Tag Archives: Pop

kater Bolle over: dankjewel zeggen en ’s nachts buiten slapen

buiten slapen

Meestal slaap ik binnen. Op het grote bed of op mijn kurk. Maar nu het warm is, slaap ik ’s nachts meestal in mijn tuin.

Grote bed

Ik slaap op mijn stoel, in mijn huisje en in mijn mand, maar niet allemaal tegelijk natuurlijk.
Mijn Molletje sliep altijd binnen maar Pop en Beer sliepen ook vaak buiten als het heet was. Dus mijn mensen begrijpen het wel, maar ze vinden het niet gezellig. Daarom klim ik soms eventjes op het grote bed. Om goed te knuffelen en om te laten weten dat ik straks weer gewoon in huis kom slapen.
Maar ’s nachts is het zoooo spannend in mijn tuin en dat wil ik natuurlijk niet missen.

In zijn tuin

Als het donker is en alle mensen zijn binnen, ga ik eerst naar de tuin van ons buurmeisje. Overdag is daar een grote hond. Die wil niet dat ik in zijn tuin kom. Als hij me in zijn tuin ziet, doet hij naar me blaffen en probeert me te vangen. Maar ’s nachts slaapt hij in zijn huis. Dan kan ik rustig zijn tuin bekijken.
Ik snuffel overal, en ik doe een plasje. Of misschien zelfs wel twee, of drie. Dat doe ik om te laten weten dat die tuin eigenlijk van mij is. Voordat de hond er was zaten mijn Molletje en ik er vaak. Dus eigenlijk is het onze tuin, want wij waren er het eerst.

Stoel

Als ik in alle hoekjes van die tuin heb gekeken en heb geroken aan alle geuren, ga ik in mijn eigen tuin op mijn stoel zitten. buitenMeestal komen na een tijdje andere katten aanlopen. Die willen mijn tuin bekijken. Dat mag best, als ze maar weten dat het mijn tuin is.
Twee tuinen verder woont een heel klein damespoesje. Ze is al twee of drie jaar maar ze lijkt nog een beebiekatje. Mijn mensen noemen haar Juffrouw Mier. Ze heeft een heel hoog stemmetje en ze is zwart met rood en een klein beetje wit. Ze komt onder het hek door naar mijn tuin en gaat dan rondlopen. Ik loop achter haar aan en kijk wat ze doet. Soms drinkt ze uit mijn waterbakken, of ze zit op mijn gras. Dat vind ik prima.
Ik denk dat ze mij leuk vindt, want ze komt vaak naar me toe. Maar twee of drie jaar is wel erg jong, vind ik. En bovendien is Mol natuurlijk voor altijd mijn vrouw. Als mijn Molletje nog op aarde was, zou ze Juffrouw Mier met een heleboel gekrijs de tuin uit jagen. Maar nu kan Juffrouw Mier gewoon alles bekijken en overal aan snuffelen. Net als ik doe in de tuin hiernaast.

Dameskat met streepjes

Op de daken van de schuurtjes lopen ook katten rond. De meesten ken ik wel. Verderop wonen twee katten met hele lange haren, ik denk Meen Koens. Het zijn een broer en een zus. Het zusje loopt vaak over de schuurtjes naar mijn schuur. Dan zitten we allebei eventjes op het dak, gewoon naast elkaar. Daarna gaat zij weet naar huis.
Een paar huizen naast mij woont een hele grote witte kat, een poes. Die is best wel een beetje bazig, en doet altijd net alsof ze mij niet ziet. Ik heb weleens tegen haar geblazen, maar daar trok ze zich niks van aan. Nou, dan houdt het op natuurlijk.
Nu doe ik gewoon alsof ik het niet zie als ze door mijn tuin loopt en mijn trap opgaat. Eigenlijk ben ik een beetje bang van haar, maar dat weet ze gelukkig niet.
Aan de overkant van mijn tuin woont een dameskat die bruin is met streepjes. Zij doet altijd naar mij blazen, ook in mijn eigen tuin. Dat vind ik niet netjes dus jaag ik haar mijn tuin uit. Je kunt tenslotte best beleefd blijven, vind ik. Zomaar blazen is nergens voor nodig.

