Tag Archives: Bolle

Van de vrouw van Katrientje voor iedereen

katrientje

Hoi iedereen,

Dit is het moeilijkste blogje wat ik ooit heb geschreven.  Ik hoef jullie niet te vertellen wat een rottijd we achter de rug hebben. Iedereen die zijn/haar lieverd verloor weet waar ik doorheen ben gegaan. Eerst paniek, Katrien weigerde totaal eten. Oke, weekendarts bellen. Krijg je te horen dat je kan komen, maar dat het wel 100 euro kost om binnen te komen. Ja? En? We komen!! Wat kan mij dat geld schelen.

Er werken daar echt lieve mensen. Prikje hiervoor, dingetje daarvoor.  Ik had toen nog de hoop dat het goed zou komen.

Volgende dag naar de Overtoom gebeld. Ze mocht meteen komen. Geprobeerd bloed te laten prikken. Och wat vocht ze. Niet gelukt. Volgende dag weer. Toen lukte het wel. Wat waren we blij. Dan begint het wachten.

Blijven dwangvoederen, ondanks dat ze goed dronk toch water ook gegeven. Ondertussen ging er een mailstorm vanuit hier naar Loes, Bert en later ook Bolle. Op mijn verzoek hielden ze het stil. Ik wilde niet dat het bekend werd dat ze ernstig ziek was. Ik reageerde niet tot nauwelijks op (privé)berichten. Mijn kop stond er niet naar. Hoe lief de berichten ook waren, ik kon het niet. Ik wou het ook niet. Er waren buiten Loes, Bert en Bolle nog drie die wisten dat het fout ging. Natuurlijk Truke de Boer, en Mila en Jip. Hun vertelde ik het twee dagen van te voren pas. Ook zij respecteerde mijn wens om het stil te houden. Waarvoor mijn dank. Ik vroeg best veel. Te veel.

Donderdagmiddag ging het echt achteruit.
Veel gehuild, nog veel meer geknuffeld met Katrien. Vrijdagochtend half negen belde ik de dierenkliniek op de overtoom. Ik mocht kwart over tien komen. Ik wou Trien niet meer pesten met dwangvoederen. Mijn man belde om half zeven zijn werkgever op. Hij kon niets meer zeggen. Piepte wat. Wat een superwerkgever heeft hij. Hij kreeg gewoon meteen vrij. Ondanks dat er op vrijdag een personeelstekort is.

De tijd tussen half negen en tien uur vloog voorbij. Katrien lag in de slaapkamer. We tilde haar kwart voor tien op, belde een taxi en gingen naar Joyce.
We kwamen bij Joyce aan, er kwam een vrolijk pupje uit de behandelkamer. Moest best wel glimlachen om dat vrolijke hummeltje. Raar hè? Jong leven er uit, en mijn kat eindigde daar haar prachtleventje.
Joyce kwam op ons afgelopen. Ik begon gelijk te huilen. Ze sloeg een arm om me heen. We liepen naar haar behandelkamer en ik zei gelijk geen geprik, geen gepor. Niets.
Ze kreeg gelijk een slaapprikje. We gingen met Katrien naar een ander gedeelte in de praktijk. Joyce was zo lief voor ons en Katrien.

Katrien sliep in no-time. Zo snel. Ik zat op de vloer, Johan op zijn hurken naast me. Joyce gaf ons koffie. Ik nam er maar één slok van, gaf de rest aan mijn man. Ik kreeg een berg zakdoekjes. Op mijn verzoek kreeg Katrien nog een slaapprikje.

Opeens voelde ze kouder aan. Joyce kwam er aan gerend met een stethoscoop. Ze zei dat ze nog heel zwak ademhaalde. Na 5 minuten klapte Joyce de tafel uit. Ik had een badhanddoek neergelegd en daar werd ze opgelegd. Toen ze het laatste prikje in haar pootje kreeg was het over. Het prikje zat nog voor drievierde vol. Het is wel leeggespoten in haar.
Wat waren we blij voor haar dat het afgelopen was. Maar mijn God, mijn meissie. Zeventien  jaar lief en leed gedeeld. Over.

