Tag Archives: Pop

Kater Bolle over als je een zomerspook bent

zomerspook

Zomaar ineens is het echt helemaal zomer geworden. De zon schijnt de hele dag en het is superwarm. Het lijkt wel een beetje of we in de woestijn wonen, zo heet is het.

In de tuin

Ik hoop dat iedereen voorzichtig doet en goed water drinkt. Of soep eet, dat is nog beter.
Ikzelf vind het heerlijk. Ik kan goed tegen de warmte. Ik doe gewoon heel rustig aan, ik slaap veel of lig te soeselen. Net als altijd dus, zegt mijn vrouw. Maar dat is natuurlijk niet waar. Als het niet keiheet is lig ik ook veel in mijn tuin, maar dan denk ik na of ik kijk om me heen naar alles wat er gebeurt. Nu met die hitte kan dat niet, daar is het te warm voor. Je moet wel slapen, het kan niet anders.
Bovendien: ik ben bijna de hele nacht wakker en druk bezig.

In het donker

Als het donker wordt koelt het af. En dan gaat iedereen op stap. Alle dieren die overdag slapen worden wakker. Ik ook.
Natuurlijk ben ik niet de hele nacht wakker, dat is veel te lang voor een seeniejorkater. Ik doe dus een paar dutjes tussendoor, op mijn stoel of in mijn doos.
Maar de rest van de nacht loop ik rond in mijn tuin. En soms in de tuin van de hond naast mij. Die tuin interesseert me niet meer zo. Wat moet ik in een tuin waar een hond woont? Daar is niks aan, echt niet. Bovendien plast hij in zijn tuin, en dat vind ik fies.
Mijn mensen zijn opgelucht dat ik er niet meer naar toe ga. Ze denken dat het komt omdat ik me erbij neer heb gelegd dat de tuin van de hond van hem is en niet meer van mij. Dat is niet waar. De tuin is van mij, alleen kan ik er nu niet altijd komen wegens de hond. Maar hoe dan ook, de tuin van de hond sla ik meestal over.
Ik loop dus door mijn eigen tuin om te kontrooleren of alles in orde is. Als dat zo is ga ik mijn trap op, naar de daken van de schuurtjes. Want daar gebeurt het.

In de nacht

Alle mensen slapen, het is heel stil. Je hoort daarom alles wat er gebeurt in de tuinen. De vogels slapen ook. Alleen de fleermuisen zijn wakker. En de muisjes en mijn rat. En ik en andere katten.

Elke kat uit de buurt loopt in de nacht over de schuurtjes.
De meeste katten ken ik wel, ze wonen vlakbij mij. Je hebt natuurlijk Juffrouw Mier, daar heb ik al over verteld. Achter mij woont een poes van een restoorant, die vecht wel eens met Juffrouw Mier. Verderop heb je een broer en zus meen koen. Die zijn heel aardig. De broer is best verlegen, net als ik. Zijn zus is wat baziger, maar niet heel erg. Dan heb je nog Bassie, met een witte stip op zijn neus. Dat is een katerman, niet meer zo heel erg jong. Hij is vriendelijk en geeft nooit problemen. Ietsje verderop woont een poesenmevrouw. Ze is grijs met oranje en al best heel oud. Ze komt weleens overdag in mijn tuin om water te drinken. Zij is heel erg stoer en ook een beetje gemeen. Bassie is bang voor haar en ik eigenlijk ook wel. Daarom durf ik niks te doen als ze over het dak loopt, ik doe net alsof ik haar niet zie. Ik heb geen zin in klappen. Ze is gelukkig wel een beetje rustiger geworden nu ze ouder is.
Meestal zit iedereen op zijn of haar eigen stukje dak. Af en toe lopen we naar elkaar toe en zitten even naast elkaar. Soms komen er nog katten van verder weg uit het blok. Maar die weten dat wij allemaal daar wonen. Dus ze lopen voorzichtig voorbei en dat mag als het nacht is.

