Category Archives: uit mijn leven

Waarom het belangrijk is dat je goed moet liggen

goed liggen

Waarom het belangrijk is dat je goed moet liggen. Nou dat is heel simpel anders kan je niet slapen. Als ik lig en voel: dit is het niet dan blijf je liggen zonder te slapen. Dus dat moet niet.

Bank

Beneden heb ik een vaste plek om te slapen en dat is mijn kussen op de bank. Soms krijg ik dan een dekentje over me heen, een beetje maar hoor. Is moeilijk voor mij. Ik voel me dan benauwd en bang, net of ik niet weg kan. Dus dan haalt mijn vrouw het weer weg. Als ik op mijn kussen lig, kan ik naar mijn vrouw kijken als ze aan haar werktafel zit. Dus dat is gezellig.

Maar ik heb nou een tweede plek. Die is op het andere einde van de bank. Dan lig ik wel op de bank maar anders. Ik lig dan dichter bij mijn vrouw en ik lig ook nog eens achter een plankenkastje, dus helemaal superveilig.

Alleen, hoe moet ik daar liggen.

Deken

Eerst  had ik een handdoek op een dekbed om op te liggen net als boven op het bed. Dus dat was wel fijn maar toch niet dat ik zeg o wat lig ik hier lekker. Een bed is anders dan een bank. Daar lag het aan. Ik heb het serieus geprobeerd want ik draaide en keerde wel honderd keer om en nog lag ik niet lekker.

Dus de handdoek ging weg. En ik kreeg een deken.

Dat was ook wennen. Want iets anders, dat is toch anders dan je gewend bent.

Wennen

Als ik moet wennen, dat duurt dat zolang het duurt, dat zegt mijn vrouw en volgens mij heeft ze gelijk.

  • eerst liep ik over de deken over het dekbed op de bank
  • o nee, eerst moest ik eraan ruiken en ernaar kijken
  • ik ging op de deken zitten en toen ging ik slapen op mijn kussen
  • en net toen mijn vrouw dacht hij vindt het niks, toen was ik gewend en kon ik op mijn deken lekker slapen

Het is een fijne deken. Ik lig er graag. Maar het allergraagste lig ik op mijn kussen en dat mijn vrouw dan haar arm om me heen legt en zegt dat we altijd en altijd samen blijven.

Loesje vertelt: over vertrouwen…

vertrouwen

Soms lig ik op me paal en kijk ik naar buiten. U weet ik ben een poes met veel emoozie, maar ik denk ook veel na. Over me leven maar ook over me eigen.

Dat ik zelfonderzoek doe, dat helpt bij me eigen ontplooien. Nu ik ook schrijf voor me verkering Bert merk ik dat me vertrouwen best groter is geworden. Vertrouwen in me eigen, ik durf nu meer. Ik durf te schrijven over wat ik meemaak in me leven. Maar ik durf ook me emoozie met u te delen en me gedachten.

Me paal

Deze week heb ik veel op me hoge paal gelegen. Voor me meeditaasie maar ook voor me denken. Hij heb sterke schroeven dus dat U zich geen zorgen maakt dat me paal instort onder me gewicht. Ik vertrouw me paal, ik voel me veilig. En om gelukkig te kunnen zijn is vertrouwen belangrijk. Vroeger had ik geen vertrouwen en was ik niet gelukkig. Hoe ik vertrouwen zie van me eigen wil ik graag met u delen.

Samenwonen

Als je samenwoont is het belangrijk dat je de ander kan vertrouwen. Me vrouw heb me meegenomen uit ze asiel en ik zeg u eerlijk, ik kende haar niet. Maar nu woon ik alweer 10 jaar met haar in me huis. In het begin had ik geen vertrouwen maar ik liet me wel voorzichtig aaien. Ik dacht dan aan me eten. Voor me eigen is eten het belangrijkste. Dus toen me vrouw me eten gaf ging me hartje open en ook me bek. Ik mocht alles zelf opeten! En wat nog belangrijker was, ik kreeg iedere dag eten. Ik kreeg me brokke en me vrouw gaf me ook tonijn. Ik kan u niet in woorden uitleggen wat er toen in me hart gebeurde. Ik moest spinnen en eten tegelijk, maar ik wilde ook kopjes geven van dankbaar zijn. Ik heb toen wel me eten uitgespuugd, ik voelde zoveel emoozie. Me vrouw bleef rustig maar ik wist me eigen geen raad. Moest ik rennen of rollen? Ik was het niet gewend en ik kreeg me eten zelfs iedere dag. Toen heb ik me eerste vertrouwen gekregen. Me vertrouwen dat er eten is en ook dat ik weet wanneer. Dat ik me daar geen zorgen over hoef te maken.

