Category Archives: uit mijn leven

Waarom ben ik zo moe

moe
De dag begint nou steeds vroeger, daar moet ik aan wennen. Want als er licht komt dan ben ik meteen wakker en mijn gefoel zegt nou moet ik iets doen.

Nacht

De nacht is nou ook korter. Dat is raar. ’s Nachts zit ik graag in de vensterbank om naar de lampen van auto’s te kijken die komen dan voorbij. Ik foel me dan ontspannen. Want het geeft rust van binnen. De autolamp komt eraan en rijdt voorbij, elke keer weer. Dat is elke keer hetzelfde dus dat is voor mij meedietaazie.  Ik weet niet hoe lang ik er zit maar wel heel erg lang. Alleen heb ik het de laatste tijd dat het opeens licht wordt en dat is een ander gefoel.

Ochtend

Elke ochtend heb ik mijn vaste dingen. Mijn vrouw uit bed halen, brokjes eten, water drinken, ochtendknuffel, de straat zien, slapen. Alleen als de dag vroeger begint dan doe ik ook meer. Door het huis lopen. Met een potlood spelen. In en uit de vensterbank. Soms ga ik kijken of de deur van de berging open is dat is nooit zo maar je kunt niet weten.

Alleen wat heb ik nou, dat is dat ik zo moe ben.

Lente

Ik heb nog steeds mijn wintervacht dus verharen doe ik niet daarvan kan ik niet moe zijn. En ik heb het gefoel dat de lente komt wegens dat ik meer enerzjie heb. Alleen ik ben overdag best vaak moe. Dan wil ik lange zachte aaiknuffels om te ontspannen en ik wil dutjes doen en lang doezelen en ook slapen en ik snurk, zegt mijn vrouw, maar daar gaat het niet over.

Mijn vrouw zei ook dat ik last heb van voorjaarsmoe maar dat is folgens mij alleen voor mensen. Niet voor katermannen met een wintervacht.

Dus ik weet het even niet. En ik ga gewoon door met slapen overdag en ’s nachts kijk ik naar de autolampen dat is echt heel erg mooi.

kater Dorus over: Had je een fraag, konne je hut mei frage

Dorus
Hajooooo hier benne ik weer. PoinkiepoinkDorus. Waar gaan we hut fandaag oofur heppe.

Nau… een teitje geleede froeg ik juwwie omme fraage in te tuure. Het lijk mij wel weuk om juwwie bjandende fjage te be-ant-woorde.

Doose

Laate we mette de eerst fjaag beginne. Fanne Mefrauwtante Heidi. Waajom hauwe katte fan doose!
Ik fin doose ook weuk. Fooral asse ik se mag sjope. Ikke ben nu al maaaande besig met de doos fanne pietsamaaker. Iedewe keer knaag ik er een tukje af. En ikke kjijg wel te howe fanne Doooorie, stop daarmee. Maar nee… ikke ga gewoon door hihihi.
Mefrauw Heidi: wij katte onstresse gjaag. Daawom wigge we er in. Een kat mette kartonne doos isse bjije kat.
We soeke, inne doos, ook gjaag konttak mette mense.
Asse we inne doos kjuipe foele we ons feiligur. En een doos isse wekker warrum.

Wasse

Tweetst fjaag komme fan Mefrauw Els en Jip. Waarom wasse we ons kontje na het poepe?
Ikke doe dat ook. Dat kom ommedat we dat leert hebbe inne soosjaliesaatiefase. We lere eers alles te ete en pjoefe.
Mense vinde poep fies. En soms ook geurtjes fanne annere. Maar mense finne hunselluf nooit stinke.
Diere finne poep niet fies. We wuiken er selfs aan als we een djukje hebbe daan. Ook wuike we wie er poept hept en we ontlede er bootsgappen aan. Hette is eigeluk een kommuniekaasiemiddel.
In hut kort… mense finne poep fies, en wij katten niet.

Natte kamer

De follegente fjaag isse fan Mefrauw Annelieke en oom Tommy. (Uwes weet wel… die met 2 tjikkies hihihi) Waarom benne ik niet bang foor de natte kamer.
Euh… weet ik niet? Ikke finnut gewoon weuk daar. Fooral asse se in de wegen staan. Dan sjuif ik de doesjgorredein oppesei en loop langs de muur waar hun regenen. Frauw staat dan wel foor de regen. Maar tog glippe er wat stjaaltjes oppe me fagt hihihi.
Ikke lik graag de djuppeltjes fanne muur of floer. Kijk… se moete niet foor de stjaal weggaan. Want dan worre ik kjetsnat en datte isse niet weuk.

