niet voor katten!
De dierenartsassistente zei dat we Bol van achteren moesten benaderen, zodat hij ons niet zag aankomen met de druppels.
Nu ga ik hem heel uitgebreid aaien, of hem borstelen. Ik laat hem zien dat ik niks in mijn handen heb. Het flesje oogdruppels heb ik in mijn broekzak. Als Bol na een tijdje lekker ontspannen is ga ik achter hem zitten, trek ik zijn hoofd iets naar achteren en doe van bovenaf een druppel in zijn oog. Dit is tot nu toe steeds gelukt en zijn oog ziet er beter uit.
Het gaat zo snel dat hij niet precies doorheeft wat er gebeurt, en hij ziet niet dat ik het doe.
Zo lang als het goed blijft gaan blijf ik dit volhouden. Daarna kan Bols’ man het nog proberen.
Als hij weer bang wordt is het meteen afgelopen met druppelen.
Zo bang als hij vorige week was, dat willen we alle drie niet nog een keer.

Bolle over: als je iets geks op de radio hoort

geks

Mijn man luistert vaak naar de raadioo, naar het nieuws. En allebei mijn mensen lezen de krant.  Zo hoor en lees ik dus ook wat mensen bezighoudt.

Hondje

Vaak snap ik het niet, of wil ik het geeneens snappen. Maar soms begrijp ik waar het over gaat. Vooral als ik het woord katten hoor, let ik altijd eventjes ekstra op.
Nu stond er deze week een stukje in de krant over een mevrouw. Diezelfde mevrouw was later ook op de radio. Zij is voor haar werk footoograaf. Ze had nu footoos gemaakt van haar hondje. Het hondje was oud en ziek, en is nu een ster. Dat kon je allemaal zien op die footoos. En de mevrouw had superveel verdriet over haar hondje. Logies natuurlijk.
Maar in de krant en op de radio ging het erover of dat normaal is, dat een mens veel verdriet heeft om een hond of kat die een ster is geworden. Ja, dat lees je goed. Er waren mensen die het vreemd vonden dat iemand verdriet had om een hondje.
Want het is toch maar een hondje, zeiden ze.

Kat

Toen Pop, Beer, mijn Molletje en Billy een ster werden, zeiden mensen dat ook weleens. Dat ze toch maar een kat waren. Nee, zei mijn vrouw dan. Ze waren een kat. Dat is wat anders.  Mijn mensen hebben heel veel verdriet gehad om Pop, Beer, mijn Mol en Billy. En nog steeds missen ze ze. Ik heb zelf alleen Molletje gekend, en Billy. Maar ik heb ook verdriet gehad.

E-mo-tie

geks
Hier lig ik op het graf van Billy

Ik heb mijn Mollevrouw heel lang gezocht. Wel een jaar, zeggen mijn mensen. En toen Billy een em-bo-lie kreeg in de tuin en vreselijk veel pijn had, ben ik bij hem gebleven. Net zo lang tot de ambulans kwam. Terwijl ik eigenlijk heel bang was. Maar ik wist dat hij nog banger was. En mijn man ook. Op de dag dat Billy hier in de tuin begraven werd heb ik de hele middag op zijn graf gelegen, en aan hem gedacht.
Maar je hebt mensen die dat niet geloven. Die geloven niet dat een kat gevoelens heeft.
Bij mensen noemen ze een gevoel een e-mo-tie. Dat betekent dat je beivoorbeeld bang bent, of verdrietig, of verliefd. Zoals wij katten dus.
Nou is het vreemde dat er best veel mensen zijn die denken dat een kat, of een hond, of een ooliefant zulke dingen niet voelt. Dat een dier (want zo worden wij genoemd) alleen maar wil eten wil, slapen en kindertjes maken. Verder niets.

Gelukkig snappen mijn mensen wel dat ik gevoelens heb. Ja zeg, stel je eens voor als dat niet zo was!
Mijn mensen worden altijd boos als ze horen dat dieren  geen gevoelens zouden hebben , en geen verstand.

