kater Dorus over: kersemus en het asiel

asielHajjoooo iedeween.  Ikke mag fandaag weer de tiepmasjiene pakke en weer wat neerzette. Vetgaaf he?  Waar ga ik hut oofer heppe?

Folwasse

Eers oofer kersemus.  Ik hat een boom in huis. Hat!
Die isse na een week weer weg. Sjo erg.
Voorige week was ik laif oppe feesboek. Ikke wau jullie wate sien datte ik een heel folwasse reejakkie kon geefe toen er oppe-eens een boom in huis stont. Het intresseerte mij niet eens.

De sjult

Maar ja. Die stomme boom bjeef maar mijn naam woepen. Dus ikke naar de boom wopen en froeg ikke ja? Isser wat? Toen sei hij nies meer. Stom he. Dus ging ik tegen de boom aan staan. Falt ie om!! Nau van je ja!!
Ikke maakte dat ik weg kwam sodat mijn mense mij niet de sgult konne geefe.
Maar ja… uwes raaie het natuurluk al. Ik kjeeg de sjult. Frauw sag de boom wigge en wiep gelijk Dooriepoorie!!
Ik sjiep. Dorus hoorte ik. Ik sjaap!! Laat me!!

Muffin

Maar goet… ikke kjeeg de sjult. Net sowals mijn Jiekie iedewe keer de sjult fan awwes kjijg. Er lag een wekkere muffin oppe taful bij hem. En toen Sjoonmamsie evve wegwiep was er een hap offe 7 uit. En se gaf gejijk mijn Jiekie de sjult.
Ommedat hij er toefallig bij zat. Jiekie heeft fan mijn mammie sijn eetlust ge-erft. Net as ikke. Wei hep alleteit tjek in noepies en zo. Fooral op en zo. En eigeluk ook op noepies.
Ikke ben hier nu de enige kater in huis. En foor het eerst in 17 jaar toefallig ook de enige die noepies errug wekker fin. Maak me niet uit wat foor noepies.

Maar goet… nau isse de keeseboom weg. Foetsjie. Pleiterik. En ik lig met een mandje op het plekkie waar de boom stont. Huiwent. Ikke mis mijn boom.

Pippa

Maar ikke hep ook weuk nieuws hoor. Katerdag ginge we naar hut asiel toe. We heppe kluifies en lekkers foor woefers, katjes en nijntjes meegeneemt.
Hette was nog foor sinnekwaas. Maar man kon niet ommedat hij een ongewuk hat oppe werk en zijn hant/pols deet auwie. Hette dee hem nog wel pein, maar hei sjei nu gaane we.
Oppe foowtoow sjien jullie Pippa. Sei is een baaliehont. Sei woont al bij iemant. Sei kjeeg ook een katoo. En kwuifies. Ikke moes evve drukke, fandaar datte jullie mij nie sage!!

Dit was het foor deze week.
Ik sluit af met een dikke koes
Foor MammaLoes
Toedeledokie

Waarom ik boven slaap of beneden

slaap
Elke avond, als ik de laatste snek op heb en de welterustenknuffel is geweest, dan vraagt mijn vrouw: “Bertje, ga je mee slapen?” En dan moet ik een besluit nemen.

Besluit

Het besluit is eigenlijk of ik boven ga slapen op het grote bed of beneden op mijn kussen. Mijn vrouw wil dat dan meteen weten. Maar ik weet het bijna nooit.

Het is wel zo dat wanneer ze overdag lang weg is geweest dat ik dan bijna zeker weten boven slaap. Dat is omdat ik dan minder samenzijn-gefoel heb dus dat moet ik dan inhalen. Wegens dat ik me dan weer gewoon voel.

En het is ook zo dat als ik een hele lange avondknuffel heb gehad, dat is de knuffel voor de welterustenknuffel dus, dan lig ik zo goed en ontspannen dat ik niet meer opsta. Plus het is zo dat ik dan helemaal vol zit met samenzijn-gefoel. Eigenlijk kan er niks meer bij.

