Category Archives: Bolle

Kater Bolle over als je maindfoel bent

mindfoelVorige week was er een dag waarop ik meteen foelde dat het lekker warm werd. In de ochtend scheen het zonnetje al, en ik foelde dat het troopies zou worden. Nog niet die dag. Maar wel binnenkort.

Anders

Ik dacht dat mijn mensen en ik gezellig met zijn drietjes in de tuin zouden gaan zitten en dat ik lekkere soepjes zou krijgen omdat het al best warm was. In de middag zou mijn vrouw of mijn man me borstelen met mijn nieuwe beebieborstel. Dat is een borstel voor mensenbeebies, en er bestaat niks fijners dan dat ik daarmee zachtjes geborsteld word. In de avond zou ik blokjes runderhart krijgen en dan gingen mijn mensen binnen zitten, terwijl ik buiten op stap zou gaan.
Maar die dag werd heel anders. Mijn mensen gingen weg na de ochtend, en ze kwamen pas weer thuis toen het helemaal donker was.
Gelukkig heb ik me de hele dag prima vermaakt. Ik heb veel geslapen, ik heb over de schuurtjes gelopen en ik heb languit in het gras gelegen. Maar niet op mijn rug, dat doe ik alleen als mijn mensen erbij zijn.

Diep van binnen

mindfoelZo gaat dat, je denkt dat er iets gaat gebeuren maar dat is helemaal niet zo. Of je denkt dat iets niet gaat gebeuren maar het gebeurt toch.
Veel mensen mopperen nu over de zon of andere keren weer over de regen. Dat vind ik vreemd, ik snap niet goed waarom ze dat doen. Als kat weet je diep van binnen dat het helemaal geen zin heeft om je druk te maken over de zon. De zon is er of de zon is er niet. Zo simpel is het. En als de zon zin heeft om het troopies te maken dan doet de zon dat. En dat troopiese houdt pas weer op als de zon weggaat. Misschien gaat het dan regenen of sneeuwen, of komt er storrum. Dat weet ik niet en niemand weet dat. Ik hoef dat ook helemaal niet te weten, want wat heb ik er aan?

Gefoel

Ik doe elke ochtend mijn patroeje houden door mijn tuin en daaromheen. Dan foel ik meteen of het koud of warm is. En ik foel aan de lucht hoe het die dag gaat worden, of het nog warmer wordt of dat het koud blijft. Als ik dat eenmaal weet beslis ik wat ik ga doen. Als het regent of koud is ga ik naar binnen, dat is logies. Als het lekker warm is buiten ga ik op mijn stoel zitten. En als het echt keiheet is ga ik in de schaduw van de planten liggen.
Het kan best dat het over vier dagen gaat regenen, maar wat heb ik daar mee te maken? Dat zie ik dan wel weer.

Erfaring

mindfoelIk pas mij aan aan de zon, aan mijn tuin en aan mijn mensen. En als belangrijkste wel aan mijn leif.
Als mijn leif foelt dat het moe is ga ik slapen. Als mijn buik honger heeft ga ik eten. Als ik een koude neus, oren en voeten heb zoek ik warmte op.
Mijn leif is nu een beetje ouder geworden, wegens dat ik seeniejor ben. Dus ik kan sommige dingen niet meer zo goed als vroeger. Ik ben wat sneller moe en mijn leif is niet zo soepel meer.
Maar omdat ik seeniejor ben weet ik meer en heb ik veel meer erfaring. Daar heb ik meer aan dan aan heel lang kunnen rennen of springen, zo zie ik dat. Ik ben er blij mee dat ik seeniejor ben. En trouwens: als ik er niet blij mee was was ik toch ook nog steeds seeniejor.

Dingen die gebeuren

Het leven is steeds anders en je weet nooit van tevoren hoe het gaat worden. Er is zoveel waarover ik niks heb te zeggen, dingen die gebeuren zonder dat ik dat wil of niet wil.
Ik ben gelukkig als dat kan, ik eet als er eten is en ik knuffel als mijn mensen mij knuffels geven.
Als er zon is geniet ik van de warmte en het licht en het zomergefoel, als het regent geniet ik ervan dat ik een huis heb en droog blijf en dat ik met mijn mensen kan knuffelen op het grote bed. Als mijn mensen er zijn is dat het allerfijnste, zeker weten. Zo hoort het nou eenmaal, dat we met zijn drietjes zijn. Maar als ik alleen ben geniet ik van de rust en ik kan alles doen zonder dat ik op mijn mensen hoef te letten. Er staat natvoer en er ligt een berg brokjes, dus ik hoef niet bang te zijn voor honger. En ik weet dat mijn mensen weer terug komen, daar vertrouw ik op.