Ultra-soon

Behalve katten lopen er ook nog muisjes en ratten rond. Daar kijk ik naar, maar ik doe ze niks.
Ik heb wel eens een rat meegenomen voor mijn mensen maar die waren er niet eens blij mee. Al die moeite voor niks, dat doe ik dus niet nog een keer.
O ja, en er vliegen vleermuizen rond. Die maken een heel gek geluid, ultra-soon heet dat. Dat geluid botst tegen dingen op, en vleermuizen luisteren naar de echo ervan. Als het geluid tegen mij opbotst, weten ze dat ik op mijn stoel zit. Biesonder hè?

Huiskater

Mijn mensen weten dit allemaal, want ze komen heel af en toe even kijken. Maar wat ik verder doe als alle mensen en honden slapen, dat is geheim. Dat weten alleen katten. En dat moet zo blijven, dus dat kan ik niet vertellen.
Mijn vrouw zegt “Ja ja, je ligt gewoon te slapen” maar dat is niet waar. Ik lig te ob-ser-ve-ren. Dat betekent dat je alles wat er gebeurt bekijkt. Bovendien moet ik ook nog in de gaten houden of er een kat langs komt die ik niet ken. En soms vechten katten op de daken van de schuurtjes en dan ren ik er naar toe, om te weten wie het zijn. Nou, noem dat maar slapen!
Ik ben ’s ochtends altijd best moe, dat is logies. Overdag ben ik dus veel aan het slapen.
Tot het weer donker wordt. Dan word ik weer een oerkater, die waakt over zijn domijn (dat betekent: je grondgebied).
En ’s ochtends ben ik weer gewoon Bolle de huiskater. Ik knuffel met mijn mensen, eet een paar brokjes en slaap veel.
Omdat ik het ’s nachts zo druk heb.

Alleen als het een beetje kouder wordt of het regent, dan ben ik snel weer de hele dag en de hele nacht huiskater.

 

Dankjewel

Volgende week ga ik schrijven hoe het mijn oog gaat. Of eigenlijk met die druppels die ik in mijn oog moet. Dat wil ik niet, ik doe friemelen als mijn mensen het proberen. En piepen.
Mijn mensen zijn bang dat ze mijn oog kapotmaken.

We waren alledrie best heel zenuwachtig.  Toen zei mijn vrouw ineens kijk eens Bol!
En ze liet me zien dat mijn vriend Bert een stukje op zijn feesboek had gemaakt, voor dat iedereen tips kon geven over die druppels. Heel veel mensen en katten hadden daarop geantwoord.
En mevrouw Bert had dat allemaal doorgestuurd naar mijn mensen, omdat wij geen feesboek hebben. Dat is natuurlijk superlief!
Daarom snapte ik ook niet presies waarom mijn vrouw zat te huilen. Mijn vrouw zei dat ze moest huilen uit dankbaarheid, dat iedereen zo lief is en ons helpt.
Ja, als je daar over nadenkt kun je er best tranen van krijgen. Omdat het zo biesonder is.
Dan krijg je tranen omdat je blij bent dat je zulke lieve vrienden en vriendinnen hebt. Dat zijn tranen omdat je iedereen wel kopjes en neusjes en pootjes en knuffels wilt geven. Tranen omdat je hart blij is. Van mij en mijn mensen heel erg veel bedankt!

 

Loesje vertelt assie jou beebiekitten verlies en jij moet door…

verlies

Soms vraag jij jou eigen af hoe jou sterre sta? Dan is jou leeve ineens in jou roolerkooster en jij heb er niks over te zegge. Jou leeve vraag jou niet offie het wil, offie het aankan van jou eigen. Jij heb er maar mee te diele.

Emmer

Van me eigen was ik nog in mij herstel van mij groote verlies van mij hartjesdinnetje Katrientje. Dan word jij ineens MammaLoesje van twee beebiemeisie en zij blijk onverwacht beebiejonges te zijn. Dan hebbie al genoeg sjok gehad voor 6 tonijne en 4 kielo garnaale.
Maar dan kom het, jou emmer is nog niet leeg. Een van jou twee beebiejonges voel ze eigen niet lekker en voordattie jou tonijn heb doorgeslik is jou beebie Pop over ze Regenboogbrug. Hoe ga jij dat verwerke van jou hart assie ook sterk moet zijn voor jou andere beebie? En jij wil sterk zijn voor  jou soolvrouw en jou soolman? Hoe moetie dat doen? Hoe ga jij verder…?