Afontuur

Ik ben dus overdag buiten, en in de nacht ook. Vroeg in de avond kom ik slapen en knuffelen op het grote bed. Maar ik vind het toch ook moeilijk dat ik van alles mis wat er buiten gebeurt.
’s Ochtends vroeg kom ik naar binnen, dan klim ik op mijn kurk en val in slaap. Nadat ik eerst al mijn natvoer dat binnen staat op heb gegeten en ook nog een berg brokken. Want je krijgt natuurlijk honger van een hele nacht bezig zijn.
Pop en Beer deden presies hetzelfde. Zij waren ook de hele nacht buiten, op afontuur. Mijn mensen noemden ze dan zomerspoken. Nu ben ik een zomerspook. En ik vind het super.

Veilig

Weet je wat ik het allerfijnste vind?
Soms komt mijn man kijken waar ik ben. Dan is hij al gaan slapen en weer wakker geworden omdat ik nog niet binnen ben. En dan kom hij in het donker naar mij zoeken. Af en toe doet mijn vrouw dat, maar meestal mijn man. Dat vind ik een veilig gevoel, dat er altijd iemand op mij let.

Ik ben heel graag buiten in mijn tuin. Overdag of in de nacht. In de zon en in de kou. Als het moet zelfs in de regen. Altijd wel eigenlijk.
Juist omdat ik weet dat ik een huis heb. Een huis waar ik woon. Met mijn mensen.

kater Bolle over beestjes

beestjes

Deze keer ga ik over iets vertellen dat eigenlijk een beetje fies is. Maar het hoort er toch bij, zeker als je een kater bent die buiten komt. En dat ben ik dus. Nou ben je vast wel een beetje benieuwd naar wat ik bedoel, toch?

Half kaal

Sinds een week of twee zijn mijn oren aan de buitenkant half kaal. Ik zat er steeds aan te krabben, want het jeukte. Mijn vrouw zag als eerste dat ik rare oren kreeg. Omdat ik een paar dagen later toch al naar de dokter moest hebben mijn mensen er zelf een paar dagen zalluf op gedaan. Die had ik van de dierendokter gekregen toen ik aan mijn buik likte. Het is een zalluf tegen kriebels en jeuk. De zalluf werkte best al goed, want ik stopte met krabben.
Bij de dierendokter heb ik nieuwe zalluf gekregen, met iets tegen sgimmel en tegen infeksies.
De dierendokter zag niks aan mijn oren, behalve dan dat ze kaal werden. Maar ze kon geen sgimmel vinden en ook geen beestjes.
Want dat is dus het fiese waar ik over ga schrijven: beestjes op je lijf. Jakkie bah, denk je nu misschien. Dat vind ik ook, maar toch is het voor dieren in de natuur heel normaal. Alle vogels en wilde dieren en vissen hebben andere beestjes op hun lijf. Daarom gaan vogels in water in bad, zodat ze de beestjes er af spoelen. Apen doen elkaar vlooien, zo heet dat. En veel dieren schuren met hun lijf langs bomen of stenen. Omdat die beestjes kriebelen.

Vlooi

beestjesAls kat kan je ook beestjes hebben. Toen ik bij mijn mensen kwam wonen zat ik helemaal vol met vlooitjes. Dat is een beestje dat bijna alle katten hebben die buiten wonen. En ze gaan hops van de ene kat naar de andere, en zo hebben in een hele korte tijd alle katten uit een groep vlooien.
En met vlooien bedoel ik natuurlijk niet kater Vlo, die nu een prachtige ster is. Kater Vlo was een superlieve katerman. Vlooien zijn hele kleine beestjes die in je haren zitten en je bijten. Ze drinken je bloed, dat is eerlijk waar eng. Het zijn dus eigenlijk kleine fampiers!
Net als teken. De GroteBeer heeft een keer een teek gehad. Die bijt in je huid en zuigt dan je bloed en wordt helemaal groot. Beer had hem in zijn nek, mijn man zag het gelukkig. Het viel nog niet mee om de teek weg te halen, want Beer vond het niet nodig en het deed een beetje pijn. Maar het is toch gelukt.