Wennen

Als vertrouwen groeit dan durf je meer. Ik durf bij me vrouw op schoot en ik durf ook op me vrouw te liggen als ze slaapt. Maar u weet ik ben een maatje meer van me eigen dus soms kan me vrouw ze bed niet uit. Ik slaap dan wel heerlijk, hoog en warm. Ik ken me vrouw nu ook beter, ik weet dat ze rustig is dus dan durf ik ook bovenop me vrouw te slapen.
Maar u weet me vrouw moet ook werken, voor me tonijn enzo. Dan is ze er niet en slaap ik met me eigen. Soms ook met Floris of Zusje maar dat is anders. Ik moest heel erg wennen dat me vrouw er soms niet is. Ik moest leren vertrouwen dat ze weer terugkomt en dat ze dan tonijn meebrengt. Als ze weg is geweest moet ik altijd aan me vrouw ruiken, dat ik wel me eigen vrouw terug krijg. Want een andere vrouw wil ik niet, dat heb ik voor me eigen wel besloten. Ik wil bij me vrouw blijven want ik vertrouw haar. Ze begrijpt mij en ze heb ook veel verstand van vis.

Verkering

En ik moest ook nadenken over vertrouwen als je niet samenwoont. Als je verkering heb en je woont ieder in ze eigen huis. Me Bert en ik hebben nu bijna twee en een half jaar verkering en me Bert woont nog bij ze vrouw. Hij heb het goed thuis. Dat vind ik wel belangrijk als je niet samenwoont, dat je wel een goed thuis heb. Ik heb van me eigen ook niks te klagen en me vrouw ook niet.

Katzwijm

Bert en ik zien elkaar iedere dag op ze Feesboek. Me Bert is een bekende katerman, hij heb veel media. Me Bert is een mediakater en dan ben je wel poopulair. Hij heb heel veel fens, ook van ze poezen. Ik zeg u in me vertrouwen, soms ben ik best onzeker. Me Bert hoef maar met ze poot te zwaaien en ze poezen vallen in katzwijm. Ik ben bescheiden en van me eigen ook verlegen. Me Bert en ik praten wel over ze poopulaariteit. Hij zeg dat ik me geen zorgen hoef te maken, dat hij mij heb gevraagd voor ze verkering. Oooh maar als poes in deze wereld, ik heb het toch moeten ervaare. Dat me Bert trouw is en dat ik me Bert kan vertrouwen. Dat ik rustig op me paal kan liggen. Dat niet alleen me schroeven goed vast zitten, maar ook me verkering. En ik kan u wel zegge, me Bert is trouw. Hij kijk misschien wel, want hij is ook gezond door ze sportbrokke. En atleeties. Maar me Bert is nooit ontrouw. Ik voel in me hart dat het goed is. In me hart zijn we altijd samen. Dat is belangrijk, dat je hart het antwoord heb.
Dan kan je vertrouwen zonder dat je altijd samen ben van ze eigen. En als je zo gek ben op iemand zoals ik op me Bert, dan is vertrouwen net zo belangrijk als me tonijn.

Kurzus

Ook had ik nooit gedacht dat ik zoveel vertrouwen in me eigen zou hebben, dat ik me kurzus zou durven geven. Maar me Bert heb me heel goed geholpen en hij heb me vertrouwen gegeven. Ik wist niet dat dat kon, iemand vertrouwen geven maar me Bert weet hoe dat moet. Hij zei, Loes je kan het! Maar ik was onzeker van me eigen en ik had veel spanning. Ik leerde dat het vertrouwen van me Bert, me eigen katerman, me het juiste zetje gaf. En ik kreeg veel steun van iedereen die me oefening meedeed. Ik voelde me vertrouwen groeien en me tonijn smaakte nóg beter. Me vrouw gaf me knuffels en ik kreeg ook Sardiene. Ik voelde ineens ook vertrouwen in me visboer.

