Loesje vertelt over mij eigen balkonafontuur…

balkonU weet, meesal maak ik mij letters ofer mij gefoel en ofer wat ik denk van mij eigen. Maar mij vrouw zeg, Loes er kom een hittegolluf aan en dan heb niemand eenerzjie om zofeel te denke en te foele.

Faakanziegefoel

Toen heb ik mij vrouw aangekeeke of zij selluf ging ferhaare. Hoe kan jij nou nie foele en nie denke van jou eigen? In jou hart ga jou leefe toch alteit door. En jou kop sta ook nie stil van ze eigen. Maar mij vrouw zeg, Loes misschien moet jij lugtige letters maake. Met zon en faakanziegefoel… Soms houw jou vrouw nie op en assie saamewoon moet jij jou weg daarin vinde. Ik heb toen wel mij korte meeow gedaan. Mij vrouw is toen op mij balkon gaan zitte. Van mij eigen moes ik nadenke want assie er nie ofer nadenk, kan jij er eigenluk ook niks ofer zegge. Behalfe meeow, dat kan jij alteit zegge.

Doeselig

Toen ben ik bij mij vrouw op mij balkon gaan ligge. Mij vrouw zat in ze stoel, selluf lig ik liefer op mij mat. Dan kan ik strekke en trekke met mij poote en met mij kop. U weet van mij eigen ben ik Huispoes. Mij leefe is binne in mij huis. Dan ben jij een binnepoes. Maar soms kom ik wel op mij balkon. Foor mij frisse lugt. Maar alleen als mij vrouw er zit. Dan foel ik mij eigen veilig, dat is belangrijk.
Assie zo buite op jou balkon lig en jij foel jou zon op jou kop, dan wor jij van selluf warm en doeselig. Dattie wil slaape zeg maar. In mij kop moes ik denke aan toen ik van mij eigen nog nie solang bij mij vrouw woonde. U geloof mij waarscheinluk nie maar toen heb ik mij eigen ferstop op mij balkon. Onner mij vrouw ze stoel. Ik ga het u nu fertelle want soms kan jij beeter eerluk zijn. Dattie weet dat ik ook mij balkonafontuur heb en mij eigen erfaring.

Onner ze stoel

Mij vrouw had froeger ze eigen, ouwe stoel op mij balkon staan. Assie poes ben en jij ben jong dan wil jij weete wat er onner jou vrouw ze stoel gebeur. Toen ben ik er foorsichtig onner gekroope. Mij vrouw was binne in mij huis. Maar assie zo een groote buik heb als mij balkoneigen dan moet jij bes feel moeite doen en bennie blij assie goed lig. En u mag gerus weete, ik lag ook een beetje vast. Dat jij jou saardiene teege jou makkareele foel drukke.
Mij vrouw riep mij naam maar ik heb mij eigen nie laate zien. En ik heb ook niks geroepe, ik was stil van mij eigen. Ik lag vast onner mij vrouw ze stoel.
Toen ging mij deur dicht, jij geloof het toch nie. Mij vrouw dacht dat ik boofe was en zij heb mij eigen nie gesien. Jij kan jou eigen ook tè goed ferstoppe. Toen heb ik wel moete wachte tot ik bijna mij ons woog. En mij hart was bang dat ik foor alteit op mij balkon moes blijfe. Zonder mij vrouw en zonder mij tonijn en mij makkareele. Gelukkig kwam mij vrouw weer op mij balkon en ferzette mij stoel. Toen kon ik eronner uit en ben ik stil mij huis in gesloope met mij oore naar achtere. Mij vrouw had ze traan in ze oog, zij was zo ongerus van ze hart.

