Tag Archives: Popje

Kater Bolle over als je heupen ouder worden

heupen

De laatste tijd gebeurt er soms iets vreemds als ik loop. Mijn voorpoten lopen rechtdoor, maar mijn heupen zakken een beetje naar de zijkant. Samen met mijn achterpoten. Het is maar eventjes hoor, ik val niet om.

Als mijn mensen het zien houden ze mijn heupen even recht, dat ik weer goed sta. Als ik alleen ben doe ik zelf alles weer goed neerzetten.
Ik heb de laatste tijd ook wel eens dat het niet helemaal goed lukt als ik wil gaan liggen. Mijn rug foelt niet fijn en ik kan ineens niet verder. Dan probeer ik het de andere kant op en dat gaat wel goed.
En als we met de veer spelen doe ik nu iets voorzichtiger met surfen over mijn tasjes.

De jongste

Mijn mensen zeggen dat dat komt omdat ik niet meer de jongste ben. Terwijl ik wél de jongste ben! Bij ons thuis in ieder geval. Ik ben ongeveer 15, en mijn mensen zijn echt veel en veel ouder dan 15. Maar mijn vrouw legde me uit dat het iets is dat mensen zeggen. Het betekent dat ik een beetje oud ben. Of seeniejor, zo kan je het ook zeggen.

Gewrigten

heupenIk vind het mooi om ouder te worden. Als je ouder bent heb je veel erfaring, je weet een heleboel, je hoeft niet meer de hele tijd te rennen en te spelen en je kan lekker veel slapen. Superfijn vind ik dat. Maar sommige dingen zijn misschien niet zo leuk. Dat je een beetje minder soepel bent in je lijf en in je gewrigten beivoorbeeld. Dat hoort er bij, het is sleitaasje. Mensen noemen dat ar-tro-se.
Het is daarom ook belangrijk dat mijn buik niet te groot is. Want die buik moet ik natuurlijk dragen, en dat maakt dat mijn kniejen sneller sleiten als ik te dik ben.
Mijn mensen en ik doen ons best dat ik slank word, maar het lukt nog niet helemaal.

Mijn hendikep

En ik heb ook nog mijn hendikep. Omdat ik als beebie niet goed te eten heb gekregen ben ik een beetje raar gegroeid. Dat komt omdat ik niet genoeg fietamiene Dee heb gehad.
Bij mensen had je dat vroeger ook, het heette Engelse ziekte of rachitis. Ik heb gevraagd of mijn vrouw dat even wilde schrijven, want het zijn moeilijke woorden.
Ikzelf gebruik die woorden niet, want waarom zou ik? Ik hoef niet aan andere katten uit te leggen wat ik heb. Als kat maakt dat je helemaal niet uit.
Mijn benen zijn altijd anders geweest dan bij andere katten. Ik ren anders, mijn benen gaan naar de zijkant in plaats van naar voren en naar achteren. En ik kan met mijn achterpoten bovenop mijn hoofd krabben, dat is best handig.
Ik ben zoals ik ben, ik weet niet anders en ik foel me er prima bij.

GroteBeer

heupenGroteBeer, die hier voor mij woonde, kreeg spesjaal voer voor zijn gewrigten. Dat hielp een hele tijd goed, en toen het niet meer hielp kreeg hij elke dag iets tegen de pijn. Zover is het bij mij nog niet. Maar mijn mensen zeggen dat ze volgende week de dierendokter gaan bellen. Ik hoef zelf niet aan de telefoon gelukkig, want ik zou niet presies weten wat ik moet zeggen. En ik wil er liever ook niet heen want ik ben net geweest. Straks kom ik dan zonder tanden thuis, net als Loes!
Maar mijn mensen zeggen dat ze willen vragen of er iets is dat ik in mijn eten kan krijgen. Iets dat een beetje helpt dat ik weer goed kan bewegen.

Ar-tro-se

Mevrouw Jip schreef in een antwoord op de blog al over traumeel. Dat is ook goed voor als je ar-tro-se hebt. Sinds een week krijg ik dat in mijn eten. Het zijn pilletjes die mijn vrouw helemaal fijn maakt en door een beetje goermetmoes met vissmaak doet. Dat eet ik heel goed, met pil en al.
Ik merk nog niet echt iets dat ik weer helemaal jong ben. Maar dat is misschien ook te snel.