We bleven nog, geloof ik, nog ruim een half uur bij haar lijfje. Toen vroeg ik om de haartjes die van haar pootje was afgeschoren in een zakje. Nog even met Joyce gesproken. Ze zei dat het zo mooi ging, zo zachtjes. We zaten ook nog over de eerste keer te praten, dat zij Trien en Toot als eerste daar hun prikjes gaf. En hoe Trien als een malle over de behandeltafel vloog met dat prikje in haar nekje.
We legte de handoek over haar lijfje, gaven haar de dikste kus die we maar konden geven.
Katrien werd dezelfde dag opgehaald door het dierencrematorium. Ze is met meerdere andere diertjes de volgende dag gecremeerd.

Katrien is aan dezelfde ziekte overleden die haar zus Catoo  had. Plus haar levertje gaf het op. We gingen naar huis lopen. Geen zin om met roodbetraande ogen in een bus en tram te moeten zitten. Onderweg wel ff een terrasje genomen. Eventjes bijkomen. Even het lege huis uitstellen.
Bij thuiskomst meteen Bert, Loes en Bolle gemaild.
Klinkt misschien heel gek, maar we waren heel rustig, heel kalm. De stress om te knokken was over.
De vermoeidheid kwam. We hadden alles op stil gezet. Na een paar uur toch even kijken. Toen zagen we opeens echt zo veel berichtjes. We schrokken er zelfs een beetje van.
Al die berichtjes bij Loes en Bert en op Trien haar pagina. Zo lief. Ook op instagram zulke lieve berichten.  Zo hartverwarmend.  Onze dank daarvoor.  We konden ze alleen niet allemaal meteen lezen. Te pijnlijk. Te veel verdrietig. Soms lazen we er een paar, stopten dan even.
Dat zo’n klein katje zoveel los kon maken.
Vergeten doe ik dat kleine grote meisje nooit. Ze zit in mijn hart, samen met haar zus Catootje en de andere lieverds Grietje, Poekie en mijn hondje Sweety.

De dag dat Katrien 17 werd begon mijn nachtmerrie.
Ik was bang dat ze de 18 niet zou halen.
Poekie werd 12.
Catoo werd 12.
Griet werd 17. Bijna 18.
Mijn hondje werd 15.

KatrientjeKatrien had een prachtleeftijd gehaald. Ik had alleen gehoopt dat ze nog iets ouder mocht worden. Nog meer mocht beleven met haar hartjesdinnie Loes.
De hoedjesshow (idee van Loes) was super. Mijn hemel, wat zaten we ons suf te lachen. Op mijn verzoek maakte we er een tante en nichtjegebeuren van. Mila en bebiepeuterkleuterpuubertantebaikertjik Kyana deden mee. We lagen blauw van het lachen. De voorpret die we hadden. Maar wat jullie niet weten… er is nog een SSSST of 2.
Die komen gewoon. Geloof me, het gaat zo geweldig worden.  Katrien blijft ook gewoon in het boek. Zij is de bedenkster er van.
Jullie moesten eens weten hoeveel mails er rondgingen. Honderden!!

Arme Mevrouw Bert. Wat een werk. Door de spoedcursus hoe schrijf ik blogjes wist ik een beetje hoe het moest. Toch werd het best moeilijk. Want wat moet je nou precies schrijven. Ondertussen begon ik dus ook blogjes te schrijven. Oh wat erg. Ik was nerveus. En om eerlijk te zijn… de eerste blogjes waren verschrikkelijk. Niet om aan te zien. Toen ik wat meer zelfvertrouwen kreeg stroomde de woorden uit me.
Soms had ik binnen een uur een heel blogje geschreven. Schreef ik zelfs blogjes vooruit.
De mooiste vond ik de blogjes die een “staartje” kregen. Bijvoorbeeld het blogje van de dingen die ze niet mocht. Hoe stom ze dat ook vond. Ik zat hier, in mijn uppie, zo te schateren van het lachen. Ook toen Bert de volgende dag hetzelfde opbiechtte wat hij vernield had.
En dan het muisjes in de whiskas blogje.  Ik wist echt niet dat BBB het over had genomen en er een pracht van een 1 aprilgrap van had gemaakt. Ik had, heel serieus, informatie ingewonnen bij de whiskas.  Het is toch ook raar dat deze smaak niet bestaat.