Veilig foele

Assie soies meemaak hoef jij foorloopig niemeer op jou balkon. Mij vrouw zeg dat ik misschien wel drie jaar nie op mij balkon ben gewees. Jij heb toch jou herinnerding opgeloope en jij wor er nie blij van.
Nu ga ik soms als mij vrouw op mij balkon zit, foorsichtig op mij mat ligge. Dat mij vrouw mij eigen zie en dat ik mij eigen veilig kan foele. Dat jij weet, alles is goed. Jou zon schijn, jou vrouw is buite en jij hoef nerreges nie bang foor te zijn. Van mij eigen denk ik nie graag trug aan mij balkonafontuur.
balkonGelukkig had ik van mij eigen nog geen verkering. Mij Bert zou ongerus zijn assie zou hoore dat ik van mij eigen rondswerf op mij balkon. Het was in mij jonge jaare. Foordat ik seeniejor was van mij leeftijd. Mij vrouw zeg, Loes het was in jou poeberteit en jij was jong. Dan maak jij dinge mee want jij wil dinge ontdekke. Mij vrouw heb ze stoel weg gedaan en van mij eigen ben ik mij wilde haar kweit van mij ferhaare. Wij heb toen saame mij heele avond geknuffel, mij kop op mij vrouw ze hart. Dattie foel alles is goed, want jij heb toch ies goed te maake. En jij heb ondek, jou vrouw kan jou nie misse.

Misschien moet ik nog meer oefene op mij lugtige letters maake en faakanzieverhaale. Maar selluf vin ik mij balkonafontuur wel lugtig genoeg foor assie een hittegolluf heb.

Loesje

Tips voor nou het weer tropies is

tropies

Ik foelde het aan mijn snorharen, ik rook het aan de voordeur: het tropiese komt terug. Elke dag is het nou keiheter dan de dag ervoor.

De vorige keer heb ik praktiese tips gegeven, dus wat je moet doen en wat je moet laten als het tropies is. Het belangrijkste was:

  •  drink iets lekkers, bijfoorbeeld water met sneks
  •  pak je rust, dus slapen en dutjes doen

Van binnen

Deze keer wil ik wat zeggen over wat je het beste van binnen kunt doen, dus psygies. Ik ben zelf een kater die snel bang is maar als het tropies is, weet ik wat ik moet doen en hier komen dus mijn tips.

  •  aksepteer dat het tropies is, dus niet gaan zeggen dat je het anders wil en dat het daarom ook anders moet zijn. Als ik het tropiese voel, dan weet ik: het is zoals het is. Dan heb ik rust van binnen. En dan is de dag fijner.
  •  foel je gefoel, dus wat je ook voor gefoel van binnen hebt, foel wat er is. Dat doe ik altijd en helemaal als het tropies is want zo weet ik wat ik nodig heb. Soms een knuffel, of een dutje of een hapje of een lief woordje als ik het even niet meer weet. Als je een mens bent, kun je iemand opbellen voor een lief woordje.

Tropies is best moeilijk als het er opeens is en dat is niet door het tropiese maar door de verandering. Dat het plotseling anders is en je kunt je gewone dingen niet en je moet dan andere dingen gaan doen. Zelf ben ik nooit goed met veranderingen maar dit snap ik. En dat is omdat ik mijn leefe per dag leef.

Vandaag

Ik heb wel gefoel voor de toekomst, daarom weet ik dat het tropiese komt. Maar ik leef per dag dus dan wil ik het vandaag fijn hebben en dat lukt ook, en morgen zeker weten ook en daarna vast ook. Maar ik leef vandaag.

kater Dorus: asse geen flees meer wust

flees

Hajooooo daar benne ikke weer. Uwes ekspediesieondekkingskaaturfjientje Dorus. Waar ga ik het van mijn dag onnerannere oofer hebbe?
Nau… ies heel raars.
Ikke wus geen fleesje meer. Ook geen toktok en al hewemaal geen fis.

Bwikkies

Toen ik nog een beebiesiemeesje was luste ik nog fleesje. Fooral toktok en fis. Eg!! Ikke wuste toen ook nog bwikfoer.
Ik at meerdere bwikkies per dag op. Fooral moeseten. Sjo lekker.
En ikke luste heel gjaag ham. Maar op-me-eens hat ik sowiets fan bleh.
Ikke at me bakkie nie meer leeg. Me mense sate fan vind je het niet meer lekker joggie?
Nee, anners at ik het tog wel op?