Seeniejor

heupenIk vind het niet erg dat ik niet meer zo snel en zo soepel ben. Zo gaat dat in het leven, dat weet ik best. Eerst ben je een beebie en dan een grote kater of poes en als laatste een seeniejor. Andersom kan nou eenmaal niet.
Je kunt beter oud kunt worden dan dat je het niet wordt, vind ik. Zoals Billy, mijn vriend uit de tuin. En Vlo en Fynn en beebiePop. Of onze Popje. Die hebben geeneens oud kunnen worden, ook al hadden ze dat vast wel gewild. Maar hun lijf was kapot.
Dat is superverdrietig, als je voor altijd jong blijft. Als ster.
Wat maakt het dan uit als ik een beetje onhandige benen heb?

Dus ik loop gewoon door, ook al gaan mijn heupen soms de andere kant op. Ik heb geen haast, dus dat geeft niks.
Ook al duurt het wat langer, ik kom altijd waar ik wil zijn.
Bij mijn mensen.

kater Bolle over als je veel binnen bent

binnen
Zolang als ik bij mijn mensen woon heb ik een eigen deurtje gehad. In de grote deur naar de tuin. Een kattenluikje heet dat. Dat was altijd open, ik mocht dag en nacht naar buiten.

Nooit dicht

Dat komt omdat mijn mensen zijn gewaarschuwd door de mensen die me voerden toen ik een zwerfkat was. Zij hebben me ooit één nacht binnen gehouden en toen heb ik de hele boel gesloopt, en ook nog iemand aangevallen.
Dus je snapt dat mijn mensen het deurtje nooit dicht deden. Alleen met dat feest van een jaar, als er allemaal lawaai en vuur in de lucht is. Maar die avond wil ik geeneens naar buiten, dat durf ik dan helemaal niet.

Op slot

Maar met de reenoovaatsie moest mijn deurtje op slot, omdat het buiten veel te gevaarlijk was.
Mijn mensen maakten zich wel zorgen. Over wat ik er van zou vinden. Vooral mijn vrouw was helemaal zenuwachtig. Ze dacht dat ik, als ik na een dag binnen weer naar buiten mocht, buiten zou blijven en weer in de tuinen zou gaan wonen.

Popje

Dat komt ook omdat mijn mensen met Popje geprobeerd hebben om hem af en toe binnen te houden. Dat ging helemaal mis.
Pop had nog wel eens een probleempje met zwerfkatten die niet geopereerd waren. Die vielen hem aan, en Pop dacht dat hij kon winnen en ging het gevecht aan. Dat gebeurde vooral in de nacht. Het is een paar keer gebeurd dat mijn mensen met een bloedende Pop tot de ochtend hebben moeten wachten om naar de dokter te kunnen.
Dat was natuurlijk niet fijn, niet voor Pop en niet voor mijn mensen. Daarom hadden mijn mensen besloten dat Pop in de nacht binnen moest blijven.
Dat ging een paar dagen goed, maar daarna ging Pop de hele nacht klieren. Omdat hij naar buiten wilde. Hij ging heel hoog mauwen, over mijn mensen heen lopen, door de kamer rennen, mijn Molletje pesten en ga zo maar door. En na nog een paar dagen kwam hij ’s avonds niet meer binnen, omdat hij wist dat hij dan niet meer naar buiten zou mogen. En toen kwam hij ook overdag niet meer naar binnen.
Dus dat was het einde van het projekt. Pop mocht weer altijd naar buiten.
Je snapt dat mijn mensen zich afvroegen hoe ik zou reageren.