Dan haar ellendige ellende vakantieblog. Alsof we haar zwaar verwaarloosde. Elke ochtend zag ik een boos katje die om eten zat te vragen op het nachtkastje.
En dan de kerstbloggen. Wat een werk!! Soms vervloekte ik mezelf er om. Ik moest met de bus naar het asiel omdat mijn man moest werken. Alleen reed de bus giga om. Het duurde ruim een uur eer ik er was, terwijl je er op de brommer zo bent. Er moesten foto’s gemaakt worden. Tigtallen. Het asiel werkte zo heerlijk mee. Ik mocht overal komen. En dan Loesje. Al die foto’s bewerken. En mijn verhaallijn afmaken. Maanden waren we bezig. In september zaten Loes en Trien al in kerstsfeer. Maandenlang jullie pesten met ssssst.
De nacht voor het uitkomen had ik weinig tot niet geslapen. Zo zenuwachtig was ik. En dan het eindbedrag. Super!!
Oorspronkelijk zou het maar een driedaags blogje worden. Maar het liep een beetje uit. Beetje maar.

En dan eindig ik met Bert, Loes en Floris.
Bert… sorry dat Katrien jou een beetje opzij duwde. De liefde tussen Katrien en Loes was diep en sterk. Kwam niet aan één van hun, want dan kreeg je de ander op je dak. Bert stond er bij en keek er naar hoe de liefde tussen de dames groeide. Katrien had respect voor de relatie tussen Bert en Loes. En Loes had hetzelfde respect voor de relatie tussen Trien en Floris.
Om eerlijk te zijn… de dames hadden als eerste een trielasie en later zelfs een kwartetje. Maar natuurlijk was de liefde alleen met de eigen partner en Loes en Katrien samen.
Deze liefde zal voor altijd blijven. Inclusief de bijkomende vlindertjes in het buikje. Och wat was ze verliefd op haar monnamoer. Floris blijft mijn schonezoon en Loes mijn hartjeskat.
Hopelijk blijf ik hun soolvrouw.

Veel liefs
Anita

 

kater Bolle over: als je ineens een kusje mist

kusje

Toen ik nog in de tuinen woonde, met alleen maar katten, was er eigenlijk niets dat ik miste.  Natuurlijk vond ik het jammer dat ik geen huis had, dat het koud en nat was buiten, en dat ik maar af moest wachten of er eten  was.

Maar dat was minder erg dan samen met mensen in een huis wonen en met een riem geslagen worden. Of geschopt worden, terwijl ik nooit presies wist wat ik fout deed.
Nee, ik vond het wel prima, zo zonder mensen.

Knuffels en kusjes

Maar toen ik verliefd werd op mijn Mol en bij haar in huis kwam wonen, merkte ik dat er
iets bestond dat ik nog niet kende. Iets dat mensen ook kunnen doen, behalve gemeen zijn. En iets dat ik nooit meer zou willen  missen.
Kun je raden wat dat is? Ik bedoel natuurlijk knuffels en kusjes geven.
Zeker weten is het fijn dat ik nu droog zit als het buiten regent, en dat ik het warm heb als het buiten sneeuwt en dat ik altijd  te eten heb. Daar ben ik heel blij mee. Maar de knuffels van mijn mensen, dat vind ik toch wel het allermooiste dat er bestaat.

Molletje

Ik wist in het begin helemaal niet wat het was, dat knuffelen. Maar ik keek het af bij mijn Molletje. Die vond het heerlijk. Het kon haar nooit teveel zijn. De hele dag door werd ze geknuffeld door mijn mensen, of kreeg ze kusjes. En brommen dat ze dan deed! Soms kreeg ze een zacht kusje terwijl ze lag te slapen, en dan deed ze eventjes een klein spinnetje.’s Nachts sliep ze tegen mijn man aan geklemd, of in de armen van mijn vrouw. Ze viel altijd spinnend in slaap.
Ik snapte wel dat dat knuffelen dus iets heel bijzonders moest zijn, als mijn Mol het zo leuk vond.

