Serieus waar, ik had niet gedacht dat het toch nog zo keiheet zou zijn. Het was juist fijn, zachtjes zon en soms niet en soms wel en toen opeens WAM. Keiheet. Gelukkig kan ik goed slapen.
Bewegen
Ik was net bezig met elke dag speelkwartier. Dat moest van thuis voor mijn gezond. Bewegen en netjes eten dat helpt, zegt mijn vrouw, ze wist het zeker en dan begin je niks meer als eenvoudige huiskater, hoor. Dan doe je mee.
Maar alles veranderde toen het keiheet werd. Ik kreeg soep (anders alleen als wiekentsnek), ik kreeg sneks in water (mooi meegenomen) en ’s middags gingen we samen voor het waaiding liggen en ik kreeg buikkriebels tot ze in slaap viel. Zult u zeggen dat is het betere leven Bert, maar ik heb wel een hele dikke vacht en keiheet is dan moelijk, hoor.
Liggen
Nou heb ik thuis het voordeel dat ik overal mag liggen. Het nadeel is dat ik heel erg het gevoel heb dat ik wil samenzijn. Daarom ga ik nooit in de badkamer liggen ook al is het daar niet zo keiheet. Overdag slaap ik nooit op het grote bed boven ook al is het daar zacht en gezellig, alleen is te alleen. Dus ik lig vooral in de huiskamer. Dan heb ik het geluk: als ik lig, dan kan ik slapen. En slapen is fijn.
Slapen
Waar kan ik liggen en dus slapen, dat is:
onder de werktafel van mijn vrouw, dat klinkt stom maar het is daar stil en donker alleen raakt haar voet mij soms maar dan zegt ze altijd Sorry Bertje
in de vensterbank, dat kan alleen ’s morgens en ’s avonds anders is het te heet
in mijn doos, maar dat is meer voor de kleine dutjes tussendoor
voor de ventilator, persoonlijk combineer ik dat met buikkkriebels maar dan moet ze niet in slaap vallen natuurlijk
op mijn bankkussen
zomaar op het tapijt, dat is lekker in de ochtend
Dus ik heb niks te klagen thuis, en op het dekentje ga ik nou niet wegens te warm. Maar eerlijk waar, hoe fijn slapen ook is, voor mij hoeft dat keihete niet. Dan maar verplicht een speelkwartier.
Hajooo daar ben ikke weer. Vandaag ga ik ut heb oover gjoeien.
Een paar week gejeden plaatst ik, bij oompie Bert, een vootoo. Een hoop katjes sjeid dat mijn foorpootjes sjo gjoot waar.
We en wei
Ik benne pas bijna 15 weeks.
Ikke kan al, asse ik op mijn aggerpootjes sta, al met mijn koppie oof de saalontaaful kijk. En dan moet jullie mijn mensjes hoor. WE gaan nie op taaful spjing doen he Dorus. WEI gaan geen Boris Boef worde he?
Steeds da we enne wei. En wie isse Boris Boef?
Terwijl sje tog weete datte ikke dat gwoon doe.
Gjoot
Frauw sjei laas datte ik misjien uit mijn kleine reismandje gjoei. En datte ik dan de reiskooi van Overgrootoma’s Grietje en Poekie enne Oma’s Katrien en Catootje zal moet bruiken. Want die isse wel heel gjoot.
Bijt
Ikke bijt ook frauw al minder. Ikke ben bijna kjaar mette wisjel fanne mijn tandjes. Ooh wat hat ikke daar las van. Ikke hat ook pijn. Fandaar datte ik alles en iedereen zat te bijt. Ikke zat ook steeds de ijsere pootjes van de windiewoei te bijt. Mijn mensen fonden het sjielig voor mij. Ikke sjeg het eerlijk, en ik sjaam me er ook foor… ik heb frauw echt faak gebete. Ze hep ooferal wondjes oppe been en handen.
Halfe siemees
Ikke ben nie alleteit taut hoor. Ikke hep heel feel knuffelsessies mette mijn mensen. En dan ga ik me toch een partij spinnen. En dan ga ik hun hand likkielik doene. Dat finne se fijn.
En ik pjaat feel met hun. Soms tefeel. Frauw sjeg dat het komp ommedat ik een halfe siemees ben. Ikke folg se ook altijd. Asse se naar de kookkamer gaan folg ik ze mee en ga dan daar feilig ligge wachte totte se klaar sijn. Of sjoms woepen se ga je mee? En dan loop ikke mee. Ze zeg dat ik net een hond ben. Ze vinde mijn vacht ook raar. Ikke hep hele korte en zachte haare. Ikke ferhaar ook amper.
Jeuk en jief
Met mijn gjoeien komp er ook ies anders opborrelen. Ikke vin een jonge heel jeuk en jief. Jiekietta.
Frauw maakte mij een keer wakker toen ikke een djoompie hat. Ikke zat steets hihihi en sei jiekietta zijn naampie in mein sjaap.
Frauw sei dat ik hette eerst aan MammaLoes (dikke koes) moese sjeg doen. En frauw sei datte ik eers auwder moet worre. En asse ik dan jiekietta nog sjo lief vin ik het eerst aan Mamma en tante Sylvia moete fjaag doen.