Druksdruppels

Ik moet eerlijk zeggen dat ik best een beetje schrok toen ik de eerste keer niet naar buiten mocht. Ik was bang dat er iets heel ergs zou gebeuren. Dat ik naar de dokter moest ofzo.
Maar mijn vrouw liet me zien dat er buiten allemaal mannen liepen, gewoon in MIJN tuin! Dus toen snapte ik waarom ik binnen moest blijven.
Natuurlijk hielpen mijn druksdruppels ook. Daardoor sliep ik meer, en was ik een beetje slomig.
Af en toe was ik wel onrustig en wilde ik persee naar buiten. Maar als ik dan naar buiten mocht, kwam ik na een minuut al weer binnen. Ik wilde alleen weten of ik nog wel naar buiten kon. Het was gewoon een test.
Meestal ging ik gewoon slapen, op het grote bed.

Binnen

Ik mag inmiddels al weer een paar weken gewoon naar buiten wanneer ik wil. En wat doe ik?
Ik lig op het grote bed. Of ik lig op vensterbank, lekker te stoven boven de verwarming.
Soms loop ik naar de achterdeur, en kijk naar mijn mensen. Of ze hem open willen maken, bedoel ik daarmee. Want dat is makkelijker dan door mijn deurtje gaan (dat komt door mijn buikspieren). Als ze de deur voor me open houden blijf ik binnen op de mat zitten. Dat is handig, dan heb ik het niet koud en kan ik toch door de open deur naar buiten kijken. Perfekt.
Als mijn man of vrouw zegt: Wat gaat het worden? loop ik weer naar binnen, en klim op het bed. Of ik ga naar buiten, zit even op het terras en kijk van buiten weer naar de deur. Zodat mijn mensen weten dat ze hem weer open moeten doen. Dat kan een heleboel keren achter elkaar zo gaan. Totdat mijn mensen op een gegeven moment zeggen nou is het mooi geweest Bol, je kunt ook door je deurtje. En dan lopen ze weg, flauw hè?

Buiten

binnen

Af en toe ben ik een beetje langer buiten. En dan kom ik ineens keihard binnen rennen, in één keer door naar de slaapkamer en hóps zo mijn weecee in. Die staat naast de verwarming, dat is echt superdeluuks.
Soms loopt mijn vrouw even mee, mijn tuin in. Dat vind ik gezellig, met zijn tweetjes. Maar als ik merk dat ze weer naar binnen gaat ben ik meestal sneller binnen dan zij.

Dat gaat van de lente en van de zomer wel weer anders worden, voorspelt mijn vrouw.
Maar voor nu ben ik superblij met mijn leven als bijna-alleen-maar-binnen-huiskater.

Kater Bolle over als je buik te groot is

buikVaak lees ik dat katten moeilijke eters zijn. Dat betekent dat ze veel dingen niet lusten. Of dat ze snel last van hun maag krijgen.

Ik ben zelf een makkelijke eter, dat kan ik wel zeggen.
Ik lust bijna alles.

Lekker

Ik vind brokjes lekker, als ze maar niet te klein zijn. Want dan kan ik ze niet kauwen, wegens dat ik een vreemde mond heb. En als ik brokjes niet kan kauwen slik ik ze zo door, en spuug ik ze even later allemaal weer uit. Daarom krijg ik altijd grote brokken.
Natvoer vind ik ook heerlijk. Alle soorten eigenlijk wel. Alleen patee niet, want ik snap nooit goed hoe ik dat moet eten. Hoe kan ik nou een groot stuk dat er overal hetzelfde uitziet eten? Waar moet ik dan beginnen? Ik heb liever iets met saus of sjelei, met stukjes erin. Ik eet altijd eerst de saus of de sjelei en spuug de stukjes terug in mijn kom. Als ik alles saus opheb, eet ik pas de stukjes.
Het allerlekkerste vind ik stukjes rauw runderhart. Of stukjes rauw rundvlees, die mijn vrouw klein maakt. Dan eet ik meteen alles op, en ik sta al een beetje te dribbelen als mijn vrouw het klaarmaakt. Van de zenuwen, dat het zo lang duurt.
Snoepjes vind ik ook heerlijk. Ketisfeksjons, of Feliks Partiemiks, of antihaarbalsnoepjes, ik lust het allemaal.
Menseneten hoef ik niet. Mijn mensen eten vegetatie, dus nooit vlees of vis ofzo. Ik ben geen konijn, dus daar begin ik niet aan. Kaas is lekker, maar dat krijg ik nooit. En sjips lust ik ook.
Pas geleden had mijn vrouw een schaaltje met iets heel kouds erin. Ze zegt dat het eis heet, dat kan best. Ze had het eventjes op de grond gezet en voordat ze zag wat er gebeurde had ik er al een paar keer aan gelikt. Het was biesonder en ik vond het lekker. Maar mijn vrouw zei dat het eigenlijk niet voor katten is en pakte het van me af.
Hoe dan ook, ik lust dus bijna alles.