Mensen

Ik moet er zelf altijd om lachen als ik een mens hoor zeggen dat dieren dom zijn. Kijk toe, kijk toe, denk ik dan. Die mens beeldt zich heel wat in.
En waarom? Een mens kan niet vliegen, heeft geen staart, ruikt bijna niks, hoort bijna niks, ziet bijna niks, heeft geen snorharen, kan niet uren onder water zwemmen en kan niet hard rennen . Een mens is de hele dag geluid aan het maken (in hun eigen mensentaal) en nog begrijpen ze elkaar niet. Ze hebben een hele hoop van dat geluid nodig voor iets wat een kat met één beweging van zijn oor kan laten merken.
Ze maken onderling ruzie, kunnen niet samenwerken en vechten veel te vaak. Blijkbaar zijn ze niet slim genoeg om samen te kunnen overleggen.
Wij dieren waren er al voor er mensen waren, en we zullen er ook nog zijn als er geen mensen meer zijn.

Konkluusie

Ik heb er lang over nagedacht hoe het toch mogelijk is dat mensen zo weinig weten.
Over zichzelf, en over dieren. Ik ben tot de konkluusie gekomen dat het geen zin heeft om daar over te piekeren. Sommige dingen kun je als kat nou eenmaal niet begrijpen.
Wat ik wel weet, is dat er ook slimme mensen zijn. Mensen die kunnen nadenken, en die gevoelens hebben, net als wij katten. Als kat is het dus zaak om zulke mensen te vinden.
Ik denk dat ons dat hier op de blog allemaal wel gelukt is.
En die mensen weten ook heel goed hoe verdrietig het is als een kat een ster wordt. Denk maar aan de mensen van Katrientje. Die missen haar heel erg.
Alle mensen en katten op de blog missen katten die een ster zijn geworden. En alle katten kunnen ook mensen missen die een ster zijn geworden.
Katten en mensen verschillen helemaal niet zoveel van elkaar. Alleen denk ik niet dat alle mensen verstand hebben, of gevoelens.

kater Bolle over: als je ineens een kusje mist

kusje

Toen ik nog in de tuinen woonde, met alleen maar katten, was er eigenlijk niets dat ik miste.  Natuurlijk vond ik het jammer dat ik geen huis had, dat het koud en nat was buiten, en dat ik maar af moest wachten of er eten  was.

Maar dat was minder erg dan samen met mensen in een huis wonen en met een riem geslagen worden. Of geschopt worden, terwijl ik nooit presies wist wat ik fout deed.
Nee, ik vond het wel prima, zo zonder mensen.

Knuffels en kusjes

Maar toen ik verliefd werd op mijn Mol en bij haar in huis kwam wonen, merkte ik dat er
iets bestond dat ik nog niet kende. Iets dat mensen ook kunnen doen, behalve gemeen zijn. En iets dat ik nooit meer zou willen  missen.
Kun je raden wat dat is? Ik bedoel natuurlijk knuffels en kusjes geven.
Zeker weten is het fijn dat ik nu droog zit als het buiten regent, en dat ik het warm heb als het buiten sneeuwt en dat ik altijd  te eten heb. Daar ben ik heel blij mee. Maar de knuffels van mijn mensen, dat vind ik toch wel het allermooiste dat er bestaat.

Molletje

Ik wist in het begin helemaal niet wat het was, dat knuffelen. Maar ik keek het af bij mijn Molletje. Die vond het heerlijk. Het kon haar nooit teveel zijn. De hele dag door werd ze geknuffeld door mijn mensen, of kreeg ze kusjes. En brommen dat ze dan deed! Soms kreeg ze een zacht kusje terwijl ze lag te slapen, en dan deed ze eventjes een klein spinnetje.’s Nachts sliep ze tegen mijn man aan geklemd, of in de armen van mijn vrouw. Ze viel altijd spinnend in slaap.
Ik snapte wel dat dat knuffelen dus iets heel bijzonders moest zijn, als mijn Mol het zo leuk vond.

Brommen

De eerste keren dat ik geaaid werd, beet ik steeds na een paar aaien, of ik krabde. En tegelijkertijd was ik ook aan het brommen.
Gek hè?
Ik beet voor de zekerheid, dat mijn mensen wisten dat ik dat kon. Dat ik gevaarlijk was.
Ja, zo dacht ik toen nog. Ik dacht dat ik maar beter meteen kon bijten dan dat ik weer geslagen werd. Gelukkig bleven mijn mensen het proberen. En ik ook.
Nu vind ik knuffelen geweldigfantasties. En het allerallerallerfijnste vind ik het als ik kusjes krijg. Die krijg ik heel vaak. En ik krijg ze overal. Vooral bovenop mijn hoofd. Maar ook op mijn buik, op mijn oren of mijn neus en soms zelfs onder mijn tenen. Ik vind het allemaal even fijn.

