Category Archives: uit mijn leven

Joep heeft grote plannen

Ken je dat? Dat je over de hele week geen zinnig woord weet te mauwen omdat het van dat flutweer was en je eigenlijk vaker binnen hebt liggen dutten dan dat je iets meegemaakt hebt…

Buiten

Hoewel ik moet toegeven, ik ben toch wel buiten geweest. Vooral als de zon even scheen, of tussen de buien door. Maar het weiland in om muizen te vangen, daar had ik de afgelopen week even geen zin in. De doos in de vriezer tussen de ijsjes en de krentenbollen zit al bomvol met Weilandmuizenbiefstukjes en andere smakelijke delen, dus het was helemaal niet nodig om er nog meer te vangen. Daarbij, de muizen hadden het al moeilijk genoeg met al die regen in het eerste deel van de week…
Nee, ik heb als ‘t even kon voornamelijk in de tuin gezeten of m’n straat- en achterpadcontroles gedaan, want ondanks het slechte weer blijf ik die wel uitvoeren. Maar ook daar was weinig te beleven, hooguit wat tweebeners en andere huisdieren gezien, die een hele goede reden hadden om de straat op te gaan.
En omdat ik overdag best wel wat had liggen dutten wilde ik tegen de tijd dat m’n personeel ging slapen naar buiten. Dat is iets wat ik nog nooit gedaan had, maar na een groot deel van de dag binnen te hebben gezeten leek het me heerlijk om ‘s te gaan ontdekken wat er buiten in het donker gebeurd. Even een frisse neus halen, heen en weer wandelen over het achterpad, wat tuinen inspecteren en dan precies op tijd voor ontbijt weer via het slaapkamerraam naar binnen. Bijkomend voordeel van een paar nachtelijke uurtjes buiten was dat m’n personeel heel gemakkelijk wakker te krijgen was. Een nat kopje of een paar koude pootjes op een arm zijn een prima manier om ze snel wakker te krijgen.

Dutten

En na het ontbijt was ‘t dan weer hoog tijd om nog even te dutten. Terwijl m’n personeel in de woonkamer zat had ik het grote bed helemaal voor mezelf alleen. Ik ben zelfs twee keer onder het dekbed tegen een kussen aangekropen omdat ik koude oren had, dus m’n personeel was even lekker bezig om me te zoeken. Ik mauw dan altijd heel zachtjes als ze me roepen, om ze een klein beetje te helpen. Maar soms spelen ze gemeen en rammelen ze met de snoepjesdoos of scheuren de verpakking van een lekker staafje open, omdat ze weten dat ik dan binnen 0,04 seconden naast ze sta. Ik trap daar elke keer weer in, maar het is altijd de moeite waard.
Gelukkig brak tegen het eind van de week wat vaker de zon door en ben ik overdag ook vaker naar buiten gegaan. Niet alleen om te genieten van de warmte op m’n vacht, maar ook om even uit te waaien. Ik hoefde alleen m’n neus maar in de lucht te steken om te weten wat de buren aten of wie er in de buurt was. En het lekkerste is om dat met m’n ogen dicht te doen, dan lijken alle geuren om me heen nóg sterker.

