Tag Archives: Mol

Kater Bolle over: als je het zat bent

BolleVorige week waren mijn mensen en ik het allemaal een beetje zat. Het voelde alsof de reenoovaatsie al jaren aan de gang was. We waren in het begin al zat ervan, maar nu ekstraveel.

Op avontuur

Mijn vrouw was ziek geworden van het stof, mijn man was heel moe en ik liep de hele tijd te dribbelen. Ik had peper in mijn bips,  zo noemt mijn vrouw dat (ze zegt eigenlijk een ander woord, maar dat is niet netjes). Ik wilde steeds naar buiten en dat mocht niet. Wegens die mannen op de stijgers. Toch bleef ik de hele tijd bij de deur zitten.

Meestal doe ik niet moeilijk als ik iets niet mag.
Ik zeur niet en maak niets kapot. Nu met de reenovaatsie ga ik niet op avontuur en blijf vooral in mijn eigen tuin, als ik naar  buiten mag.

Pop en Beer

Mijn vrouw zegt vaak dat ze gek was geworden als ze dit met Popje, GroteBeer en mijn Molletje had moeten meemaken. Want Pop en  Beer zouden binnen de hele dag lopen klieren en mauwen, tot ze weer naar buiten zouden mogen. Mijn Molletje zou boos zijn, wegens het lawaai en dat ze binnen moest blijven. Ze zou de hele dag mokken, en niet willen eten.
De mannnen (zo noemden mijn mensen Pop en Beer altijd) zouden de hele nacht op ontdekkingsreis gaan bij de stijgers en alle spullen die er liggen. Pop zou allerlei dingetjes stiekem meenemen, dat deed hij altijd. Stukjes hout of kwasten om aan mijn
mensen te laten zien. Hij zou overal in stappen of vallen, want dat deed hij ook altijd. Hij heeft een paar keer een grote

Pop

Pop als kuiken, op de stijgersnee in zijn buik gehad omdat hij ergens aan was blijven hangen, een speiker waarschijnlijk. Hij is een keer in een ander huis door de terpentiene gelopen, dat was supergevaarlijk. Mijn mensen moesten midden in de nacht naar de dokter met hem. Hij had de terpentine  opgelikt en hij had wel een ster kunnen worden.
Mijn mensen en onze buurvrouw noemden Pop altijd de opzichter, omdat hij bij elk huis waar gewerkt werd ging kijken. Hij had ook vaak verf in zijn haren, en Beer zat een keer onder het sement. Dat vond hij niet erg, hij wilde niet dat mijn mensen het er uithaalden. De mannen waren echte klussers, volgens mijn vrouw.
Pop, Beer en mijn Molletje hebben een keer meegemaakt dat alle huizen aan de buitenkant werden geschilderd. Maar toen woonden ze nog niet bij ons.

Ik ga niet kijken bij spullen van de reenovaatsie en ik klim niet op de stijgers. Meestal leg ik me er bij neer (op het grote bed, haha, zie je mijn grapje?) dat ik binnen moet blijven.
Als de mannen van de stijgers weg zijn en ik naar buiten mag ben ik vaak na twee minuten weer terug. Ik wil alleen even zeker weten dát ik naar buiten mag.

Onrustig

Maar deze week was ik onrustig. Mijn druksolie hielp niet genoeg, ik was de hele tijd zenuwachtig.
Ik had pijn in mijn buik en ik moest spugen. Op het grote bed. En daarna moest ik heel snel naar mijn binnenweecee, wegens die pijn in mijn buik. Mijn mensen snappen dat heel goed, maar mijn vrouw zei wel dat de ‘lucht niet te harden was’ ofzo. Ik weet niet
wat ze daarmee bedoelde, het zal wel iets zijn dat alleen mensen snappen.
En toch mocht ik niet naar buiten. Maar ik bleef rondlopen en wilde niet gaan liggen.
Mijn mensen werden een beetje wanhopig van mij. Mijn vrouw zei dat er nog één ding was dat we niet hadden geprobeerd. En dat wilde ze gaan kopen.

