Liefde is samen naar de regen kijken

liefde

Als de zon schijnt, heb ik genoeg aan mezelf. Dan lig ik in de warmte en ik ontspan en ik hoef verder niks meer. Maar als het regent dan wil ik graag samen zijn.

Het kan nou zo lang achter elkaar regenen, ik snap niet waarom dat zo is. Dan gaat het de hele tijd door. In de huiskamer is het donkerder en ik hoor de geluiden van buiten. Regen. De hele tijd.

Van vroeger

Soms ga ik dan om extra knuffels vragen. Dat mijn vrouw dan voor de bank zit en dat ik in haar arm kan liggen. Dat foelt gezellig en dat we samen zijn en dat de regen helemaal niet iets moeilijks is eigenlijk. Misschien is het iets van vroeger, van toen ik nog op straat moest leven en als het dan regende moest ik schuilen en dan was ik helemaal alleen.

Samen

Pas regende het weer heel erg en toen zei mijn vrouw: “Kom Bertje, we gaan samen naar de regen kijken.” Ik vond het meteen stom want regen is niks aan. Maar ze ging op het tapijt liggen en klopte voor zich, op mijn tapijtje. “Toe maar,” zei ze.
Ik liggen.
Ze aaide me en begon zachtjes te praten over hoe fijn het samen is. Ik rolde me op mijn zij voor de buik-knuffels. Ze praatte gewoon door, ik luisterde geeneens echt maar ik hoorde haar stem wel door de regen heen.
Toen rolde ik weer op mijn andere zij en ik keek door het raam naar de regen. Zij ook. Ze aaide me heel licht over mijn rug en ik foelde me rustig en warm van binnen. Af en toe friemelde ze een beetje op mijn heup daar heb ik meer vacht dus daar zijn friemels fijn.

Liefde

Zo hebben we een hele tijd op het tapijt gelegen om samen naar de regen te kijken, zij en ik. Daarna gingen we avondeten. Ik was helemaal rustig van binnen want ik had geleerd als het regent is samenzijn het allergezelligste dat er is en ook dat als je samen naar de regen kijkt, dat het hele warme gefoel van binnen liefde is.

Kater Bolle over als je oorwimpers hebt

oorwimpers

Bijna elke kat heeft twee oren om mee te horen. Twee ogen om mee te kijken. Een mond of bek om mee te eten. Voetkussentjes en huid om mee te voelen. En een neus om mee te ruiken.

Foelsprieten

Ik zei al, BIJNA elke kat. Want Bas, Bikkel en Bram hebben genoeg aan één oog. Loes heeft geen tanden en kiesen meer, maar eet nog prima. En er zijn best veel katten die niet oorwimperskunnen horen of die niet kunnen zien, dat kan ook. Muzette beivoorbeeld kan heel slecht zien. En mijn Molletje was doof toen ze oud was. Dat geeft niks, je kan net zo goed heel gelukkig zijn.
Ruiken, proeven, zien, foelen en horen. Mensen noemen dat de vijf zintuigen. Dat zijn dingen die je met je lijf foelt.

Wij katten kunnen veel beter horen, ruiken en zien dan mensen. Proeven doen we slechter dan mensen (nou ja, dat zeggen mensen dan die het hebben onderzocht). Om te foelen hebben wij net als mensen onze huid. Die is behaard, als bescherming tegen warmte en kou. Alleen onze voetkussentjes en ons neusdopje (zo noemt mijn vrouw dat altijd) zijn kaal. Het neusdopje heeft bij elke kat een uuniek patroon, net als vingerafdrukken bij mensen. Biesonder hè?
Maar we hebben nog iets biesonders. Foelsprieten.