Feest

Met al dat relaxen in de zon begon ik ook te bedenken wat ik allemaal op m’n feest wilde gaan doen. Want daar heb ik jullie nog helemaal niks over verteld, maar het is een idee dat ik een paar weken geleden ineens in m’n kop kreeg na een geweldig gezellige dag met vrienden, toen ik waarschijnlijk iets te diep in een glaasje catnipwijn had gekeken…
Ik heb helemaal geen ervaring met het organiseren van een feest en eigenlijk is m’n tuin veel te klein als jullie allemaal willen komen. Maar ik denk erover om aan de overbuurvrouw te mauwen of we een paar partytenten in haar weiland mogen neerzetten. En als ze dat goed vind dan wordt het dus geen tuinfeest maar een weilandfeest.
De voorlopige datum is zaterdag 27 juli, tegen die tijd is de regen hopelijk alweer weggetrokken en schijnt de zon volop.
O, en ik ga geen persoonlijke uitnodigingen sturen naar jullie, al m’n katten- en hondenvrienden zijn welkom. Ook jullie katten- en/of hondenhuisgenoten mogen natuurlijk meekomen, maar andere huisgenoten met een vacht, verenkleed, schubben of schild kunnen helaas niet mee omdat dat wat praktische problemen en veiligheidsrisico’s geeft.
Het gaat niet alleen een feest worden om elkaar te ontmoeten, bij te mauwen of te blaffen onder het genot van een hapje en een drankje. Wie zin heeft kan zich inschrijven voor de workshop ‘Slootsnorkelen voor beginners’ (die ik zelf ga geven), en ik hoop nog een paar vrienden te strikken voor het geven van de workshops ‘Weilandmuis vangen in de Praktijk’, ‘Koken met Kattenkruid’ ‘Legaal Bankroven’ en ‘Leeuwentemmen voor Beginners’.
Als je zelf iets heel erg goed kunt wat je anderen ook graag zou willen leren én je hebt op zaterdag 27 juli tijd om te komen, mauw of blaf dat dan even aan me door zodat ik het programma kan maken.

Senioren

Verder heb ik het plan om ook nog wat sport- en spelevenementen toe te voegen, waaronder een behendigheidsparcours voor katten en honden, graafwedstrijden en een hordenloop.
Maar ook aan de oudere gasten wordt gedacht, want er komt een aparte tent waarin de senioren hun wijsheden kunnen doorvertellen aan de jongere gasten, een geluidsdichte loungetent om heerlijk te dutten en een waterbar om lekker rustig bij te mauwen of te blaffen.
En ‘s avonds is er een grote barbecue en een kampvuur om snekkies op te roosteren. Ik zit er zelfs aan te denken om slaapplaatsen te regelen voor diegenen die pas op zondag terug willen naar huis, als daar belangstelling voor is.

Allemaal grote plannen voor het feest, dus kijk in je agenda of je er zaterdag 27 juli bij kunt zijn. Over vervoer ga ik nog even nadenken, maar mocht je daarbij willen helpen, laat maar weten.
En wil je zelf een workshop geven, hou je niet in om je kennis en ervaring te delen.

Stevige poot, zachte kopjes en hopelijk tot ziens op ‘t feest!

Joep.

Slaap ik boofe of beneden

Bijna de hele week heb ik boofe op bed geslapen. Voor de gezelligheid. En ook voor mijn gefoel van feiligheid omdat er herriemannen in de straat waren. En het lukte ook omdat ik weer van die mobiele brokjes op had, tegen de artroosie.

Rust

Ik weet niet presies wat er is gebeurd maar de laatste dagen maken de mannen minder herrie. Misschien snappen ze eindelijk dat het niet hoort. Dus mijn gefoel is ook rustiger. En soms ga ik oferdag gewoon in de vensterbank, maar niet de hele tijd en alleen als er één man is. Dat kan ik nou.

Gloep

Gisterafond had ik als alteit de afondknuffel met kriebels op mijn buik, en liefe woordjes en een heel klein beetje kammen, en daarna ging ik niet naar boofe.
Ik stapte in mijn doos en daar lag ik zo warm en goed, daar ben ik bijna de hele nacht blijfen liggen en slapen. Alleen toen ik wist, ik moet ofergeefe, toen ging ik naar boofe. Daar deed ik GLOEP en het was eruit. Mijn vrouw ging mee naar beneden en we deden knuffels op het matje tot ik foelde ik kan weer ferder. Zij weer naar boofe en ik wilde weer in mijn doos dus dat deed ik.

Knuffels

Het werd ochtend, de dag begon en mijn vrouw kwam de huiskamer in. Dan krijg ik de ochtendknuffel, mijn snek met de pil tegen artroosie-pijn en mijn bord met eete om mee te beginnen. Ging helemaal goed.
Alleen erna zei mijn gefoel: je hebt keihard feel knuffels nodig en wel meteen.
Dus ik bij de werktafel van mijn vrouw staan. Knuffels.
Eefe later had ik weer knuffels nodig. Ik weer naar mijn vrouw. En het gebeurde de hele ochtend dat mijn gefoel zei van knuffels en nou meteen, ik werd moe van mezelf.