Ja dan is het besluit gemakkelijk. Maar het is niet altijd zo.

Gewone dag

Op een gewone dag heb ik het fijnste gefoel. Dan is mijn vrouw thuis en ze zit aan haar werktafel. Ze gaat ’s middags weg en dan komt ze op tijd terug om avondeten te maken.  En dan zit ze ’s avonds weer aan haar werktafel. Ik krijg dan mijn gewone knuffels. Ja en dan komt weer die vraag.

Dan doe ik het zo. Ik ga mee en dan doen we de laatste knuffel van de dag op bed. Als ze bijna slaapt dan ga ik weer naar beneden. Even in de vensterbank kijken naar de autolampen die zijn ’s nachts zo mooi. Een brokje eten. Wat rondlopen in het huis.

En dan ga ik weer naar de slaapkamer, om samen te slapen. Ze wordt altijd even wakker om me te aaien. Is gezellig. En dan slaap ik, soms de hele nacht en soms ook weer niet, dat ligt aan mijn gefoel, slapen is heel persoonlijk, dat vindt mijn vrouw gelukkig ook.

Kater Bolle over: als je het zat bent

BolleVorige week waren mijn mensen en ik het allemaal een beetje zat. Het voelde alsof de reenoovaatsie al jaren aan de gang was. We waren in het begin al zat ervan, maar nu ekstraveel.

Op avontuur

Mijn vrouw was ziek geworden van het stof, mijn man was heel moe en ik liep de hele tijd te dribbelen. Ik had peper in mijn bips,  zo noemt mijn vrouw dat (ze zegt eigenlijk een ander woord, maar dat is niet netjes). Ik wilde steeds naar buiten en dat mocht niet. Wegens die mannen op de stijgers. Toch bleef ik de hele tijd bij de deur zitten.

Meestal doe ik niet moeilijk als ik iets niet mag.
Ik zeur niet en maak niets kapot. Nu met de reenovaatsie ga ik niet op avontuur en blijf vooral in mijn eigen tuin, als ik naar  buiten mag.

Pop en Beer

Mijn vrouw zegt vaak dat ze gek was geworden als ze dit met Popje, GroteBeer en mijn Molletje had moeten meemaken. Want Pop en  Beer zouden binnen de hele dag lopen klieren en mauwen, tot ze weer naar buiten zouden mogen. Mijn Molletje zou boos zijn, wegens het lawaai en dat ze binnen moest blijven. Ze zou de hele dag mokken, en niet willen eten.
De mannnen (zo noemden mijn mensen Pop en Beer altijd) zouden de hele nacht op ontdekkingsreis gaan bij de stijgers en alle spullen die er liggen. Pop zou allerlei dingetjes stiekem meenemen, dat deed hij altijd. Stukjes hout of kwasten om aan mijn
mensen te laten zien. Hij zou overal in stappen of vallen, want dat deed hij ook altijd. Hij heeft een paar keer een grote

Pop

Pop als kuiken, op de stijgersnee in zijn buik gehad omdat hij ergens aan was blijven hangen, een speiker waarschijnlijk. Hij is een keer in een ander huis door de terpentiene gelopen, dat was supergevaarlijk. Mijn mensen moesten midden in de nacht naar de dokter met hem. Hij had de terpentine  opgelikt en hij had wel een ster kunnen worden.
Mijn mensen en onze buurvrouw noemden Pop altijd de opzichter, omdat hij bij elk huis waar gewerkt werd ging kijken. Hij had ook vaak verf in zijn haren, en Beer zat een keer onder het sement. Dat vond hij niet erg, hij wilde niet dat mijn mensen het er uithaalden. De mannen waren echte klussers, volgens mijn vrouw.
Pop, Beer en mijn Molletje hebben een keer meegemaakt dat alle huizen aan de buitenkant werden geschilderd. Maar toen woonden ze nog niet bij ons.

