Vorige week schreef ik dat ik nieuwe dingen durfde. Ik kreeg superveel kompliementen, daar werd ik helemaal blij van. Mijn mensen ook, en ze vonden het fijn dat ik zo lekker in mijn felletje zat.
Ineens herfst
Maar toen werd het zomaar ineens herfst in mijn tuin. Volgens mijn vrouw is het niet alleen in mijn tuin herfst. Dat kan best, maar ik kom natuurlijk alleen in mijn tuin. En daar is het zeker weten geen zomer meer.
Er is steeds heel veel regen, het waait keihard, en er vielen zelfs een keer stukjes eijs uit de lucht. Het is niet meer troopies en ook niet echt warm.
Ik lig af en toe nog wel op mijn stoel, maar ik ben vaker binnen.
Wennen
En elk jaar is het na de zomer hetzelfde.
In mijn tuin ben ik helemaal blij, ik voel me veilig en vind het zelfs prima als er vreemde mensen op bezoek komen. Die mogen me dan soms gewoon aaien, zo rielekst ben ik dan.
Als ik daarna meer in huis ben moet ik eerst wennen. Ik schrik van alles wat ik hoor. Ik hoor ineens allerlei geluiden die ik een tijd niet meer heb gehoord.
Nieuwe bel
Vanochtend lag ik op de bank, heerlijk te slapen, totdat er een hard geluid was. Wel vier keer. Het was de nieuwe deurbel. Die kregen we bij de reenoovaatsie, dat was verplicht.
Ik rende meteen naar buiten, en ging in mijn tuinhuisje liggen.
Mijn vrouw schrok zich ook de tandjes, zegt ze. Die nieuwe bel vinden we alledrie heel vervelend, maar hij kan niet uit.
Ik bleef in mijn huisje totdat mijn vrouw me kwam halen.
Naar buiten
Vanmiddag lag ik op het grote bed en hoorde ik op straat kinderen voorbei komen. Dat komt omdat tegenover ons een school is voor mensenkinderen. Dat weet ik eigenlijk best, maar ik was het in de zomer eventjes vergeten. Eerst was er dat fierus corona waardoor de school dicht was, toen was het vakansie en was ik overdag in mijn tuin. Maar nu is de school weer begonnen. En ik hoorde dus die kinderen.
Ik sprong meteen van het bed af en liep naar buiten.
Deze keer kwam mijn man me halen en hij heeft me, samen met mijn vrouw, nog eens ingestopt op bed. Nu lig ik daar, met de raadioo aan. Dan hoor ik het geluid van de straat niet zo, dat vind ik fijn.
Geluiden
Ik schrik ook van kleine dingetjes. Dat mijn man zijn jas aandoet, of dat mijn vrouw een plestik tas pakt, of dat er op de gang (waar wij niet wonen) iemand hoest.
Ik wist niet meer dat er zoveel geluiden waren, in ons huis.
Over een tijdje ben ik er aan gewend, dan ken ik alle geluiden. Dan weet ik dat er niemand zomaar ons huis in kan komen en dat er niks gebeurd als mijn man zijn jas aandoet.
Maar nu ben ik nog heel schrikkerig en gespannen.
Diep gefoel
Mijn vrouw was er vandaag helemaal verdrietig van. Ze vertelde me dat ze wel eens vergeet hoe bang ik kon zijn. En dat ze soms stiekum hoopt dat dat voorbei is.
Maar zoals ik vorige week al schreef: dat gefoel zit zo diep dat ik er zelf niet eens bij kan. Ik kan er geeneens over nadenken, het gebeurt gewoon. Ik hoor iets en ik ren weg, of ik ga plat op de grond liggen.
Een refleks heet dat, zegt mijn vrouw. Dat is iets dat je ootoomaties doet, zonder er over na te denken.
Wachten
Nou wachten we met zijn drietjes maar af tot het over is dat ik zo zenuwachtig ben. Het komt vanzelf terug dat ik helemaal gewend ben aan het binnen zijn. In de winter wil ik vaak geeneens naar buiten, zo fijn vind ik het dan om binnen te zijn.
Mijn man vindt het moeilijk als ik zo bangig ben, maar hij blijft er rustig onder. Mijn vrouw wordt er nerfeus van, zegt ze.
Dus het belangrijkste is nu dat mijn vrouw en ik weer rustig worden. Maar dat kunnen we, dat weet ik heel zeker.
Want met zijn drietjes kunnen we alles.
Pee Es: ik had dit net geschreven toen ik opnieuw was geschrokken, wegens dat mijn man thuis kwam. Ik liep naar buiten omdat ik zenuwachtig was. Mijn man kwam naar de tuindeur en zei kom je binnen? tegen me. Het regende en waaide, dus ik kwam meteen naar binnen en liep door naar de slaapkamer om op bed te klimmen.
Kreeg ik wéér heel veel kompliementjes van mijn mensen!

Als beebie-kitten speel je heel veel en dan moet je ook gewoon veel eten. Gelukkig kreeg ik dat daar ook meteen. En met daar bedoel ik het dierenopvangcentrum. Zo heet dat waar de ambulance mij naar toe bracht. Daar werd ik overgezet in een veel grotere hok waarin ik kon rondlopen.
Soms blijven poesen en katers daar wonen omdat ze het daar fijner vinden. Want eigenlijk is het ook een soort huiskamer. Er zijn genoeg bedden voor iedereen. Dus slapen doe je in je eigen bed. Je hebt daar verschillende krabpalen en speeltjes maar die moet je wel samen delen. Ook staan er overal schaaltjes met brokjes en water. Dus iedereen krijgt het zelfde te eten. En de bak voor je behoefte moet je ook delen. Maar dit wordt elke dag schoongemaakt en je krijgt er bijna elke dag snoep, sneks en knuffels. Ik woonde daar 7 dagen in kamer 32 met andere kittens toen mijn vrouw mij kwam halen. En vanaf die dag woon ik al bij haar. Dat is best lang want dat is nu 11 jaar geleden.

Assie mij verhaal van deze week lees is het donnerdag. Mij vrouw heb mij eigen fertel, Loes dan hebbie saafons jou Eeboek pree-sen-taazie. U begrijp, mij heele week heb ik al last van mij zeenuuw.