Water

De follegente fjaag isse van Mefrauw Dinie. Waarom finne katten stjoment water wekker, en waarom sommige fies water.
Nou… ikke djink stilwiggent water. En sjoms finnik hut weuk omme er met me pootjes in te sjaan. Hihihi. Dan isse de hewe fjoer nat.
Maar niemant weet pjesies waarom katte dit doen. Soms hep een kat een afkeer tege stilstaant waatur.
Katte inne wilt djinke altijt bewegent water. Datte is om te foorkoome sjiek te worre. Sommige djinke stjoment water uite kjaan ommedat dat koeler is.

Boompies

Me jiekie fjoeg mij ook een fjaag. Hoe wei aan boompies moete sjudde om aan beebies te kunne koome.
Oooh jiekie… ditte isse een moeielukke fjaag.
Ikke denk datte we naar een beebieboom moete wope en er missjien langs moete frijfe? Of datte we mette onse aggerpootjes tjappe moete geefe, want mette onse foorste pootjes moete we beebies kunne fange.

Neusje

De katte fanne bazooka hatte ook een fjaag. Waarom woopt ons neusje asse we aan hut tjappele sjijn.
Ikke hep dat nooit. Raar he. Wel as ik aait wort, dan hangt er een kjein pegeltje kweil aan mijn bekkie.
Nau katte… hette isse simpel. Ommedat we ons dan heel fein foele. Uwes foel uwes dat feilig. Dit komp uit uwes beebieteit.

Noepies

De follegente fjaag kom fan Mefrauw Annelies. Waarom ik me mense in de nagt wakker maak foor noepies. En waarom ik niet doorsjaap.
Ooooh ik maak se nooit wakker omme noepies. Ikke maak se aween wakker ommedat ik om 5 uur gewent benne eete te kjijge. En dan wil ikke dat elleke dag. En niet de ene keer 5 uur en de annere keer 7 uur pas.

Ies anners

De follegenne fjaag isse fan me tantes en ooms vanne de bende fan 6. Waarom wille we alleteit net ies anners as onse frauw.
Hmmz, moeiluk hoor. Ikke hep dit pjopleem ook. Ikke peel gjaag en feel. En dan hoort ik weer fan Dooorie, we hebben net al een half uur peelt. Ja? En? Ikke wil weer pele! En wel nu. Sins ik fere hep wil ik eggiewaar elk uur pele. Ikke hep eigeluk nooit sin om niet te pele. Ikke seg, onse mense moete maar teit foor ons maake. Ikke kon nie finne waarom en hoe. Maar oomes en tantes… gewoon doorseuren hihihi.

Aanhankeluk

En as waaste de fjaag fan tante Truke. Offe ik aanhankelijker ben dan Ooma Katrien. Sjijn kaaturs aanhankelukker dan poese?
Oooh tante Truke. Ikke fjoeg het aan frauw. Sei zei datte er een heele werelt fan fursgil in is maar ook weer niet. Raar he? Ooma Katrien sjeen wustiger te sjijn geweest. Maar datte seggende, soms ben ik weer een gwotere knuffel dan Ooma was. Kijk… ikke ben een halfe siemees. En siemeese sjijn rare katte. Wat foor uwes katte norremaal is, isse foor mij raar. Ikke wil awwes wete wat er gebeurt!! AWWES!! Awwes wat uwes katte raar finne, fin ik normaal. Ikke bemoei me met alles. Loop mette me mense mee, asse se me woepe en se woepe Doorie benne ik er al foor se de ie segge.
Ikke benne een djukke kater. Komp ook ommedat ik pas 9 maante benne. Maar, en daar is frauw kort geleede aggergekoomt, ook door me siemees sijn. Wij sjijn gewoon djukker. Ook benne ik wat feller met pele. Ikke bijt en kjap faak. Te faak. Frauw kjeeg fanne iemant een tip om lere hantsjoentjes te djage asse se met mij peelt. Soms sjaam ik me, maar ikke kan er nies aan doen.

Geholpe

Nau… dit ware de fjaage. Ikke hoop dat ikke uwes geholpe hep? En dat ikke de fjage goet be-antwoort heppe. Sjorrie asse het niet sjo is.
Ikke sluit af met een dikke koes
Foor MammaLoes
Toedeledokie

Dorus
 

Soms lukt het gewoon niet

lukt niet

Er zijn katten die van alles kunnen. Net of het vanzelf gaat. Ze kunnen goed springen, ze zijn lenig en daar zijn ze kat voor, zeggen hun mensen dan.  Is elke kat serieus waar zo?