Brommen

De eerste keren dat ik geaaid werd, beet ik steeds na een paar aaien, of ik krabde. En tegelijkertijd was ik ook aan het brommen.
Gek hè?
Ik beet voor de zekerheid, dat mijn mensen wisten dat ik dat kon. Dat ik gevaarlijk was.
Ja, zo dacht ik toen nog. Ik dacht dat ik maar beter meteen kon bijten dan dat ik weer geslagen werd. Gelukkig bleven mijn mensen het proberen. En ik ook.
Nu vind ik knuffelen geweldigfantasties. En het allerallerallerfijnste vind ik het als ik kusjes krijg. Die krijg ik heel vaak. En ik krijg ze overal. Vooral bovenop mijn hoofd. Maar ook op mijn buik, op mijn oren of mijn neus en soms zelfs onder mijn tenen. Ik vind het allemaal even fijn.

Kusjes en kopjes

Ik geef ook  kusjes terug. Ik doe mijn mond een beetje open en wrijf dan met mijn mond langs de neus van mijn vrouw of man. Eerst krijg ik drie kusjes, en daarna zij. Dat hoort zo, drie is een mooi getal vind ik. Ik geef ook likjes aan mijn mensen. Vooral aan hun neus. Als  mij vrouw me kust, lik ik haar over haar neus. Of op het plekje op haar hoofd, bovenaan middenin haar gezicht, waar haar haren beginnen. Bij mijn man geef ik zijn handen een wasbeurt. Dat zijn een heleboel kusjes!
Nu krijg ik, net als mijn Molletje en Pop en Beer vroeger, de hele dag door knuffels en kusjes. En ik geef ook de hele dag kusjes, en kopjes.

Dat kleine kusje

Je zou dus zeggen dat ik niks tekort kom. En dat doe ik ook niet. Maar toch mis ik sinds een tijdje iets.  Ik kreeg namelijk bijna elke dag een klein kusje op mijn wang. In ieder geval kreeg ik dat elke zondag. En ineens krijg ik dat kusje niet meer.
Dat komt omdat ik dat kusje van prinses Katrientje kreeg. Dat schreef ze altijd onder haar antwoorden aan mij, op de blog. Maar  Katrientje is een prachtige ster geworden. En sterren kunnen geen kusjes geven. Dus daarom mis ik dat kleine kusje nu.
En nu zou ik zo graag prinses Katrientje een keer een klein kusje op haar wang teruggeven. Ik bedoel dat netjes natuurlijk, want Katrientje heeft verkering met Floris en ik met mijn Mol. Maar gewoon een klein kusje op haar wang, omdat ze een vriendin van mij en van ons allemaal was. En omdat ze zo biesonder was.
Hier komt ie Katrien, spesjaal voor jou! Dank je wel voor alles!
kusje
 

 

 

 

Bolle

Bolle over: als je steeds valt, voor prinses Katrientje

Bolle

 

Voor prinses Katrientje
Dit stukje is speciaal voor onze lieve prinses Katrientje, van de blog.
Vrijdag is ze op reis gegaan naar haar zusje Catoo. Die twee zijn weer samen, dat is mooi.
Maar haar mensen zijn nu alleen, en ze missen Katrientje natuurlijk ontzettend. Want ze hebben met Katrientje samen geleefd, vanaf dat ze een beebie was.

Ik mis Katrientje ook, net als iedereen van de blog.
Ik kreeg altijd een klein kusje op mijn wang van Katrien. Dat vond ik biesonder.
Ik mis nu dat Katrien zo stoer was, en dat ze de beste vriendin van Loes was, en de verkering van Floris, en de vriendin van Kruimel. Dat ze altijd van alles durfde. Dat ze stukjes schreef voor de blog, en dat ze brommer reed. En hard ook!
Zeker weten dat Katrien en Catoo weer samen zijn, en de boel op stelten zetten. En zeker weten dat ze iedereen nu hebben gezien en kennis hebben gemaakt. Als ster, en over de Regenboogbrug.
Ik wil een miljoen kopjes geven aan de mensen van Katrientje, om ze een heel klein beetje te troosten. En ik wil ook zeggen dat ik Katrientje nooit zal vergeten. Dat kan natuurlijk ook helemaal niet!
Zomaar ineens kan je tijd voorbij zijn.  Ook al wil je dat niet. En je mensen willen dat al helemaal niet. En je vrienden en vriendinnen ook niet. Alleen heb je daar niks over te zeggen, het gaat gewoon zo.
Maar wij hier beneden blijven altijd aan de prinses denken, en naar haar zwaaien als ze twinkelt.
En zo blijven we altijd bij elkaar.
Dag lieve Katrientje, tot ziens.