Diejeetbrokken

Behalve diejeetbrokken. Ik heb wel een miljoen soorten diejeetbrokken geproefd. Meestal lust ik ze een paar dagen en dan niet meer. Vaak zijn ze heel mienieklein, en zo kan ik dus niet eten. Of ze ruiken al meteen als de zak opengaat heel vies. Of helemaal nergens naar, dat is ook vaak zo. Dat is natuurlijk niet lekker, dan kan ik net zo goed steentjes uit mijn tuin eten. Of het vogelvoer. Dat deed Popje altijd, dan was het maar opgeruimd. Daar moesten mijn mensen altijd erg om lachen. Ik laat het voor de vogeltjes staan, die hebben ook honger.

Pillen

En toch ben ik al weer een tijdje op diejeet, ook al lust ik geen diejeetbrokken.
Toen ik steeds binnen moest blijven en een druksdruppel kreeg, ging ik ook meer eten. En van die pillen van de dokter, dat ik rustig bleef, nou daar leek ik wel een stofzuiger van. Eerlijk waar, ik at alles wat me voor de voeten kwam, ook dingen die ik eigenlijk niet lekker vind zoals mijn slankbrokken. En toch ben ik toen niet slank geworden, raar hè?
Mijn buik is te groot geworden, zeggen mijn mensen. Net als bij Loes. Dat vind ik niet hoor, dat de buik van Loes te groot is! Dat zou ik nooit zeggen, dat had de dierendokter gezegd. Ik vraag me wel af wat die er eigenlijk van weet!

Kauwen

Nu heb ik weer de brokken die Bert ook heeft, en ik ben al afgevallen zegt mijn vrouw. Maar ik heb geen honger gehad, gelukkig maar. Ik heb even gevraagd aan mijn vrouw om op te schrijven hoe die brokken heten, hier komt het: Hills Metabolism.
Ik heb ze eerder gekregen, toen moest ik er steeds van spugen omdat ik ze niet goed kon kauwen. Nu gaat dat prima, hoe dat kan weet ik niet. Zijn de brokken groter geworden, of ik heb ik meer kiesen en tanden gekregen?
Ik vind het prima brokken. Ze zijn best lekker, maar ook weer niet zó lekker dat je er steeds nog meer van wilt. Ik krijg een paar keer per dag een klein beetje natvoer, voor het lekkere. En een paar snoepjes tegen haarballen, want anders krijg ik daar weer problemen mee.

Krom

Tot nu toe gaat het goed met mijn diejeet. Ik vind het zelf nog steeds niet nodig, maar ik wil ook liever geen suikerklontjesziekte. Dan moet je steeds een prik, bah.
Ik wil ook niet dat ik niet kan plassen, dat mijn blaas dicht zit met een soort stenen. Dat kan bij katers, zeker als ze niet heel slank zijn.
En ik ben geen 10 meer, en het is niet goed voor je knieën en je rug als je een grote buik hebt. Mijn benen zijn al krom en mijn tenen ook. Omdat ik vroeger te weinig te eten kreeg, als beebie. Maar als ik nu te dik ben dan wordt dat erger, dan kan ik niet goed meer lopen.
Dus ik doe nu mee met mijn diejeet. Maar ik hoef niet helemaal superslank te worden, vind ik.
Volgens mijn vrouw hoef ik me daar voorlopig nog geen zorgen om te maken.

Wat wel fijn is van mijn diejeet is dat we ekstraveel spelen met de veer (nóg meer?! riep mijn vrouw) en dat we ekstraveel knuffelen.
Dat helpt, bij het slankworden. En zo kan ik het wel volhouden.
Hoop ik.