Ik ga niet kijken bij spullen van de reenovaatsie en ik klim niet op de stijgers. Meestal leg ik me er bij neer (op het grote bed, haha, zie je mijn grapje?) dat ik binnen moet blijven.
Als de mannen van de stijgers weg zijn en ik naar buiten mag ben ik vaak na twee minuten weer terug. Ik wil alleen even zeker weten dát ik naar buiten mag.

Onrustig

Maar deze week was ik onrustig. Mijn druksolie hielp niet genoeg, ik was de hele tijd zenuwachtig.
Ik had pijn in mijn buik en ik moest spugen. Op het grote bed. En daarna moest ik heel snel naar mijn binnenweecee, wegens die pijn in mijn buik. Mijn mensen snappen dat heel goed, maar mijn vrouw zei wel dat de ‘lucht niet te harden was’ ofzo. Ik weet niet
wat ze daarmee bedoelde, het zal wel iets zijn dat alleen mensen snappen.
En toch mocht ik niet naar buiten. Maar ik bleef rondlopen en wilde niet gaan liggen.
Mijn mensen werden een beetje wanhopig van mij. Mijn vrouw zei dat er nog één ding was dat we niet hadden geprobeerd. En dat wilde ze gaan kopen.

Geps

Na een halfuurtje kwam ze weer thuis, heel entoesjast. Ze liet iets aan mijn man zien, die moeilijk keek en zei dat hij er niet in geloofde.
Ik zat zelf weer bij de achterdeur, want ik wilde nog altijd naar buiten. Mijn vrouw kwam naar me toe en begon aan me te frummelen. Ze deed iets over mijn hoofd en deed twee gepsjes dicht (volgens mijn vrouw heten die dingen gespjes, maar dat is gewoon niet waar). Ineens klikte ze nog een geps vast, en deed de deur open. We liepen samen naar buiten en toen bleek ik ineens een tuigje met een riem aan te hebben. Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt. Alsof ik een hond was!
Ik liep wel mee met mijn vrouw, maar toen hoorde ik iemand op de stijgers. Ik raakte helemaal in paniek, en ging plat op de grond liggen. Ik probeerde zo plat mogelijk weg te rennen, maar ik zat vast aan die riem. Mijn vrouw tilde me meteen op en ging met me
naar binnen. Gelukkig.

Op bed

Binnen heb ik gegeten, en daarna heb ik op het grote bed liggen slapen. Buiten was niet wat ik er van verwacht had, zolang die mannen er nog zijn.
’s Avonds mocht ik wel weer naar buiten, toen alles rustig was. Ik heb een tijdje op mijn stoel gezeten, in het donker. Mijn man kwam kijken, en ik liep samen met hem naar binnen.
We hebben met zijn drietjes op het grote bed geknuffeld, ik heb iets gegeten en ik ben samen met mijn vrouw gaan slapen.

Maar de volgende dag was ik weer zo onrustig. De hele week eigenlijk. Ik wilde niet op mijn weecee, en bleef maar rondlopen. Ik wilde mijn tuin in, ook al zijn de mannen daar bezig.
Ik hoefde gelukkig niet meer het tuigje aan. Want het maakt niet uit hoe erg ik dribbel, ik mag niet naar buiten als er nog iemand op de stijgers is.

Terras

En elke dag, als ik dan eindelijk weer naar buiten mocht, draaide ik me op het terras al weer om en ging naar binnen. Soms was ik maar heel eventjes buiten en kwam dan snel naar binnen rennen om op mijn weecee te gaan. Mijn vrouw zei WAAROM?
Ik kan het zelf ook niet echt uitleggen.
Behalve dan dat ik nou eenmaal een kat ben, en dat ik de reenoovaatsie zat ben.
Dat snappen mijn mensen, die hebben dat ook. Niet dat kat-zijn, maar dat zat-zijn.
Nou doen we maar ekstraveel knuffelen en met de veer spelen, dat is voor ons alledrie leuk.
Vind ik.

Als je eigen huis geluiden maakt

geluiden

Ik ben een katerman op leeftijd want ik ben al elf en ik heb dus meer gefoel voor de dingen van mijn leven. Daarom wil ik iets zeggen over geluiden in mijn huis.