Bolle

Met droog weer ben ik heel graag in mijn tuin. En het allerfijnste vind ik het als het zonnetje schijnt, en het heel warm is.

Ik heb manden op allerlei plaatsen in mijn tuin, dus er is er altijd wel een waar ik tegelijk schaduw en zon heb. Ik heb ook nog een doos, en een tent. En als het echt heel erg warm is, kruip ik onder de struiken. Dan lig ik gewoon op de aarde, dat is lekker koel. Mijn mensen komen ook vaak in mijn tuin. Dat mag best, dat vind ik gezellig.

Stoel in de tuin

Een tijdje geleden hebben ze een stoel in de tuin gezet, voor zichzelf. Mijn man had hem op straat gevonden, en hij was eigenlijk voor mijn Molletje.
Hij stond al een hele tijd op zolder.
Want zoals je weet, is mijn Molletje een prachtige ster geworden. Anders had ze de stoel vast mooi gevonden, zeker weten. Mijn vrouw deed vaak slingers met bloemen om de stoel van Mol, zodat je meteen kon zien dat het haar stoel was. Mijn mensen noemden dat altijd Mols’ prinsessenstoel.
Nu hadden mijn mensen die stoel voor zichzelf neer gezet, dachten ze.
Maar raad eens wat er gebeurde? Ik klom er meteen op, en ik lig er nu elke dag op.
Iedereen ziet meteen dat je een belangrijke kater of poes bent als je op die stoel zit. Nou ben ik dat niet echt, maar dat hoef ik er natuurlijk niet bij te vertellen.
De stoel staat presies zo dat ik mijn landgoed kan overzien, en ook de daken van de schuurtjes. Het is dus echt een hele fijne stoel, en ik ben er erg blij mee.

Boem

Nu, met een zonnetje, ben ik de hele dag in mijn tuin. Als mijn mensen mijn tuin in komen, loop ik altijd meteen op ze af. Ik loop naar mijn mensen toe, en weet je wat er dan gebeurt? Als ik bijna bij mijn mensen ben, val ik Boem! om. Elke keer weer.  Ik val op mijn zij. Gewoon op de tegels, of het grind, of het gras. Maakt niet uit waar. En daarna rol ik door zodat ik op mijn rug lig.
En dan komt het mooiste: mijn mensen gaan bij mij zitten en aaien me op mijn buik.
Ik kan niks fijners bedenken dan in het zonnetje in mijn tuin op mijn rug liggen, en dat mijn mensen me op mijn buik aaien. Ik kan helemaal niet uitleggen hoe fijn dat is!

Aaien

Mijn mensen weten hoe fijn ik dat vind, en dus vinden zij dat ook fijn. Want ik ben meestal best verlegen. Ik vraag bijna nooit om iets. Ik wacht altijd af of ik iets krijg of niet, en of mijn mensen tijd voor me hebben of niet.
Maar als het warm is en ik ben in mijn tuin durf ik zomaar alles. Ik val dan voor mijn mensen op mijn rug, en ik zeg “buik aaien!” Als ik helemaal warm en slap en doezelig ben van het zonnetje denk ik nergens meer over na. Normaal ben ik altijd op mijn kie vief, maar in de zon doe ik gewoon wat in me opkomt. En dat is dus boem!-vallen.

Gelukkig

BolleMijn mensen aaien me altijd, als ik val. Want ze willen dat ik gelukkig ben.  En dat ben ik.
Maar ik weet ook dat alles ineens heel anders kan zijn. Dat er iets in je hoofd of je lijfje verkeerd zit. Dat je ineens niet meer gezond bent.
Het kan zo zijn dat als je opstaat alles zo is als altijd, en dat als je gaat slapen alles anders is geworden. En het kan ook zo zijn dat alles goed is als je opstaat, en dat alles verkeerd is als je gaat slapen. Dat kun je nooit van tevoren weten.