Erfaring

U weet van mij eigen heb ik veel erfaring van mij emozie maar jij kan ook overdrijfe. Dattie het ook niet meer weet maar dat jij wel sterk moet zijn. Jij word ofervalle met jou verdriet, Poopei voel ze eigen ziek en hij heb Fip.
Dan hebbie jou vierusziekte en niemand kan jou nog beter maake. Jij kan het niet bevatte assie een beebie heb van 10 weeke van ze leeftijd. Jij ben in jou sjok, jij herken sellufs jou tonijn niemeer. Mij soolvrouw heb het mij zachtjes vertel en hoe het was gegaan van ze einde.
Mij hart brak af naast ze scheure van mij hartjesdinnetje Katrien. Van mij eigen wist ik nie meer waar ik moes kijke. Groote traane rolde over mij wange. Mij vrouw heb mij vastgehouwe. Ik moest schokke van mij verdriet. Zo heb zij uure met mij gezeete. Dan krijg jij alle liefde en jou troos die jij nodig heb.

Deele

Maar jij moet opveere, jij kan niet naas jou pakke tonijn blijfe zitte assie nóg een beebie heb. Dan moet jij ergens jou kracht vinde. Ik heb toen wel mij steun gehad van mij verkering Bert. Hij heb mij getroos en mij kop mocht op ze breede katerborst ligge. Dan kom jij wel tot jou rust en jij krijg liefde. Jij voel jou knuffel in jou hart. Dat hebbie wel nodig want jij voel jou eigen verscheur. Jij weet pas dattie jou juiste katerman heb assie soiets meemaak. Dattie op jou katerman terug kan valle en dattie jou eigen mag zijn. Jou verdriet mag deele.
Dat kan jij niet alleen want jij heb zofeel emozie. Verdriet van jou beebie die jij los moet laate en geluk van jou beebie die nog leef, dichtbij jou hart.

Saame

Van me eigen let ik nu goed op mij beebie Dorus, saame met mij soolfamielie. Assie minder eet voel ik mij paniek. Dat moet jij akzepteere,  het hoor erbij. Jij heb zorge want jij heb soiets vreselluks meegemaak. Maar jij moet jou beebie nie verstikke met jou zorg en jou liefde. Mij Dorus moet speele en dattie onbezorg groot kan worde. Hij besef het allemaal nog niet, daar moet jij wel rekening mee houde. En jij moet goed voor jou eigen zorge, jij moet jou tonijn blijve eete. Soms kan jij probeere offie afleiding kan vinde. Misschien kan jij jou meedietazie doen voor jou rust. En jij moet veel knuffele met jou vrouw en jou verkering. Dattie voel dattie er selluf ook nog ben. Dat is belangrijk, jou hart heb liefde nodig. Assie vriende heb kan jij daar ook tonijn mee eete, of jij kan saame gaan snekke.

Boven

Jou verdriet moet ze eigen plaats krijge, assie soiets meemaak dan hebbie tijd nodig. Dattie eroferheen kan koome. Van me eigen weet ik nu, mij Door heb ze naam mee. Hij ga altijd door en ze leeve ga ook door assie gezond blijf van ze eigen.
En mij beebie Pop. Lieve kleine beebiepaarel van mij hart. Jou MammaLoesje ga jou nooit vergeete. Jij ben voor altijd in mij hart. Jij hoor erbij ook al bennie boove. Jij ben nu bij jou tante Katrien, zij zorg voor jou.
Assie nu naar boove kijk zie mij hart veel sterre. Twee sterre sta nu wel op mij foorgrond, mij hartjesdinnetje Katrientje en mij beebie Poopei. Met mij traan in mij oog zie ik wel, mij sterre straale. Jij zwaai met jou hart. En mij beebie Pop kom straks thuis op ze arm van mij soolfamielie. Mij eigen Poppie tatoeazie in mij hart.
Dan kan jij rust krijge…

Mij tips

assie jou beebiekitten verlies en jij moet door…

  • Troos van jou vrouw
  • Steun zoeke bij jou verkering assie die heb
  • Afleiding met jou vriende, saame snekke.
  •  Jou meedietazie doen
  • Tijd om eroferheen te koome
  • Jou andere beebiekitten niet verstikke met jou liefde
  •  Goed voor jou eigen zorge, jou tonijn eete
  •  Akzepteere dattie soms oferbezorg ben van jou andere beebiekitten
  •  Kontak onderhouwe met jou soolfamielie
  •  Jou tatoeazie in jou hart

Liefs van Loesje

de vrouw van Pop over: de stoere kleine grote katerman

Pop

Opnieuw de vrouw van, wederom met een verschrikkelijke blog. Onze kleine Pop is er niet meer. Vrijdag 12 juni is er een eind aan zijn te korte leventje gekomen.