Piepet

Ik krijg elke maand een piepet. Zo heet dat. Het is een klein flesje van plestik waar iets tegem vlooien inzit. Mijn man gaat het altijd kopen, en dan doet mijn vrouw tussen mijn haren in mijn nek op mijn huid. Ik wil dat nooit, want het stinkt echt heel erg. Maar mijn vrouw doet het toch. Ik krijg Stronghold, dat is het merk. Dat is ook tegen luizen en wormen en nog meer enge beestjes. En ook tegen oormijt. Dat zijn kleine beestjes in je oor. Moet je je voorstellen, die lopen dan in je oren rond en dat kriebelt natuurlijk heel erg. Die had ik dus gelukkig niet, zei de dokter.

Pil

O ja, en dan kan je ook nog wormpjes hebben. Die zitten in je buik, en ze komen er uit als je naar de weecee gaat. Maar er blijven er ook een boel in je buik zitten. O bah, dat wil ik eerlijk waar niet. En mijn mensen ook niet, zeggen ze. Daarom krijg ik daar een pil tegen. Die wil ik ook niet, maar ik denk wel dat ik nog liever zo’n pil wil dan die wormpjes.

In de natuur

beestjesNou denk je misschien wat een fiese beesten zijn katten. Maar wij kunnen er zelf niks aan doen, dat die beestjes op ons gaan zitten. Die beestjes zitten gewoon in de natuur, in struiken en in planten. En in andere dieren. Als ik door mijn tuin loop kan ik ze krijgen. Terwijl ik elke dag en ook nacht mijn patroeje doe om te kijken of alles in orde is. Maar die beestjes zijn zó klein, die zie ik niet. Anders zou ik vast en zeker tegen ze zeggen dat ze ergens anders naar toe moeten gaan.
En veel van die beestjes kunnen mensen ook krijgen, eerlijk waar. Dus als wij fies zijn, dan zijn mensen dat ook!
Maar mensen hoeven niet bang te zijn voor beestjes van katten. Want als je als buitenkat steeds op tijd een piepet krijgt, en een pilletje, is er niks aan de hand. En als je als kat niet buiten komt krijg je misschien geeneens die beestjes, dat weet ik eigenlijk niet presies.

Zelf heb ik deze week een piepet in mijn nek gekregen, een pil tegen wormen en zalluf op mijn oren. Voorlopig ben en blijf ik dus het enige beest in huis. Gelukkig maar.

Kater Bolle over: als je het zat bent

BolleVorige week waren mijn mensen en ik het allemaal een beetje zat. Het voelde alsof de reenoovaatsie al jaren aan de gang was. We waren in het begin al zat ervan, maar nu ekstraveel.

Op avontuur

Mijn vrouw was ziek geworden van het stof, mijn man was heel moe en ik liep de hele tijd te dribbelen. Ik had peper in mijn bips,  zo noemt mijn vrouw dat (ze zegt eigenlijk een ander woord, maar dat is niet netjes). Ik wilde steeds naar buiten en dat mocht niet. Wegens die mannen op de stijgers. Toch bleef ik de hele tijd bij de deur zitten.

Meestal doe ik niet moeilijk als ik iets niet mag.
Ik zeur niet en maak niets kapot. Nu met de reenovaatsie ga ik niet op avontuur en blijf vooral in mijn eigen tuin, als ik naar  buiten mag.

Pop en Beer

Mijn vrouw zegt vaak dat ze gek was geworden als ze dit met Popje, GroteBeer en mijn Molletje had moeten meemaken. Want Pop en  Beer zouden binnen de hele dag lopen klieren en mauwen, tot ze weer naar buiten zouden mogen. Mijn Molletje zou boos zijn, wegens het lawaai en dat ze binnen moest blijven. Ze zou de hele dag mokken, en niet willen eten.
De mannnen (zo noemden mijn mensen Pop en Beer altijd) zouden de hele nacht op ontdekkingsreis gaan bij de stijgers en alle spullen die er liggen. Pop zou allerlei dingetjes stiekem meenemen, dat deed hij altijd. Stukjes hout of kwasten om aan mijn
mensen te laten zien. Hij zou overal in stappen of vallen, want dat deed hij ook altijd. Hij heeft een paar keer een grote