mindfoelhet mooment

Zo doe je dat als kat. Ik denk niet over morgen of over gisteren, maar alleen over wat er nu is.
Ik kan me zeker weten dingen herinneren, en ik weet ook dat er dingen gaan komen. Maar nu is het nu. Mensen zeggen dat heel raar, ze noemen dat in het mooment leven. Gek hè, want je kan toch helemaal niet UIT het mooment leven?

Kater Bolle over als je iets begrijpt

begrijptAls je als kat gaat samenwonen met mensen zijn er een heleboel dingen die je moet leren. Zeker als je een hele tijd buiten hebt gewoond en slechte herinneringen hebt aan mensen. Zoals ik dus.

Leren

begrijptIk begrijp dingen best snel, al zeg ik het zelf. Ik heb al veel geleerd sinds ik bij mijn mensen ben komen wonen.
Van mijn Molletje heb ik geleerd wat ik wel en wat ik niet mocht in ons huis. Ik mocht eigelijk alles, alleen niet de spulletjes van mijn Mol gebruiken. Dat vond ik meteen logies, haar spulletjes zijn alleen van haar. Ze leerde me ook dat mijn spulletjes van mij waren, want zij gebruikte ze nooit.
Van mijn mensen heb ik ook een aantal dingen geleerd. Wat ze bedoelen als ze tegen me praten, dat ze willen dat ik kom als ze me roepen. Mijn mensen hebben ook van mij geleerd, vertelden ze me. Hoe ik geaaid wil worden en wat ik fijn vind of niet. Dat ze heel rustig moeten zijn met mij en geen grote of snelle bewegingen moeten maken. Daar schrik ik van.
We moesten aan elkaar wennen en elkaar leren begrijpen. En ik moest vooral leren dat ik op mijn mensen kon rekenen, dat ik voor altijd mag blijven.

Vertrouwen

Toen ik net bij mijn mensen kwam wonen was ik heel erg bang voor mensen. Ook voor mijn mensen, ja. Ik wilde ze wel vertrouwen, maar het lukte niet. Ik probeerde het, ik deed eerlijk waar mijn best. Maar de angst zat zoooo diep in mijn lijf en in mijn hoofd dat ik soms dacht dat hij nooit weg zou gaan. Dat dachten mijn mensen ook, hebben ze me later verteld.
Steeds weer dacht ik dat ze me ook zouden gaan slaan of schoppen. Of dat ze me niet meer binnen zouden laten. Dat ik weer in de tuinen zou moeten wonen, net als vroeger.
Ik beet en ik krabde, ook al wilde ik dat zelf niet. Daar kon ik pas na maanden mee ophouden.
Nu bijt of krab ik nooit meer.

Weer bang

Toen ik ongefeer een half jaar bij mijn mensen woonde gaf mijn vrouw me een tik tegen mijn hoofd. We lagen op bed en ze was me aan het aaien. Ze draaide zich om omdat ze dan beter lag maar ik was meegelopen. Toen mijn vrouw haar hand uitstak om mij te aaien gaf ze me dus die tik. Ooo, wat was ik bang! Ik kroop meteen onder het bed, en wilde niet meer tevoorschein komen. Ik was zo vreselijk teleurgesteld in mijn vrouw, ik had het niet van haar verwacht dat zij me zou slaan. Maar toch ook weer wel.
Mijn vrouw moest over de grond schuiven om mij te kunnen aaien onder het bed, en pas na een hele tijd kwam ik er onderuit.
Mijn man heeft me een keertje een duw met zijn voeten gegeven. Hij zag niet dat ik aan kwam lopen en draaide zich om. Toen kreeg ik een schop. Een zachte, maar toch. Ik rende meteen naar buiten en wilde niet meer naar binnen komen, zo bang was ik. Mijn man moest lang bij me komen zitten en zachtjes tegen me praten voordat ik weer mee naar binnen kwam.
Elke keer als mijn mensen iets deden dat ze eigenlijk niet bedoelden en dat ik eng vond was ik weer helemaal bang. Ik dacht meteen Ja, zo zijn mensen, je kunt ze nooit vertrouwen.