Eten

Pop werd opeens hangerig. Wou niet meer zo veel eten.  Hij voelde echt superwarm aan. Je kon, bij wijze van spreken, een eitje op hem bakken. Zo heet was hij. Hij lag het liefst tegen mij aan. Dat was echt geen pretje met die koorts.
Keer op keer boden we hem eten aan. Dan rook hij er aan en nam wat likjes. We haalden voor hem de lekkerste blikjes. Alles om hem maar te laten eten. Door moesten we weghouden. Hij is een vuilnisbak qua eten en als hij wat lekkers ruikt is hij niet te stoppen. Dus iedere keer tilden we Door maar op. Hij protesteerde wel, maar daar hadden wij maling aan.
Ook moesten we Pop beschermen tegen Door. Door is, voor zover wij weten, een gezonde jongen die spelen wou. Eigenlijk heel normaal. Maar Pop was zo kwetsbaar dat we hem steeds beschermen moesten tegen die stuiterbal.

Dierenarts

Hoe is de 12e gegaan.
Pop at wat. Niet veel maar ik was al blij. Weer hem beschermen voor die kleine stuiterbal Door.  Hij ging op bed slapen. Ik zat Door te vermaken door zijn muisjes her en der te gooien.
Kwart over 11 pakte ik Popje en gingen we naar Floor. We kwamen net op tijd aan op de Overtoom. Ik zei dat de koorts niet gezakt was. Dat hij ietsie beter at, maar niet noemenswaardig.  Toen probeerde we bloed af te nemen. Probeer dat maar eens bij een kitten van 10 weken. Het lukte niet.  Zelfs niet met een assistente er bij. Opnieuw praten. Floor dacht aan antibiotica.
Ik weet niet hoe. Maar inene hadden we het over AIDS en FIP.

Buik

Floor zat aan FIP te denken, maar ze zei dat hij dan een dik buikje moest hebben. Toen zei ik maar dat heeft hij. Hij at namelijk amper iets en het viel me op dat zijn buikje zo bollig was.
Floor pakte een spuit en stak die in zijn buikje.  Er stond een assistente buiten de kamer te kijken. Ze wou blijkbaar kijken hoe we, met z’n drieen, 1 klein katje te lijf moesten gaan.
Ze stond eerst met een glimlach, die verdween snel toen er opeens vloeistof in de spuit zat. Ik hoorde zeggen onee… onee.

Knorren

Het eerste wat er bij mij uitkwam was we stoppen. Het is afgelopen. Over.  Ik moest mijn man bellen. Ik stond te trillen.  Ik zei hij moet dood. Hij is te ziek.  Mijn man kon geen vrij krijgen, hij had al zo vaak vrij gekregen.
Geeft niets, ik kan het echt wel. Pop kreeg een slaapprikje.
Ik nam Pop in mijn armen. Ik vroeg of we even in de tuin mochten lopen. Dat Pop nog één keer fijn buiten mog zijn.  Pop zat te knorren in mijn arm.  Ik zat tegen hem te praten. Ik zei zie je die struik? Daar mag je straks fijn doorheen rennen. En dan mag je ook achter vliegjes aan rennen.
Ik was zo bang. Ik belde Mevrouw Bertje op. Pop gaat dood. Toen pas barste ik in huilen uit. Ik ben zo goed als het hele gesprek kwijt. Ik weet alleen nog hij heeft FIP en moet dood.
We belden niet lang. Dat weet ik wel.

