Wat is dat nou: een inhaalknuffel

inhaalknuffel

Een inhaalknuffel is een aparte knuffel. Die hoef ik niet elke dag, alleen als er een sietuuaazie is geweest. Dus dat mijn vrouw lang weg was en ik alleen was. Dat is moeilijk voor mij.

Gefoel

Waarom is dat moeilijk voor mij denkt u nou. Dat komt ik ben een kater met veel gefoel. Dus daardoor kan ik heel goed genieten en dat is het fijne ervan. Een beetje aaien of een lief woordje en ik moet al spinnen. En omdat ik vroeger op straat moest leven, heb ik extra veel gefoel bij dat ik een thuis heb. Voor mij is samen-zijn heel belangrijk. Dat is mijn gefoel.  Zij is thuis en ik ben thuis en we zijn samen met ons tweetjes. Maar het is zo dat ze soms weg gaat dan moet ze ergens anders werken. Dus dan ben ik alleen.

Van binnen

Alleen zijn is heel even fijn. Het huis voor mezelf hebben is leuk. Maar daarna wil ik dat ze terug komt. En als het lang duurt, dan voel ik me een beetje leeg van binnen.

Terug

Ze zegt altijd: “Bert, ik kom altijd bij je terug, zul je dat goed onthouden?” En ze komt ook altijd terug en dan heb ik inhaalknuffels nodig. Dus eerst komt het aaien van wezijnweersamen en als ik rustiger ben het gewone aaien en daarna pas komen de inhaalknuffels. Extra aaien met gesprekjes. Buikhappen. Een beetje achter mijn oor friemelen. Het is meer en anders, en dat gaat ook nog de volgende dag door en soms nog langer, net zolang tot ik niet meer leeg van binnen ben. Dan ben ik weer gewoon. Dus dan zijn de gewone knuffels genoeg.

Knuffels

Misschien ben ik wel de enige die inhaalknuffels nodig heeft dat weet ik niet. Maar ik weet wel dat ik een kater met veel gefoel ben en ik heb thuis geleerd dat ik mag zijn zoals ik ben, dus dat is eigenlijk heel fijn.

kater Bolle over als je mannen in je tuin hebt

mannen

Sinds een tijdje is er in mijn tuin van alles veranderd. Eerst gingen mijn mensen allemaal dingen verschuiven. Alle stoelen staan nu achterin, en bijna al mijn manden. Ze haalden planten uit de aarde. Die staan nu in potten, ook al achterin.

Gouden bolhoed

In de tuin hiernaast staan al een tijdje van die metalen dingen, stijgers, tegen de huizen aan. Daar lopen mannen op die lawaai maken met allerlei apparaten. Nooit vrouwen, gek hè.
Maar ik snapte meteen dat die stijgers ook in mijn tuin zouden komen toen mijn mensen alle stoelen en manden en planten weghaalden.
Het moet van het wo-ning-be-drijf, legde mijn vrouw uit. Maar waarom wordt mij over dat soort dingen nooit iets gevraagd? Ik woon hier toch ook? Er hangt zelfs een footoo van mij op de deur, met mijn gouden bolhoed. En ik wil die stijgers toevallig helemaal niet!

Stijgers

En toch maakten mannen maandag een gat in het hek aan de ene kant. Maar ze maakten het gelijk ook weer dicht met hout.
Dinsdag gingen ze beginnen met die stijgers, en nu staan voor alle ramen en de achterdeur stijgers. Er lopen steeds vijf of zes mannen rond die die stijgers maken. Ze maken niet veel lawaai en ze praten ook niet hard. Ze hebben allemaal een snor, net als ik. Soms kan ik ze niet verstaan, maar ze klinken vriendelijk. Ze zeiden tegen mijn vrouw dat veel mensen een hekel hebben aan katten, hier in de tuinen, en dat verbaasde ze. Ja, mij ook.
Toch heb ik liever niet dat ze in mijn tuin zijn, want het is mijn tuin.
Elke keer als ze klaar zijn, maken ze de gaten in de hekken weer dicht. Want aan de ene kant wil de buurvrouw geen katten in haar tuin. Zelfs ik mag er niet komen. En aan de andere kant woont de hond, en het is niet handig als hij in mijn tuin komt.

Op mijn stoel

Woensdag mocht ik naar buiten toen de mannen er nog waren. De hekken waren al dicht, en ze hoefden niet meer in mijn tuin te zijn. Dat had mijn vrouw spesjaal gevraagd. Ik snuffelde aan de stijgers, en ik zat op mijn terras. Daarna heb ik een tijdje op mijn eigen stoel gezeten. Maar toen zag ik dat er nog mannen liepen in de tuin naast mij. Daar schrok ik van en ik liep snel naar mijn huisje.
Mijn man kwam na een paar minuutjes kijken maar ik reageerde niet. Hij vertelde dat aan mijn vrouw en die kwam ook kijken. Ik lag helemaal achterin mijn huisje en ik keek niet op. Mijn vrouw dacht dat ik niet terug durfde te lopen door mijn tuin, omdat ik mijn tuin niet meer goed herken.
Daarom pakte ze me onder mijn oksels vast en trok me omhoog. Ik slaakte een kreetje want ik was superbang. Mijn vrouw hield me in haar armen en liep met me naar binnen.
Ze zette me op het grote bed en ik was zo blij! Mijn mensen hebben me een hele tijd geknuffeld en daarna heb ik de hele middag geslapen.