Vlo

Het is nog maar net een nieuw jaar geworden en er is al verdriet.
Kater Vlo, die altijd antwoordde op de blog, is een prachtige ster geworden.
Het ging heel snel, zijn nieren waren zomaar ineens kapot en konden niet meer gemaakt worden.
Vlo heeft vast al een hoop sterren gesproken en gezien. Hij is daarboven gelukkig niet alleen.
Maar zijn vrouw is natuurlijk superverdrietig en mist hem heel erg. Daarom wil ik haar heel veel kopjes sturen, om haar een klein beetje te troosten.
Ik mis hem ook, want Vlo schreef altijd, echt altijd! En hij stuurde me veren op, van vogels in zijn tuin. Ik zal me Vlo altijd blijven herinneren.
Tot ziens Vlo!

Je vriend Bolle

Kater Bolle over: als je wilt spelen

spelen

Spelen is belangrijk voor katten. Niet iedere kat speelt even veel of op dezelfde manier, maar elke kat speelt. Juist als je veel stress hebt is spelen goed voor je. Want door te spelen kun je je spanning afreageren.

In je hoofd

Het kan ook zijn dat je alleen in je hoofd speelt en niet met je lijf. Dat is helemaal prima, je raakt er toch ontspannen van. Ik  ben zelf een katerman die vooral in zijn hoofd speelt. En soms doet ook mijn lichaam mee. Dat gebeurt als ik heel blij ben of als  ik heel bang was en dat weer voorbij is.

Met de veer

Nu met die stijgers voor en achter mijn huis ben ik de hele dag gespannen. Niet heel erg, door mijn druksdruppel, maar toch wel een beetje. Daarom wil ik elke dag eventjes met de spelenveer spelen. Geen uren hoor, zo ben ik niet. Maar een paar keer goed springen  en rollen, dat toch wel.
Meestal spelen mijn vrouw en ik met de veer. Soms speel ik met mijn man. Als ik eerlijk ben kan mijn vrouw het veel beter. Zij maakt het spel heel spannend, met allerlei geluiden en dat de veer hele gekke dingen doet. De veer verstopt zich altijd onder het rode kleedje in de slaapkamer, Stip. Zo hoort dat, vind ik, en ik bepaal hoe het spel gaat.
Als de veer zich verstopt (jaja, ik weet heus wel dat mijn vrouw dat doet) ga ik hem vangen. En dan bijt ik de veer, en ik grom en  blaas tegen de veer. Ik ben eventjes een echte teiger, en een gevaarlijke ook nog.
Dit spel spelen we al heel lang maar ik blijf het superspannend vinden.

Popje

spelen
Popje

Er zijn nog meer spelletjes die ik kan spelen met de veer.
Daarvoor ga ik onder het tafeltje in de woonkamer zitten. Daar ligt een soort kleedje overheen en als je eronder zit lijkt het wel alsof je in een tentje bent. Toen mijn Molletje nog leefde sliep ze vaak onder de tafel, op een zacht dik kussen. Ik mocht er niet  komen want het was de prifeeplek van mijn Mol. Dat moet je respekteren en dat deed ik dus. Mijn Mol ging tenslotte ook nooit op mijn kurk liggen.
Nu mag ik wel onder het kleed. Soms laat ik zelf merken dat ik dit spel wil spelen, doordat ik onder de tafel kruip. Andere keren tikt mijn vrouw met de veer tegen het kleedje. Ik weet meteen wat ze bedoelt en kruip snel onder de tafel.
Het spel gaat zo: ik zit dus onder de tafel. Mijn vrouw of mijn man beweegt de veer heen en weer langs de rand van het kleedje. En ik pak de veer, van onder het kleedje. Ik zet mijn poot er boven op, zodat de veer niet weg kan komen. Als ik de veer heb  gevangen begint het spel weer opnieuw. Het leukste is het om een hele tijd niks te doen, net zolang tot mijn mensen denken dat ik  niet meer mee speel. Maar ineens schiet …WAM!… mijn poot tevoorschijn. Soms schrikt mijn vrouw daar zo van dat ze achterover  valt!
Popje deed dit spel ook altijd met mijn mensen. Soms deden ze hun tenen langs de rand van het kleedje bewegen en dan beet Pop ze zachtjes in hun tenen. Mijn mensen zeiden dat het net was alsof er een haai ineens opdook uit de zee, daarom noemden ze het spel
Jaws. Dat schijnt een film te zijn ofzo.