Mijn vrouw zei toen dat mijn batterij knuffels leeg was, ook door het GLOEP maar ik heb geeneens een batterij. Wel snap ik dat het te maake heeft met boven slaape. Dan heb ik gezelligheid en ik begin rustiger aan de dag. Alleen ik slaap in mijn doos zo fijn. En die hoort beneden.
Dus ik moet nou nadenken waar ik ga slaape, boofe of beneden, en ik weet het nog niet.

Joep heeft een groot succes

Van m’n moeder, die nog altijd op het platteland woont, had ik al jong begrepen dat ik later muizen zou gaan vangen. Omdat dat nou eenmaal iets is wat katten doen, als ze de kans krijgen. Jagen zit in onze natuur en dat krijgt niemand er uit. En muizen vangen, daar schijnen tweebeners niet zoveel moeite mee te hebben omdat de meesten geen fan van die diertjes zijn. Maar vogeltjes, da’s een heel ander verhaal. Daar kan ik beter van af blijven volgens m’n personeel.

Babykitten

Dus dat ik later ook muizenvanger zou worden stond eigenlijk al vast toen ik geboren werd. Maar hoé ik dat zou moeten worden, dat heb ik nooit van m’n moeder geleerd. Ze mauwde alleen dat als ik daar klaar voor was, ‘t vanzelf wel zou komen.
Als babykitten was ik best wel goed in pootballen, dus toen ik wat groter werd heb ik nog even overwogen om me aan te melden bij het Nationale Kattenteam voor een opleiding om professioneel pootballer te worden in plaats van muizenvanger, maar ik kwam er al snel achter dat zoiets helemaal niet bestaat. En wat moet je dan met je jonge kattenleven, behalve eten, drinken, dutten en spelen? Daar is natuurlijk helemaal niks mis mee, maar als opgroeiende kitten wilde ik toch meer uit m’n leven halen om ergens op terug te kunnen kijken als ik later Seniorkat zou zijn.
En muizenvanger zou zeker hele mooie verhalen kunnen opleveren om aan volgende generaties kittens door te mauwen.

Ik begon binnenshuis alvast te trainen om m’n speelgoed te besluipen en te grijpen en dat leek bijna vanzelf te gaan, precies zoals m’n moeder gemauwd had. Misschien was ik klaar voor het échte werk. Ik wilde als kitten ook eigenlijk gelijk al naar buiten. Urenlang heb ik in de vensterbank gelegen en voor de buitendeur gezeten, maar m’n personeel mauwde met de nodige gramaticafouten dat ik eerst ‘geholpen’ moest zijn voordat ik de buurt mocht verkennen. En wat ze daarmee bedoelden begreep ik pas tegen het eind van de winter…
Nadat ik nog een maandje binnen was gebleven zwaaide op een mooie dag de tuindeur wijd open en mocht ik eindelijk naar buiten. Mét personeel, maar zonder de lijn met m’n tuigje. En ik moet zeggen, ik vond het best wel een beetje eng hoor, ik schrok van alles dat bewoog en ik moest wennen aan de geluiden en geuren om me heen. De tuin was wat mij betrof al groot genoeg om voorlopig mee te beginnen.
Maar al snel ontdekte ik het achterpad, helemaal vanaf de schuur van m’n buren langs de rest van het huizenblok. En daar kon ik heel hard rennen, om m’n conditie op te bouwen. Ik leerde klimmen op de schutting, m’n evenwicht bewaren op de plank die daar boven lag en ik begon op vliegen te jagen. Niet dat die écht lekker waren, maar ik kreeg ze wel te pakken…