Nu is niet alleen me lijf een maatje meer, maar ook me vertrouwen. Me paal kan het dragen. U weet het zijn sterke schroeven die me eigen gewicht kunnen dragen!

Liefs van Loesje

Katrien over: mijn fakanzie in Limburg

katrien

Ja hoor… daar is ze weer. Vandaag ga ik het hebben over mijn fakanzie in Limburg.

Inpakken

Heel lang geleden ging het personeel een keer er een paar dagen tussenuit. En ze namen ons mee. Ze hadden een huisje gehuurd voor een paar dagen, en ze zeiden dat wij meegingen.
Ze wilden niet dat wij (Catoo en ikjes) naar pensjon gingen.
Ze gingen een auwtoo huren voor een paar dagen, want die hadden ze niet.
Dagen van tevoren waren ze al aan het inpakken. Ze zeiden ook steeds dat wij het zo leuk zouden gaan vinden. Oooh? Echt?

Reiskooitjes

Nou… toen kwam vertrekdag. Man had de auwtoo opgehaald en wij werden in onze reiskooitjes gestopt. Ieder apart. Oooh zo raar, want als we naar de dokter gingen dan zaten we altijd samen in de grote reiskooi. Dat was gezelliger dan.
We werden op de achterbank gezet, samen met alle spullen. Via de snelletjesweg kwamen we, na een paar uur, aan in Limburg.
Wij werden als laatste uit de auwtoo gehaald.

Bambi

Alle deuren, op één na, waren open voor ons. We mochten rustig wennen. Er was een muur waar we gewoon doorheen konden kijken. Wat we daar zagen!!! Zo koel!!
Binnen 5 minuten waren we helemaal gewend. We kregen lekker eten en we gingen even uitbuiken. Toen we wakker werden zagen we supergrote dieren door die doorzichtige muur!! Ze stonden hoog op pootjes en hadden stokjes die uit hun kop staken. Ze zagen er bruin uit met wat vlekjes op de rug. Ooooh we herkenden ze, want die hadden we in Bambi gezien!! Sjeeee wat waren die groot!!

Dieren

Toen zagen we andere dieren. Ook die waren best groot hoor. Maar ja… wij zijn minikatjes en dan is alles groot. Sommige hadden blauw in hun verenvacht. Met een lichtere kleur. Anderen waren helemaal bruin. En kwakken dat ze deden!! Niet normaal gewoon. Ze durfde gewoon langs de doorzichtige muur te lopen. Zus en ik stonden ervoor en keken er naar. En we hoorde ze ook. Kwak kwak kwak zeiden ze tegen ons. Wij zaten van huh? Wat? Que? Praat gewoon Amsterdams tegen ons joh!!
Nou… dat deden ze dus niet.

Krulstaart

Toen het aafond werd kwam er opeens een heel raar dier. Die waren rood en ze hadden een krulstaart aan hun achterwerk. En ze hupsten. Dat was zo raar. Wij deden mee met dat hupsen voor de open muur. We hupste over elkaar heen. Het personeel zat te lachen. En die hupsers gingen gewoon vlak voor ons zitten. Ooooh nou… dat ging me te ver hoor.
Ik ging weg daar, liep tot halverwegen de kamer, en toen maakte ikjes een beslissing.
Ik moest en zou er één grijpen. Ik nam een aanloop. Ik was nog sneller dan de snelste sprinter ter wereld. Ren ren ren BOEMKNALLLL!!!
Huh? Was ik gewoon met mijn kopje tegen de doorzichtige muur aangeknald!!
Ik schudde met mijn kopje. Sjohey… echt een knal was dat.
Het personeel pakte me vast en keek me na. Daarna stonden ze gewoon te lachen!!
Dat was dus geen herhaling waard, ook omdat dat hupsertje weg was.