Snorharen

Dat zijn onze snorharen. We hebben snorharen op allerlei plekken: op onze wangen, boven onze ogen, boven onze mond. En op onze voorpoten, aan de achterkant. Die sprieten zitten aangesloten op zenuwen en zijn daarom heel gefoelig.
Soms nemen mijn mensen een footoo van mij en dan zeggen ze dat ik één en al sprieten ben. Wegens mijn snorharen. Die steken alle kanten uit, vooral de snorharen op mijn wangen. Ik heb best een grote snor. Je snorharen kunnen verschillende kleuren zijn, die van mij zijn bijna allemaal wit. Maar er zitten ook zwarte tussen.
Wij gebruiken onze snorharen om te foelen. Als het donker is kunnen we toch gewoon overal lopen en klimmen en jagen, omdat we alles aftasten met onze snorharen.
De snorharen op onze voorpoten zijn om een prooi te foelen, want van dichtbij kunnen we niet goed zien. Door onze snorharen te gebruiken weten we waar we moeten bijten.
Dat doe ik niet hoor, met mijn snorharen. Ik eet gewoon netjes mijn brokjes en ik bijt niemand. Nou, heel soms bijt ik mijn veren, maar dat mag van mijn mensen.
Als je eet of vecht klap je je snorharen in, dan zitten ze niet in de weg. Als je iemand lief vindt doe je je snorharen naar voren en maak je je snor wijd. Dat doe je ook als je heel nieuwsgierig bent.

Ge-nee-ties

Mijn vrouw dacht eerst dat snorharen altijd net zo breed zijn als de schouders van een kat. Maar dat is niet zo. Sommige katten hebben gewoon kleine snorren, of heel weinig oorwimperssnorharen. Dat is ge-nee-ties.
De grootste snor die ik ooit heb gezien was van mijn Molletje. Ze had eerlijk waar een supermooie snor! Daarom dachten mensen vaak dat ze een kater was. Maar zo werkt dat niet bij katten. Of je nou een jongen of een meisje bent, je hebt altijd een snor.

De snorharen boven onze ogen beschermen onze ogen. Als die snorharen iets foelen doe je ootoomaaties snel je ogen dicht.
We hebben natuurlijk ook nog gewoon wimpers. Ik heb blonde wimpers, zegt mijn vrouw. Bij één oog staan mijn wimpers een beetje naar beneden en kan je ze heel goed zien. Daar krijg ik altijd veel kompliementen van mijn mensen voor, voor mijn wimpers.

Oorwimpers

Maar ik heb nog iets biesonders: oorwimpers. Ik wist geeneens dat dat bestond, maar mijn vrouw zegt dat ik ze heb. Ze aait ze altijd, met een vinger. Het kietelt een beetje aan mijn oor. Ik vind het niet nodig, maar ik vind het ook niet erg.
Mijn oorwimpers zitten aan mijn afgeknipte oor. Het zijn haren die in mijn oor groeien en die aan één kant boven mijn afgeknipte oor uit groeien. Dat is nog niet zo lang zo, want eerst groeiden er geen haren boven mijn oor uit. Toen was mijn oor aan de bovenkant helemaal recht en kaal. Maar nu heb ik dus haar dat er bovenuit groeit.

Veranderen

oorwimpersGek hè, eerst werden mijn oren aan de buitenkant kaal. Dat haar is weer helemaal aangegroeid. En nu krijg ik ineens oorwimpers.
Straks groeit mijn oor weer terug, dat kan best.
Ik wist geeneens dat er nog zoveel kan veranderen aan je oren als je seeniejor bent.

kater Bram: ik wilde alleen spelen met Donsje

Donsje

Hoi allemaal, ik hoop dat jullie een fijne vakanzie hebben. Het is de grote zomer vakanzie en heel veel mensen gaan weg of gaan thuis luieren. Dorus en Loesje hebben een kei spannende blog geschreven over hun avontuur in Amsterdam en ik had ook iets speesjaals. Ik was jarig. Dat was op 15 juli. Op een woensdag. Toen ben ik 11 jaar geworden.