Geps

Na een halfuurtje kwam ze weer thuis, heel entoesjast. Ze liet iets aan mijn man zien, die moeilijk keek en zei dat hij er niet in geloofde.
Ik zat zelf weer bij de achterdeur, want ik wilde nog altijd naar buiten. Mijn vrouw kwam naar me toe en begon aan me te frummelen. Ze deed iets over mijn hoofd en deed twee gepsjes dicht (volgens mijn vrouw heten die dingen gespjes, maar dat is gewoon niet waar). Ineens klikte ze nog een geps vast, en deed de deur open. We liepen samen naar buiten en toen bleek ik ineens een tuigje met een riem aan te hebben. Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt. Alsof ik een hond was!
Ik liep wel mee met mijn vrouw, maar toen hoorde ik iemand op de stijgers. Ik raakte helemaal in paniek, en ging plat op de grond liggen. Ik probeerde zo plat mogelijk weg te rennen, maar ik zat vast aan die riem. Mijn vrouw tilde me meteen op en ging met me
naar binnen. Gelukkig.

Op bed

Binnen heb ik gegeten, en daarna heb ik op het grote bed liggen slapen. Buiten was niet wat ik er van verwacht had, zolang die mannen er nog zijn.
’s Avonds mocht ik wel weer naar buiten, toen alles rustig was. Ik heb een tijdje op mijn stoel gezeten, in het donker. Mijn man kwam kijken, en ik liep samen met hem naar binnen.
We hebben met zijn drietjes op het grote bed geknuffeld, ik heb iets gegeten en ik ben samen met mijn vrouw gaan slapen.

Maar de volgende dag was ik weer zo onrustig. De hele week eigenlijk. Ik wilde niet op mijn weecee, en bleef maar rondlopen. Ik wilde mijn tuin in, ook al zijn de mannen daar bezig.
Ik hoefde gelukkig niet meer het tuigje aan. Want het maakt niet uit hoe erg ik dribbel, ik mag niet naar buiten als er nog iemand op de stijgers is.

Terras

En elke dag, als ik dan eindelijk weer naar buiten mocht, draaide ik me op het terras al weer om en ging naar binnen. Soms was ik maar heel eventjes buiten en kwam dan snel naar binnen rennen om op mijn weecee te gaan. Mijn vrouw zei WAAROM?
Ik kan het zelf ook niet echt uitleggen.
Behalve dan dat ik nou eenmaal een kat ben, en dat ik de reenoovaatsie zat ben.
Dat snappen mijn mensen, die hebben dat ook. Niet dat kat-zijn, maar dat zat-zijn.
Nou doen we maar ekstraveel knuffelen en met de veer spelen, dat is voor ons alledrie leuk.
Vind ik.

Kater Bolle over als je een huisdier bent

huisdier

Mensen maken vaak verschil tussen huisdieren en wilde dieren. Huisdieren zijn honden of katten of koneinen. Maar ook paarden of gijtjes.

Over mensen

Wilde dieren zijn beivoorbeeld slangen of krookoodillen. Dat zijn dieren die je niet zomaar kunt aaien omdat ze soms gevaarlijk zijn. Ook heb je nog ooliefanten en teigers en goorillaas. Dat zijn dieren die te groot zijn om in een huis te wonen. Verder zijn er nog vissen, die kunnen niet in een huis want die wonen in het water. En vogels heb je ook nog, die leven in de lucht en in de bomen. Net als insekten, zoals spinnen en rupsen.
Huisdieren zijn dus eigenlijk dieren die mensen leuk vinden of die ze kunnen gebruiken. En mensen vinden die andere dieren niet zo leuk, gevaarlijk of eng. Dat snap ik wel een beetje, ook al vind ik dat een paard niet in huis kan wonen en een spin wel. Maar ik vind dat alle dieren mogen bestaan, of mensen ze nou lief vinden of niet.
En hoe denken huisdieren dan over mensen? Dat kan ik natuurlijk niet voor alle huisdieren zeggen, maar wel voor mezelf.

