Tag Archives: knuffelkater

Welke knuffels ik het fijnste vind

knuffels

Als senior katerman heb ik best levenservaring gekregen. En ik weet ook van mezelf dat ik een knuffelkater ben. Dus nu wil ik vertellen welke knuffels ik het fijnste vind.

Friemelen

Eerst wat ik helemaaal niet wil. Dat is als ik op bed slaap en we worden wakker dat mijn vrouw dan meteen aan me gaat friemelen. Echt waar dat ik dat niet wil. Dan spring ik meteen van bed af, klaar. Wakker worden moet langzaam, dat is het beste.  Gelukkig doet ze dat nooit behalve soms, nou dan ben ik ook meteen weg.

Wakker

Pas  als ik goed wakker ben, wil ik knuffels. Hier komen de fijnste

  • de ochtendknuffel beneden op de bank, nadat ik water heb gedronken uit de badkamer. En ik heb een brokje op. Dus de belangrijke dingen zijn gebeurd. En dan ga ik op mijn kussen hangen en zij legt haar arm om me heen en dan gaat ze soms ook aaien, alles is zachtjes en het is helemaal stil, man man dat is zo fijn.
  • de avondknuffel nadat ik mijn avondsnek heb gehad. Ik voel me tevreden in mijn lichaam van de snek plus ik weet dat we zo naar bed gaan en dat we dan samen gaan slapen en ze blijft de hele tijd bij me. Nou dan voel ik me zooo rielekst en gelukkig dat kan ik niet zeggen maar het is wel zo

Tussendoor

Nou is dat natuurlijk niet alles wat ik aan knuffels krijg dat zou zielig zijn. Er zijn heel veel tussendoorknuffels. ’s Morgens ga ik slapen op de bank en dan wil ik in slaap geaaid worden. Dat slaapt het fijnste. Of voordat we gaan eten dan wil ik bankhangen met gesprekjes of dat ze even mijn achterpoten vast houdt in haar warme hand, daar hou ik ook van.  En dan de rest nog tussendoor.

Dus dat zijn mijn belangrijkste knuffels op een dag. En nou weet u ook waarom ik zo goed kan rieleksen. Precies door de knuffels van thuis.

Aaien helpt altijd tegen alles behalve soms

aaien

Als knuffelkater hou ik van aaien. Voor elk moment van de dag en soms ook ’s nachts is er een andere aai. Zacht aaien met een beetje friemelen heb ik graag na het eten. Ben ik naar de bak geweest dat wil ik een stevige hand met gesprek. Over mijn kop heb ik het liefste een of twee vingers, niet meer.

Als je een knuffelkater bent dan betekent dat niet dat je alle knuffels altijd goed vindt. Het betekent dat je verstand van knuffels hebt. En dat je er precies in bent. Het is net als mensen die heel graag eten, die lusten ook niet altijd alles.

Rustig

Aaien helpt mij ook om rustig te worden. Zacht en langzaam en dan heel soms een lief woordje erbij. Ik begin te gapen, ik rek een pootje uit, ik zucht en dan wil ik in slaap doezelen en dan moet ze erbij blijven voor de gezelligheid. Want ik slaap wel maar ik weet dat soort dingen toch. Daar ben ik knuffelkater voor.

Spanning

Alleen als ik schrik dan wil ik niks aan mijn lichaam.  Hoor ik een knal dan moet ik opletten en tegelijkertijd wil ik dat niet want ik vind het eng. Dus dan heb ik spanning. Omdat ik twee dingen tegelijkertijd voel. Dat is moeilijk. En dan kan ik er eerlijk waar niks meer bijhebben. Dus ook geen aaien. Ik moet dan wachten tot het weer kan.

Bijkomen

De spanning komt heel snel maar gaat heel langzaam weg. Daarna moet ik bijkomen, en dan wil ik zacht aaien van kop tot staart en terug. Maar dan geen gekus op mijn pootjes of gefriemel met mijn staart, wat mijn vrouw zo leuk vindt om te doen. Ik kijk even van: hè-gets, en dat snapt ze meteen.

Vorig jaar waren er heel veel knallen en nou ook en zo komen we er doorheen, dat we op elkaar letten en mijn vrouw zegt ook met hulp van Boven.  Ik hoop dat we allemaal veilig blijven en dat we kunnen bijkomen.

Superlange knuffels zijn mijn ideaal

Superlang aaien vind ik het fijnste. Dat het de hele tijd doorgaat en dat je dan helemaal slap bent van binnen en je voelt dat je heel erg fijn samen bent. Lange knuffels zijn mijn ideaal.

