Category Archives: Bolle

Kater Bolle over als je er weer bent (zijn laatste blog)

weer

Bolle is begonnen aan zijn reis over de Regenboogbrug. Dit heeft hij kort ervoor geschreven, hij was heel gelukkig met zijn mensen en met ons zijn vrienden. En wij met jou, Bolle. Dankjewel voor al je vriendschap en liefe woorden. Je blijft bij ons horen.


Het ene moment ben je gewoon in je tuin aan het scharrelen, ook al moet je steeds spugen. Het volgende moment zit je zomaar in je reistas.

Spugen

Ik vond het zelf niet nodig, maar mijn mensen waren eerlijk waar in paaniek. Alles wat ik die dag te eten had gekregen kwam er keihard uit, ik wist geeneens dat ik zo keihard kon spugen! En de laatste brokjes wilden er niet meer uit. Ik bleef maar kokhalzen, zo heet dat.
Ook al kwam er niks, mijn tong hing bijna op de grond zo hard probeerde ik de brokjes eruit te krijgen.

Ziekenhuis

Toen we met de trem en de meetroo waren geweest waren mijn mensen en ik in een soort ziekenhuis voor dieren. Nou, dan weet je het wel. Ik werd bekeken aan alle kanten, en er werd een footoo van mijn buik en mijn longen gemaakt.
Na een tijd zei de dokter dat ze wilde dat ik daar bleef loosjeren. Ik wilde dat zelf eigenlijk niet, en mijn mensen ook niet. Maar ze zagen wel dat het nodig was, vertelden ze me later.
Iedereen dacht dat ik een haarbal had die helemaal klem zat, of een grasspriet die tussen mijn neus en mijn keel was gekomen. Dan moest ik geopereerd worden.

Morfien

weerIk was superbang. Iedereen was heel erg lief, maar ik kende ze helemaal niet! Ik wilde niet eten, ik wilde niet naar de weecee, en ik lag helemaal verstopt in een hoek. Ik deed tegen niemand boos, maar ik heb wel een keer geblazen. Dat vond ik zelf best stoer, maar ik werd toch opgepakt en meegenomen. Naar een kamertje waar ik een kale buik kreeg, en iets dat een egoo heet. De dokter schrok toen ze mijn buik en darmen zag. Alles was helemaal dik. Daarom kreeg ik pijnstiller, een hele sterke. En een infuus.
In de middag werd ik in mijn tas gezet, en meegenomen naar een kamertje. Daar zaten mijn mensen! Ik was een beetje stoont, wegens dat ik morfien had gekregen. Maar we hebben zoveel geknuffeld en kusjes gegeven, het was superfijn.

Loosjeren

Na een tijdje werd ik weer meegenomen naar mijn hokje. Ik kreeg wat eten in mijn mond, want ik wilde zelf persee niet eten. En ik moest toch nóg een nachtje blijven loosjeren, erg hè?

Naar huis

weerDe volgende dag heeft iemand nog met naalden in me geprikt. Dat vond ik niet fijn. Toen ze me nog een keer wilden prikken, voor mijn bloed, was ik zo vreselijk bang dat ik helemaal in elkaar dook en me probeerde te verstoppen. Daarom heb ik een heel klein mienie-narkoosje gekregen, een roesje.
In de middag werd ik weer in mijn tas gezet en meegenomen.
Ineens zag ik mijn mensen. En ik snapte dat ik naar huis mocht, samen met mijn mensen.
Ooo, ik was zo vreselijk blij, ik moest trappelen en schuiven in mijn tas. In de meetroo mocht ik met mijn hoofd uit de tas en ik kroop helemaal tegen mijn mensen aan. Ik bleef maar kopjes en kusjes geven. Mijn vrouw deed eigenlijk best een beetje raar, ze riep de hele tijd mijn geheime naam en zei dat ze me nooit meer alleen zou laten. Mijn man was heel stilletjes, hij had natte ogen.