Knuffel

Het begon weer te regenen en we gingen naar binnen. Pop was heftig aan het spinnen. Hij lag op mijn arm. Door het vele aaien zat hij te kwijlen. Mijn hele arm was kletsnat. Het spinnen hield heel langzaamaan op. Na tien minuten kwam Floor met het prikje. Ze wou het eerst op mijn arm doen, maar dat wilde ik niet.
Ze nam hem over. Ze zei dat ze hem een prikje in zijn buikje zou geven. Ze kwamen hem terugbrengen. De assistente zei dat zijn kopje kletsnat van de kwijl was.
Ik nam hem weer in mijn arm.
Pop werd na een paar minuten koeler. De koorts was weg. Na een paar minuten kwam Floor. Ik zei hij is dood. Ik voelde zijn leventje wegglippen op mijn arm. Tien weekjes jong. Wat een in en ingemene ziekte is FIP.
Floor nam hem over van me. Ze legde hem zachtjes op haar arm. Legde pootjes goed. Ik gaf hem nog een laatste knuffel.

We gaan Dorus scherp in de gaten houden. Hij eet als een reiger. Dus voor nu gaat het goed.

PopDag lieve Pop. Dag grote kleine man met je mooie bolle toet. Ren en speel maar zoveel je kan.  Zodra we het aankunnen laten we je pootafdruk en naampje laten zetten bij Opa Jan.

Liefs
Johan en Anita

Kater Bolle over: als een kittenkater opeens een ster wordt

kittenSoms weet je het gewoon eventjes niet meer. Dan lijkt het wel alsof alles gaat zoals het niet hoort te gaan. Dan zie je alleen maar pijn en verdriet, en je zou willen dat je er iets aan kon doen.

Een ster

Beebie Pop is een ster geworden. Hij was pas 10 weekjes oud, en hij had nog veel langer van zijn leven moeten genieten.
Hij had FIP, net als Popje van mijn mensen. Dan kun je niet beter worden.
Ik vind het niet eerlijk.

Kopjes

Dag lief klein jongenskatje, doe je Katrientje de groetjes? Wij hier op de blog denken allemaal aan jou, en aan je broertje Door.
Door moet gezond blijven, daar duimen we voor. Dat is superbelangrijk nu.
En ik wil spesjaal de mensen van beebie Pop en Katrientje en Doortje heel veel lieve kopjes geven. Die hebben nu al weer, en nog steeds, verdriet. Ik vind het zoooo erg!
Ook Loesje wil ik zachte kopjes geven, want zij is MammaLoesje.
En Doortje krijgt hele biesondere kopjes van mij, dat hij gezond blijft.

Aan ze denken

Zullen we vanavond allemaal naar beebie Pop en Katrientje en alle andere sterren zwaaien? Zodat ze weten dat we altijd, en altijd, aan ze blijven denken.

(Ome) Bolle.

kater Bolle over: als je een kattentrap hebt

kattentrap

Loesje, die ook op de blog schrijft en de verkering van Bert is en een vriendin van mij, vroeg mij pasgeleden iets. Ze was benieuwd naar mijn kattentrap. Ik had haar verteld dat ik vaak op mijn trap lig te denken. Net zoals Loes op haar denkpaal.

Uitkijken

Loesje zei dat ik er misschien een keertje over zou kunnen schrijven. En als een lieve vriendin dat voorstelt, doe ik dat natuurlijk. Ik vond het ook meteen een goed idee. Want niet elke kat heeft een eigen trap, terwijl dat wel heel handig is.
Je kunt een kattentrap buiten maken, maar ook in huis.
Binnen kunnen je mensen de trap tegen de muur aan maken. Ze kunnen ook een paar plekken wat planken maken. Als kat kun je daar opklimmen, en lekker uitkijken over het huis, of naar buiten kijken. Er zijn veel katten die het fijn vinden om hoog te zitten in huis (ik niet!).

Tuin

Mijn kattentrap is in mijn tuin.
Hij loopt tegen het schuurtje van de achterburen omhoog. Als ik mijn trap oploop, ben ik bovenop dat schuurtje. Tegen het schuurtje staan weer andere schuurtjes dus ik kan een heel eind lopen.
En als ik mijn trap afloop, ben ik weer in mijn eigen tuin. Handig hè?