Niet ekspres

begrijptInmiddels is dat al lang veranderd.
En toch ben ik soms nog bang. Dat gaat vanzelf, voordat ik erover na kan denken.
Vorige week lag ik met mijn mensen op het grote bed. Ze waren me aan het aaien, en ik liep van mijn man naar mijn vrouw en weer naar mijn man en weer naar mijn vrouw. Ik was keihard aan het brommen en ik was helemaal gelukkig.
Maar toen bewoog mijn vrouw zich en daardoor gaf ze me een duw met haar voet. Ik kreeg meteen een plumoostaart en dook in elkaar. Mijn vrouw zei meteen OOO Bol, sorrie hoor! Kom eens hier, dat bedoelde ik niet zo!
Ze ging over me heen hangen, pakte me heel stevig vast en gaf me een heleboel kusjes.
Ik keek haar aan, tweifelde eventjes en gaf haar toen een lik over haar neus. Dat alles weer goed was, betekent dat. Dat ik wist dat ze het niet ekspres had gedaan. Dat zou mijn vrouw nooit doen en mijn man zeker weten ook niet.
Mijn vrouw was helemaal blij dat ik het snapte, want ze weet dat dat niet altijd zo is geweest.

Begrijpen

begrijptIk heb geleerd dat ik mijn mensen kan vertrouwen.
En ik heb nog iets begrepen. Soms doe ik iets wat ik eigenlijk niet bedoel, en dan kan ik sorrie laten merken aan mijn mensen. Af en toe als mijn vrouw mijn buik aait zet ik heel zachtjes mijn tanden in haar hand, maar daarna ga ik meteen haar hand wassen. Zo zeg ik dat ik het zo niet bedoelde, dat ik niet echt wilde bijten.
Maar ik snap het ook als mijn mensen iets doen wat een vergissing is. Dat ik een duw krijg, of zoiets. Dat is niet ekspres, en het betekent niet dat ze me pijn willen doen.
Ik heb geleerd wat “per ongeluk” betekent.

Kater Bolle over als je oorwimpers hebt

oorwimpers

Bijna elke kat heeft twee oren om mee te horen. Twee ogen om mee te kijken. Een mond of bek om mee te eten. Voetkussentjes en huid om mee te voelen. En een neus om mee te ruiken.

Foelsprieten

Ik zei al, BIJNA elke kat. Want Bas, Bikkel en Bram hebben genoeg aan één oog. Loes heeft geen tanden en kiesen meer, maar eet nog prima. En er zijn best veel katten die niet oorwimperskunnen horen of die niet kunnen zien, dat kan ook. Muzette beivoorbeeld kan heel slecht zien. En mijn Molletje was doof toen ze oud was. Dat geeft niks, je kan net zo goed heel gelukkig zijn.
Ruiken, proeven, zien, foelen en horen. Mensen noemen dat de vijf zintuigen. Dat zijn dingen die je met je lijf foelt.

Wij katten kunnen veel beter horen, ruiken en zien dan mensen. Proeven doen we slechter dan mensen (nou ja, dat zeggen mensen dan die het hebben onderzocht). Om te foelen hebben wij net als mensen onze huid. Die is behaard, als bescherming tegen warmte en kou. Alleen onze voetkussentjes en ons neusdopje (zo noemt mijn vrouw dat altijd) zijn kaal. Het neusdopje heeft bij elke kat een uuniek patroon, net als vingerafdrukken bij mensen. Biesonder hè?
Maar we hebben nog iets biesonders. Foelsprieten.