Knorknor

Ik kjeeg vis uit de maggeneetwon. Dat at ikke foor de helf maar op. Frauw sei je kwijg fanself wel honger. Se kjeeg gewijk… maar ik at het niet op. Fies!!
Dus me puikie sei knorknor totte follegene oggent. Toen begon ik te huiwe. En toen kweeg ik ies wat egwaar supermegawekker is. Droge brokjes!!
Nouuuu dat ging er in. Ikke eten en eten. Ikke kjeeg eers maar 1 handje. Dus om 11 uur inne oggent kjeeg me puikie weer knor. Toen kweeg ik nog een hantje. Hapslikboer. Hihihi.

Sjupers

fleesIk hep nu al bijna een half jaar geen bwikkie meer ge-eet. En al langer geen vis of toktok meer.
En ik seg het eerwuk… ikke foel me sjupers!!
Ikke kjijg smorgens 2 handjes bwokkies en dat bjijf staan totte 2 uur. Maar meesal heppik awwes al keurig opge-eet hoor. Hihihi. Maar sjoms nie, en dan is hut om 2 uur foessie. En dan moet ik wagge tot fijf uur. En dat furdwijnt omme 10 uur. Want dan gaane we sjape.

Asse uwes denk offe ik geen fliegies meer eet… egggggwel hihihi. Dat kraak so wekker in me bekkie.
Maar geen wepse!! Wepse sijn stom. Ikke wert affeloope donnerdag gestooke in me pootje door soon stomme weps. Ikke liep ff mank. Maar dat was snel oofer hoor. Me mense seide nou Doorie… je hep je lesje geleert.
Nou… eg wel!! Ik bjijf uitte buurt fan wepse.

Wolletjedekens

Me mense ware twauwes dieselfde donnerdag naar hut asiel gewees. Ze heppe twee wolletjedekens naar hut asiel gebwacht. Frauw sei dat die fan Ooma katrien waar gewees. Eers mog ik ze hebben, maar ik wou ze nie. Ik vond se stom. En me mense seide dat het sonde was dat se maar werrekeloos laage. En nau heppe annere diertjes er wat aan. Ikke fin dat goet. Solang ze maar nie me Jiekiesjaapefaggie weg gaan geefe. Want daar sjaap ik graag op hihihi.
Ook heppe se al me moesbwikkies gedooneert!

Dit was het foor dese keer.
Ik sluit af met een dikke koes
Foor MammaLoes

Toedeledokie
Dorus.

Een thuis voor je eigen

thuisIk zeg hoera en gefeeliesieteerd. Wegens dat de Vereniging Kattenzorg jarig is. Ze hebben een superdik blad gemaakt en daar sta ik ook in. Wilt u de Vereniging steunen, klik dan hier.

Hieronder staat mijn column die ik op de foto nog een keer lees.

Superfijn

Als u mij ziet slapen of hangen of helemaal rieleksen wegens dat ik net weer een lange knuffel op mijn buik heb gekregen dat weet u dat mijn leven superfijn is. Maar dat is niet altijd zo geweest.

Opvang

Voordat ik hier kwam zat ik in de opvang en daarvoor leefde ik op straat. Dat was moeilijk. Iedereen denkt van een straatkat o die redt zich wel, en voor een hond bellen ze meteen de ambulance want die is zielig. Een hond heeft dan steun nodig, en ik zeg eerlijk een kat ook. Want op straat is het leven gewoon moeilijk. Je hebt geen bak, wanneer er eten is dat weet je niet en mensen jagen je best gauw weg dus knuffels heb je haast nooit, en iedereen heeft liefde nodig dus een straatkater ook. Wegens al die moeilijkheden en ook door de andere straatkatten ging het slecht met mij. Ik was heel raar van binnen. Dat ik niet goed meer wist wat echt was en wat niet, en ik vond alles gevaarlijk en moeilijk. Dan ben je ver weg, hoor. Op een dag hebben mensen me gevangen en binnen gehouden dus toen zat ik in de opvang.