Verdedigen

Vroeger, toen ik in de tuinen woonde, dacht ik dat alle mensen hetzelfde waren. Ik dacht dat alle mensen sloegen en schopten. Ik dacht dat mensen geen gevoel hadden en dat ze gevaarlijk waren. Ik bleef bij ze uit de buurt en als ze toch dichtbij kwamen beet ik. Of ik krabde. En dan niet een beetje, nee… tot er bloed kwam, veel bloed. Want ik wist heel zeker dat die rare, gemene mensen niet te vertrouwen waren en dat ik me dus moest verdedigen.

Allemaal anders

Mijn vrouw vond katten vroeger eng. Ze dacht dat katten zomaar zouden krabben of bijten.
En ze vond ze grieselig, ze begreep ze niet echt. Ze kende alleen honden.
Totdat ze de GroteBeer tegen kwam. Mijn vrouw speelde elke dag met hem, in de tuin. Ze aaide hem nooit want dat durfde ze niet. Kwam dat even goed uit! Beer wilde liever niet veel geaaid worden, dat hoefde niet zo voor hem. Hij kwam bijna elke dag naar de tuin om met mijn vrouw te spelen, met takjes en steentjes en blaadjes. Als mijn vrouw naar binnen ging kwam Beer tegen de deur aanstaan om te kijken waar ze nou was was gebleven, zo jammer vond hij het als ze weg ging.
Daarna kwam Popje in de tuinen. Die wilde zich meteen overal mee bemoeien. Met Beer en ook met mijn mensen. Hij klom gewoon op schoot bij mijn mensen en viel dan in slaap, helemaal tegen mijn mensen aangekropen. Hij wilde niets liever dan knuffelen.
En toen kwam mijn Molletje nog. Die wilde ook niet geaaid worden, maar ze kwam wel steeds bij mijn mensen zitten. Ze vertelde hele verhalen, en bleef steeds terugkomen. Ze kwam vogels brengen om te laten zien dat ze zou bijdragen aan het eten, en ze treende mijn mensen alvast dat ze niet mochten lachen of hoesten of niezen.
Zo ontdekte mijn vrouw dat katten allemaal anders zijn en helemaal niet eng.
Mijn man heeft altijd van alle dieren gehouden, dus die wist dat allang.
Jullie weten al hoe het afliep: Beer, Pop en mijn Molletje kwamen bij mijn mensen wonen, en mijn vrouw kan zich niet meer voorstellen dat ze katten ooit niet leuk vond (nee, ik ook niet!).

Mijn kinderen, de moeder van mijn kinderen en ikzelf waren allemaal bang voor mensen. Mijn kinderen zijn allemaal buiten geboren. We leefden buiten en dat wilden we ook zelf.
Sommige van mijn kinderen en hun moeder durfden als eersten binnen te gaan wonen. Bij de mensen van een winkel, die ons altijd te eten gaven.
Ik durfde pas na een hele tijd binnen te wonen, toen ik mijn Molletje had leren kennen. En haar mensen, die nu ook mijn mensen zijn.
Het heeft best een tijd geduurd voordat ik echt vertrouwen kreeg in mijn mensen. Dat ging echt niet vanzelf, daar was ik veels te bang voor. En toch wist ik zeker dat ik bij mijn mensen wilde blijven wonen.
Ook nu met de reenoovaatsie, waardoor ik vaak superbang ben, blijf ik bij mijn mensen in ons huis wonen. Mijn vrouw was bang dat ik een terugval zou krijgen en dat ik weer buiten zou gaan wonen. Maar ik ben juist superknuffelig geworden en ik snap heel goed dat mijn mensen mij proberen te beschermen.
Ik vertrouw mijn mensen duisend proosent. En mijn mensen vertrouwen mij duisend proosent.

Gezellig

Zo hebben mijn mensen ontdekt dat een kat een geweldig huisdier is, dat heel slim en lief en gezellig is. Een huisdier is een dier dat bij mensen in huis kan en wil wonen.
huisdierEn ik heb ontdekt dat sommige mensen (beivoorbeeld mijn mensen) geweldige huismensen zijn, die slim en lief en gezellig zijn. Huismensen zijn mensen die bij een dier in huis kunnen en willen wonen.
Ik heb geleerd dat je als huisdier pas echt gelukkig kunt zijn als je je huismens hebt gevonden. En mijn mensen leerden dat je als huismens alleen echt gelukkig kunt zijn als je je huisdier hebt gevonden.

kater Bolle over: als je als mankater seksie bent. Of niet.

seksie
Pasgeleden lag ik in mijn doos in de tuin. Ik was mezelf aan het wassen. Ik lag in een houding waarin ik makkelijk mijn borst en mijn buik kon wassen. Heel gewoon, niks biesonders.