Kraken

Als ik ’s avonds met mijn vrouw over de trap naar boven loop, dan kraakt het. Het is een zacht geluid en het is ook best gezellig, want ik weet dat ik op weg ben naar de welterusten-knuffel dus dat is een fijn gefoel. Als ik alleen over de trap ga, is het kraakgeluid veel zachter maar ik hoor het toch. Dit is het allergezelligste geluid van mijn huis.

Regen

Als het keihard regent dan hoor ik dat op het dak. Het is helemaal niet zo gezellig ook al zegt mijn vrouw dan dat het binnen nou extra fijn is. Ik heb dan een onrustig gefoel. Vooral in de slaapkamer kun je het goed horen dus dan luister ik en dan ben ik gespannen. Aaien helpt dan. Soms regent het ’s nachts en dan lig ik op bed en dan slaapt mijn vrouw en dan weet ik het niet zo goed, maar dan wacht ik gewoon tot het stopt.

Soms is er iemand aan de deur dat hoor ik dan. Nou dan blijf ik in de huiskamer en als mijn vrouw naar beneden gaat dan ben ik ook alweer gespannen van wat gaat er gebeuren. Als ze in de huiskamer terug is, zegt ze dat er niks aan de hand is. Maar hoe moet ik dat weten, serieus. Geluiden aan de voordeur dat zijn altijd moeilijke geluiden dat is mijn erfaring.

Bonk

Soms maak ik ekspres gezellige geluiden. Boven staat een kast en daar kan ik in springen. En dan spring ik er weer uit. Kom ik BONK op de planken terecht. Dat is een goed geluid van een oer-katerman. En dan doe ik het nog een keer. Mijn vrouw roept dan Bertje-Bertje, dan weet ik dat ze kijkt. Dus spesjaal voor haar doe ik het nog een keer.
Misschien is dat wel het beste geluid van het huis.

Loesje vertelt over hoe het nu is…

LoesjeVan me eigen ben ik weer mij week ferder in mij leeve. Assie jou oog onstooke heb dan ga jou leeve moeilukker aan jou eigen foorbij. Misschien ben u ook u week ferder gekoome en ging het van ze eigen.

Reefalidazie

Mij week ging nie van ze eigen want jij foel jou eigen toch anders assie jou onsteeking heb. Assie net als mij eigen veel vriende heb op jou Feesboek dan bennie wel aan jou stand ferplicht om jou updeet van jou oog te geeve. Dattie nie denk Loes is van ze raadar ferdweene want zij zie ze eigen Feesboek nie meer. Assie jou heele week tusse jou lappe in jou mand lig dan hebbie het nie zo breed. Gelukkig heb ik van mij eigen wel mij breed zijn maar jij moet wel herstelle.
Dan hebbie liefde noodig en jou beste vis van jou visboer. Mij erfaring zeg, paaling, makkareel en zallum en dan kan jij tusse jou bedrijf door nog van jou tonijn geniete. Het hoor bij jou reefaliedazie, zo moetie dat wel zien. Jij moet er wel jou beste van maake.

Gronies

Assie tusse de lappe in jou mand lig ga jij toch nadenke. Jij ga piekere assie nie uitkijk. Voor mij eigen is kijke nou moeiluk maar piekere heb geen zin. Mij dokter heb mij eigen fertel, Loes jij moet ermee leere leeve. Jij ben groonies niesziek en dan kan jij te pas en van jou onpas ziek worre.
Ik zeg u eerlijk, jij wor er nie blij van assie soiets hoor. Hij zeg ook, er is niks aan te doen van ze eigen. Jij moet ieder jaar jou prik haale en hoope dattie nie te vaak ziek wor. En het kom van mij herpes vierus van dattie froeger met tien andere katte heb geleef en nie bescherm was. Mij vrouw heb mij wel getroos en zij zeg, Loes jij hoef nooit bang te zijn. Jij krijg alle zorrug die jij noodig heb en jij kan gewoon jou eigen zijn. Alleen moetie soms jou antiebiootie en jou zalluf, daar kommie nie onderuit.
Maar jij kan gewoon jou vis eete en naar jou Bert kijke op jou Feesboek. Jij foel jou eigen toch onseeker assie zo een diaagnoose krijg. Het foel als offie jou grond onder jou poote foel wegslaan, of jou lappe uit jou mand fliege. Het ga in jou kop zitte, jij foel jou eigen siegies in jou war.