Pop

Pop als kuiken, op de stijgersnee in zijn buik gehad omdat hij ergens aan was blijven hangen, een speiker waarschijnlijk. Hij is een keer in een ander huis door de terpentiene gelopen, dat was supergevaarlijk. Mijn mensen moesten midden in de nacht naar de dokter met hem. Hij had de terpentine  opgelikt en hij had wel een ster kunnen worden.
Mijn mensen en onze buurvrouw noemden Pop altijd de opzichter, omdat hij bij elk huis waar gewerkt werd ging kijken. Hij had ook vaak verf in zijn haren, en Beer zat een keer onder het sement. Dat vond hij niet erg, hij wilde niet dat mijn mensen het er uithaalden. De mannen waren echte klussers, volgens mijn vrouw.
Pop, Beer en mijn Molletje hebben een keer meegemaakt dat alle huizen aan de buitenkant werden geschilderd. Maar toen woonden ze nog niet bij ons.

Ik ga niet kijken bij spullen van de reenovaatsie en ik klim niet op de stijgers. Meestal leg ik me er bij neer (op het grote bed, haha, zie je mijn grapje?) dat ik binnen moet blijven.
Als de mannen van de stijgers weg zijn en ik naar buiten mag ben ik vaak na twee minuten weer terug. Ik wil alleen even zeker weten dát ik naar buiten mag.

Onrustig

Maar deze week was ik onrustig. Mijn druksolie hielp niet genoeg, ik was de hele tijd zenuwachtig.
Ik had pijn in mijn buik en ik moest spugen. Op het grote bed. En daarna moest ik heel snel naar mijn binnenweecee, wegens die pijn in mijn buik. Mijn mensen snappen dat heel goed, maar mijn vrouw zei wel dat de ‘lucht niet te harden was’ ofzo. Ik weet niet
wat ze daarmee bedoelde, het zal wel iets zijn dat alleen mensen snappen.
En toch mocht ik niet naar buiten. Maar ik bleef rondlopen en wilde niet gaan liggen.
Mijn mensen werden een beetje wanhopig van mij. Mijn vrouw zei dat er nog één ding was dat we niet hadden geprobeerd. En dat wilde ze gaan kopen.

Geps

Na een halfuurtje kwam ze weer thuis, heel entoesjast. Ze liet iets aan mijn man zien, die moeilijk keek en zei dat hij er niet in geloofde.
Ik zat zelf weer bij de achterdeur, want ik wilde nog altijd naar buiten. Mijn vrouw kwam naar me toe en begon aan me te frummelen. Ze deed iets over mijn hoofd en deed twee gepsjes dicht (volgens mijn vrouw heten die dingen gespjes, maar dat is gewoon niet waar). Ineens klikte ze nog een geps vast, en deed de deur open. We liepen samen naar buiten en toen bleek ik ineens een tuigje met een riem aan te hebben. Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt. Alsof ik een hond was!
Ik liep wel mee met mijn vrouw, maar toen hoorde ik iemand op de stijgers. Ik raakte helemaal in paniek, en ging plat op de grond liggen. Ik probeerde zo plat mogelijk weg te rennen, maar ik zat vast aan die riem. Mijn vrouw tilde me meteen op en ging met me
naar binnen. Gelukkig.

Op bed

Binnen heb ik gegeten, en daarna heb ik op het grote bed liggen slapen. Buiten was niet wat ik er van verwacht had, zolang die mannen er nog zijn.
’s Avonds mocht ik wel weer naar buiten, toen alles rustig was. Ik heb een tijdje op mijn stoel gezeten, in het donker. Mijn man kwam kijken, en ik liep samen met hem naar binnen.
We hebben met zijn drietjes op het grote bed geknuffeld, ik heb iets gegeten en ik ben samen met mijn vrouw gaan slapen.