Gewend

Ik kreeg medicijnen. En ik kreeg knuffels achter mijn oor, dat waren de medicijnen voor van binnen. Druppeltjes kreeg ik ook. Er ging ik weet niet hoeveel tijd voorbij en net toen ik dacht nou hier blijf ik, toen kreeg ik bericht dat ik in aanmerking kwam voor een huis.
Een huis? Ik was net gewend. Maar zo deden ze het, zeiden de mensen van de opvang, en als ex-asielkater durfde ik niks te zeggen.

Gelukkig wilde niemand me hebben. Er kwam steeds bezoek en de andere katten gingen dan miauwen en voorin hun hokje staan dus die kregen een thuis. Ik miauwde nooit en ik verstopte me. Ja, en als je dan al zeven jaar bent en je hebt angstklachten, dan is er gewoon geen belangstelling, echt waar niet.

Keihard miauwen

Op een dag kwam er een vrouw voor mijn hokje staan. Iemand van de opvang stond naast haar. Ik voelde me bang worden. Dus ik meteen na de oorknuffel achterin mijn hok. Even later hoorde ik dat ik met haar mee naar huis moest. In de taxi heb ik keihard gemiauwd.

Een thuis

Hier in huis gebeurde niets. Soms zei ze wat tegen me. Dus toen kreeg ik het gevoel van misschien is het iets, een thuis. Ik heb die nacht naast haar geslapen wegens dat gevoel en daarna begon de eerste dag van ons leven samen. Ik kreeg lekker eten. Ik leerde spelen en knuffels en samen op de bank hangen. Ze zei dat ik niet op schoot hoefde als dat te moeilijk voor me was.

Zo heb ik geleerd wat het betekent als je een thuis voor je eigen hebt. Er is iemand die je kunt vertrouwen en die van je houdt zoals je bent. Dus dat hoop ik voor iedere kat in de opvang.

Kater Bolle over als je iets begrijpt

begrijptAls je als kat gaat samenwonen met mensen zijn er een heleboel dingen die je moet leren. Zeker als je een hele tijd buiten hebt gewoond en slechte herinneringen hebt aan mensen. Zoals ik dus.

Leren

begrijptIk begrijp dingen best snel, al zeg ik het zelf. Ik heb al veel geleerd sinds ik bij mijn mensen ben komen wonen.
Van mijn Molletje heb ik geleerd wat ik wel en wat ik niet mocht in ons huis. Ik mocht eigelijk alles, alleen niet de spulletjes van mijn Mol gebruiken. Dat vond ik meteen logies, haar spulletjes zijn alleen van haar. Ze leerde me ook dat mijn spulletjes van mij waren, want zij gebruikte ze nooit.
Van mijn mensen heb ik ook een aantal dingen geleerd. Wat ze bedoelen als ze tegen me praten, dat ze willen dat ik kom als ze me roepen. Mijn mensen hebben ook van mij geleerd, vertelden ze me. Hoe ik geaaid wil worden en wat ik fijn vind of niet. Dat ze heel rustig moeten zijn met mij en geen grote of snelle bewegingen moeten maken. Daar schrik ik van.
We moesten aan elkaar wennen en elkaar leren begrijpen. En ik moest vooral leren dat ik op mijn mensen kon rekenen, dat ik voor altijd mag blijven.