Thuis

Nu ben ik weer thuis.
Ik krijg drie keer per dag meediesijnen zomaar hóps in mijn mond gespoten.
Ik heb iets dat een hele moeilijke naam heeft. Pancreatitis. Dat betekent dat mijn alvleesklier ontstoken is. Raar is dat, ineens ben je ziek van een klier waarvan je niet eens wist dat die bestond. Mijn maag en mijn darmen zijn ook ontstoken. En mijn nieren zijn een beetje ziek.
Maar nu ik die fiese meediesijnen krijg foel ik me piekoo belloo.
Ik spin, ik rol op mijn rug dat mijn kale buik wordt geaaid en ik eet alles wat ik voor mijn neus krijg.

Pootjes

En weet je wat zo biesonder was? De hele tijd dat ik ziek was, en nog steeds, foelde ik van alle kanten pootjes. Die pootjes waren van mijn vrienden en vriendinnen, dat wist ik meteen. Er waren ook sterrenpootjes bij, van mijn Mol en Billy en Vlo. Zoooooveel pootjes…
Mijn mensen foelden dat ook, zeggen ze. Die pootjes die hielden ons overeind, we konden er op leunen zodat we niet omvielen.
En die pootjes hebben gezorgd dat ik me nu zo goed foel, en geen pijn meer heb.
Mijn mensen kregen allemaal lieve berichtjes en telefoontjes en meels, ze moesten er elke keer weer om huilen. Omdat ze het zo vreselijk lief vonden, hoor, niet van verdriet.
Daarom zeggen we alledrie wel een miljoen keer dankjulliewel. En ik geef iedereen heel veel lieve kopjes, ook al zijn ze een beetje kleverig en wankel van de morfien.
Maar ik ben er weer!

Pee Es:weer in het ziekenhuis hebben ze een teekening en letters voor me gemaakt. Die mocht ik meenemen. Ik ga hem altijd bewaren.

Kater Bolle over als je samen bent

samen

De eerste keer dat ik over huiskater Bert hoorde, was toen mijn vrouw op het internet keek naar truuks om katten wat meer te laten drinken. Er was een stukje van een dierendokter over fontijntjes enzo.

De blog

Mijn vrouw moest er een beetje van zuchten want ze wist meteen dat ik bang zou zijn van een fontijn. Allerlei mensen reageerden op het stuk van de dierendokter. Ze vertelden wat zij deden om hun katten meer te laten drinken. Voor hun reaksie stond een klein footootje. Van die mensen zelf dus.
Maar er was één footoo van een roodwitte kat bij, en daar stond naast Ik vind drinken moeilijk. Mijn vrouw moest er om lachen, dat die kat zelf had geschreven in plaats van zijn mensen. Ze ging kijken wie het was. Ik was ook benieuwd. En zo kwamen we bij de blog van Bert terecht.

Als thuiskomen

samenIk was meteen fen. Ik las alles, en ik was zoooo opgelugt dat er een kater was die ook voor veel dingen bang was. Een kater die niet allerlei dingen heel makkelijk deed en bij iedereen op schoot klom. Want ik was toen nog heel bang en mijn mensen en ik wisten niet of dat ooit over zou gaan.
Ik antwoordde op de verhalen van Bert en ik kreeg antwoord van hem. Ik hoefde niet stoer te doen, het foelde een beetje als thuiskomen. Omdat Bert ook voor veel dingen bang was foelde ik me niet meer zo alleen. Voor mijn mensen hielp het ook, dat ze wisten dat ik niet de enige kat was die angstklachten had.

Andere katten

Dat is al best een lange tijd geleden. Bert is niet meer zo heel bang en ik ook niet. Gelukkig maar, want bang zijn is voor niemand fijn. Nu schrijf ik ook al een tijdje zelf op de blog en dat vind ik superleuk om te doen. En doordat mijn mensen mijn stukjes lazen zagen ze dat ik keihard mijn best deed. Ze zagen dat ik niet alleen dingen NIET kan, maar dat ik ook iemand ben die dingen WEL kan.
Ik leerde andere katten kennen. Sommigen schrijven zelf op de blog en anderen antwoorden altijd. Zo kreeg ik er een heleboel vrienden en vriendinnen bij. Wat wel heel verdrietig is: sommige katten van de blog werden een ster. Prinses Katrientje, beebiePop, Vlo, Fynn en Sparkle. Geen enkele ster wordt vergeten, we blijven altijd aan ze denken.