Snorharen

Dat zijn onze snorharen. We hebben snorharen op allerlei plekken: op onze wangen, boven onze ogen, boven onze mond. En op onze voorpoten, aan de achterkant. Die sprieten zitten aangesloten op zenuwen en zijn daarom heel gefoelig.
Soms nemen mijn mensen een footoo van mij en dan zeggen ze dat ik één en al sprieten ben. Wegens mijn snorharen. Die steken alle kanten uit, vooral de snorharen op mijn wangen. Ik heb best een grote snor. Je snorharen kunnen verschillende kleuren zijn, die van mij zijn bijna allemaal wit. Maar er zitten ook zwarte tussen.
Wij gebruiken onze snorharen om te foelen. Als het donker is kunnen we toch gewoon overal lopen en klimmen en jagen, omdat we alles aftasten met onze snorharen.
De snorharen op onze voorpoten zijn om een prooi te foelen, want van dichtbij kunnen we niet goed zien. Door onze snorharen te gebruiken weten we waar we moeten bijten.
Dat doe ik niet hoor, met mijn snorharen. Ik eet gewoon netjes mijn brokjes en ik bijt niemand. Nou, heel soms bijt ik mijn veren, maar dat mag van mijn mensen.
Als je eet of vecht klap je je snorharen in, dan zitten ze niet in de weg. Als je iemand lief vindt doe je je snorharen naar voren en maak je je snor wijd. Dat doe je ook als je heel nieuwsgierig bent.

Ge-nee-ties

Mijn vrouw dacht eerst dat snorharen altijd net zo breed zijn als de schouders van een kat. Maar dat is niet zo. Sommige katten hebben gewoon kleine snorren, of heel weinig oorwimperssnorharen. Dat is ge-nee-ties.
De grootste snor die ik ooit heb gezien was van mijn Molletje. Ze had eerlijk waar een supermooie snor! Daarom dachten mensen vaak dat ze een kater was. Maar zo werkt dat niet bij katten. Of je nou een jongen of een meisje bent, je hebt altijd een snor.

De snorharen boven onze ogen beschermen onze ogen. Als die snorharen iets foelen doe je ootoomaaties snel je ogen dicht.
We hebben natuurlijk ook nog gewoon wimpers. Ik heb blonde wimpers, zegt mijn vrouw. Bij één oog staan mijn wimpers een beetje naar beneden en kan je ze heel goed zien. Daar krijg ik altijd veel kompliementen van mijn mensen voor, voor mijn wimpers.

Oorwimpers

Maar ik heb nog iets biesonders: oorwimpers. Ik wist geeneens dat dat bestond, maar mijn vrouw zegt dat ik ze heb. Ze aait ze altijd, met een vinger. Het kietelt een beetje aan mijn oor. Ik vind het niet nodig, maar ik vind het ook niet erg.
Mijn oorwimpers zitten aan mijn afgeknipte oor. Het zijn haren die in mijn oor groeien en die aan één kant boven mijn afgeknipte oor uit groeien. Dat is nog niet zo lang zo, want eerst groeiden er geen haren boven mijn oor uit. Toen was mijn oor aan de bovenkant helemaal recht en kaal. Maar nu heb ik dus haar dat er bovenuit groeit.

Veranderen

oorwimpersGek hè, eerst werden mijn oren aan de buitenkant kaal. Dat haar is weer helemaal aangegroeid. En nu krijg ik ineens oorwimpers.
Straks groeit mijn oor weer terug, dat kan best.
Ik wist geeneens dat er nog zoveel kan veranderen aan je oren als je seeniejor bent.

Kater Bolle over als je levende veren hebt

veren

Als je mij vraagt naar mijn favoriete spel hoef ik niet lang na te denken. Ik hoef eigenlijk helemaal niet na te denken want ik vind maar één ding leuk. En dat is natuurlijk het spel met de veer. Dat wil ik altijd wel spelen, dag en nacht.

Ik heb een heleboel veren. Veren van faazanten, veren van pouwen, van kraaien en een hele spesjale gestreepte veer die van mijn vriend Vlo is geweest. Dan heb ik ook nog veren aan een stokje of aan een touwtje en ik heb prachtigmooie veren aan poppetje die ik van Loes heb gekregen. Verder heb ik nu al 12 tasjes om over te surfen, dus ik heb een prima sirkwie.

Levende veren

Maar sinds kort heb ik ook levende veren. En dat is haast nog spannender.

(tekst loopt door onder viediejoo)

In mijn tuin komen best veel vogels. Twee meerels, een meneer en een mevrouw, die vlakbij in een boom wonen en denken dat mijn tuin ook een beetje van hun is. Mijn vrouw zegt dat ze ergens een nestje hebben en dat we vanzelf wel de beebie-meerel gaan zien. Er zijn twee houtduiven, zo heten ze. Ze zijn best groot en heel onhandig. Ze gaan overal zitten waar dat niet kan, en dan vallen ze eraf. Verder zijn er ook vier groene vogels, en soms zijn het er zelfs wel vijf of zes. Ze zijn altijd heel druk aan het roepen en praten.
Mijn vrouw heeft allemaal zakjes met eten voor de vogels opgehangen. De groene vogels, ze heten pa-pe-gaai, eten vooral een soort pitten. Maar o, wat eten ze rommelig! Meer dan de helft ligt op de grond, dat hoort toch niet? Gelukkig eten de duiven en de meerels de pitten die op de grond teregt komen netjes op.