GroteBeer

kattentrap
Grote Beer in het gras

Mijn mensen hebben de trap gemaakt voor GroteBeer. Die liep altijd door alle tuinen, en over alle schuurtjes. Hij klom in een boom, en sprong dan op een schuurtje. Als hij van het schuurtje af wilde, sprong hij eerst op een stapel stenen, en daarna op de grond. Best moeilijk, ik zou het niet kunnen.
Toen Beer ouder werd was dat klimmen en springen te zwaar voor hem. Hij had een keer zijn poot gekneusd en mijn mensen denken dat dat bij het springen is gebeurd. Daarom hebben mijn mensen de kattentrap bedacht.

Niet duur

Kattentrap
Hier lig ik na te denken

Ze hebben op internet gekeken naar voorbeelden, en ook zelf bedacht wat ze handig leek.
Het hout is allemaal van de straat, uit konteeners met bouwafval. Een trap hoeft dus helemaal niet duur te zijn.
Mijn man heeft het meeste gezaagd, en mijn vrouw heeft alles geverfd. Samen hebben ze de trap aan de muur gemaakt, met een soort steunen. En een boormasjien.
Eerst staat er een klein trapje dat op een grote plank uitkomt. Dat trapje heeft mijn vrouw gevonden, het was al kant en klaar en stond zomaar op straat. Daarna begint de trap tegen de muur. Het bovenste plankje is een beetje groter dan de andere plankjes en heeft een klein leuninkje. Dat is de plank waar ik graag op lig te denken.

Toen de trap net nieuw was werd hij niet meteen gebruikt.

Pop

kattentrap
Pop leert hoe de trap werkt

Na een paar dagen ontdekte Pop dat hij via de trap naar boven kon. Maar hij bleef naar beneden springen. Tot mijn vrouw de trap uitlegde aan Beer. Ze tilde hem op de onderste tree, en bleef naast hem staan terwijl hij steeds een tree hoger ging. Toen hij bovenaan kwam liep hij de trap weer af, naar beneden. Pop zat met open mond te kijken, want hij wist niet dat dat ook kon!
Mijn Molletje had al lang door hoe het werkte, zei de buurvrouw. Zij zag Mol vaak de trap gebruiken. Vanaf dat moment gebruikten Pop, Beer en mijn Mol nu altijd de trap. En al snel deden alle katten uit de buurt dat.

Fiele

Het bovenste plankje was altijd de beste plek om te zitten of te liggen, zegt mijn vrouw.
Want daar kun je alles in de gaten houden: de tuin en de daken. En niemand anders kan meer naar beneden, en ook niemand anders kan meer naar boven. Als je op de bovenste plank ligt ben je dan ook een beetje de baas. Of andersom: als je de baas bent mag je op de bovenste plank.
Af en toe moesten mijn mensen ingrijpen als er een fiele was op de trap. Pop, Beer en mijn Molletje gingen gewoon langs elkaar heen, maar andere katten durfden dat niet. Soms zaten er drie of vier katten op de trap en konden ze niet meer vooruit of achteruit. Mijn mensen kwamen dan even het verkeer regelen.

Nu is de trap alleen van mij.

Ekstradiep nadenken

Als het mooi weer is lig ik wel eens op de bovenste plank te slapen. Niet echt heel diep, want ik moet natuurlijk wel de boel een beetje in de gaten houden.
Maar meestal lig ik op die plank te denken. Over van alles. Ook over geheime dingen die ik niet kan vertellen, want dan zijn ze niet geheim meer.
Als ik op de bovenste plank van mijn trap lig voel ik me stoer, en toch ook gefoelig.
Ik ben thuis, maar ook weer niet. Ik ben in mijn tuin, maar niet helemaal. Ik zweef in de lucht, maar op een plank. Ik lijk wel een vogel, maar dan als kat. Ik ben overal en nergens. En daarom kan ik ekstradiep nadenken.

Pootjes op het gras

Doordat ik zo hoog lig, ben ik ook dichterbij alle katten die een ster zijn geworden. Dus daar zwaai ik altijd naar. Als eerste naar mijn Mollevrouw en Billy, en Pop en Beer, en naar Katrientje. Er zijn best een heleboel sterren, dus ik ben wel eventjes aan het zwaaien.
Als ik uitgedacht en uitgezwaaid ben kom ik weer naar beneden. Dan sta ik weer met vier pootjes op het gras in mijn tuin.  Ik ben gewoon weer kater Bolle die in zijn tuin loopt.
Maar ik weet dat ik kan zweven als ik dat wil, en mijn gedachten ook.