In je hoofd

Maar nu is alles nog goed hier. Dus als ik op mijn stoel lig, en het zonnetje schijnt, en mijn mensen komen mijn tuin in dan doe ik boem! En dan doen mijn mensen me aaien.
Zolang het kan, moet je genieten. Want het kan zomaar voorbij zijn, dat alles gewoon is. En dan kun je maar beter een hele hoop knuffels en zon en liefde en sneks en kusjes en geluk in je hoofd hebben, om aan terug te denken.
In tijden dat er geen zon is, is het fijn als je nog een zonnetje in je herinnering hebt. Dat je weet dat je ooit zomaar boem! hebt gedaan.

kater Bolle: als je op diejeet bent

Bolle

Volgens mijn mensen ben ik te dik. En volgens mijn dierendokter ook. Ik vind mezelf goed zoals ik ben.
Ik ben rond van vorm, en heb een mooie grote buik. Omdat ik graag eet.
Ik eet teveel, en daarom is er ook teveel buik aan mij.

Slank blijven

Mijn bloed is pas nog bij de dokter bekeken, en dat was prima. Ik kan heel hoog springen, en ook heel ver. Ik kan keihard rennen, en een koprol maken naar de zijkant. Het is dus niet zo dat ik me niet meer kan bewegen, of dat ik last heb van mijn buik.
En toch ben ik al meer dan een jaar op diejeet. Erg hè?!
In die tijd ben ik wel afgevallen, dat is waar. Maar wat ik afgevallen ben, is er ook weer aangekomen. Want het is moeilijk om slank te blijven, dat zegt Bert ook.

Rojaal Konijn

Eerst had ik de sportbrokken die Bert en Jip ook hebben. Maar ik kon ze niet goed kauwen, en dus slikte ik ze maar zo door. En dan moest ik spugen. Dat is natuurlijk niet fijn, als je de hele tijd moet spugen. Daarom gingen de sportbrokken in de kast.
Na die sportbrokken kreeg ik andere brokken. Van Rojaal Konijn, ook om af te vallen.
Deze brokken zijn een stuk groter. En lekkerder. Ik vind ze zo lekker dat ik steeds meer wil dan ik eigenlijk mag hebben.
Nu heeft mijn vrouw een bakje neergezet met brokken die ik niet lust. Ik mag van haar niet zeggen van welk merk die zijn, want dat vindt ze niet netjes.
Als ik aan die vieze brokken begin, en er een paar van eet, krijg ik ook een paar van mijn lekkere brokken. Want mijn vrouw zegt dat ik dan echt honger heb, en niet alleen voor de lekker eet.

Honger

Maar ben ik nu afgevallen?
Nee. Helemaal niks.
Mijn vrouw wordt er wel eens een beetje moedeloos van, zegt ze. Mijn man niet. Die vindt dat mijn vrouw strenger moet zijn, en dat ik nog minder brokjes moet krijgen. Maar ik krijg al zo weinig!
Mijn vrouw vindt het moeilijk als ik honger heb, dat weet ik best. Ik zelf ook, eigenlijk. En ik heb vaak honger. Tenminste, dat denk ik. Omdat ik vroeger maar af moest wachten of er eten was, en en wanneer er eten was, en of het genoeg was, heb ik in gedachten nog steeds honger.

Beebiekatje

Dat hadden Pop en Beer ook. Die hadden als beebiekatje te weinig te eten gehad.  Net als ik. Daarom heb ik kromme benen gekregen. Van voed-sel-te-kort, zegt de dierendokter. Pop en Beer lustten altijd nog wel wat ekstra brokjes of stukjes vlees. En raad eens wie ook. (Ja, goed zo: ik natuurlijk).
Mijn Molletje heeft van beebie-af-aan altijd genoeg te eten gekregen, en die interesseerde eten niet echt. Als ze genoeg had, had ze genoeg, en hoefde ze niet meer.