Hupsers

De dagen er na waren, op het insiedentje na, hetzelfde. Wij voor de muur, de dieren aan de andere kant. Ook die hupsertjes.
We genoten er gewoon van. Ooooh konden we maar blijven. Maar helaas, na een paar dagen gingen we weer naar Amsterdam.
Thuisgekomen gingen we in de fensterbank naar buiten kijken. We zagen een duif. Een paar dagen deed ons dat niets. Ze liepen en we keken er verveeld naar. We wilden die hupsers terug. Die waren zo koel.

We zijn er nooit meer teruggeweest. Zo zonde.

Dit was het dus weer voor deze week.
Veel liefs en een kusje

Katrien (ekspediesieprinses van beroep)

katrien

Slapen op mijn kussen in de zon

slapen Slapen in de zon is mijn hobby. Dan ben ik ontspannen en dan voel ik me veilig. Maar het gaat niet vanzelf.

Hond

Volgens mij heeft een hond het gemakkelijker met die dingen. Een hond gaat liggen en ligt goed. Of hij draait even. En dan is het ontspannen.

Dat heb ik helemaal niet. Ik moet over alles nadenken en van alles proberen en soms durf ik het niet. Dan sta ik in de huiskamer en ik weet het ineens niet meer.

Durven

Volgens mij durven alle katten meer dan ik. Katrien gaat als ze zin heeft op nachtkastjes zitten en ik durf niet eens op het aanrecht. Jip durft in zijn klimmeubel met zijn kop omlaag te hangen, dat heb ik zelf gezien op een foto. En Loesje durft op schoot dat doe ik ook al niet.

Serieus aan mijn vrouw ligt het niet. Ze doet me niks. Ik krijg nooit straf en ze is nooit boos op mij. En ik woon hier langer dan drie jaar dus ik denk dat ze echt zo is en ook zo blijft.

Ik wil best meer leren durven maar ik weet niet hoe dat moet. En of ik het kan want ik ben al tien jaar.

Slapen

Als ik in de zon lig en ik slaap of ik doezel, dan is alles in orde. Dan ben ik helemaal warm en slap en tevreden. Het is ideaal als mijn vrouw dan aan haar werktafel zit dan hoor ik haar tikken als ik een beetje wakker ben en dan weet ik zeker dat ze thuis blijft bij mij.

Ik weet dat ik nou atleeties ben en ook rustiger in mijn kop en dat voel ik ook echt. Maar ik ben van binnen nog gewoon onzeker.

Alleen als ik in de zon slaap dan voel ik dat bijna niet.

kater Bolle: wat ik van knuffelen vind

knuffelen

Iedere kat vindt knuffelen leuk. Maar toch niet allemaal. En niet overal. En ook niet altijd.
En dan hangt het ook nog af van WIE met je wil knuffelen.

Dus zo makkelijk en vanzelfsprekend is het allemaal niet.

Kieskeurig

Ik knuffel zelf heel graag. Maar alleen met mijn eigen mensen. En ik zeg eerlijk: ik heb het moeten leren.
Toen ik bij mijn mensen kwam wonen wist ik helemaal niet dat het kon, knuffelen. En ik ben nog steeds heel kieskeurig over wie me aan mag raken.
Vreemde mensen durf ik meestal wel een kopje te geven, en ze mogen me ook nog wel één keertje over mijn hoofd aaien. Maar daar mee is het ook wel klaar. Want ik vind het niet kom-iel-foo dat mensen die niet de mijne zijn, me te lang aaien.

Mijn mensen

Ik heb twee mensen. Een mannetjes- en een vrouwtjesmens. Ik knuffel met allebei. En ik word dubbel geaaid!
Met mijn vrouw knuffel ik meestal buiten in mijn tuin, of op bed.
Buiten heb ik een stenen terras, en als mijn vrouw daar staat en me roept, kom ik altijd meteen naar haar toe. Meestal rol ik al snel op mijn rug, zodat ze mijn pluizige buik kan aaien.
Soms pakt ze dan mijn achterpoten en doet fietsbewegingen. Zo train ik ook nog mijn buikspieren!
In de zomer zitten mijn mensen vaak in mijn tuin, en zitten we met zijn drietjes op het grasveldje. Dat vind ik altijd erg gezellig, en dan ben ik altijd in de stemming om uitgebreid geaaid te worden. Of geborsteld, dat vind ik ook fijn. Als mijn vrouw me borstelt steekt ze éen hand naar voren en die was ik dan, terwijl zij mijn haar doet. Zo zien we er alletwee weer netjes uit.