Soep

Mijn dag begon zoals elke dag begint, met opstaan. Eerst doe ik mijn oog open en dan gaap ik heel erg lang. Dat het zeker een seconde duurt. Daarna strek ik mijn voorpoten zover mogelijk naar voren dat je het helemaal in je lijf voelt. Als die klaar zijn dan strek ik mijn achterpoten zodat ik helemaal los ben. Als ik denk dat ik dan wakker ben, dan ga ik naar de keuken waar mijn eten staat. Want als ik net wakker ben, dan heb ik altijd keiveel honger.
Op die dag kreeg ik smorgens soep omdat ik dus jarig was. Nou dat sla ik nooit af want ik vind soep kei lekker. Het is soep speesjaal voor poesen en katers met verschillende soorten smaken. Ik had die dag lamsmaak. Wanneer ik genoeg heb gegeten, wil ik naar buiten. Dat staat vast. Elke dag weer. Ik wil gewoon altijd in de tuin zijn.

In de struiken

DonsjeIk was nog niet buiten of ik zag allemaal fladders. Van die kleine donsjes met van die mooie zachte veren. Mijn vrouw doet deze fladders voeren met speesjaal voer. Dat zijn van die korreltjes en zaadjes die je bij een dierenwinkel kunt kopen. De donsjes vinden het erg lekker want ze komen steeds terug. Soms hangt mijn vrouw ook pinda’s in een netje aan de schutting, die eten de donsjes ook. Ik ging me furstoppen in de struiken voor de donsjes, want dan kunnen ze me niet zien. Daar ga ik dan zitten en wachten tot er een donsje dichtbij komt. Meestal plen ik dit. Dan bedenk ik van te voren eerst waar ik wil gaan zitten.
Dit keer had ik niet zoveel tijd om dit allemaal te plennen. Ik ben meteen de struiken met van die grote roze bloemen ingedoken en daar ben ik meteen op wacht gegaan. En het duurde maar heel kort voordat er een donsje kwam. Ik zat nog geen 10 tellen. Ik voelde dat ik kei oer was. Zo dichtbij heb ik ze nog nooit gezien. En ik vond het kei spannend want ik voelde de haren op mijn rug recht staan en mijn poten deden een klein beetje bibberen.

Springen

Een van de donsjes zat op 5 poten van me af. Nu moest ik ineens heel stil zijn, ik bewoog helemaal niks. Het donsje was korreltjes aan het pikken en ik keek het donsje aan. Ik keek het donsje echt heel strak aan dat je gewoon precies ziet wat het donsje doet. Je knippert bijna niet met je oog. Mijn lijf zette ik in de aanvalmodus. Dat is wanneer je klaar bent om aanval te doen. Dan zit je niet meer maar dan sta je halverwege het opstaan. Je bent dan gebukt.
Het donsje was nog steeds korreltjes aan het pikken toen ik ineens BAM! zo uit de struik boven op het donsje sprong met al mijn poten. Hebbes! Ik had het donsje gevangen en ik was best trots. Dit was de tweede keer dat ik een echt donsje te pakken had. En hier was ik nog jarig ook! Dat was echt een kei koel kadootje.

Fladderen

DonsjeIk tikte nog met mijn rechter poot tegen het donsje aan en daarna nog een keertje met links maar het donsje deed niks meer. Het fladderde niet eens meer. Dat was best saai. Toen kwam mijn vrouw naar buiten en pakte zij het donsje op. Mijn vrouw keek me ook aan en zei ‘oh Brammie toch, is het je toch gelukt kereltje’. Jaaa zeker! mauwde ik. En ik voelde me best trots dat ik dat donsje had gevangen. Nu moest het donsje gewoon weer normaal gaan doen en weer gaan fladderen.