Schrikveer

samenDeze zondag had ik geschreven over dat ik weer zo een schrikveer ben, zo noemen mijn mensen dat altijd. Het hielp mij al om dat te vertellen. Ook al is het best moeilijk om te zeggen dat je soms klein en bang bent. Maar ik wil eerlijk zijn op de blog. Want iedereen heeft wel eens dat iets fout gaat, of dat je bang bent of iets doms doet. Dat hoort er nou eenmaal bij. Ook al ben je als kat nog zo slim toch mislukt er wel eens iets.
En als je je altijd groot houdt, kan niemand je een knuffel geven en zeggen dat het wel weer goed komt.

Antwoorden

Ik kreeg zondag zoveel lieve antwoorden, ik was helemaal blij ervan.
Mijn vrouw had een beetje meegelezen en zijn was ontroerd. Zo heet dat bij mensen. Ze liet het aan mijn man lezen, die vond het ook heel biesonder.
Mijn mensen lezen trouwens niet elke week mijn blog hoor! Ik schrijf natuurlijk voor katten, dat is toch anders. En soms staan er dingen in die gehijm zijn, die alleen katten mogen lezen. Bovendien hoeven mijn mensen niet alles van mij te weten, vind ik. Ik heb tenslotte ook een eigen leven.

Samen

Ik heb geleerd dat je er heel veel aan hebt als je samen bent. Niet alleen met mensen, maar ook met katten. Want samen kan je veel meer dan alleen. Als je samen verdriet hebt heeft iedereen een héél klein beetje minder verdriet. Als je samen bang bent is iedereen een beetje minder bang. En als je samen plezier hebt heb je nog veel en veel meer plezier.
Daarom is delen ook zo mooi. Je gefoelens, je ervaringen, je tips voor het gezond, je aandacht: als je het deelt met anderen komt er altijd iets moois terug.
En er zijn altijd wel katten of mensen die iets weten dat je zelf niet weet, en waar je veel aan hebt.
Dus daarom wil ik deze zondag alle mensen en katten van de blog bedanken. Dat ze mijn stukjes lezen, dat ze meeleven en dat ze mijn vrienden en vriendinnen zijn.
En dat is ook voor de mensen die me op feesboek lezen. Ik kan niet antwoorden, maar ik lees het altijd!

samenHet mooiste woord

Ik ben al weer wat minder schrikkerig, en mijn vrouw is niet meer nerfeus. Ik weet weer dat ik niet alleen ben, maar samen. Samen met mijn mensen en samen met iedereen van de blog.
Samen is het mooiste woord dat er is.
Ik hoop eerlijk waar dat we nog heel lang samen blijven met zijn allen.

kater Bolle over: als je opnieuw moet wennen

wennenVorige week schreef ik dat ik nieuwe dingen durfde. Ik kreeg superveel kompliementen, daar werd ik helemaal blij van. Mijn mensen ook, en ze vonden het fijn dat ik zo lekker in mijn felletje zat.

Ineens herfst

Maar toen werd het zomaar ineens herfst in mijn tuin. Volgens mijn vrouw is het niet alleen in mijn tuin herfst. Dat kan best, maar ik kom natuurlijk alleen in mijn tuin. En daar is het zeker weten geen zomer meer.
Er is steeds heel veel regen, het waait keihard, en er vielen zelfs een keer stukjes eijs uit de lucht. Het is niet meer troopies en ook niet echt warm.
Ik lig af en toe nog wel op mijn stoel, maar ik ben vaker binnen.

Wennen

wennenEn elk jaar is het na de zomer hetzelfde.
In mijn tuin ben ik helemaal blij, ik voel me veilig en vind het zelfs prima als er vreemde mensen op bezoek komen. Die mogen me dan soms gewoon aaien, zo rielekst ben ik dan.
Als ik daarna meer in huis ben moet ik eerst wennen. Ik schrik van alles wat ik hoor. Ik hoor ineens allerlei geluiden die ik een tijd niet meer heb gehoord.

Nieuwe bel

Vanochtend lag ik op de bank, heerlijk te slapen, totdat er een hard geluid was. Wel vier keer. Het was de nieuwe deurbel. Die kregen we bij de reenoovaatsie, dat was verplicht.
Ik rende meteen naar buiten, en ging in mijn tuinhuisje liggen.
Mijn vrouw schrok zich ook de tandjes, zegt ze. Die nieuwe bel vinden we alledrie heel vervelend, maar hij kan niet uit.
Ik bleef in mijn huisje totdat mijn vrouw me kwam halen.