Zo seksie

Mijn vrouw kwam naar buiten, zag mij en begon te lachen. Ze vond het zo leuk dat ze er footoos van ging maken.
Ik wist zelf niet wat er nou zo lollig was en was een beetje beledigd. Ik hou er niet van als ik word uitgelachen. Als kat merk je dat echt wel of je wordt uitgelachen. Maar mijn vrouw zei dat ze me niet uitlachte, maar toe lachte. Omdat ik zo seksie in mijn doos lag.
Eerst dacht ik jaja, dat zal wel. Maar toen moest ik nadenken. Want seksie, ik?
Ik weet eigenlijk helemaal niet presies wat dat is. Ik dacht dat seksie wulps betekent, of
misschien een beetje swoel. Maar kan een mankater dat ook zijn? En kan ik dat zijn?

Heel seeriejeus

Ik vind dat jongenskaters en meisjespoezen hetzelfde kunnen. Even los van kindertjes krijgen. Alleen zijn meisjes vaak stoerder, dat is wel zo. Maar van seksie weet ik het niet zeker, of alle katten dat kunnen zijn. Dat is toch dat je zorgt dat een andere kater of poes allemaal gevoelens van jou krijgt en dat je een beetje flurt.
Maar ik ben geen flurt, ik ben juist heel seeriejeus. Als ik verliefd ben dan is dat voor altijd, zoals met mijn Mol. En mijn Mol had me een knal verkocht als ik seksie ging doen, denk ik. En mijn Mol deed ook niet seksie want daar was ze te oud voor geworden.

Een beetje verliefd

Mijn mensen hebben me wel eens verteld dat mijn Molletje vroeger een beetje verliefd was op een hele grote zwartwitte kater die Billy heette. Niet de Billy die bij ons in de tuin woonde hoor, die was daar naar vernoemd. Mijn vrouw zei dat als Mol die Billy zag, ze altijd opsprong en ergens aan een boom ging staan krabben. Een beetje uitsloverig, helemaal rechtop staand, en ze keek of Billy het zag. Na een tijdje te hebben gekrabd ging ze dan naast Billy zitten. Maar Billy had alleen maar aandacht voor een andere poezendame die nog kindertjes kon krijgen. Hij liet mijn Mol altijd gewoon zitten, erg hè.
Mijn mensen vonden dat best een beetje zielig voor Mol. Mijn Molletje ging seksie doen door te krabben en ze kreeg geeneens aandacht.
Ik zelf zou zeker weten gekeken hebben als een poezendame ineens voor mijn neus aan een boom ging krabben. Dat zou ik misschien ook best seksie hebben gevonden.
Ik krab in mijn tuin ook altijd aan de grote roo-doo-den-dron die er staat. Ik ga op mijn achterpoten staan en begin te krabben. Als mijn vrouw erbij is zegt ze altijd Goed zo Bol!
Dat vind ik leuk om te horen, maar ik denk niet dat mijn vrouw me seksie vindt als ik aan die boom krab. Dus misschien is het alleen seksie als meisjespoezen dat doen?

Flurten

Het zou natuurlijk ook best kunnen dat de ene kat wel seksie kan zijn en de andere kat niet. Of je nou een kater bent of een poes. Of twee katers of twee poezen, of een kater en een poes. Dat maakt helemaal niet uit.
Popje kon heel goed flurten. Als hij iets wilde (eten, knuffels, aandacht) of als hij bij mijn vrouw in haar nek wilde liggen, deed hij zijn ogen halfdicht en ging zitten lonken. Zo noemt mijn vrouw dat. Hij keek dan met een beetje schuingehouden hoofd, en knipperde steeds met zijn ogen, terwijl hij de hele tijd naar mijn man of mijn vrouw keek. Een vriendin van mijn mensen zei altijd dat Pop slaapkamerogen op kon zetten.
Dat kan ik zeker weten niet. In de slaapkamer slaap ik, met mijn ogen gewoon dicht. Of ik speel met mijn veer, dat kan ook. Dan heb ik mijn ogen gewoon open, wijdopen zelfs. Want ik moet op de veer letten.