Cursus

Al snel had ik de weg naar het weiland gevonden, en ik voelde gewoon dat daar muizen moesten wonen. Maar hoe ik die te pakken kon krijgen, daar had ik nog geen idee van.
Gelukkig wilde Luna Poes haar ervaring op FB delen, en ze bedacht de cursus ‘Hoe vang ik een Weilandmuis?’ in 12 lessen. Daar heb ik heel erg veel aan gehad, en ik heb alle lessen ontelbare keren in het weiland geoefend. Ik wíst na de cursus gewoon dat ik het in me had om een hele goede Weilandmuizenvanger te worden, maar ik kon ze gewoon nergens vinden…
Even begon ik zelfs te twijfelen of ze wel echt bestonden. Maar het was te leuk om niet door het weiland te struinen, en van heel hard rennen door het gras kreeg ik een steeds betere conditie. Mocht ik ooit een muis tegen komen dan wist ik uit de cursus wel wat ik moest doen.
Maar ondanks de lol die ik in het weiland had, kwam ik na weken jagen nog steeds zonder muis thuis. En dat was best wel een flinke tegenvaller voor een aankomende Weilandmuizenvanger…

Samen

Gelukkig kreeg ik van mijn vriend Japie de uitnodiging om samen Zilte Zeemuizen te gaan vangen. En daar hoefde ik helemaal niet over na te denken, dus ik mauwde meteen dat ik graag wilde komen. ‘t Was precies wat ik nog nodig had, om met een ervaren jager in praktijk te brengen wat ik in theorie al van Luna Poes had geleerd.
Dat viel in ‘t begin best wel een beetje tegen. Als oudere kitten wilde ik te snel en te graag laten zien wat ik al wist, maar de ervaring van Japie leerde me vooral dat ik rustig en geduldig moest zijn om niet alleen te jagen, maar ook te vangen.
Het uiteindelijke succes van die middag met Japie heb ik in de vorige blog al gemauwd, dus daar weet je waarschijnlijk al van. Japie had er veel plezier in om zijn kennis ook te delen, en ik ben er trots op dat ik nu eindelijk ook muizen heb kunnen vangen.
Het duurde echt wel een paar dagen voordat ik na m’n Zilte Zeemuisavontuur weer met alle vier m’n pootjes op de grond stond en vol goede moed het weiland achter m’n huis weer in ging. Nu wist ik precies wat ik moest doen, maar vooral laten.
En het duurde dan ook niet lang voordat ik een echte Weilandmuis gevonden én gevangen had.

Vol trots liep ik het weiland uit, muis in bek, naar m’n personeel dat bij het hek stond te roepen dat het al ver na bedtijd was, en ik legde m’n allereerste Weilandmuis voor hun voeten. Ze begonnen bijna te juichen en huilen tegelijk, ik kreeg aaien en complimenten en natuurlijk moest Junior dit moment vastleggen met heel veel foto’s en filmpjes. Maar omdat het al donker was zijn die bijna allemaal mislukt.
Gelukkig heb ik er wel een mooi verhaal aan overgehouden om later, als ik een oude kater ben, te kunnen doorvertellen…

Stevige poot en zachte kopjes,

Joep,

Allround Muizenvanger

De herrie-mannen in mijn straat

Op een dag werd ik wakker van keiharde geluiden in de straat en ik wist: nou zijn er mannen. Weeges vrouwen maken andere geluiden. En ze hebben niet van die schreeuw-stemmen.

Met herrie in de straat durfde ik niet meer in de fensterbank. Ik dacht dan zien ze me en wat dan, het was een gefoel van bang van nog froeger toen ik op straat moest wonen, oude gefoelens kunnen heel lang er zijn, dat weet ik zelf.
Dus ik bleef in de kamer.
Het was ook erge herrie. Er kwamen steigers vlakbij het huis, hele hoge en mijn vrouw zei niet tegen ons huis maar ik wist het helemaal niet zo zeker.

Pas ’s avonds toen ze weg waren durfde ik te kijken. Aan de oferkant waren de auto’s weg en daar stond nou een huis dat hadden de mannen voor zichzelf gemaakt. Dus daar gingen ze nou elke dag in wonen.
Mijn vrouw ging met ze praten en over de mannen telefoneren en meelen en toen wist ze dit duurt lang en als het lange voorbij is dan gaan ze weer weg. Wanneer presies weet niemand.