Bewegen

Buiten dat ik graag eet, beweeg ik me ook niet zo heel veel. Ik speel wel, en ik patroejeer natuurlijk elke dag door mijn tuin. Ik klim elke dag een paar keer op het schuurtje, en loop over het dak. Maar verder doe ik graag liggen en dutten en slapen. Ja, en daar wordt je dus ook niet dun van.

Voerpuzzel

Als ik mijn hele zak diejeetbrokken van Rojaal Konijn opheb, krijg ik nieuwe. Van een ander merk. Wie weet dat ik dan weer wat afval. Mijn vrouw blijft hopen dat het lukt. En ze zegt dat ze het graag wil weten als een kat sukses heeft gehad met afvallen, en hoe dat ging.
Maar in de tussentijd heb ik nog iets nieuws gekregen.
Een voerpuzzel.
Ja, dat vroeg ik me ook af, wat dat is.
Toen mijn vrouw het voor me neerzette werd ik zo bang dat ik onder het buro ging zitten. Mijn man wilde helemaal niet dat ik zo’n ding kreeg, en zei dus: Zie je wel! Hij werd er zelfs een beetje boos van, dat mijn vrouw me zo liet schrikken. En hij dacht dat ik de voerpuzzel toch niet ging gebruiken. Het was dus niet zo’n goed begin, met mijn puzzel.
Inmiddels ben ik er aan gewend, en vind ik hem niet meer eng.
Het is een rond bord, met allemaal vakjes en dingetjes die ik kan verschuiven. Daarna kan ik bij de brokjes. Mijn vrouw heeft het voorgedaan, en ik snap hoe het werkt. Ik kan dat wel.
Teeooretiees dan, want ik heb maar een keer aan iets geschoven. En toen moest ik de brokjes ook nog er uit peuteren. Nou, daar begin ik dus niet meer aan.
Gelukkig krijg ik ook nog gewoon wat brokjes, anders zou ik nu al heel dun zijn.

Gezondheid

Mijn mensen weten dat het voor mijn gezondheid beter is als ik een beetje dunner ben.
Maar ze vinden niet dat ik de hele tijd honger hoef te hebben. Dat wil ik zelf ook liever niet.
Ik kan inmiddels wel gewoon wat eten laten staan. Dat kon ik in het begin niet. Toen at ik altijd alles op. Want ik dacht dat ik misschien niets meer zou krijgen.
Nu weet ik dat er altijd genoeg te eten is. Dat vind ik een veilig gevoel. Daarom heb ik ook altijd wat brokjes staan. Voor het idee, dat ik kan eten als ik dat wil.

Slank

En nu zou ik nog graag willen eten als ik dat wil en zoveel als ik wil, en toch slank zijn. Maar hoe dat moet weet ik niet presies, en mijn mensen ook niet.
Dus voorlopig blijf ik Bolle.
Ik vind het wel prima.

kater Bolle over: als je iets vraagt aan je mensen

vraagt

Ik ben een bescheiden katerjongen. Dat komt door mijn verleden, maar ook gewoon door wie ik ben. Mijn vrouw zegt dat ik altijd tevreden ben.

Ja, en waarom zou ik dat niet zijn? Ik krijg alles wat ik wil van mijn mensen, en ik hoef nooit ergens om te vragen. Dat vind ik trouwens ook best moeilijk, om iets vragen.

Uit mezelf

Toen ik net bij mijn mensen woonde, deed ik niets uit mezelf. Dat durfde ik niet.
Als mijn eten op was, wachtte ik netjes tot ik weer iets kreeg.
Als ik op bed werd getild, bleef ik daar zitten. Want ik wist niet of ik er weer af mocht.
Ik pakte nooit zelf speeltjes om mee te spelen. Want ik wist niet zeker of ze wel voor mij waren.
Ik ging nergens in huis snuffelen, en ik klom nergens bovenop. Ik was de hele tijd bang dat ik straf zou krijgen, omdat ik iets fout deed. En straf, dat kende ik nog wel van vroeger.
Ik mocht ineens alles, maar ik durfde niks.
Nu woon ik al meer dan drie jaar bij mijn mensen. Ik voel me veilig.
En toch vraag ik bijna nooit om iets.
Mijn mensen zeggen dat ze nog nooit een kat hebben meegemaakt die zó beleefd is!