Bloemen

Maar mijn vrouw vertelde me dat ik te hard op het donsje was geland met mijn poten en dat het daarom niks doet. Dat was niet de bedoeling. Ik wilde gewoon spelen met een donsje. Nu vind ik het wel kei erg dat het donsje het niet meer doet. Mijn vrouw heeft het donsje begraven onder de mooie bloemen in mijn tuin. Toen voelde ik me raar van binnen, dat ik vanzelf Sorry Donsje zei, en ga nou maar fijn vliegen achter de Regenboogbrug, daar ben je veilig.
Dag Donsje.

Brammie.

Dorus en Loesje in Amsterdam (zomerblog 5-5)

zomerblog

Mamsie gooite een laake ofer ons heen sowdat niemant kon sjien dat wei hut ware. Se hat een gat in het lake geknip sowdat we onse flugtroete goed konde sjien. Alleen stak mamsie haar puik eronderuit.

We botste tege heel feel taafultjes aan.
– Mahaammm AUWIE.
– Mee jij Doorie, mamsie schaam ze eigen nu zo errug. Jij heb het nie gesien en mamsie ook nie…
We fonde snel de deur.

Rosse buurt

zomerblogBuite gekome pakte mamsie wat te ete.
– Mamsie moet eeve nier-tonijn eete Doorie. Van ze schrik en ze zeenuuw.
– Maar mamsie, ikke dag eg datte het een ijswinkel was. Snik snik.
– Oooh mij jonge, jij heb er geen errug in maar jou banaan is van ze eigen geen banaan. En jij kan er geen ijs van eete. Jij moet jou mamsie beloofe dattie hier nooit meer kom. Wij zijn nu in jou rosse buurt van Amserdam. Hier ferkoop mefrouwe ze eigen foor sentjes Doorie, dattie trakkement heb en dinge kan koope. Het besta al langer dan jou mamsie besta. Het is van froeger foor mense van zee, want die moes ze eigen ook fermaake. Dan kwam zij hier bij de mefrouwe en dan had zij saame plesier. En jij noem het prossetuutie Doorie. Beloofie jou mamsie dattie nooit in ze prossetuutie ga speele assie pootballer wor. In jou Banaanebar moet jij veel sentjes betaale en dan kom er een mefrouw en zij heb ze kleere nog nie aan. Zij noem ze eigen serfeerser! Jij moet er toch nie aan denke Doorie. Jij ga het nie teege mij Bert fertelle, mamsie schaam ze eigen tot achter ze oor.

Rijksmuseum

zomerblogWe stapte weer inne boot en ginge verder. Op naar het rijksmuseum.
We ginge naar binne en oooh… we sage de nachtwacht. En ikke vroeg aan mamsie hoe dat kon, want het is gewoon ooferdag.
– Wat stellie mij jou moeilukke fraage Doorie. Kijkie eens goed. Jij kijk nu naar jou beroemste schillerij van jou weereld. En het is van meneer Remband van Rein want hij heb het geschillerd. Dan bennie wel een heele knappe meneer Doorie. Er was ooit een meneer die von er niks aan, hij heb geprobeer om deeze schillerij met ze schoenmaakermes kapot te steeke. Wie doe soies? Mamsie vin het vreseluk. Jij heb er geen errug in van jou eigen hoefeel uure jij noodig heb om deeze schillerij weer te res-too-reere. Mamsie gebruik nu moeilukke woorde Doorie, zij heb erop geoefen want anders krijg ze straks weer kommetaar. Deeze mooie schillerij heet de Nachwacht en nou kom het Doorie. Jij kan er oferdag naar kijke maar ook in jou nacht! Soies, de rest is mamsie fergeete. Maar jij kan zofeel mooie dinge zien in jou Rijksmuseejum. Het hoor bij jou onwikkeling jonge.