De eerste dagen bleef ik bang echt waar. Al die herrie, dat was gewoon te moeiijk. Alleen ik wist wel, de straat is ook van mij en als er zon is dan wil ik ook in de fensterbank kunnen liggen.
En toen gebeurde het zomaar op een middag.
Bijna alle herriemannen waren weg, dat hoorde ik. Er was nog een man, die hoorde ik lopen. En ik wist opeens van binnen, nou moet ik flink zijn en dat was ik want ik sprong gewoon in de fensterbank, keek, daarna liep ik naar mijn kussen en toen ik er zat keek ik naar die man en toen mijn vrouw riep “Bertje wat goed” keek ik naar haar en zo kwam ik op de foto.

Ik ben nou dus aan het oefenen met flink zijn. Veel herriemannen tegelijk kan ik niet. Eentje wel en misschien twee ook, of drie. Mijn erfaring is dat flink zijn betekent dat je moet oefenen en ook dat je steun van thuis nodig hebt en dat heb ik ook.

Leootje: Stan is alle dagen heel druk

Ajooo liefe allemaal!
Hier is Leootje weer fanuit de pragtege stat fan Den Haag!
De tweefoeters zijn druk geweest joh!
Se hebbe feel spulle in kratte meegenoome smorreges heul froeg en se kwaame sonder spulle en heelemaal moe laat in de middag weer terug!
Fre der kaamer is ook bijna heelemaal leeg!
Geen plestiek en eelastiek meer op de gront en geen auwe sok meer om mee te speele.
Wij finde het saai.
Fre is tros op der eige en de tweefoeter sijn ook tros op haar weeges der kaamer is op-geruimt.
Ik ben toen se allemaal so druk aan het loope waare lekker in een leege krat gaan sitte gewoon omdat het kan.
En Chester sat lekker hoog in de krappaal weeges hij was bang dat se ginge struikele oofer hem.

Balkon

En de tweefoeters hebbe ook nog gedaan wat of te dat ik fan se froeg:
Se hebbe fanaf beneede het keuke-balkon gefootoograa-feert weeges ik wau jullie laate sien hoe of te dat se dat in mekaar hebbe geset foor ons!
We kunne nu gewoon op allebij de balkons!
En bij het keukebalkon sijn de tuine dus daar loope beneede andere katte en er sijn onwijs feel foguls!
Soms sitte we der allefier, soms doen we omstebeurt.
Tiga en Simon sijn fan de in-spek-zie en die sijn altijt elleke dag eefe op het balkon weeges de konterolle.
Se sijn heel blij dermee en omdat we een ekstera stukje fan het huis derbij hebbe is het nau groter en kunne we weer niewe liefelings-plekke maake foor ons-zellef.
As de balkondeur oope is weeges het reegent en het waait niet dan sit Tiga het liefste daar buite.

Niet alleen de tweefoeters waare druk.
Ik was ook druk weeges ik hat een interfiew geplent met alweer een inwoner fan het Katshuisch!
Deese keer wilde ik de kleine grappege Stan interfiewe weeges hij heeft heele inter-res-sante pootjes!
En het is egt heus waar een heele liefe knul, der sit geen kwaat in egnie alleen…
Hij… is … een … beetje.. Alle..Dagen..Heul..Druk!!
Toen ik klaar was met me interfiew kon je me opfeege egt heus waar!
Hoe dat kwam leese jullie hieronder.
Pak je snek, pak er nog één en ga lekker sitte en fermaak je met soofeel onsguldige blijtsgap.
Hier is… Stan de Man!

Stan

Leo:
Ajooo liefe Stan de Man!
Ik heb heeeel feel fraage aan jou.
Ga lekker sitte.
Ik mogt snoepies meeneeme uit de snoepiestrommel fan Ome Joop de Koning.
Wil je er ook een paar?