Naar buiten

wennenVanmiddag lag ik op het grote bed en hoorde ik op straat kinderen voorbei komen. Dat komt omdat tegenover ons een school is voor mensenkinderen. Dat weet ik eigenlijk best, maar ik was het in de zomer eventjes vergeten. Eerst was er dat fierus corona waardoor de school dicht was, toen was het vakansie en was ik overdag in mijn tuin. Maar nu is de school weer begonnen. En ik hoorde dus die kinderen.
Ik sprong meteen van het bed af en liep naar buiten.
Deze keer kwam mijn man me halen en hij heeft me, samen met mijn vrouw, nog eens ingestopt op bed. Nu lig ik daar, met de raadioo aan. Dan hoor ik het geluid van de straat niet zo, dat vind ik fijn.

Geluiden

Ik schrik ook van kleine dingetjes. Dat mijn man zijn jas aandoet, of dat mijn vrouw een plestik tas pakt, of dat er op de gang (waar wij niet wonen) iemand hoest.
Ik wist niet meer dat er zoveel geluiden waren, in ons huis.
Over een tijdje ben ik er aan gewend, dan ken ik alle geluiden. Dan weet ik dat er niemand zomaar ons huis in kan komen en dat er niks gebeurd als mijn man zijn jas aandoet.
Maar nu ben ik nog heel schrikkerig en gespannen.

Diep gefoel

Mijn vrouw was er vandaag helemaal verdrietig van. Ze vertelde me dat ze wel eens vergeet hoe bang ik kon zijn. En dat ze soms stiekum hoopt dat dat voorbei is.
Maar zoals ik vorige week al schreef: dat gefoel zit zo diep dat ik er zelf niet eens bij kan. Ik kan er geeneens over nadenken, het gebeurt gewoon. Ik hoor iets en ik ren weg, of ik ga plat op de grond liggen.
Een refleks heet dat, zegt mijn vrouw. Dat is iets dat je ootoomaties doet, zonder er over na te denken.

Wachten

Nou wachten we met zijn drietjes maar af tot het over is dat ik zo zenuwachtig ben. Het komt vanzelf terug dat ik helemaal gewend ben aan het binnen zijn. In de winter wil ik vaak geeneens naar buiten, zo fijn vind ik het dan om binnen te zijn.
Mijn man vindt het moeilijk als ik zo bangig ben, maar hij blijft er rustig onder. Mijn vrouw wordt er nerfeus van, zegt ze.
Dus het belangrijkste is nu dat mijn vrouw en ik weer rustig worden. Maar dat kunnen we, dat weet ik heel zeker.
wennenWant met zijn drietjes kunnen we alles.

Pee Es: ik had dit net geschreven toen ik opnieuw was geschrokken, wegens dat mijn man thuis kwam. Ik liep naar buiten omdat ik zenuwachtig was. Mijn man kwam naar de tuindeur en zei kom je binnen? tegen me. Het regende en waaide, dus ik kwam meteen naar binnen en liep door naar de slaapkamer om op bed te klimmen.
Kreeg ik wéér heel veel kompliementjes van mijn mensen!

Kater Bolle over als je mensen trots zijn

trotsIemand die mij niet kent en die mijn footoo ziet, denkt vast Wat een grote stoere gespierde kater is dat. Echt zo’n kater die nergens bang voor is. Dat hoop ik tenminste, dat diegene dat denkt.

Voorzichtig

Want ik ben misschien wel groot en gespierd, maar ook vaak bang. Veel minder dan toen ik net bij mijn mensen kwam wonen, maar toch schrik ik nog steeds best snel. Gelukkig gaat dat nu altijd snel over. Maar ik blijf heel voorzichtig en vind het moeilijk om om iets te vragen.