Maar de volgende dag was ik weer zo onrustig. De hele week eigenlijk. Ik wilde niet op mijn weecee, en bleef maar rondlopen. Ik wilde mijn tuin in, ook al zijn de mannen daar bezig.
Ik hoefde gelukkig niet meer het tuigje aan. Want het maakt niet uit hoe erg ik dribbel, ik mag niet naar buiten als er nog iemand op de stijgers is.

Terras

En elke dag, als ik dan eindelijk weer naar buiten mocht, draaide ik me op het terras al weer om en ging naar binnen. Soms was ik maar heel eventjes buiten en kwam dan snel naar binnen rennen om op mijn weecee te gaan. Mijn vrouw zei WAAROM?
Ik kan het zelf ook niet echt uitleggen.
Behalve dan dat ik nou eenmaal een kat ben, en dat ik de reenoovaatsie zat ben.
Dat snappen mijn mensen, die hebben dat ook. Niet dat kat-zijn, maar dat zat-zijn.
Nou doen we maar ekstraveel knuffelen en met de veer spelen, dat is voor ons alledrie leuk.
Vind ik.

Kater Bolle over als je een huisdier bent

huisdier

Mensen maken vaak verschil tussen huisdieren en wilde dieren. Huisdieren zijn honden of katten of koneinen. Maar ook paarden of gijtjes.

Over mensen

Wilde dieren zijn beivoorbeeld slangen of krookoodillen. Dat zijn dieren die je niet zomaar kunt aaien omdat ze soms gevaarlijk zijn. Ook heb je nog ooliefanten en teigers en goorillaas. Dat zijn dieren die te groot zijn om in een huis te wonen. Verder zijn er nog vissen, die kunnen niet in een huis want die wonen in het water. En vogels heb je ook nog, die leven in de lucht en in de bomen. Net als insekten, zoals spinnen en rupsen.
Huisdieren zijn dus eigenlijk dieren die mensen leuk vinden of die ze kunnen gebruiken. En mensen vinden die andere dieren niet zo leuk, gevaarlijk of eng. Dat snap ik wel een beetje, ook al vind ik dat een paard niet in huis kan wonen en een spin wel. Maar ik vind dat alle dieren mogen bestaan, of mensen ze nou lief vinden of niet.
En hoe denken huisdieren dan over mensen? Dat kan ik natuurlijk niet voor alle huisdieren zeggen, maar wel voor mezelf.

Verdedigen

Vroeger, toen ik in de tuinen woonde, dacht ik dat alle mensen hetzelfde waren. Ik dacht dat alle mensen sloegen en schopten. Ik dacht dat mensen geen gevoel hadden en dat ze gevaarlijk waren. Ik bleef bij ze uit de buurt en als ze toch dichtbij kwamen beet ik. Of ik krabde. En dan niet een beetje, nee… tot er bloed kwam, veel bloed. Want ik wist heel zeker dat die rare, gemene mensen niet te vertrouwen waren en dat ik me dus moest verdedigen.

Allemaal anders

Mijn vrouw vond katten vroeger eng. Ze dacht dat katten zomaar zouden krabben of bijten.
En ze vond ze grieselig, ze begreep ze niet echt. Ze kende alleen honden.
Totdat ze de GroteBeer tegen kwam. Mijn vrouw speelde elke dag met hem, in de tuin. Ze aaide hem nooit want dat durfde ze niet. Kwam dat even goed uit! Beer wilde liever niet veel geaaid worden, dat hoefde niet zo voor hem. Hij kwam bijna elke dag naar de tuin om met mijn vrouw te spelen, met takjes en steentjes en blaadjes. Als mijn vrouw naar binnen ging kwam Beer tegen de deur aanstaan om te kijken waar ze nou was was gebleven, zo jammer vond hij het als ze weg ging.
Daarna kwam Popje in de tuinen. Die wilde zich meteen overal mee bemoeien. Met Beer en ook met mijn mensen. Hij klom gewoon op schoot bij mijn mensen en viel dan in slaap, helemaal tegen mijn mensen aangekropen. Hij wilde niets liever dan knuffelen.
En toen kwam mijn Molletje nog. Die wilde ook niet geaaid worden, maar ze kwam wel steeds bij mijn mensen zitten. Ze vertelde hele verhalen, en bleef steeds terugkomen. Ze kwam vogels brengen om te laten zien dat ze zou bijdragen aan het eten, en ze treende mijn mensen alvast dat ze niet mochten lachen of hoesten of niezen.
Zo ontdekte mijn vrouw dat katten allemaal anders zijn en helemaal niet eng.
Mijn man heeft altijd van alle dieren gehouden, dus die wist dat allang.
Jullie weten al hoe het afliep: Beer, Pop en mijn Molletje kwamen bij mijn mensen wonen, en mijn vrouw kan zich niet meer voorstellen dat ze katten ooit niet leuk vond (nee, ik ook niet!).

