Tag Archives: Pop

Loesje over: liefde en akzeptaasie

liefde

Vorige week schreef me vriend Bolle een mooie reakzie op me verhaaltje van me worksjop. Hij zeg dat het belangrijk is dat iedereen ze eigen liefde heb en dat dat mooi is van ze eigen.

Dat je als poes ook liefde kan voele voor een andere poes. En als katerman mag jij ook gefoelens hebbe voor een andere katerman. En ze mensen hebbe het meegemaakt met Pop en Beer want zij vonde elkaar lief.

Van me eigen heb ik ook mij mening en ik vind mij vriend Bolle heb gelijk. In mij maand van liefde wil ik ook schrijve over liefde die anders is en soms moeilijk. Van ze eigen natuur is alle liefde mooi en goed. Ik vind liefde ken geen haat assie allemaal kan akzepteere dat liefde soms anders is.

Tinteling

U weet van mij eigen heb ik verkering met mij Bert. Mij hart voelde tinteling van liefde toen mij Bert op me kompjuuter was. Toevallig is mij Bert een katerman en ik ben van mij eigen een poezevrouw. Dan is verkering makkelijk en niemand kijk raar op assie zeg dat jou poes verkering heb met jou katerman. Maar assie thuiskom van rennen in jou tuin en jij ben als poes gesjarmeerd van jou buurpoes dan hebbie ze poppe aan het dansen. Of als jij als katerman stoer vanaf jou dak zit te lonke naar ze katerman van me visboer. Hoe moet dat dan assie thuiskom? Krijg jij dan nog wel jou eete?

Gefoelens

Als moderne poes wil ik mij lans breeke voor alle poezevrouwe en katermannen die gefoelens hebbe voor ze soortgenoote. Jij kan gewoon liefde voele voor wie jij wil. Jij mag saame in jou mand ligge met wie jij wil. Dat vind ik wel want liefde is mooi en het zit in U hart. Mij broer Bart hield van ze eigen ook meer van katermannen. Wij heb daar nooit moeilijk ofer gedaan. Maar hij zat wel vaak in ze kast. Me vrouw zeg dat mensen dat soms ook doen. Ik moest daar wel over nadenken want van me eigen zou ik wel schrikke als me visboer ineens uit me kast zou koome. Maar assie uit me kast kom met verse tonijn hebbie wel me hart geraakt.

Mooie emozie

In mij worksjop die ik ga geeve voor me Faalentijn wil ik dat iedereen geluk kan voele in ze hart. Mooie emozie en dat U er blij van wordt. Of U nou met een poes ben of met een katerman, het maak niks uit. U mag U eigen liefde voele en U mag het ook uite. Liefde is uniferseel en het heb alle kleuren van me regenboog. U hoef het alleen maar te akzepteere. Dan kan anders zijn U hart binnenkomen.

Naar u hart

Voor mij worksjop heb ik ook mij visboer ingeschaakeld. Ik dacht misschien kan U ook iemand U liefde verklaare met haring in tomatensaus. En het mag ook met andere vis. Ik vind alles moet kunnen. Assie openstaat voor liefde en toolerant ben van U eigen, kan alle liefde ze weg vinde naar U hart.

Liefs van Loesje

kater Bolle over: sneeuw en schone voeten

sneeuw
Ik lag op de vensterbank, lekker boven de verwarming, te slapen. Ineens riep mijn vrouw “Kijk nou eens Bolle!”

Ik was al bang dat ik weer op de foto moest, maar ze wees naar buiten. Ik keek ook en ik zag het meteen. Mijn hele tuin was wit geworden van de sneeuw. O jee, dacht ik, dan moet ik mijn patroeje gaan lopen door die sneeuw.
En dan zak ik tot mijn schouders weg en mijn hele onderstel wordt nat en koud.
Mijn tenen worden ijsblokjes, en mijn oren vriezen bijna van mijn hoofd.
Je begrijpt het al; vind er niks aan, aan die sneeuw.