Stan: “Ja ja ja ja ja ja, snoepjes, ja ja, snoe, ja ja jajajajajajjaja”

Leo: Assebief!
Stan: “…..” (mond vol)

Leo:
Mijn tweefoeters segge se hebbe je footoos gesien fan toen je nog heeeel klein was en in de kitten opfang sat.
Wil je daar iets oofer fertelle?
So as:
Waar was je met wie en en wat is der gebeurt dat je naar de kittenopfang moest?

Stan:
“Ik was net geboren, geboren, net echt, geboren dus.
En nog zo klein, megaklein, echt heel klein, zo klein zelfs dat ik nog niet eens bij mijn moeder had kunnen drinken.
Dus miste ik de eerste, het allereerste drupje, zo lekker drupje moedermelk die zo belangrijk is tegen ziektes.
Ziektes ja, van die enge dingen.
Ziek zijn.
Niet leuk.
Ziek zijn.
Gelukkig was mijn broertje er ook.
Broertje. Lief broertje. “

Leo:
Wat was jouw naam in de kitten opfang?

Stan:
“Sambal hahahhahah, Sambal…Sambabal, Sambaballie.
We hebben wat gelachen over mijn naam.
Leuke naam. Grappige naam. Die naam.”

Leo:
Wat weet je nog fan de kitten opfang?

Stan:
“Ik ben een vrolijk ventje hoor.
Mij krijg je niet klein.
Ik zing vaak.
Ik ben vandaag zo vrolijk, zo vrolijk, zo vrolijk.
Ik ben vandaag zo vrolijk, zo vrolijk was ik nooit!
Hahahah.
Ken je dat liedje?
Is van Herman van Veen, van Alfred Jodocus Kwak.
Grappig die Kwak.
Alfred Jodocus Kwak.
Heel grappig. Zo vrolijk.
Echt heel vrolijk”

Leo:
….. ehm.. ok folleges mij dwaalt ie af..
Ehem. Stan, fent. Frientje.
Kijk eefe naar mij.
Hier ben ik. Ja goetso.
Follegende fraag:
Waarom ben je naar het Katshuisch gebrag?

Stan:
“Ik wil graag wereldkampioen op de 100 meter vrije muis worden, maar ik had kromme voorpootjes. Echt jongen, krom die van mij.
Niet normaal.
Krom als een rotonde.
Zo krom als een handboog.
Wil ik ook nog op; handboogmuizen.
En in het Katshuisch maken ze alles wat krom is weer recht.
Rechtdoor. Rechtop. Recht door zee.
Rechtsaf. Echt kei recht.”

Leo:
Weet je nog hoe dat ging?

Stan:
“Dat ging al best een tijdje hoor.
Eerst waren ze nog krom, lieten ze me slapen, stonden ze recht.
Bam! Ineens.
Keigaaf.
Maar mijn spieren, pezen en botten snapten nog niet echt wat er gebeurd was.
Die moesten nog wennen.
Zoals ik ook moest wennen.
Wennen duurt altijd veel te lang vind ik.
Wennen moeten ze eigenlijk verbieden.
Ja, verbieden dat wennen.
Ja. Nu zijn we een paar maanden verder en mag ik bijna in training voor het NK 100 meter muizen. Want eerst het NK, dan het EK en dan het WK.
Opbouwen noemen ze dat. Opbouwen duurt ook te lang.
Moeten ze ook verbieden. Ja. Verbieden.”

Leo:
Was je bang?

Stan:
“Ik heb het nu wel gehad hoor.
Dat mag ik je eerlijk zeggen. Ik ben altijd eerlijk trouwens.
Ik heb een hekel aan niet eerlijk. Eerlijk duurt het langst.
Maar mijn tweevoeter zegt dat ik nog heel even door moet zetten.
De laatste loodjes wegen het zwaarst zei ze me.
Nou, ook dat moeten ze verbieden; laatste loodjes.
Ik heb al een petitie online staan; No More Laatste Loodjes.
Tekenen zou ik zeggen. Met een handtekening.
Niet met een tekening van een boom of zo.
Of van een kat.
Hoewel ik plaatjes van katten altijd wel heel mooi vindt.
Wat vroeg je me ook alweer?
O ja. Klaar met mijn poten in het verband. Klaar.
Zoals een kip na twee uur in een braadpan. Klaar.”