Het bed

Laatst liep  ik met mijn vrouw mee naar de slaapkamer, de nacht was bijna begonnen. Ik ging als eerste de slaapkamer in en zij kwam achter me. Meestal spring ik op het bed maar nou dacht ik: nee, ik moet er nog even onderdoor. Dus ik wilde eronder en wat gebeurt er, BAM  ik knal met mijn kop tegen het bed aan. “Kom nou erbij,” zei mijn vrouw meteen, en ze klopte op het bed. Ik erbij. Ze keek me heel intens aan en ze aaide me zachtjes en ik moest keihard spinnen, vanwege alles, en ik was ook geschrokken.

Het aaien duurde heel lang dat was fijn zo werd ik weer rustig in mijn lichaam. De dag erna keek ze nog steeds heel intens naar me, voor mij hoefde dat niet maar als huiskater doe je daar niets aan. Nou is ze gelukkig weer normaal.

Springen

Op feesboek zie ik katermannen die op het dak springen en die over schuttingen lopen en die doen ik weet niet wat allemaal. Ik ben heel voorzichtig. En ik durf niet veel.

  • er ligt snoep op het aanrecht maar ik vind het eng op daarop te springen, ook toen mijn vrouw er een keer een handdoek had neegelegd en zei kom maar hoor
  • soms gaat het ook een beetje mis met mijn achterpoten als ik op de bank spring dan zet ik snel een stapje en dan is het weer in orde
  • een keer liep ik over de trap en toen miste ik bijna een tree dat was heel eng
  • ik wil gewoon heel zeker weten dat iets mag en dat het in orde is en dan ga ik er over denken hoe het moet en dat kan best lang duren

Gelukkig mag ik thuis zijn zoals ik ben dat is superfijn. Maar als ik die katten op feesboek zie die alles doen en het lukt ook, dan heb ik van binnen toch een raar gevoel over mezelf.

Kater Bolle over als je frummeltenen hebt

frummeltenen
Een tijdje geleden schreef Bert dat hij een kunstje kan: heel presies met zijn voorpoten naast elkaar zitten.

Meteen herinnerde ik me dat hij nog een ander kunstje kan: tongslingeren. Hij kan zijn tong zó ver naar buiten doen dat je het haast niet kan geloven. En dan ook nog in een soort krul, het is eerlijk waar superknap.

Kunstje

Een kunstje is iets moeilijks dat je toch kunt doen. En je doet het ekspres, niet per ongeluk.
Ik kan ook een paar kunstjes.
Ik kan beivoorbeeld mijn tong uit mijn mond laten hangen. Niet zo ver als Bert, maar ik kan het wel lang volhouden.
Een ander kunstje is dat ik heel ver kan springen. Ik lijk soms wel een kikker, zeggen mijn mensen. Ik kan makkelijk twee meter vooruit springen, in één keer.
Verder kan ik nog een koprol naar de zijkant maken. Dat doe ik wel eens als we met de veer spelen.

Tenen

frummeltenenMaar wat ik zelf eigenlijk mijn mooiste kunstje vind is iets dat ik met mijn tenen doe.
Bij mijn achterpoten kan ik mijn tenen wijd doen. Als het heel warm is doe ik dat vaak, want het is lekker koel.
Met mijn voorpoten kan ik mijn tenen in de grond duwen, echt keihard. Terwijl ik gewoon rustig zit of lig. Mijn tenen staan dan helemaal krom en scheef. Ik doe het omdat ik het handig vind, zo kan ik niet omvallen of wegwaaien. Ik krijg er altijd veel kompliementjes voor van mijn mensen, ze noemen het mijn frummeltenen.

Omdat ik een kat ben en geen hond, doe ik die kunstjes alleen als ik er zin in heb. Ik doe ze niet op koomandoo. Daarom lukt het mijn mensen meestal niet om er footoos van te maken.
Maar soms wel. Kijk maar op de footoo, dan zie je mijn frummeltenen. Knap hè, dat ik dat kan?