Kusjes en kopjes

Ik geef ook  kusjes terug. Ik doe mijn mond een beetje open en wrijf dan met mijn mond langs de neus van mijn vrouw of man. Eerst krijg ik drie kusjes, en daarna zij. Dat hoort zo, drie is een mooi getal vind ik. Ik geef ook likjes aan mijn mensen. Vooral aan hun neus. Als  mij vrouw me kust, lik ik haar over haar neus. Of op het plekje op haar hoofd, bovenaan middenin haar gezicht, waar haar haren beginnen. Bij mijn man geef ik zijn handen een wasbeurt. Dat zijn een heleboel kusjes!
Nu krijg ik, net als mijn Molletje en Pop en Beer vroeger, de hele dag door knuffels en kusjes. En ik geef ook de hele dag kusjes, en kopjes.

Dat kleine kusje

Je zou dus zeggen dat ik niks tekort kom. En dat doe ik ook niet. Maar toch mis ik sinds een tijdje iets.  Ik kreeg namelijk bijna elke dag een klein kusje op mijn wang. In ieder geval kreeg ik dat elke zondag. En ineens krijg ik dat kusje niet meer.
Dat komt omdat ik dat kusje van prinses Katrientje kreeg. Dat schreef ze altijd onder haar antwoorden aan mij, op de blog. Maar  Katrientje is een prachtige ster geworden. En sterren kunnen geen kusjes geven. Dus daarom mis ik dat kleine kusje nu.
En nu zou ik zo graag prinses Katrientje een keer een klein kusje op haar wang teruggeven. Ik bedoel dat netjes natuurlijk, want Katrientje heeft verkering met Floris en ik met mijn Mol. Maar gewoon een klein kusje op haar wang, omdat ze een vriendin van mij en van ons allemaal was. En omdat ze zo biesonder was.
Hier komt ie Katrien, spesjaal voor jou! Dank je wel voor alles!
kusje
 

 

 

 

Bolle

Kater Bolle over: als je samen slaapt

samen

Iedereen doet slapen, en iedereen doet het anders. Je kunt In een holletje slapen of in een nestje, in een boom, onder water en onder de grond.  Of in een mandje of een bed.

Zestien

Wij katten slapen ongeveer zestien uur op een dag. Dat zeggen mensen, en die hebben het uitgerekend. Waarom willen mensen dat weten, vraag ik me af. Wat doet het ertoe?
Als je een kat bent ga je gewoon slapen als je moe bent. Of je nou al zestien uur hebt geslapen of niet.

Boem

Er zijn dagen dat ik wel meer slaap dan zestien uur.  Op zulke dagen ga ik tussendoor even snel naar buiten, om te patroejeren. Ik eet een paar brokjes en ik klim meteen weer op het grote bed. En ik val zo boem in slaap. Heerlijk vind ik dat.
Vooral als het buiten regent of koud is, of alletwee. Dan slaap ik zelfs ekstralekker, omdat ik weet dat ik warm en droog lig. Terwijl ik vroeger, als zwerfkat, maar moest zien waar ik sliep en hoe ik droog bleef.

Schemerdieren

Ik kan goed slapen. Dag of nacht, het maakt me niks uit. Ik slaap bijna altijd de hele nacht door.  Dat vinden mijn mensen biesonder. Want katten zijn schemerdieren. Zo noemen mensen ons omdat we in de vroege avond en de vroege ochtend op jacht gaan. En ook vaak in de nacht. Want dan zijn de diertjes die wij eten aktief.
Pop en Beer waren een stel spookjes ’s nachts, zegt mijn vrouw. Als het donker werd gingen ze op stap, in de tuinen. En in de zomer waren ze vaak de hele nacht weg.  Pop was soowiesoo de halve nacht aan het spelen, vaak samen met Beer. Mijn Molletje sliep altijd gewoon binnen. En ik ook, meestal. In de zomer slaap ik wel eens buiten in mijn tent, als het echt superwarm is.  Maar als het niet warm is zou ik niet weten wat ik ’s nachts buiten moet doen.
Ik ga ’s avonds laat altijd even een laatste rondje maken door mijn tuin en over de schuren.  Daarna kom ik naar binnen om te slapen.