Binnen

Nu hebben mijn mensen me verteld dat ik niet naar buiten mag zolang er nog mannen zijn, ook al zijn ze niet in mijn tuin. Want er is nog iets: de deuren naar de straat staan open als de mannen er zijn. Daar kan ik nu zó naartoe lopen, naar die deuren. En mijn mensen zijn bang dat ik dan de straat op loop en onder een ootoo kom. Of dat ik zomaar ineens niet meer weet waar ik ben.
Dus ik moet tussen 7 uur in de ochtend en 3 uur in de middag binnen blijven. Mijn man doet elke ochtend om 6 uur mijn deurtje dicht, als ik binnen ben.

Slapen

Mijn mensen dachten dat ik het heel erg zou vinden om binnen te moeten blijven. Maar ik vind het meestal wel prima. Ik blijf in de slaapkamer, met de gordeinen dicht. En een lampje aan, en ook de raadioo. Dan hoor ik de enge geluiden niet zo. Mijn mensen knuffelen ekstra veel met me, en ik geef ekstraveel kusjes.
Ik krijg brokjes waar iets inzit dat ik kalm word, ik krijg mijn druks-olie en we hebben een stekker met Feliewee. Daarom ben ik wel een beetje sufjes, en slaap ik veel. Net als Jip, denk ik, toen hij ging verhuizen.
Soms zit ik eventjes aan mijn deurtje te krabbelen, maar niet heel erg. Dat vinden mijn mensen wel heel moeilijk, om me dan niet mijn zin te geven. Maar het is voor mijn veiligheid, zeggen ze.

Mijn tuin is van mij

Alleen als het donker is patroejeer ik in mijn tuin. Ik kijk overal, ik ruik overal, en ik geef overal kopjes. Zo maak ik mijn tuin weer van mij. Als ekstra doe ik overal een plasje. En bij de doorgang in de hekken leg ik nog iets, zodat iedereen weet dat mijn tuin van mij is. Dat doe ik ekspres niet op mijn binnenweecee. Ik bewaar het voor buiten, handig hè? Want een kater met een gouden bolhoed hoeft niet zomaar alles te pikken, vind ik.

Lieve Allemaal dit gaat over mijn vriendenboek

 hoi Lieve Allemaal,

Zo gaat het vriendenboek er nou uitzien. Of eigenlijk ongeveer. Het wordt een eboek wegens tegnies gedoe en toen dacht ik nou het moet voor iedereen gemakkelijk zijn en ook gratis.

Dus  dat is het fijne. Gratis en voor niks en voor iedereen. Super!!

Het eboek verschijnt op zondag 20 oktober. Dat laat ik dan nog weten via mijn nieuwsbrief en ook via Feesboek.  ’s Avonds komt er een boekpresentatiefeestje op mijn feesboek dus daar mag iedereen bij zijn.  Dus als u op de hoogte wilt blijven dan moet u wel vriend van mij worden. Hier is mijn feesboek: klik en kijk.

 

Presentatie

Hoe gaat dat een boekpresentatie, vraagt u nou vast. Dat je er allemaal bent en ik zorg voor van alles, en ik hoop dat Loesje mij helpt dat moet ik nog vragen en dan is het gezellig. Vroeger als ik een partie had op Feesboek dan zong Katrien altijd een liedje dat maakte ze dan zelf dus nou mis ik haar ook daarom. Maar het is zoals het is zegt mijn vrouw en Katrien staat ook in het boek.

Ik ga er verder nog niks over zeggen behalve dat het maken ervan erg spannend en ook erg moeilijk was en toch leuk dus ik denk wel dat er nog een tweede vriendenboek komt maar ik weet niet wanneer.  Dat wilde ik ook even zeggen.

Loesje vertelt over gelukkig zijn…

gelukkig

Vandaag wil ik met u praate ofer gelukkig zijn. In mij wiekent lag ik op mij hooge denkpaal. Ik foelde diepe gefoelens in mij eigen loskoome. Mij vrouw was thuis en zij zeg Loes ik ga drie weeke jou tonijn nie ferdiene.

Saame zijn

Ik zeg u eerlijk, van mij schrik viel ik bijna van mij denkpaal. Mij vrouw kon mij nog net opfange en zij heb het oferleef. Ik kreeg knuffels voor mij rust. Zij zeg Loesje wij heb fakanzie en jij krijg liefde en jou tonijn. En wij zijn nu drie weeke saame.
Mij hart foelde ineens zofeel blij zijn. Mij oog keek in mij vrouw ze oog. Dattie echt kontak maak seg maar, jij voel jou vrouw zie jou echt. Mij hart stroomde vol met mij liefde en geluk. Saame zijn is mij geluk.