Mijn tuin

Ik vind het prima dat de vogels er zijn. Ik heb weleens gehoord van katten die vogels eten, maar dat kan ik haast niet geloven. Het zijn toch alleen maar veren en botjes die je dan in je mond hebt? Ik laat iedereen met rust, alleen als ze heel brutaal worden ren ik er eventjes op af. Dat het mijn tuin is, betekent dat.

Als ik in mijn tuin wat brokjes of natvoer krijg zitten de meerels al klaar. Wat ik laat staan eten zij meteen op. Mijn mensen waren eerst een beetje zenuwachtig, dat ik de meerels zou vangen. Maar ik doe helemaal niks. De meerels vinden vooral mijn brokjes erg lekker, soms komen ze zelfs naar mijn mensen toe en kijken ze met een scheef gehouden kopje even aan. Mijn man gooit een brokje naar ze toe, maar dat is niet genoeg. Ze willen nóg een brokje en dat krijgen ze.
Zeker weten dat de meerels geen last van haarballen krijgen met al mijn brokjes!

Spelen

verenSinds een paar dagen gaan de groene vogels aan allerlei spulletjes schuiven en knagen. Ze spelen, legde mijn vrouw uit. Soms hangen ze ondersteboven aan het rekje dat bij hun eten hangt, en ze kunnen ook ondersteboven naar beneden langs de planken aan de muur. Ik kan het haast niet geloven wat ze allemaal kunnen doen, het zijn eerlijk waar artiesten.
Ik vind dat superspannend en ga naar ze zitten kijken, vlakbij.
En weet je wat ze dan doen? Ze gaan vlak langs me heen vliegen en ze gaan zich een beetje uitsloofen voor mij. Ze weten dat ik niks doe, dat ik alleen maar kijk.
Dat zijn dus mijn levende veren, mijn nieuwe spel.

Veer

Wat ik wel heel jammer vind is dat ze nooit een veer laten vallen, om mee in huis te spelen.
Misschien moet ik het gewoon een keer heel netjes vragen.
En wie weet kan ik, als ik veel met die veren oefen, straks ook ondersteboven langs de muur naar beneden. Mijn vrouw zegt dat ze al klaar zit met de kaameraa, voor als dat lukt.

Kater Bolle over als je flehmt

flehmt

Katten kunnen heel goed ruiken, dat weet iedereen wel denk ik.  Als kat zijn je oren en je neus belangrijker dan je ogen.

Wij ruiken veel beter dan mensen, wel ongeveer vier keer zo goed. Maar net weer iets minder goed dan een hond. Dat hebben mensen onderzocht. Ik denk trouwens dat dat van die honden niet klopt. Ik merk meteen dat de hond naast mij in de tuin is, ook als ik hem niet zie. Hij weet niet dat ik er ben als hij mij niet ziet. Wie ruikt er dan beter, vraag ik me af!

Snufsnufsnuffen

flehmtWanneer ik in mijn tuin kom ruik ik meteen of er andere katten zijn geweest. Ik ruik welke katten er zijn geweest en zelfs wanneer en hoe lang ze zijn geweest. Ik weet ook hoe ze zich foelden toen ze in mijn tuin waren, door wat ik ruik. Natuurlijk ruik ik ook of er muisjes of andere dieren hebben gelopen.
Soms loop ik met mijn neus door het gras te snufsnufsnuffen. Ik lijk wel een hond, vindt mijn vrouw. Ik maak lange strepen door het gras met mijn neus op de grond. Net zolang tot ik weet wie daar heeft gelopen. Als ik vind dat het iemand is die daar niet hoorde te zijn ga ik snel op mijn buitenweecee plassen. Dat het mijn tuin is, betekent dat.
Ik ga bijna nooit meer op mijn binnenweecee nu het buiten niet meer koud is. Alleen kijk ik af en toe even of er niet misschien iemand anders op is gegaan, je weet nooit. Gelukkig is dat nooit zo, maar voor de zekerheid doe ik even een plas en krab ik ekstragoed in de korrels. Dat iedereen weet dat het mijn weecee is.