Mijn kinderen, de moeder van mijn kinderen en ikzelf waren allemaal bang voor mensen. Mijn kinderen zijn allemaal buiten geboren. We leefden buiten en dat wilden we ook zelf.
Sommige van mijn kinderen en hun moeder durfden als eersten binnen te gaan wonen. Bij de mensen van een winkel, die ons altijd te eten gaven.
Ik durfde pas na een hele tijd binnen te wonen, toen ik mijn Molletje had leren kennen. En haar mensen, die nu ook mijn mensen zijn.
Het heeft best een tijd geduurd voordat ik echt vertrouwen kreeg in mijn mensen. Dat ging echt niet vanzelf, daar was ik veels te bang voor. En toch wist ik zeker dat ik bij mijn mensen wilde blijven wonen.
Ook nu met de reenoovaatsie, waardoor ik vaak superbang ben, blijf ik bij mijn mensen in ons huis wonen. Mijn vrouw was bang dat ik een terugval zou krijgen en dat ik weer buiten zou gaan wonen. Maar ik ben juist superknuffelig geworden en ik snap heel goed dat mijn mensen mij proberen te beschermen.
Ik vertrouw mijn mensen duisend proosent. En mijn mensen vertrouwen mij duisend proosent.

Gezellig

Zo hebben mijn mensen ontdekt dat een kat een geweldig huisdier is, dat heel slim en lief en gezellig is. Een huisdier is een dier dat bij mensen in huis kan en wil wonen.
huisdierEn ik heb ontdekt dat sommige mensen (beivoorbeeld mijn mensen) geweldige huismensen zijn, die slim en lief en gezellig zijn. Huismensen zijn mensen die bij een dier in huis kunnen en willen wonen.
Ik heb geleerd dat je als huisdier pas echt gelukkig kunt zijn als je je huismens hebt gevonden. En mijn mensen leerden dat je als huismens alleen echt gelukkig kunt zijn als je je huisdier hebt gevonden.

kater Bolle over: als je als mankater seksie bent. Of niet.

seksie
Pasgeleden lag ik in mijn doos in de tuin. Ik was mezelf aan het wassen. Ik lag in een houding waarin ik makkelijk mijn borst en mijn buik kon wassen. Heel gewoon, niks biesonders.

Zo seksie

Mijn vrouw kwam naar buiten, zag mij en begon te lachen. Ze vond het zo leuk dat ze er footoos van ging maken.
Ik wist zelf niet wat er nou zo lollig was en was een beetje beledigd. Ik hou er niet van als ik word uitgelachen. Als kat merk je dat echt wel of je wordt uitgelachen. Maar mijn vrouw zei dat ze me niet uitlachte, maar toe lachte. Omdat ik zo seksie in mijn doos lag.
Eerst dacht ik jaja, dat zal wel. Maar toen moest ik nadenken. Want seksie, ik?
Ik weet eigenlijk helemaal niet presies wat dat is. Ik dacht dat seksie wulps betekent, of
misschien een beetje swoel. Maar kan een mankater dat ook zijn? En kan ik dat zijn?