Ik denk zelf eigenlijk dat ik te seeriejeus ben om seksie te doen. Want daarvoor moetje toch een beetje nonsjalant zijn en een beetje zelfverzekerd. Dat je zegt: kijk mij nou eens.
Zo ben ik helemaal niet. En ik vind dat je je niet anders moet voordoen dan je bent.

Borsthaar

seksieEn toch vond mijn vrouw dat ik seksie in mijn doos lag te zijn. Terwijl ik zelf niks doorhad. En ook helemaal niks spesjaals deed.

Dus uiteindelijk heb ik bedacht dat seksie voor een jongen betekent dat je je borsthaar wast. Dat moet het dan wel zijn.
Heb ik nooit geweten!

 

 

kater Bolle over: als een kat een plan maakt

planBijna alle mensen weten dat dieren slim zijn en kunnen nadenken. En ze weten natuurlijk ook dat vooral katten superslim zijn.

Maar er zijn ook mensen die zeggen dat katten niet kunnen nadenken. Want katten zijn zogenaamd, net als andere dieren, dom. Het is allang bewezen dat alleen mensen na kunnen denken. Zeggen die mensen.

In-stinkt

En dat terwijl wij katten juist heel veel nadenken, de hele dag door. Alleen over andere dingen dan mensen dat doen. Belangrijkere dingen, dat durf ik heus wel te stellen.
Die mensen zeggen ook dat alleen zijzelf vooruit kunnen denken. In de toekomst. Mensen maken plannen, dieren kunnen dat niet. Volgens die mensen.
Dat eekhoorntjes noten verzamelen is dan niet vooruit kijken, maar in-stinkt. Zo noemen mensen dat als dieren iets kunnen. Dan zeggen ze dat het in-stinkt is, dus dat dieren dat gewoon maar ootoomaties doen. Zonder na te denken. Alsof je als dier een soort masjientje bent.

Plannen maken

Ik heb al vaker geschreven dat ik niet snap hoe sommige mensen doen alsof ze alles weten over dieren, en alles kunnen bewijzen. In een labaaraatoorie-um.
Maar aan dieren zelf vragen ze niks. Terwijl het over ons gaat.
Het slaat natuurlijk nergens op dat wij niet nadenken, dat weet elke kat. Maar leg dat maar eens uit aan die mensen op een manier dat ze het snappen. Dat is moeilijk. Want als je denkt dat een dier niks kan en snapt, zie je ook niet wat een dier kan en snapt. Dan zie je nooit dat dieren zeker weten wel plannen kunnen maken.
Je vraagt je misschien af hoe ik dat weet. Nou, omdat ik zelf de hele dag en nacht nadenk beivoorbeeld. En door iets wat mijn vrouw me vertelde.

Het gaat over mijn Molletje.

Een stapje

Op een dag hoorde mijn vrouw gekrijs in de tuinen, dus ging ze kijken. In een tuin verderop stond Popje, met een andere kater die Bassie heet. Ze stonden tegenover elkaar te grommen en te krijsen. Maar verder wisten ze niet zo goed wat ze nou eigelijk wilden. Soms ging een van de twee een stapje achteruit. Maar dan kwam meteen de ander een stap naar voren. Ze wilden eigenlijk niet vechten, maar ze konden niet meer terug.

Mijn vrouw stond in onze eigen tuin te roepen en probeerde ze op te laten houden. Ze trok zelfs een blikje goermet open. Nou, ik had het wel geweten! Pop wilde wel naar mijn vrouw toekomen, maar als hij zich bewoog kwam Bassie naar voren en wilde hem gaan krabben. Dus bleef Pop staan en ging het krijsen door.