Popje

Dat was met Pop en Beer en Mol wel anders, zeggen mijn mensen.
Vooral Popje kon ei-gen-wijs zijn.
Hij wilde altijd dat mijn mensen naast hem stonden als hij aan het eten was. Dat vond hij gezellig. Ook ’s nachts. Hij had wel altijd brokjes staan, maar maakte toch mijn mensen wakker.
Eerst heel lief, met kleine hoge geluidjes. Hij ging over ze heen lopen op bed en heel hard spinnen en kopjes geven. Daarna klom hij op de klerenkast en gooide alle spullen ervan af, één voor één. En als dat nog steeds niet werkte, liep hij naar de snoeren van de lampen en ging daar in bijten en aan krabben. Mijn mensen hebben een soort dik spul om de snoeren gedaan, maar daar krabde Pop gewoon doorheen.
Mijn vrouw vertelde me dat het gevaarlijk is om in elektriese snoeren te bijten. Daar kun je krullen van krijgen, zei ze.
Dus stonden mijn mensen altijd op, als Pop dat deed.
Als Pop het ergens niet mee eens was, rolde hij het kleed in de woonkamer op.
Als hij geen eten kreeg (hij was net als ik, een héél klein beetje te rond) ging hij naar buiten en kwam even later terug met een blaadje, of een takje, of een steentje. Dat gaf hij aan mijn mensen. Die waren daar natuurlijk blij mee, en zeiden “dank je wel, Pop!” Daarna liep hij naar zijn lege etensbakje en keek naar mijn mensen. Dat werkte altijd, zeker bij mijn vrouw.
Pop kreeg altijd zijn zin.

Molletje

Molletje

Mijn Molletje wilde in het begin alleen door mijn man gekamd worden.
Als mijn vrouw haar probeerde te kammen, sloeg ze HOPLA! de kam of borstel uit haar handen.
Best stoer, vind ik eigenlijk wel.
Ze wilde niet dat mijn mensen niesten, of hoestten of lachten. Maar het ergste vond ze het als ze de hik hadden. Daar werd ze boos van.
Als mijn Mol iets niet wilde, of juist wel, ging ze heel hard mauwen. Mijn mensen zeiden altijd dat ze dan ging loeien. Terwijl ze natuurlijk helemaal geen koe was!
Ook mijn Molletje kreeg altijd haar zin.

GroteBeer

Grote BeerGroteBeer wilde niet dat mijn mensen, of andere mensen, op de bank gingen zitten. Als iemand dat toch deed ging hij ze aan zitten staren. Hij sprong op de bank, en deed alsof hij niet had gemerkt dat er iemand op zat. Dan zuchtte hij heel diep, en sprong er weer af. Dat kon hij net zo lang vol houden als nodig was. Daarom mocht er, behalve Beer, niemand op de bank.
Beer sliep in een kartonnen doos, in bed bij mijn mensen. Midden op het bed. Maar soms wilde hij ook náást zijn doos slapen. Dan hadden mijn mensen bijna geen ruimte. Maar Beer liet zich niet opzij schuiven.
Ook Beer kreeg altijd zijn zin.

Priep?

En ik? Ik durf nu soms te laten weten dat ik iets wil. Natvoer, of knuffels, of andere brokjes. Dan ga ik bij mijn man of vrouw zitten, en kijk ik ze aan. Ik maak  hele grote ogen en ik hou mijn hoofd scheef. Ik zeg met mijn hoogste stem “Priep?” En ik beweeg mijn hoofd een beetje, van de ene kant naar de andere maar altijd scheef.
Raad eens wat er dan gebeurt?
Ja, inderdaad. Ik krijg ook altijd mijn zin.

Weet je wat ik denk? Waarschijnlijk hoort het zo, dat je als kat je zin krijgt. Anders zouden mijn mensen dat toch zeker niet de hele tijd doen? Het lijkt me eigenlijk ook wel logies.
Maar volgens mij weten nog niet alle mensen dat dat zo is. En daarom heb ik dit stukje geschreven. Speesjaal voor mensen die meelezen met hun kat.  Dan weten ze nu dat katten altijd hun zin horen te krijgen!