Heel seeriejeus

Ik vind dat jongenskaters en meisjespoezen hetzelfde kunnen. Even los van kindertjes krijgen. Alleen zijn meisjes vaak stoerder, dat is wel zo. Maar van seksie weet ik het niet zeker, of alle katten dat kunnen zijn. Dat is toch dat je zorgt dat een andere kater of poes allemaal gevoelens van jou krijgt en dat je een beetje flurt.
Maar ik ben geen flurt, ik ben juist heel seeriejeus. Als ik verliefd ben dan is dat voor altijd, zoals met mijn Mol. En mijn Mol had me een knal verkocht als ik seksie ging doen, denk ik. En mijn Mol deed ook niet seksie want daar was ze te oud voor geworden.

Een beetje verliefd

Mijn mensen hebben me wel eens verteld dat mijn Molletje vroeger een beetje verliefd was op een hele grote zwartwitte kater die Billy heette. Niet de Billy die bij ons in de tuin woonde hoor, die was daar naar vernoemd. Mijn vrouw zei dat als Mol die Billy zag, ze altijd opsprong en ergens aan een boom ging staan krabben. Een beetje uitsloverig, helemaal rechtop staand, en ze keek of Billy het zag. Na een tijdje te hebben gekrabd ging ze dan naast Billy zitten. Maar Billy had alleen maar aandacht voor een andere poezendame die nog kindertjes kon krijgen. Hij liet mijn Mol altijd gewoon zitten, erg hè.
Mijn mensen vonden dat best een beetje zielig voor Mol. Mijn Molletje ging seksie doen door te krabben en ze kreeg geeneens aandacht.
Ik zelf zou zeker weten gekeken hebben als een poezendame ineens voor mijn neus aan een boom ging krabben. Dat zou ik misschien ook best seksie hebben gevonden.
Ik krab in mijn tuin ook altijd aan de grote roo-doo-den-dron die er staat. Ik ga op mijn achterpoten staan en begin te krabben. Als mijn vrouw erbij is zegt ze altijd Goed zo Bol!
Dat vind ik leuk om te horen, maar ik denk niet dat mijn vrouw me seksie vindt als ik aan die boom krab. Dus misschien is het alleen seksie als meisjespoezen dat doen?

Flurten

Het zou natuurlijk ook best kunnen dat de ene kat wel seksie kan zijn en de andere kat niet. Of je nou een kater bent of een poes. Of twee katers of twee poezen, of een kater en een poes. Dat maakt helemaal niet uit.
Popje kon heel goed flurten. Als hij iets wilde (eten, knuffels, aandacht) of als hij bij mijn vrouw in haar nek wilde liggen, deed hij zijn ogen halfdicht en ging zitten lonken. Zo noemt mijn vrouw dat. Hij keek dan met een beetje schuingehouden hoofd, en knipperde steeds met zijn ogen, terwijl hij de hele tijd naar mijn man of mijn vrouw keek. Een vriendin van mijn mensen zei altijd dat Pop slaapkamerogen op kon zetten.
Dat kan ik zeker weten niet. In de slaapkamer slaap ik, met mijn ogen gewoon dicht. Of ik speel met mijn veer, dat kan ook. Dan heb ik mijn ogen gewoon open, wijdopen zelfs. Want ik moet op de veer letten.

Ik denk zelf eigenlijk dat ik te seeriejeus ben om seksie te doen. Want daarvoor moetje toch een beetje nonsjalant zijn en een beetje zelfverzekerd. Dat je zegt: kijk mij nou eens.
Zo ben ik helemaal niet. En ik vind dat je je niet anders moet voordoen dan je bent.

Borsthaar

seksieEn toch vond mijn vrouw dat ik seksie in mijn doos lag te zijn. Terwijl ik zelf niks doorhad. En ook helemaal niks spesjaals deed.

Dus uiteindelijk heb ik bedacht dat seksie voor een jongen betekent dat je je borsthaar wast. Dat moet het dan wel zijn.
Heb ik nooit geweten!