Jou eigen blijfe

Misschien fraag u ze eigen nu af, heb Loes het nooit eerder gemerk van ze niese? En wanneer is het begonne dattie ging niese. Van me eigen weet ik nie beeter, niese hoor bij mij leeve. Alleen jij loop er nie mee te koop. Jij ga nie bij jou vrouw aan ze voete ligge niese assie elkaar net vind in jou asiel. Jij wil jou liefde nie ferpeste door jou niese. Jij wil ook jou kans op geluk, op jou eigen huis met jou vrouw. Jij wor er wel onseeker van, daar sta niemand van ze eigen bij stil. Maar het zeg niks ofer jou kaarakter, jij kan niese en dan kan jij toch lief zijn.
Mij vrouw heb er nooit moeiluk ofer gedaan, dan hebbie wel geluk. Mij dokter zeg, Loes jij ben biesonder want jij eet gewoon ook al ruik en proefie niks. Toen heb ik mij dokter wel met mij sgeef oog aangekeeke. Jij zou toch ferwachte dat jou dokter jou ken. Van me eigen eet ik altijd. In mij kop weet ik echt wel hoe mij tonijn smaak. Mij dokter hoef mij eigen niks wijs te maake, van mij vis weet ik alles. Mij vrouw zeg wel Loes, jou Maatje wor er nie minder op. Toen foelde ik mij hart wel straale van mij geluk.
Mij motto is, jij kan groonies ziek zijn maar jij kan wel gewoon jou eigen blijfe. Het is mij ofertuiging dat assie meer van jou gewicht in jou schaal leg, jij jou groote schaal noodig heb.

Steun

Nu zit mij eigen dus midde in mij reefaliedazieproses. Assie zo een woord goed kan schrijfe dan ben jij toch ver beeter. Mij oog ga ook beeter maar soms zie mij kop geel. En mij waspoot zie ook geel. Mij waspoot is mij poot waar mij eigen mij kop mee was. Ik zeg u Loesjeeerlijk, van me eigen schrok ik wel. Jij loop foorsichtig langs jou spiegel en jij zie jou geele schim.
Mij Doorie zeg Mamsie u ga toch nie naar jou karnafal! Dan weet jij toch nie hoe jij moet ree-aa-geere! Jij foel jou eigen onseeker en jij zou zo in jou bak met jou garnaale wille springe. Zo kan jij toch nie jou goeie foorbeeld geeve. Jij wil toch nie dat jou jonge jou zie als jou mamsie karnafal.
Mij Bert zeg, Loes het is nu zo. Het hoor bij jou mediese fersorging van jou moeilukke oog. Assie soiets liefs hoor dan wil jij rolle en jij wil spinne. Jij foel jou liefde trille in jou hart. Mij Bert akzepteer mij gewoon zo assie mij ken. Hij doe nie moeiluk ofer mij kleur van mij vacht. Mij Bert heb leeves erfaring. Hij steun mij eigen in mij gefoel. Mij Doorie stuur mij eigen ze Zallumkoesjes als ze mediesijn. Dan krijg jou hart steun uit al jou hoeke.
Mij vriend Bolle heb mij sellufs gesteun in ze blog, jij wor er bijna ferleege van. Maar jij kan weer opkrabbe en ferder gaan met jou leeve. Daar ben ik nu mee beezig van mij eigen want assie bij jou pak neer ga zitte wor jij groonies ongelukkig. Van mij eigen kies ik daar nie foor. Geluk kan jij misschien nie zien maar jij kan het wel foele. In jou hart.

Loesje