Poeseboot

We besjote verder te gaan. Niet naar het scheepvaartmusejum sowals geplent, maar naar de poeseboot op de singel. Want dat font mamsie leuker.
– Mamsie? Wat is dit?
– Oooh mij jonge hier hebbie mij stukje hart van Amserdam. Hier woone allemaal zwerfkatte en jij weet. Jou oom Bert was ook zwerfkater froeger. Hij heb nooit op zo een boot gewoon, hij zou het nie wille van ze eigen. Maar in Amserdam is deeze poeseboot bekend jonge en het is ze dreifende diere-asiel. Spesiejaal foor zwerfkatte, dattie opgefange kan worre. Dan bennie wel goed beezig Doorie. Het is nu ze Stichting de Poezeboot en jij kan beeter hier jou sentjes dooneere dan bij de mefrouwe zonder kleere. Assie wil kan jij het iedere dag bezoeke op jou opgezette tijde.

Bekeuring

We ginge weer fanne boot af en bragge de boot terug naar waar we opstapte. Daar stont zomerblogonze flauwepauweauto op ons te wagge.
Er lag een briefje op. Datte we een bekeuring hadden kjeeg. Maar… maar ikke hat mamsie tog sentjes geef om te moog parkeere?
Ikke keek mamsie aan. Toen bekente mamsie dat se er lekkers foor hat kogt.
– Assie zofeel moet fertelle ga jou buik knor krijge van ze honger. Mamsie moet op tijd eete, ook foor ze niere.
– Ooooooh mamsie toch.
– Jij moet nooit fergeete, assie met jou Mamsie op jou stap ben dan moet jij eete.
Ikke belte met me mobiel naar me mense die de bekeuring gewijk betaalte.

Pootballer

zomerblog– Lieve jonge nu heb mamsie nog één ferrassing foor jou eigen. Jij mag pooseere in jou Olimpies Staadion met jou bal. Foor jou mamsie ze fersaameling en omdat jij mij besse pootballer ben van mij hart. En omdat het mij ferrassing is mag iedereen jou mooie footoo zien en houw Mamsie ferder ze bek.
Daarna ginge we terug naar me huis rijen. Ikke ging gelijk naar me bak toe want ik moes eg enorm plasse.
Mamsie ging de koele kast en me noepjestas leegroofe. Toen belde de visboer van mamsie weer aan. Of se meeging naar huis. We naame afsjeit met heeeel veel koesjes en weg was mamsie met me noepjestas.
– Dag mij Doorie, mamsie houw jou. Hoop dat jou noepies nog smaake….

Dorus en Loesje

– Einde –

klik en lees hier deel 4

Dorus en Loesje in Amsterdam (zomerblog 4-5)

zomerblog

Ikke kjeeg weer geen ijsje. We stapte oppe boot en weg ginge we. Op naar de Dam. Toen sag ik opeens een coole winkel. Er stond T A T T O O op. Oooh ik wau dat sien. We ginge naar de kant. Mamsie wau dat eigeluk niet.

Tattoo

– Doorie wat moetie daar van jou eigen. Jij ga nie teekeninge maake in jou vacht. Jij ben geen Piekasso.
Maar mamsie… we kun tog evve kijke?
-Jij ga jou eigen wel gedraage Doorie! En jij moet jou poote onsmette en jou kapje foor.
We besloot naar binne te gaan. Ooh wat sag het er vetgaaf uit seg. Ikke wau ook gjaag een taatoe heppe. Ikke sog een plaatje uit en nam plaats oppe stoel.
– Doorie, hebbie geen oorie! Jij ga daar somaar zitte op zo een groote tattoewaage-taafel bij de tattoewaage-meneer.
– Maar mahammm…
– Doorie, jij ben nog nie droog achter jou oorie. Jij ga jou eigen nie fersiere in jou vacht. Jij krijg het er nooit meer uit!
Nau… jullie snapte het al. Ik werd aan mijn oortjes de sjop uitgetrokke. Mamsie begon te vertel oofer tattoeweere.
– Doorie jij weet het nie maar jou tattoewaage stam af van zo een moeiluk woord. Mamsie ga het probeere uit te spreeke. Luister jij wel Doorie. Jij zeg eigenluk Taatuu en het beteeken streepe. Het is al zofeel jaare geleede, jij kan het nie befatte Doorie. Feertienduisend jaar foor Kristus. Froeger liep alleen slaafe en kriemieneele met zo een Taatuu. Daar wil jij toch nie bijhoore van jou eigen!