Leo:
Folleges mij was tie niet bang, daar zei die niks oofer.
Het sal wel..
Nou heb ik trek in kip, potferdoorie..
Ennieweej.
Stan. Kijk me es aan, ja dat was een flinder.
Heel mooi.
Hier ben ik.
Folgende fraag kerel, we sijn bijna klaar.
Hoe hebbe se gesorreg dat jij je tuis-foelde?

Stan:
“Mijn tweevoeter is zo lief.
Ik ben op haar. En we knuffelen wat af hoor.
Heerlijk zoals ze door mijn haren strijkt.
Dat is dan ook het enige wat ze strijkt hhahahah.
Wat ben ik toch een grapjas.
Altijd alles van de zonnige kant in zien.
Zien is gaaf. Ben blij dat ik niet blind ben.
Mijn aangenomen broers en zus zijn dat wel.
Danny Blind, Yvonne Blind en Rob.
Zo blind als een vink. Of zijn die niet blind?  hmmm…moeilijk moeilijk moeilijk.”

Leo:
Wie fan de bewooners sijn je beste friende en waarom?

Stan:
“Gaaf. Gaver. Gaafst.
Ik vind ze allemaal gaaf. Ik lig ook gewoon met iedereen.
IEDEREEN.
Maakt mij niets uit wat ze van me vinden.
Ik vind hen namelijk altijd geweldig.
Ik speel vaak met Puck. Of met Rob.
Of met eigenlijk iedereen die ik tegenkom.
Maar mijn tweevoeter, daar knuffel ik het vaakst mee.
Heerlijk knuffelen! Knuffelen is gaaf, gaver, gaafst.”

Leo:
Doe jij feel speele en wat speel je dan?

Stan:
“Hou op, schei af. Speel je feel?
Man, ik leef ervoor.
Ik ben in topconditie ondanks dat ik wel veel last heb van mijn neusje.
Gek ding hoor, ik nies wel eens wat bloed.
Daarom stopte de tweevoeter afgelopen week een staaf erin.
Zo. Bam. In mijn neus.
Ze draaide het rond en heeft het opgestuurd in een speciale zak.
Ze zei dat ze wil weten wat er in mijn neus zit.
Dat vond ik raar.
Dat doe ik toch ook niet bij haar.
Daarom lik ik haar wel heel veel af, en ook in haar neus.
Wat je zaait zal je oogsten.
Toch? In mijn neus.
Hahahah. Soms ziet ze ze echt vliegen.
Weet je trouwens wie ook heeft gevlogen?
Puck, mijn vriendje.
Echt jongen, vanuit Spanje.
Gewoon bovenin de lucht.
Kei hoog. Zo hoog, ik zag hem niet eens.
Kan je nagaan. Zo hoog.”

Leo:
Wat heb je tog om je poote sitte!
Stan:
”VERBAND!!!!
Dat van die laatste loodjes. Zei ik je net toch?
Niet geluisterd? Of wellicht niet gehoord?
Want horen kan totaal iets anders zijn dan luisteren.
Ik kan bijvoorbeeld horen dat ik die muis niet mag vangen.
Maar dan luister ik niet. Snap je? Heb je ‘m door?
Hahahaha.
Ik ben weer zo grappig.
De grappigste thuis.
Ik kom niet meer bij met mezelf. Hahhahahaha”

Simon

Leo:
Maar waarom is dat en wat kan je ermee doen?

Stan:
“Oke, ik leg het je uit. Luister je?
In dat verband zit een brace.
Dat heeft ervoor gezorgd de afgelopen maanden dat mijn pootjes niet weer krom kwamen te staan. Nu zijn ze allebei geopereerd en zit er eigenlijk alleen nog steunverbandje om heen.
Mijn chirurg vindt het doodeng om me los te laten.
Snap ik wel, vrolijke vent dat ik ben.
Ze vindt me nogal druk omdat ik nogal hard ren.
Ik ren naar hier, ik ren naar daar.
Altijd voor zessen klaar.
Hhahaha.
Maar ik moet natuurlijk wel fit blijven voor het NK 100 meter muizen.
Dus ren ik gewoon door.
Maakt me niet uit wat ze zeggen.
Ik hoor ze wel, maar ik luister niet hahahhahahah.”