Straf

Ik ben ook geen kater die zomaar nieuwe dingen doet. Dat durf ik niet, want door vroeger ben ik nog steeds bang dat dat niet mag. En dat ik dan straf krijg. Ik heb nog nooit straf gekregen van mijn mensen en ze zeggen dat ze dat ook nooit zouden doen. Ook al zou ik aan de bank krabben, of met fiese voeten over het bed lopen of een lamp omgooien. Mijn vrouw heeft me uitgelegd dat ik NOOIT straf krijg, wat ik ook doe. Ik geloof ook dat het zo is. Maar diep van binnen zit nog een bang gefoel van vroeger. Daar kan ik zelf geeneens bij, zo diep zit het. Een gefoel van angst, dat ik weer klappen of schoppen krijg, of met de riem.
Daarom doe ik nooit iets nieuws en ik wil eigenlijk liever ook niet dat mijn mensen iets nieuws doen. Ik vind net als Bert, dat het het fijnste is als alles gewoon zoals altijd is.

Gelukkig is het meestal ook zo dat alles gewoon is.
Maar soms gebeurt er ineens iets vreemds.

Breed lopen

Ik heb vorige week geschreven over dat ik twee ratjes had gevangen.
Nou, alsof dat nog niet genoeg was ving ik ook nog twee muizen. Die heb ik naar mijn mensen gebracht en aan ze gegeven. De eerste muis leefde nog en mankeerde niks. Mijn man heeft een bakje over hem heen gezet en ik kreeg iets lekkers. Toen heeft mijn man de muis op straat gezet, zodat hij weer verder kon gaan met zijn muizenleven. Een paar avonden later kwam ik binnenlopen met een muis. Mijn vrouw is met mij de tuin in gegaan. Ze praatte tegen me en aaide me zachtjes. Toen legde ik de muis voor haar neer.
Deze muis was zo erg geschrokken dat hij een beetje dood was. Dat was niet mijn bedoeling, ik had hem als oefenprooi meegenomen voor mijn mensen. Mijn vrouw heeft de muis begraven in de tuin, en ik kreeg een toch paar lekkere brokjes als dank.
Ik ging een beetje breed lopen, wegens dat ik het best stoer vond van mezelf.

Knuffels

Mijn mensen zeiden dat ik wel een gewone kat leek, die druk bezig is en van alles doet en durft. Ik kreeg superveel knuffels en kompliementen.
Misschien dat ik daarom nóg iets heel nieuws durfde te doen.

Bank

trotsAl zolang als ik bij mijn mensen woon slaap ik op mijn kartonnen ronde ding, mijn kurk. Ik heb een woonkamerkurk en een slaapkamerkurk. Ik heb ook nog twee manden, daar lig ik in de winter wel eens in. Overdag lig ik graag op het grote bed. Of als één van mijn mensen er in ligt. Dat is al vijf jaar zo en dat is ook helemaal presies goed zo.
In de woonkamer staat een hele grote bank. Daar sliepen Pop, Beer en mijn Molletje graag op. Soms met zijn drietjes, soms met zijn tweetjes, of soms in hun eentje.
Mijn mensen zitten bijna nooit op de bank, want daar was dus vijftien jaar nooit plaats. Ze zijn het verleerd om op de bank te zitten, zo noemde mijn man dat.

Piekoo bello

Mijn vrouw tilde mij wel eens op de bank, maar ik sprong er dan altijd heel snel weer af.
trotsEen paar nachten geleden zag mijn man, toen hij wat water ging drinken, dat ik op de bank lag te slapen. ’s Ochtends lag ik er nog, ik lag heerlijk zacht en kon piekoo belloo slapen.
Toen mijn vrouw opstond liet ze me gewoon liggen, net zolang tot ik wakker werd. Toen kwam ze op de grond bij me zitten en gaf ze me kusjes en aaide ze me. Ik moest keihard brommen, het was heel gezellig. Zó gezellig dat ik vergat dat ik zomaar iets nieuws had gedaan.
De rest van de dag was ik buiten, in mijn tuin. Maar mijn man zei dat ik de volgende nacht wéér op de bank lag te slapen. En de nacht daarna ook en die daarna ook.
Mijn vrouw moest de eerste dag de hele dag lachen, zo blij was ze. En ze zei steeds tegen mijn man Wat leuk hè, dat Bol op de bank lag? Dan zei mijn man steeds Jazeker!
Want mijn mensen weten heel goed dat ik niet vaak iets nieuws durf.