Jou vriende

Van me eigen heb ik mij verkering en mij Bert is mij alles. Assie mij aankijk begin mij hart te straale. Dattie voel jij ben spesiejaal. Mij Bert raak mij intense gefoel. Maar jij kan ook jou geluk foele assie jou vriende op jou Feesboek zie.
Mij beebie Dorus voel ze geluk assie op ze balkon kan poinke, hij ondek ze weereld. Ze vriendje Jiekietta heb ze eerste sjoow gewonne en hij heb krulle van ze eigen.
Mij vriend Jip heb pas ze nieuwe huisje. Hij kijk iedere dag naar foogels en koonijne en hij heb soms ze dikke leeuwstaart van ze emozie. Mij vriend Bolle heb ze eigen mooie tuin en hij doe aan patroeijeere. En mij vriend Vlo heb ze geluk gevonde bij ze tweede vrouw. Juultje mocht somaar bij mij Bendevriendjes van vijf koome woone. En toenie ziek werd heb mevrouw van Zes alles foor Juultje gedaan dattie beeter wor.
Dan voelie nie alleen geluk, jij héb het ook want jij ben veilig en iemand zorg voor jou. Jij hoef geen rooleks, jij hoef geen merseedes. Geluk zit in jou hart.

Jou geluk

Ken u dat, dattie blij wor van jou kleine dinge? Van mij leeftijd ben ik nu 12 jaar, dan hebbie al wel erfaring met jou gefoelens. Jij weet waar jij blij van wor en waar jou geluk lig. Mij vrouw heb mij gefonde en zij geef mij liefde en mij tonijn. En ik krijg ook mij garnaaale en makkareel en soms hebbie fanieljefla en dan kan ik mij eigen nie beheerse.
Maar jij voel jij ben veilig, jou vrouw laat jou in jou waarde. Zij heb rezpekt voor wie jij ben. Assie daar goed ofer nadenk dan weet jij, daar zit jou geluk.

Geluk foele

Morgen is spesiejaal. Morgen is dieredag voor alle diere van mij weereld. Mij hart weet, nie iedereen heb zofeel geluk in ze leeve. Soms moet jij op jou straat leeve, mij Bert heb het ook gedaan. Hij heb erfaring met moeilukke gefoelens. Assie moeilukke gefoelens heb ben jij nie gelukkig. Soms leef jij in jou asiel. Jij wor goed ferzorg maar jij wil ook jou aandacht, jij wil ook liefde.
Morgen ga mij hart wense dat alle diere geluk foele. Dattie knuffels krijg en garnaale en een oog die jou zie. Want gelukkig zijn is belangrijk. Dattie het foel in jou hart. Dan wor iets wat klein begin ineens heel groot. Hoop dat u allemaal een klein beetje geluk geef aan iemand. En spesiejaal aan diere die het noodig hebbe van ze eigen. En u mag het ook iedere dag doen.

Mij belangrijkste tips foor gelukkig zijn:

  • Dattie geniet van jou kleine dinge in jou leeve
  • Saame zijn
  • Dattie veel knuffel
  • Jij voel jou eigen veilig
  • Dattie een goede visboer heb

Dank u wel,

Loesje

 

Waarom je het beste heel langzaam aan de dag moet beginnen

langzaam

Ik kan heel erg opeens wakker worden en van de bank op het tapijt springen. Maar ik weet zeker dat je het beste heel erg langzaam aan de dag kunt beginnen.

Want serieus als ik heel erg opeens wakker ben en meteen in de askie ga, dan is er iets aan de hand. Iets waar ik in mijn slaap van schrok. Een hard geluid. Dat is nooit fijn. Die schrik doet een beetje pijn in mijn lichaam. Langzaam is veel beter. Dan foel je meer gezelligheid van binnen.

Op bed

Soms ga ik ’s morgens boven op het bed even slapen omdat ik daar het fijnste langzaam wakker kan worden. Dat gaat meestal zo:

  • ik ben een piepklein beetje wakker want ik hoorde het wekkergeluid en mijn vrouw vraagt of ik wakker ben
  • dan gaap ik
  • ze aait me heel zacht en langzaam dan voel ik me een beetje meer wakker worden
  • het aaien gaat door en ik moet spinnen
  • als ik denk nou ben ik bijna echt wakker dan rek ik me heel erg uit naar alle kanten, dus dat duurt best even
  • ik spring van het bed en dan ga ik aan de krabpaal hangen zo rek ik mijn hele lichaam dus dan ben ik klaar om echt wakker te worden, maar daarvoor moeten we naar beneden

Beneden

Als we beneden zijn, is het tijd voor de ochtendknuffel. Die is meestal op mijn kussen op de bank. Dan ga ik liggen en ze kroelt door mijn buikvacht en ze vertelt wat voor dag het is en wat ze gaat doen en meestal ben ik dan zo ontspannen dat ik de rest niet meer hoor, maar het is wel gezellig dat gepraat. Dus van mij mag het doorgaan.

Daarna is het tijd voor een brokje. En wat drinken.  Ja, en dan ben ik eigenlijk officieel wakker.