Leo:
Wat doen de tweefoeters foor jou?
Stan:
“Alles! Nie normaal nie.
Alles.
Ze zegt het niet, maar ik denk dat ik al zeker 8000 euro heb gekost hahaha.
Lekker hoor.
Ik ben het waard.
Meer dan waard.
Waardevol.
Mega waardevol.”

Leo:
Mijn tweefoeters segge 8000 is egt seerieus heul feel.
Assie wil hellepe weeges der sijn der meer so as Stan dan mag je hier kijke waar je je saksentje kan geefe:
https://www.katshuisch.nl/Steun-het-Katshuisch/

Wil jij nog een snoepie Stan?
Hier neem er meteen seeven. Assebief!
Omdat je het waart ben!
Ik neem er ook een stuk of 10, ik begin een beetje moe te worde.
Jee wat is dat joch druk!
We sijn bijna klaar.
Stan, kijk me aan.
Ja ik sag dat fogultje ook!
Kijk me aan, de laatste fraage, hou fol.
Komen se:
Ga je in de toekomst met bloote poote leefen of blijf het so?

Tiga

Stan:
”Nee man, ik ben nu echt bijna klaar.
Nog een week of drie denk ik en dan zie je mij met blote poten door de tuin rennen.
Lekker rennen! Ik hou van rennen.
Kan ik mijn energie kwijt.
Ik heb ADHD.
Zeggen ze. Hhahahah…Ik? ADHD?
Ik dacht het niet he. ADHD is voor katten die heel druk zijn.
Nou kan je veel van mij zeggen, kei veel zelfs, maar druk ben ik niet.
Wacht … ik ga even een stukje rennen.”

Stan rent door de kaamer en hij rent nog harder dan me doofe broer Simon astie de zoemies heeft.
Hij maak alleen wat meer hobbeltjes.
Wooowww!
Wat knap Stan!
Hoe foelt dat nau?
Ik fint het sooo knap dat jij dermee loope kan!

Stan: (hijgt)
“Man, noem jij dat lopen?
Ik noem dat rennen!
Als de wind, als een speer, als een aal.
O nee, die zwemt. Dat vind ik niks.
Zwemmen, mijn vacht helemaal uit de plooi.
Nee geef mij maar rennen.
Rennen met een hoofdletter R.
O, maar dat staat er ook. Hahahahahhah”

Leo:
Follegende week ga ik jullie tweefoeter Jan interfiewe.
Stan, heb jij nog een fraag aan Jan die ik hem stellen kan?

Stan: “Jazeker, ome Jan, gaan we de volgende keer weer via de Mac naar huis??
Vind ik altijd zo gezellig ome Jan.
Met pootjes in vers verband lekker door de curry van muisnuggets.
Dan kom ik niet meer bij. Whoehahhahah.”

Leo:
Sins wanneer heeft de Mék muisnuggets?
Tiga staat daar tog niet in de keuke?
Nouja, dat is een ondersoek foor de follegende keer.
Terug naar Stan.

Hey Stan!
Sulle we foordat ik gaa saame een spelletje doen?
Jij mag segge wat we gaan doen!

Stan:
“Rennen!!!”

Leo:
Ik doe mee!

Chester

Stan:
“Ik versta je niet!! Ren eens door!”

Leo:
Wooooaoaoaaaaoooowwww dat was mijn interfiew met de snelle Stan de Man.
Soodeknetter wat is die gooser DRUK en snel afgeleit.
Ik ben kapot.
Ik kan niet eens meer me snoepie pakke.
Waar is me stoel.
Ik .. ga.. me.. wa… zzzzzzzzzzzz… rrRRrrr….
Zzzzzzzzzzz RRRRR zzzzzzzzzzzzzzzzzz RRRRRR zzzzzzzzzzzzzzzz RRRRRRR……