Nieuwe geur

In huis ken ik alle geuren. Ik weet hoe het hoort te ruiken en ik weet ook meteen wanneer er iets nieuws is. Toen ik net bij mijn mensen woonde was ik heel erg bang als er iets nieuws in huis was, met een nieuwe geur. Dan rende ik meteen naar buiten. Nu niet meer, nu ga ik er aan snuffelen. Als ik weet hoe het ruikt ben ik er niet meer bang voor.

Vertrouwen

Ik ben wel makkelijk van vertrouwen met geuren, zeggen mijn mensen. Als ze me iets voorhouden strek ik mijn nek en ruik er aan. Als mijn mensen dat bij Pop deden trok hij al meteen een fies gezichtje, zonder er aan te ruiken. Mij Mol dijnsde achteruit, ze noem je flehmtdat. Alleen GroteBeer rook overal aan. Net als ik dus. Ik vind het ook niet erg als mijn mensen par-fum ophebben. Dat doen mensen op zichzelf dat ze lekker ruiken, gek hè? GroteBeer ging altijd kopjes geven aan mijn vrouw op de plek waar ze par-fum op had, hij vond het heerlijk. Hij deed haar dan vaak zacht bijten in haar pols, zo lekker vond hij het. Mijn vrouw zei altijd dat Beer een goede smaak had.
Ik ruik aan alles wat me wordt voorgehouden, maar ik geef niet echt een mening. Alleen als ik het superlekker vind wil ik het opeten of eraan likken. Ik heb een keer aan eis gelikt, van mijn vrouw. Het eis was koud en smaakte heel biesonder. Jammer dat mijn vrouw het zag en het weghaalde. Sjips vind ik ook heerlijk om aan te likken, ze ruiken zo lekker naar fet en zout. Oleiven vind ik spannend om te ruiken, en soms denk ik zal ik er eentje opeten maar dat doe ik toch maar niet.
Datzelfde heb ik met me-loen.

Flehmen

flehmtBehalve dat katten veel beter kunnen ruiken dan mensen kunnen we nog iets dat mensen niet kunnen. Op de footoo kan je zien dat ik dat doe. Ik weet zelf natuurlijk heus wel wat ik doe, maar niet hoe mensen dat uitleggen, dus mijn vrouw vertelt dat nu eventjes:
“Flehmen doet een kat met het orgaan van Jacobson”, zegt ze. “Dat zit in het verhemelte van een kat. Daarom houdt een kat dan zijn bek een beetje open, en zijn neus steekt de lucht in.”
Als ik flehm doe ik een geur proeven, zo is het eigenlijk. Dan weet ik nóg beter wat ik presies ruik.
Mijn mensen moeten er altijd om lachen, omdat het er een beetje dommig uitziet. Zeggen ze.
Als kat weet je wel beter.

Fanielje

Mijn mensen ruiken trouwens ook aan mij. Vooral mijn vrouw. Ze zegt dat mijn buik naar fanielje ruikt, en mijn hoofd naar warme lucht. En mijn voeten ruiken naar mezelf, een beetje droogzoetig. Soms ruikt mijn vrouw dat mijn man me heeft geaaid, omdat de geur van zijn zeep dan aan mijn haren zit. En andersom ook.
Wij hebben een eigen geur, mijn mensen en ik. Die is gemaakt van hoe wij alledrie ruiken, en ons huis en mijn tuin. En dat dan allemaal door elkaar. Dat is voor mij de allerlekkerste geur die er is. Een geur van veiligheid en famielie. Het is de geur van geluk.

flehmtLieve Sparkle

Afgelopen donderdag is Sparkle een ster geworden.
Sparkle antwoordde altijd op de blog. Ze was een mooie, dappere poes. Ze moest altijd veel meediesijnen nemen en deed dat supergoed. Maar nu kon haar lijfje niet meer beter worden.
Sparkle is weer met haar broer Fynn, ze staan vast naast elkaar te twinkelen.
Maar hier op aarde wordt ze gemist. Het meeste natuurlijk door haar vrouw en haar zus Muzette.
Daarom stuur ik ze heel erg veel lieve zachte kopjes om ze een klein beetje te troosten.

Ik zal Sparkle nooit vergeten.
Tot ziens, lieve Sparkle!