Wappie

Op bed betekent voor mij ook knuffelen.
Ik slaap, nu het wat kouder en natter is, weer binnen. In de slaapkamer op het grote bed. Als ik dat wil, kijk ik naar mijn mensen en ga bij de slaapkamerdeur staan. Dan lopen ze al met me mee.
Ik wil graag dat ze dan eventjes naast me komen liggen op bed. Eerst ga ik heen en weer lopen over het bed, daarna ga ik op mijn buik liggen, en tot slot soms nog op mijn rug.
En dan wordt ik heerlijk geaaid.
Mijn man zegt vaak: “Steek je nou je tong naar me uit?”, maar dat is omdat ik door het aaien helemaal wappie ben geworden. Zo noemen wij dat. En als ik wappie ben, valt mijn tong vanzelf een beetje naar buiten.
En als ik héél erg wappie ben ga ik wel eens kwijlen. Maar goed, dat hoeft niet iedereen te weten toch?

Eskimoos

Mijn vrouw zei toen ik hier kwam wonen dat ik maar er aan moest wennen dat ik op mijn kop gekust wordt. Ze zei dat ze zich in alles aan me aan wilde passen, maar dat kussen moet nu eenmaal.
In het begin vond ik het eng. Maar ja, in het begin vond ik alles eng. Toen beet ik en krabde.
Maar nu vind het heerlijk om gekust te worden. Precies boven op mijn hoofd.
Mijn vrouw zegt weleens dat ik toch niet voor niks zo’n grote, platte, brede kop heb gekregen. Ik weet het niet hoor, zou dat echt zo zijn?
Als mijn vrouw een kusgeluidje maakt, steek ik mijn hoofd al omhoog en houd het schuin, zodat ze er makkelijk bij kan. En ik kus haar ook terug. Dan doe ik mijn mond een beetje open, en dan wrijf ik één keer links en één keer rechts langs haar neus. Met mijn mond. Zij geeft mij een paar kussen, en dan ik haar. Soms zegt ze dan: “Hè lekker Bolle, heb je net gegeten”. Ja, inderdaad, meestal wel.
Af en toe lik ik ook haar neus. Logisch, die steekt het meeste uit.
Bij mijn man was ik zijn handen elke ochtend, als hij me voor de eerste keer aait. Dan ruikt hij tenminste weer goed. En ik geef hem neusjes, als hij met zijn neus dicht bij de mijne komt. Dan zijn we samen Eskiemoos.

Wassen

Als mijn mensen een bepaalde plek op mijn rug aaien, ga ik me wassen. Elke keer weer.
Mijn vrouw vindt dat heel leuk, dus ze aait me daar meestal een aantal keren achter elkaar.
Mijn man zegt soms dat ze dat niet moet doen.
Maar ik denk altijd ach laat haar maar, als ze dat nou zo leuk vindt.
Mensen kunnen soms vreemde dingen grappig vinden, daar ben ik al lang aan gewend.

 

knufelen

Goed knuffelen

Ik vind aaien van mijn eigen mensen altijd wel prima, maar echt goed knuffelen is meer.
Goed knuffelen is dat je heeeel lang geaaid en gemasseerd wordt, met kusjes erbij, en overal, en heel aandachtig, en dat ik ook kusjes of neusjes geef, of likjes.
Dan ga ik heel hard spinnen, en steek mijn tong uit, en ik kwijl soms (nee hoor!).
Het is dat je bij elkaar hoort, en dat je elkaar lief vindt.

Dat had ik nou nooit gedacht, toen ik nog een zwerfkat was en altijd bang was voor mensen.
Maar nu zou ik het elke poes of kater aanraden, om te knuffelen met een mens!