Soorten knuffels

Ik heb geleerd dat er heel veel soorten knuffels zijn. De ochtendknuffel is altijd nadat ik brokjes uit de brokjesbal heb gegeten. Dan ga ik op mijn kussen liggen en dan komt mijn vrouw erbij. Ze zegt dan haast niks. Dat hoort ook bij de ochtendknuffel dat je samen heel voorzichtig aan de dag begint.

De avondknuffel heb ik voordat de dag afgelopen is dus dan gaan we naar boven om te slapen. Die is ook op de bank maar dan met praten. Dan zegt ze van alles met een speciale knuffelstem. Vind ik superfijn. Dat is knuffelen voor mijn binnenkant. Ik heb dat ook nodig, maar daar gaat het nou niet over.

Tussendoor

Dus dat zijn mijn vaste knuffels. Ochtendknuffel en avondknuffel. Maar er zijn ook tussendoorknuffels die horen er ook bij.

Na het avondeten wil ik dat ze me aait en dat ze zegt hoe goed ik kan eten en waarom dat zo belangrijk is. Dan ga ik erbij spinnen.

En in het weekend of als de zon schijnt of als we alletwee moe zijn dan gaan we op mijn tapijtje liggen voor een lange knuffel. Ik bedoel dat ik op mijn tapijtje lig en zij ligt bij me en dan gaat ze me kroelen en knuffelen. Het filmpje is van dit weekend dat we zo lagen. Dan vind ik van alles fijn, op mijn buik en ook borstkroelen en dat ze een beetje me heen en weer schudt met haar hand en dan heel zachtjes.

Ja  en dan zijn er ook kleine tussendoorknuffels en ik word af en toe ook even geaaid en dan geef ik ook kopjes. Volgens mij ben ik een knuffelkater.

Praat-aaien (blog)

Als u mij ziet, dan begrijpt u meteen dat ik een knuffelkater ben. Een dikke wollige vacht, wolkenzacht ook nog en thuis hoor ik niks anders dan dat ik er aaibaar uitzie. Maar dat is mijn buitenkant. Hoe het van binnen zit, dat is een ander verhaal.

Toen ik hier pas woonde, wilde ik vaak geaaid worden. Dat was voor de geruststelling, zodat ik me veilig voelde bij al dat nieuwe. Lang aaien doen we nog, hoor. Nu alleen voor het fijn. Heerlijk vooral ’s avonds en lekker zacht, van even achter mijn oortjes friemelen tot strelingen vanaf mijn kop tot aan mijn staart, en soms een klein beetje over mijn voorpootjes. En dan even met een vinger langzaam onder mijn kin tot op mijn borsthaar en weer terug. Zo kom ik goed in slaap. Tegenwoordig doen we ook iets anders.

Het gaat zo. Ik lig op mijn kussen op de bank. Mijn vrouw zit voor de bank op het tapijt, dicht bij me. En dan knijpen we steeds onze ogen dicht als we naar elkaar kijken. Het is zo fijn dat ik dan eigenlijk geen hand op mijn vacht meer erbij hoef.

Kijken en een beetje praten en fluisteren is genoeg, ik kan gewoon wel aan de gang blijven met spinnen, zelfs met dat diepe ronken. Mijn vrouw zei, dat dit nu praat-aaien was. Ik wist niet eens dat het bestond. Eerst dacht ik, dat ik niet goed in mijn kop was. Waarom zou je immers spinnen als er helemaal niks gebeurt? Soms zegt mijn vrouw niks en dan spin ik toch. Of juist.

We doen nou bijna elke dag aan praat-aaien. Als mijn vrouw eindelijk terug is van het boodschappen doen, komt ze met haar jas aan meteen naar de huiskamer, want daar sta ik dan te miauwen van “schiet op, schiet op.” En dat doet ze. We gaan dan op het tapijt liggen, tegenover elkaar, om te praat-aaien.

Eerlijk is eerlijk, ik vind het nog steeds een beetje gek, maar het is te fijn om het te laten. Je hebt dus gewoon aaien en praat-aaien. Misschien bestaat er wel meer, daar heb ik nog geen idee van!! Sinds ik hier ben, ontdek ik allerlei dingen die ik helemaal niet kende. En ik hoop dat u ook praat-aaien heeft of iets anders dat even fijn is. Anders moet u maar denken: Bertje wist ook niet hoe fijn het leven kon zijn, en die is gelukkig dus ik kan het ook worden.

Dit blog verscheen eerder bij de <a href=”http://www.kattenzorg-denhaag.nl/index.php/bertje”>Vereniging Kattenzorg.</a>

&nbsp;