Over mijn lijf

Al mijn kunstjes kan ik doen omdat ik een beetje vreemd in elkaar zit. Mijn lijf is niet helemaal goed, wegens dat ik als beebie vietaamiene-tekort heb gehad. En omdat ik een inteeltkater ben. Zo heet dat, als je vader en moeder famielie van elkaar waren.
Daarom staan zijn mijn heupen en mijn benen scheef. Dat maakt dat ik zo ver kan springen en een koprol kan maken. En ik kan met mijn achterpoot op mijn hoofd krabben, dat is superhandig.
Het kunstje met mijn tong kan ik omdat mijn mond niet helemaal goed is. Mijn onderkaak is groter dan mijn bovenkaak, en mijn mond kan niet helemaal dicht. Daarom kweil ik als ik ontspannen ben, of als ik eet. En daarom eet ik het liefst van de vloer, dan kan ik mijn brokjes het makkelijkst pakken.

Schever

Mijn mensen zeggen dat ik steeds een beetje schever wordt. Ik slinger meer met mijn achterpoten en mijn tenen worden krommer. Soms als ik loop glijdt een achterpoot ineens naar de zijkant. Gelukkig altijd maar eentje, anders deed ik een spagaat! En mijn heupen zakken wel eens zomaar een beetje naar de zijkant, maar niet zo erg dat ik val.
Je kunt wat ik heb een hendikep noemen. Ik heb er zelf geen last van, want ik ben altijd zo geweest. Het is iets dat bij mij hoort, iets dat mij mij maakt. Mijn mensen vinden het ook prima. Ze zeggen dat ik helemaal perfekt ben zoals ik ben.

Sirkusartiest

Natuurlijk doe je als kat alleen kunstjes als je het zelf wilt. Niet omdat je ze moet doen van iemand anders. Want een kat is geen hond, en ook geen sirkusartiest.
Ik weet zeker dat iedere kat iets heel biesonders kan, iets dat niet iedereen kan. Ook jij! Dat kan zijn dat je op je achterpoten kunt staan, of dat je heel goed kunt eten, of dat je heel hard kunt miauwen. Iets waar je kompliementjes voor verdient, en misschien zelfs wel een snek.
Ik vind het mooi dat elke kat anders is en dat elke kat dus uniek is. Dat elke kat kunstjes kan doen.
En ik vind het nog mooier dat elke kat dat alleen doet als hij of zij dat zelf wil.

Toen Loesje in mijn leven kwam

Loesje

Het is nou Valentijn en het gaat overal over liefde en  ook heel veel zijn er verhalen die ekstra negatief zijn. Ik wil vertellen hoe Loesje in mijn leven kwam.

Feesboek

Toen ik hier een tijdje was, kreeg ik computertijd. Nou, ik op Feesboek daar had ik de andere katten in het asiel over gehoord. En het asiel zat zelf ook op Feesboek. Ik had al best snel een eigen pagina en ik zette er berichtjes over mijn leven op. Met foto’s die mijn vrouw maakte en soms deed ik een selfie.

Feesboek is gaaf. Als ex-asielkater foelde ik me super. Nou had ik een thuis en ook nog vrienden dat had ik nooit kunnen denken.

Poes

Op een dag zag ik een leuke foto van een poes, ze had heel veel wit in haar vacht. En ze zag er lief uit en ook verlegen. Nou moet ik eerlijk zijn over mezelf en zeggen dat het helemaal niet mooi van mij was dat ik haar begon te plagen. Kijken wat ze allemaal wilde doen. Dus ik zei dat ze met haar buik helemaal op de foto moest en dan nog meer buik en ze deed het spesjaal voor mij zei ze.

Van mijn tante kreeg ik toen een standje dat ik te brutaal was met Loesje. Dus daarna deed ik het niet meer maar ik keek wel elke dag waar is ze nou.

En zo snapte ik hoe lief ze was en dat ze iedereen wilde helpen en dat ze heel veel gefoel had, ook voor mij.

Verkering

Daarna wist ik dat ik als katerman wat moest doen en dat deed ik. Toen ik Loesje om verkering vroeg, zei ze ja.

Samen

En nou zijn we dus samen, op onze eigen manier, dat mag als je verkering hebt. Loes heeft haar huis en ik heb het mijne maar we zien elkaar elke dag via de computer en als er wat is dan helpen we elkaar. Dat is verkering. Dat je samen bent op je eigen manier.

Mijn gefoel voor Loesje is heel biesonder dat heb ik nog nooit gehad. Ze is lief en mooi en wijs en zacht en toch gaat mijn gefoel over iets anders, het is meer en dieper. ik kan geeneens zeggen wat het is.

Heppie Valentijn Loes!! Van je Bertje. Nou ben ik nooit meer alleen en jij ook niet want we hebben elkaar.