Vertrouwen

Toen ik net bij mijn mensen kwam wonen was ik heel erg bang voor mensen. Ook voor mijn mensen, ja. Ik wilde ze wel vertrouwen, maar het lukte niet. Ik probeerde het, ik deed eerlijk waar mijn best. Maar de angst zat zoooo diep in mijn lijf en in mijn hoofd dat ik soms dacht dat hij nooit weg zou gaan. Dat dachten mijn mensen ook, hebben ze me later verteld.
Steeds weer dacht ik dat ze me ook zouden gaan slaan of schoppen. Of dat ze me niet meer binnen zouden laten. Dat ik weer in de tuinen zou moeten wonen, net als vroeger.
Ik beet en ik krabde, ook al wilde ik dat zelf niet. Daar kon ik pas na maanden mee ophouden.
Nu bijt of krab ik nooit meer.

Weer bang

Toen ik ongefeer een half jaar bij mijn mensen woonde gaf mijn vrouw me een tik tegen mijn hoofd. We lagen op bed en ze was me aan het aaien. Ze draaide zich om omdat ze dan beter lag maar ik was meegelopen. Toen mijn vrouw haar hand uitstak om mij te aaien gaf ze me dus die tik. Ooo, wat was ik bang! Ik kroop meteen onder het bed, en wilde niet meer tevoorschein komen. Ik was zo vreselijk teleurgesteld in mijn vrouw, ik had het niet van haar verwacht dat zij me zou slaan. Maar toch ook weer wel.
Mijn vrouw moest over de grond schuiven om mij te kunnen aaien onder het bed, en pas na een hele tijd kwam ik er onderuit.
Mijn man heeft me een keertje een duw met zijn voeten gegeven. Hij zag niet dat ik aan kwam lopen en draaide zich om. Toen kreeg ik een schop. Een zachte, maar toch. Ik rende meteen naar buiten en wilde niet meer naar binnen komen, zo bang was ik. Mijn man moest lang bij me komen zitten en zachtjes tegen me praten voordat ik weer mee naar binnen kwam.
Elke keer als mijn mensen iets deden dat ze eigenlijk niet bedoelden en dat ik eng vond was ik weer helemaal bang. Ik dacht meteen Ja, zo zijn mensen, je kunt ze nooit vertrouwen.

Niet ekspres

begrijptInmiddels is dat al lang veranderd.
En toch ben ik soms nog bang. Dat gaat vanzelf, voordat ik erover na kan denken.
Vorige week lag ik met mijn mensen op het grote bed. Ze waren me aan het aaien, en ik liep van mijn man naar mijn vrouw en weer naar mijn man en weer naar mijn vrouw. Ik was keihard aan het brommen en ik was helemaal gelukkig.
Maar toen bewoog mijn vrouw zich en daardoor gaf ze me een duw met haar voet. Ik kreeg meteen een plumoostaart en dook in elkaar. Mijn vrouw zei meteen OOO Bol, sorrie hoor! Kom eens hier, dat bedoelde ik niet zo!
Ze ging over me heen hangen, pakte me heel stevig vast en gaf me een heleboel kusjes.
Ik keek haar aan, tweifelde eventjes en gaf haar toen een lik over haar neus. Dat alles weer goed was, betekent dat. Dat ik wist dat ze het niet ekspres had gedaan. Dat zou mijn vrouw nooit doen en mijn man zeker weten ook niet.
Mijn vrouw was helemaal blij dat ik het snapte, want ze weet dat dat niet altijd zo is geweest.

Begrijpen

begrijptIk heb geleerd dat ik mijn mensen kan vertrouwen.
En ik heb nog iets begrepen. Soms doe ik iets wat ik eigenlijk niet bedoel, en dan kan ik sorrie laten merken aan mijn mensen. Af en toe als mijn vrouw mijn buik aait zet ik heel zachtjes mijn tanden in haar hand, maar daarna ga ik meteen haar hand wassen. Zo zeg ik dat ik het zo niet bedoelde, dat ik niet echt wilde bijten.
Maar ik snap het ook als mijn mensen iets doen wat een vergissing is. Dat ik een duw krijg, of zoiets. Dat is niet ekspres, en het betekent niet dat ze me pijn willen doen.
Ik heb geleerd wat “per ongeluk” betekent.