Flippertjes

Op bed kunnen we ook met de veer spelen. Daar kruipt de veer onder de dekens door en probeer ik hem te vangen. Ik maak eerst hele grote sprongen om de veer te pakken. Als ik moe ben ga ik liggen en speel alleen met mijn poot. Mijn mensen moeten dan heel erg
lachen. Waarom weet ik niet, maar ze zeggen dat ik zo grappig lig. “Met kleine flippertjes” noemen ze dat. Ik zou zelf niet weten hoe ik anders kan liggen, dus ik snap niet wat er zo lollig is. Maar dat maakt me verder niet uit, als we maar het spel met de veer spelen.

Stijgers

Soms heb ik niet zo’n zin om met de veer te spelen en mijn vrouw wel. Meestal doe ik toch maar een beetje mee, om haar een plezier te doen. Want ik denk dat zij ook een beetje gespannen is van die stijgers, dus spelen is juist goed voor haar. Andere keren heb
ik zin om met de veer te spelen en mijn mensen niet. Moet je raden wat er dan gebeurt… Juist, ik krijg mijn zin en we spelen met de veer. Omdat die stijgers er staan, en ik dus een beetje zielig ben.
Zo is die reenoovaatsie toch nog ergens goed voor.

Ik doe duimen voor Dorus, morgen!

kater Bolle over: als je een vogel ziet

vogels

Deze keer ga ik over iets schrijven dat gevoelig ligt. Niet voor katten, maar voor mensen.
Wij katten denken er niet bij na want voor ons is het heel gewoon. Vaak wordt gezegd dat het in nou eenmaal in ons Dee En Aa zit.

Kun je al raden wat ik bedoel?

Vogels

Ik ga schrijven over vogels, en dat je die als kat probeert te vangen. Om op te eten.
Als mensen een hekel hebben aan katten (ja, die mensen bestaan, eerlijk waar!) komt dat vaak omdat katten op vogels jagen. Dat vinden mensen zielug.
Maar een kat doet niet op vogels jagen omdat dat leuk is. Voor ons is het gewoon eten. Wij zijn roofdieren. En elke kat is eigenlijk een miniteiger, met een mond vol scherpe witte tanden en kiezen waarmee hij alles aan stukken kan scheuren.
Nou ja, bijna alle katten hebben zo’n gebit.

Kadoo

Mijn Molletje had op het laatst bijna geen tandjes en kiesjes meer, maar toch ving ze nog wel eens een vogel of een muis. Dan riep ze mijn mensen door heel hard te miauwen, en gaf hun de vogel of de muis. Die waren geschrokken en nogal natgekwijld, maar verder was er niks met ze aan de hand. Mijn mensen lieten ze weer vrij, zonder dat mijn Mol het kon zien. Want het was een kadoo van Mol, en daar hoor je blij mee te zijn.

Slagroom

Mijn Mol was een goede jaagster. Ze had geduld, kon hard rennen, heel zacht sluipen en hoog springen. Maar ze ving vooral vogels om kadoo te geven aan mijn mensen. Die riep ze, als ze er eentje had.
Ze hield ze zo voorzichtig vast, dat ze niet gewond raakten. Mijn vrouw vroeg altijd of ze de vogel weer los wilde laten, dat ze het geweldig vond dat Mol het kon en dat ze er heel blij mee was, maar dat de vogel nog een gezin had. Dan gaf Mol de vogel aan mijn vrouw. Ze snapte er niks van, en ze was vaak wel een beetje beledigd. Maar ze deed het toch.
Als dank kreeg ze een schoteltje slagroom, dat vond mijn Molly het allerlekkerste dat er was.