Mol

Mol
Mol in het kattenhuisje

Toen Mol mijn vrouw steeds harder hoorde roepen, kwam ze aandribbelen. Ze zag wat er aan de hand was en dat mijn vrouw wilde dat het ophield. Mijn Molletje hield ook niet van vechten, dat heb ik al vaker gezegd. Ze stond een tijdje te kijken, samen met mijn vrouw. Toen mauwde ze tegen mijn vrouw, kroop onder het hek door en liep naar Pop en Bas. Bassie schrok en ging tegen haar ook staan blazen. Mol deed net alsof ze niks hoorde, liep door en ging overdwars tussen de twee jongens in staan. En zo bleef ze staan. Pop en Bas konden elkaar nu niet meer zien. Daardoor konden ze weglopen zonder dat de ander ging aanvallen. Na een minuutje liep Pop achteruit, en daarna Bassie ook. Mol bleef staan. Toen rende Bassie ineens keihard weg. Pop wilde er eventjes achteraan maar Mol blies naar hem. Dat hij op moest houden.
Daarna liepen Pop en Mol samen terug naar onze tuin. Mol deed keihard miauwen tegen mijn vrouw, dat ze het opgelost had.

Kompliementen

Mijn vrouw heeft mijn Molletje heel veel kompliementen gegeven en gezegd dat ze het geweldig vond wat ze had gedaan. Pop kreeg wat goermet moes voor de schrik en Mol kreeg een beetje slagroom omdat ze zo’n slimme dame was.

Mijn vrouw was helemaal trots op mijn Mol. Dat Mol zoiets bedacht had! Mijn Mol keek eerst wat er aan de hand was en bedacht toen een plan. Mijn vrouw heeft het altijd onthouden en ook aan mij verteld. Ik ben altijd al trots geweest op mijn Mol, maar toen ik dit hoorde nog meer. Wat een poes hè: slim, knap, stoer en dapper. Mijn Mollevrouw.

Slim

O ja, en wie zei er nou ook al weer dat katten niet konden nadenken, en geen plannen konden maken?

Ik denk wel eens dat dieren zó slim zijn dat het voor sommige mensen te moeilijk is om te kunnen begrijpen. En daar heb ik geen tests in een labaaraatoorie-um voor nodig.

kater Bolle over als je een ernstige kater bent

ernstigEen tijdje geleden schreef ik dat ik een ernstige kater ben. Loesje vroeg toen of ik daar meer over wilde vertellen.
En omdat Loesje een hele lieve vriendin van mij is doe ik dat natuurlijk.

Seeriejeus

Als ik zeg dat ik ernstig ben bedoel ik dat ik het leven seeriejeus neem.
Ik denk goed na voordat ik iets doe en ik doe nooit zomaar iets. Ik maak geen grapjes en ik haal geen kattenkwaad uit. Gevaarlijke dingen doe ik niet. Soms heb ik eventjes een gekke bui, maar dat is altijd snel weer voorbij.
Ik ben lief voor bijna alle andere katten, en ik speel niet de baas. Dat komt omdat ik nadenk over hoe andere katten of mensen zich voelen. Daar hou ik rekening mee.
Ik hoef niet in het middelpunt van de belangstelling te staan. Liever niet zelfs.

Denken

Het leven is best moeilijk, vind ik. Ik ben snel bang en vind veel dingen eng.
Het is nu veel beter dan vroeger, toen was ik alleen maar bang.
Nu kan ik ook heel blij zijn. Als ik uitgebreid geaaid wordt, als ik in het zonnetje lig, als mijn mensen en ik met zijn drietjes in mijn tuin zitten, als ik geborsteld wordt. Dan doe ik ernstigkeihard brommen, en soms zelfs een beetje kwijlen. Nou ja, dat kan de beste gebeuren natuurlijk.
Maar meestal lig ik na te denken. Of ik zit na te denken, en ik sta zelfs wel eens na te denken.
Dat gaat de hele dag door, dat denken.
Ik denk over van alles. Ik denk terug aan het verleden, en ik denk na over wat er komen gaat.
Ik denk aan mijn Molletje, en ik denk aan mijn mensen. Ik denk aan de wereld en aan het heelal. Aan alle katten en dieren en mensen die daarin bestaan. Dat is zo belangrijk dat ik daar heel lang over kan nadenken.