Trots

Mijn mensen noemen me nu een lefgozertje en zeggen dat ik praatjes begin te krijgen. Ik weet niet wat dat betekent, maar ze zeggen dat dat ook niet hoeft omdat het een grapje is.
En dat ze trots op me zijn dat ik nieuwe dingen heb gedaan.
Ik ben zelf ook best trots.
Niet heel erg trots hoor, zo ben ik niet. Maar een klein beetje toch wel.

Kater Bolle over als je je mensen verrast. Zonder kadoo.

kadoo

Mijn mensen weten dat ik geen jager ben. Mensen zeggen altijd dat katten op kleine diertjes en vogels jagen maar ik doe dat niet.

Kadoo

Elk jaar heb ik beebievogels in mijn tuin, en elk jaar worden dat volwassen vogels. Ik jaag niet op ze, ik ren alleen eventjes naar ze toe als ik vind dat ze te brutaal worden.
Ik heb ooit een keer een rat gevangen en mee naar binnen gebracht, als kadoo voor mijn mensen. Nou, ik kan je zeggen: dat doe ik nooit meer. Ze lieten hem ontsnappen en zijn toen een uur bezig geweest om hem weer te vangen. Om hem daarna op straat te zetten. Ik was best een beetje beledigd, want ik weet heel goed wanneer een kadoo niet wordt gewaardeerd. En ik vind: graag of niet.

Blij

Mijn mensen zijn best blij dat ik nooit iets vang, want ze vinden dat zielig voor de beestjes die ik zou vangen. Ze weten dat katten dat doen. Popje, Beer en mijn Molletje vingen ook wel eens muizen en vogels. Maar mijn mensen vinden het heerlijk rustig dat ik dat niet doe.

In mijn tuin

kadooEen tijdje geleden lag er in de ochtend, toen mijn vrouw mijn tuin inkwam, ineens iets in het gras. Het leek wel van bont, vond mijn vrouw. Toen ze ging kijken was het een jonge rat. Hij was een beetje dood, want er zat een gat in.
Mijn vrouw heeft hem begraven in mijn tuin, en een paar steentjes bovenop het grafje gelegd.
Ik heb me nergens mee bemoeid en dat had mijn vrouw ook liever niet. Ze was bang dat de rat misschien gif had gegeten en daarom niet meer leefde. Ze was blij dat ik de rat niet had gezien, want dan had ik misschien ook gif binnen gekregen. En daar kan je eerlijk waar heel ziek van worden.
Ze had het er nog met de buurvrouw van de hond over en ze dachten dat het misschien was gedaan door een andere rat of een grote vogel.

Schudden

De volgende dag was mijn vrouw ergens mee bezig toen mijn man ineens naar haar toe kwam lopen en riep Bolle heeft een ratje, zal ik hem eventjes schudden?
Schudden deden mijn mensen wel eens bij Pop. Dan tilden ze hem eventjes van de grond op en deden hem (heel voorzichtig hoor!) eventjes heen en weer. Dan liet hij los was hij gevangen had.
Mijn vrouw dacht na en zei dat dat niet hoefde. Maar mijn man zei al één sekonde later al dat het ook geen zin meer had. Ik had de rat doodgebeten.
Mijn man heeft de rat begraven in mijn tuin.

Overleven

kadooMijn mensen waren helemaal verbaasd. Ze zeiden een paar keer dat ze dat niet achter me hadden gezocht. Nee, logies dat ze dat niet ACHTER me hoefden te zoeken, ik was het toch gewoon zelf geweest. Volgens mijn mensen was ik ook nog eens heel goed in het jagen op ratten. Binnen een minuut was alles achter de rug. Ik rende op de rat af, pakte hem vast, schudde hem eventjes en knak.
Tja, hoe dachten ze dat ik al die tijd in de tuinen had overleefd? Daar moest ik zelf voor eten zorgen voor mij en mijn famielie.

Ouder

Nu heb ik altijd brokjes staan. Spesjale brokjes voor seeniejorkatten die moeilijk lopen. Dus ik hoef niks te vangen, ik kan gewoon naar mijn etenskom lopen.
Het klopt, ik ben wat ouder en ik ben niet meer de snelste.
Ik lust die ratten helemaal niet, en ik geef er ook nooit meer eentje aan mijn mensen.
Maar ik ben en blijf een kat. Dus ben ik een jager.
Maar niet op vogels hoor, eerlijk waar niet.