Graven

Kijk, ik hoef van mijn mensen niet naar buiten. Maar ik vind dat het persee moet, ook al ligt er sneeuw.  Want ik moet mijn land kontroleren. Ik moet gaan ruiken wie er allemaal geweest zijn, en hoe lang en wanneer. Ik moet overal kopjes geven, zodat andere katten weten dat het mijn tuin is.
En er is nog iets.
Ik heb binnen een toilet, maar ik ga liever buiten. In mijn tuin. Daar heb ik de ruimte om heel goed te graven.
En ik kán graven. De aarde spat altijd alle kanten op. Mijn voeten zitten helemaal onder, maar dat loop ik vanzelf weer aan de vloerbedekking af. En aan de keukentegels. En aan het buro. Eigenlijk overal waar ik loop laat ik dan aarde achter. Alleen niet op mijn kurk natuurlijk, want dat is vies. Dus ik zorg dat mijn voeten schoon zijn voor ik op mijn kurk klim.

Superkoud

Binnen op mijn bak heb ik een soort korrels, en dat graaft heel anders.
Mijn mensen hebben wel eens aarde in mijn bak gedaan maar dat vond ik raar. Dat hoort nou eenmaal niet, op mijn huiswc.
Als ik binnen op de bak ga heb ik altijd het gevoel dat ik in de gaten word gehouden.
Ik hoef maar richting mijn wc te gaan of ik hoor mijn mensen tegen elkaar zeggen “Bolle gaat op de bak”. Ik ben dan altijd een beetje bang dat ze met me meegaan. En dat wordt veeeels te klein, zo met zijn drietjes op mijn wc!
Maar het probleem van mijn buitenwc is dat ik superkoude billen krijg als ik daar nu ga zitten. Straks vries ik nog vast, ik moet er niet aan denken.

Gaatje in de sneeuw

Popje, Beer en Molletje wilden nooit op hun binnenwc. Ab-so-luut niet. Vooral de GroteBeer niet. Die hebben mijn mensen NOOIT op de binnenwc gezien.  Ze gingen altijd de tuin in, maakt niet uit wat voor weer het was. Ook toen ze oud waren.
Als er erg veel sneeuw was gingen mijn mensen met ze mee.
Popje vond het altijd spannend om door hele hoge sneeuw te rennen, zodat je hem niet meer kon zien. Dan miauwde hij heel hard, en dan zeiden mijn mensen waar ben je nou?  En dan gingen ze hem zoeken. Niet echt hoor, het was maar een spel!
En Pop vond het ook altijd heel biezonder om een plasje te doen in de sneeuw. Want het was meteen verdwenen, er was alleen een gaatje in de sneeuw over. Dan riep hij mijn mensen en deed het nog een keer, om het te laten zien.
Zelfs in de sneeuw waren ze soms wel een uur buiten. En Beer liep twee keer per dag het hele blok rond, ook als het vroor.
Ze liepen altijd in elkaars voetstapjes, want dat is het makkelijkst. Dus zelfs als er dagenlang sneeuw lag was er maar één spoor.

Naar buiten

Tja, zo’n avonturier ben ik nou eenmaal niet meer. Ik vind dat ik lang genoeg buiten ben geweest toen ik nog geen huis had.  Toen heb ik genoeg regen en sneeuw meegemaakt voor de rest van mijn leven.
Wat zeg ik: meer dan genoeg!
Maar ik ben gisteravond uiteindelijk toch naar buiten gegaan.
Mijn mensen stonden naar me te kijken. Ze moesten lachen, want ik rende kriskras door mijn tuin. En daarna sprong ik als een konijn door de planten, met grote hoge sprongen. Mijn vrouw zei dat ik wel een sneeuw-ko-nijn leek.
Ik kwam heel hard weer naar binnen rennen, en schudde mijn voeten uit. Want daar zat allemaal sneeuw aan.

Op het grote bed

Mijn mensen hebben me toen op het grote bed getild, we hebben met zijn drietjes geknuffeld, ik heb brokjes gegeten en ben daarna niet meer naar buiten geweest.
Ik ben er klaar mee, met die sneeuw.
Dan maar de binnenwc. Ik probeer gewoon te gaan als niemand kijkt.
Ik wil niet het risico lopen dat mijn billen buiten afvriezen, of dat ik ingesneeuwd raak.
Dus ik ga nu op het grote bed liggen wachten op de zomer!