 

Mijn Mol en ik

Mijn mensen zeggen dat mijn Molletje ook zo was. Ze was een ernstige poezendame die bijna nooit speelde. En ze wilde ook niet dat anderen speelden. Pop en Beer mochten dat niet, maar mijn mensen ook niet. Als mijn mensen vrienden op bezoek hadden en ze moesten lachen of waren een beetje druk, dan kwam Mol aanrennen en ging heel hard zitten loeien. Dat ze op moesten houden.
Mijn Mol en ik begrepen elkaar heel goed. Dat drukke gedoe, en dat rennen: nee, niks voor ons.
Wij liepen samen door onze tuin, of we lagen op onze stoelen en we dachten na.
Omdat ik een ernstige kater ben wist ik dat mijn Molletje hulp nodig had. En die gaf ik haar. Ik bleef altijd bij haar, zodat ze niet bang hoefde te zijn.

Popje

ernstig
Mol zegt hier tegen Pop dat er niet gespeeld wordt.

Popje was een heel druk ventje, dat altijd aan het spelen was. Hij bemoeide zich overal mee, en moest alles weten. Mijn mensen konden geen kastje open doen of Pop zat er in.
Hij was vrolijk en haalde grapjes uit met mijn mensen. Hij deed eerst iets, en dacht dan pas na. Mijn mensen zeiden altijd dat hij in wel meer dan zeven sloten tegelijk liep.
Beer was een stuk ouder en wat minder druk, maar hij ging ook altijd op onderzoek. Hij liep alle tuinen door en kende alle katten. Hij ging naar binnen door hun deurtje en at een hapje mee van hun eten. Zo kende hij ook een heleboel mensen.
Pop en Beer deden aan soemoo-worstelen, volgens mijn vrouw. Dat is iets Japans. Ze renden elkaar achterna door het huis. Ze gooiden elkaar omver en ook alles wat in hun pad stond.
Soms liet Pop zich vanaf de tafel bovenop Beer vallen. Of Beer trok juist Pop zó van de tafel af. Mijn mensen moesten midden in de nacht wel eens roepen “Mannen!” omdat ze aan het rondgalopperen waren. Ze klonken als een kudde ooliefanten, volgens mijn vrouw.
Dit was natuurlijk afgelopen toen mijn Mol bij hun kwam wonen.

Karakter

Zo zie je dat elke kat anders is.
Dat heeft te maken met hoe je jeugd was, hoe je opvoeding was, hoe je nu woont, hoe je mensen zijn, hoe oud je bent en hoe gezond je bent. Het is natuurlijk logies dat je als je een kat van 17 bent minder druk aan het rennen bent dan een kat van een paar maandjes.
Maar weet je wat de belangrijkste oorzaak is dat elke kat verschillend is? Dat is karakter.
Elke kat heeft een eigen karakter. Dat is je diepste wezen in jezelf. Daar wordt je mee geboren, dat is je persoonlijkheid.

Ernstig

Mijn karakter is dat ik ernstig ben. Zelfs als ik een andere jeugd had gehad zou ik nog steeds ernstig zijn. Ik zou dan minder bang zijn, maar net zo ernstig.
Elke kat is een uniek indievieduu. We verschillen van elkaar in kleur en in leeftijd, maar ook van karakter.
Weet je wat ik nou zo lollig vind? Dat mensen dat wetenschappelijk hebben bewezen. Dat zeggen ze. Ze hebben bewezen dat katten een karakter hebben, veel meer dan honden. Ja logies natuurlijk dat meer dan honden, dat had ik zo wel kunnen vertellen.
Maar daar kan ik dus weer over nadenken. Dat mensen zo raar zijn. En honden vaak dom. En katten niet. En hoe dat komt. En waarom dat zo is. Waarom niet iedereen dat weet.
Ik denk na omdat ik een ernstige kater ben.
Of andersom, als je erover nadenkt (!) kan dat ook.