De goede kant

De GroteBeer was een supergoede jager. Toen hij nog in het restoorant woonde had hij een belletje om zijn nek. Om de vogels te waarschuwen. Maar hij kon zó lopen dat het belletje niet rinkelde. Alleen als hij bij mijn mensen voor de deur stond schudde hij eventjes met zijn hoofd, tingeling. Dan wisten mijn mensen dat Beer er was.
Beer kon in één sprong een vogeltje uit de lucht plukken. Een sprong met een draai erin, zegt mijn man, en heel hoog. Hij at het vogeltje ook meteen op.
In de woonkamer stond toen een klein koffertje, vol met kattenspeelgoed. Bovenop had mijn vrouw een rijtje pluusjen muizen gelegd. Op een dag bleef Beer maar naar dat koffertje toelopen, en naar mijn vrouw kijken. Toen mijn vrouw naar hem toe ging om te zien wat hij wilde, zag ze dat hij een dode muis had neergelegd tussen de nepmuizen. Presies in het rijtje, met het hoofdje de goede kant op.
De laatste jaren van zijn leven interesseerde het jagen hem niet meer, en zat hij rustig in de tuin of op de vensterbank naar vogels te kijken. Maar hij deed ze niks meer.

Het halve huis

Popje kon ook goed jagen.  Maar hij wilde zijn prooi altijd eerst aan mijn mensen laten zien. En dat ging wel eens mis.
Want vooral mijn man probeerde de prooi af te pakken. Dat wist Pop, dus hij kwam razendsnel eventjes binnenrennen, zei met volle mond Miauw! en rende weer naar buiten.
Soms liet hij per ongeluk zijn vogel of muis los in huis, en die verstopten zich natuurlijk meteen.
Mijn vrouw vertelde me dat ze heel wat keren het halve huis op zijn kop hebben gezet om de muis of de vogel te kunnen vangen.
Maar Pop werd ook gepest door vogels. Door kraaien. En eksters. Die gingen vlakbij hem zitten, en heel hard naar hem schreeuwen. Soms vlogen ze vlak over hem heen. Daar was hij bang van, en dan kwam hij snel naar binnen rennen.
Toen Pop een keer een ekster had gevangen, moest hij hem los laten van mijn man. Daar was Pop een beetje boos over natuurlijk. Maar hij werd daarna nooit meer gepest door de vogels!

Nou denk je misschien: en jij dan Bolle? Dat ga ik zo vertellen.

Minder

Ik las dat minder dan de helft van de katten in Nederland nu nog weet hoe ze moeten jagen op vogels. Er komen steeds meer katten die muizen en vogels niet meer als een prooi zien, en niet meer weten hoe ze een prooi moeten vangen en doodmaken.
Ja, dat las ik in mensenkrant. Daar staan dat soort dingen in. Waarom weet ik niet. En hoe die mensen dat hebben kunnen uitzoeken weet ik ook niet. Maar het is ofiesjeel uitgezocht.

Winkel

Dus nog maar de helft van de katten jaagt. De andere helft kan het niet meer, en die leert het ook niet aan zijn of haar kinderen. Over een tijd kan geen enkele kat het meer.
Daar schrok ik wel een beetje van. Want hoe moet dat dan met ons eten?
Gelukkig kopen mijn mensen altijd mijn eten. En zij zeiden dat de winkel nog vol staat met blikjes en brokken. Dus ik ga niet verhongeren.

Vogels

Een paar dagen geleden zat er een hals-band-par-kiet in mijn tuin. Zo’n grote groene vogel, die veel praat. Hij zat op de grond, in het zonnetje.
Toen ik hem zag rende ik er meteen op af. Mijn man zag het gebeuren, en dacht o nee.
Toen ik vlakbij was maakte ik een sprongetje en de par-kiet vloog weg.
Dat was ook mijn bedoeling. Want het is toevallig wel mijn tuin. Zo’n vogel mag best in de bomen en in de lucht en in de struiken, maar mijn tuin is van mij.
Toen ging ik naar binnen, en vroeg mijn vrouw om wat brokjes.
Ik was moe, want jagen is zwaar werk. Vogels zijn snel, en voordat je het weet zitten er nog meer in mijn tuin.
En ik ben een beetje bang van vogels. Dus ik jaag ze weg.