De Dam

zomerblogNou… we waar ondertusse weer in de boot. Op naar de Dam.
Mamsie begon weer te fertelle.
– Oooh Doorie jou Dam is ze plein in het midde van jou stad. Jij kan er jou poote breeke van zofeel ongelukkige stoepteegel. Jij ga er nie poinke en jij kijk uit foor jou MammaLoesje want zij breek ze nek. Jij moet er toch nie aan denke dattie ga ligge spartele foor ze koninkluk paleis en jij weet nie wat foor groote gebouwe allemaal. En jij heb ook urne maar daar moetie foorsichtig mee zijn. Jij weet nooit wie erin zit van ze eigen. En jij heb er twaaluf. Luisterie wel Doorie, het is belangrijk! Kom dan maggie een zelfie maake van jou Mamsie en jou eigen. Houwie jou kaamera wel recht Doorie, dattie er van jou eigen ook nog opsta. En mij dam natuurluk. Van mij eigen kom ik hier misschien nooit meer terug. Mij Bert geef er niks om…

Mekdonnalts

Ikke kjeeg honger. Ooh ikke sag mekdonnalts. Oooh mamsie… gaan we een purgertje ete? Magge ik dan een heppiemiel met zoon gaaf kadootje er bij?
– Jij ga nie knoeie en jou heele heppiemiel ofer jou vacht gooie. Gebruikie wel jou serrefetje! En jij moet jou poote onsmette.
Maar waarom moete ik nu weer een serrefetje om!!
– Om dattie jou eigen moet gedraage en jij ben met jou mamsie op stap! Oooh Doorie kijk hoe lekker. Jij weet nie wat jij zie. En jij kannie altijd diejeete van jou niere. Bestel jij maar seefe heppieburgers foor Mamsie in sjelei van meneer mekdonnalt.
Mamsie at en at. Mense stonde verschrikt te kijke hoe se sofeel kon wegwerke.
– Jij ga het nie in jou blog schrijfe Doorie, mamsie heb gewoon honger. Assie alleen maar nierdieet krijg wor jij swakjes.
Toen mamsie klaar was met ete ginge we weg.
We sauwe naar het Scheepvaartmuseum gaan.
De boot lag ies dieper toene we er in saate, maar we hadde lol. We sogte op joeptjoep een liedje op wat oofer fare ging.
We saate alle 2 van:
Faare faare wiede wiede waare, wij kom thuis om ze heppieburger fraage…
En toen sag ik HET!!
Een ijswinkel!! Met mijn fafforriete smaak!! Banaan!! Oooh ik ging poinken en poinken. We maakte beina waater!!
– Oooh mamsie… pliesss mag ik een ijsje?

Bananen

zomerblog– Fooruit dan, jou mamsie kan nie altijd nee zegge. En van mij eigen lus mamsie ook wel ze ijsje. Hoop dattie ook fanieljefla heb….
Ooh ik was sjo bjij. We ginge aanmere en stapte uit de boot. We moese een paar sentjes betalen en mogge aan een taafultje plaas neme. Mamsie keek goed naar de affestand van annerhalfe meeter. Ik kon niet stil sitte.
– Doorie weetie seeker dat wij in jou ijswinkel zijn? Die mevrouw heb zo aparte kleere aan. Hebbie ze eigen wel onsmet?
Evve laater kwame se met de banane. Oooh se sauwe, in ons bijzijn, dus de ijsjes zelf maak.
– Maar… maar… maar mammie, wat doen se nu??
OOOOOOOH
– Doorie, MEE! Jou oog dicht en meekoome. Affestand of nie…

Wordt morgen vervolgd…

Klik en lees hier deel drie van het zomerblog