Op het grote bed

samen slapen

Ik kan in ons huis overal slapen waar ik wil.
Ik heb twee mandjes, mijn twee kurken, ik kan op de bank slapen en op het grote bed.
Op al die plekken heb ik ook geslapen. Maar het fijnst slaap ik op het grote bed. Daar heb ik lekker de ruimte en ik lig in de slaapkamer dus het is er rustig.
Alleen was er een probleem.
Mijn mensen willen ook op het grote bed slapen. Eigenlijk heb ik dat liever niet. Want dat is best eng, met zijn drietjes op bed. Straks gaan mijn mensen als ze slapen bovenop mij liggen! En dan ben ik niet meer Bolle, maar Platte.
Ik durfde er wel bij als er maar één van mijn mensen in bed lag. Dan ging ik gewoon helemaal aan de andere kant liggen.

Allebei

Maar sinds een tijdje slaap ik ook op het grote bed als mijn mensen er op slapen. Allebei mijn mensen tegelijk, bedoel ik.
Ik weet niet waarom ik het nu wel durf. Ineens was het gewoon zo.

Mijn plek

Ik begin met mijn vrouw samen.  Eerst moet ze me aaien en kusjes geven. We gaan eventjes tegenover elkaar liggen, en ik draai me op mijn zij. Zo kan mijn vrouw mijn buik aaien. Ze snuffelt altijd aan mijn buik, en blaast in mijn haren. Zachtjes. Dan brom ik keihard, zo lekker vind ik dat. Ik geef haar kusjes, en was haar haar of haar neus. Mijn man moet ook erbij komen, om met me te knuffelen. Daar wacht ik op, het hoort erbij. Als dat allemaal gebeurd is, gaan mijn vrouw en ik op onze eigen plek liggen. Zij ligt aan de ene kant te lezen, en ik lig aan de andere kant. Ik lees niet, ik was me even en ga dan lekker slapen.
Ik lig op de plek van mijn man, zegt hij altijd, als hij ook naar bed komt. Ik vind dat het mijn plek is, en dus blijf ik gewoon liggen als mijn man er bij komt.
Hij moet daarom scheef in bed gaan liggen, di-a-go-naal noemt hij dat. Mijn vrouw kan dan weer haar voeten niet kwijt als mijn man zo ligt. Maar mijn man zegt dat het door mij komt. Kinderachtig hè, dat gekibbel. Soms word ik er gewoon wakker van. Gelukkig val ik altijd heel snel weer in slaap, want ik heb mijn slaap hard nodig.

Veilig

samen slapen

Ik slaap heerlijk op het grote bed.  Met zijn drietjes is het veilig, en ik slaap heel diep. Buiten is het donker en binnen zijn wij. Dat is veilig, dat weet ik zeker. Mijn mensen slapen iets minder diep, volgens mijn vrouw.
Dat heeft er mee te maken dat ze niet genoeg ruimte hebben, en dat ze de hele tijd opletten of ze mij niet wegduwen, legde ze me uit.

De kleinste

Dat van die ruimte snap ik niet. Ik heb altijd genoeg ruimte. Ik lig languit, zo slaap ik nou eenmaal graag op het grote bed. Op mijn kurk kan dat niet, daar moet ik me opkrullen. En ik lig niet aan het voeteneinde, want ik ben bang dat ik er misschien afval. Of dat mijn mensen me er af duwen, dat zeggen ze zelf toch ook? Dus ik lig midden op het bed en dan in de breedte. Dat moet kunnen, want ik de kleinste ben van ons drietjes. Ik zie het probleem dus niet zo.
Ik ga altijd om een uur of zes in de ochtend naar buiten, mijn tuin in. Omdat ik een schemerdier ben, dat heb ik uitgelegd. Dan hebben mijn mensen weer even het hele bed voor zichzelf.

Wennen

Bovendien wilden mijn mensen zo graag dat ik op het grote bed kwam slapen. Meer dan drie jaar durfde ik het niet. Soms tilden ze me er weer bij, maar ik sprong altijd weer van het bed af. En nu durf ik het wel.
Mijn mensen zijn er heel blij mee. Ze vinden het supergezellig. Mijn vrouw kon de eerste nacht dat ik in bed sliep niet slapen omdat ze zo blij was. Dat heeft ze me zelf verteld.
Nou dan!
Mijn mensen wennen er wel aan om scheef, of opgekruld te slapen. Als ik dat kan, op mijn kurk, kunnen zij dat vast ook. Als je samenwoont en samen slaapt moet je geven en nemen, vind ik.