Jiekietta isse mooie jongenskater mette kwullies. Ikke bejoof datte ikke een egte jentelmen zal sjijn hoor.
Nou… ditte wasse het weer foor dees week
Ik sjuit af met een dikke koes
Foor MammaLoes
Toedeledokie
Het is niet keiheet maar het is wel keiwarm. Dus dan moet je ook opletten. Dat je geen gekke dingen doet. En dat je genoeg drinkt.
Soep
Ik zal het meteen maar zeggen: ik kreeg soep van Gourmet voor mijn wiekentsnek. Volgens mij zat er een beetje extra water bij maar dat maakt mij niks uit. Ik had tonijn en nog wat. Dus vis, dat is ook goed voor mijn vacht. Lekker, soep.
Lang
Van mezelf ben ik een snelle eter als het om lekkere sneks gaat, gewoon omdat ik iets lekker vind en als ik meer eet dan proef ik meer lekker. Maar met deze soep gaat dat niet. Het is te stevig en er zit ook van allerlei soorten snek in, ik weet niet hoe ik het moet zeggen. Als ik het krijg, dan moet ik altijd even kijken van waar begin ik.
eerst komt de saus, ook al eet ik onderweg een stukje van het een of ander
dan begin ik met de lekkerste stukken en ik eet gewoon wat mijn neus zegt dat ik moet eten
daarna kijk ik wat er over is en wat ik dan wil eten
na die ronde neem ik pauze en dan ga ik mezelf wassen en even uitbuiken met knuffels, deze keer ging ik op mijn kussen en mijn vrouw hield heel zachtjes mijn achterpoten vast, dan ben je toch echt samen
daarna maakte ik het bord leeg en schoon en toen weer wassen natuurlijk
Vocht
Soep is goed als het zo warm is. Want gemakkelijk water drinken lukt nog niet. Vanmorgen had ik wel wat uit de badkamer. En uit de schaal. Dus toen ’s middag de wiekentsnek kwam was ik echt toe aan iets dat ik kon drinken. Ik weet dat er nog een zakje soep in huis is dat is vast voor de maandagsnek.
Een tijdje geleden schreef ik dat ik een ernstige kater ben. Loesje vroeg toen of ik daar meer over wilde vertellen.
En omdat Loesje een hele lieve vriendin van mij is doe ik dat natuurlijk.
Seeriejeus
Als ik zeg dat ik ernstig ben bedoel ik dat ik het leven seeriejeus neem.
Ik denk goed na voordat ik iets doe en ik doe nooit zomaar iets. Ik maak geen grapjes en ik haal geen kattenkwaad uit. Gevaarlijke dingen doe ik niet. Soms heb ik eventjes een gekke bui, maar dat is altijd snel weer voorbij.
Ik ben lief voor bijna alle andere katten, en ik speel niet de baas. Dat komt omdat ik nadenk over hoe andere katten of mensen zich voelen. Daar hou ik rekening mee.
Ik hoef niet in het middelpunt van de belangstelling te staan. Liever niet zelfs.
Denken
Het leven is best moeilijk, vind ik. Ik ben snel bang en vind veel dingen eng.
Het is nu veel beter dan vroeger, toen was ik alleen maar bang.
Nu kan ik ook heel blij zijn. Als ik uitgebreid geaaid wordt, als ik in het zonnetje lig, als mijn mensen en ik met zijn drietjes in mijn tuin zitten, als ik geborsteld wordt. Dan doe ik keihard brommen, en soms zelfs een beetje kwijlen. Nou ja, dat kan de beste gebeuren natuurlijk.
Maar meestal lig ik na te denken. Of ik zit na te denken, en ik sta zelfs wel eens na te denken.
Dat gaat de hele dag door, dat denken.
Ik denk over van alles. Ik denk terug aan het verleden, en ik denk na over wat er komen gaat.
Ik denk aan mijn Molletje, en ik denk aan mijn mensen. Ik denk aan de wereld en aan het heelal. Aan alle katten en dieren en mensen die daarin bestaan. Dat is zo belangrijk dat ik daar heel lang over kan nadenken.
Mijn Mol en ik
Mijn mensen zeggen dat mijn Molletje ook zo was. Ze was een ernstige poezendame die bijna nooit speelde. En ze wilde ook niet dat anderen speelden. Pop en Beer mochten dat niet, maar mijn mensen ook niet. Als mijn mensen vrienden op bezoek hadden en ze moesten lachen of waren een beetje druk, dan kwam Mol aanrennen en ging heel hard zitten loeien. Dat ze op moesten houden.
Mijn Mol en ik begrepen elkaar heel goed. Dat drukke gedoe, en dat rennen: nee, niks voor ons.
Wij liepen samen door onze tuin, of we lagen op onze stoelen en we dachten na.
Omdat ik een ernstige kater ben wist ik dat mijn Molletje hulp nodig had. En die gaf ik haar. Ik bleef altijd bij haar, zodat ze niet bang hoefde te zijn.
Popje
Mol zegt hier tegen Pop dat er niet gespeeld wordt.
Popje was een heel druk ventje, dat altijd aan het spelen was. Hij bemoeide zich overal mee, en moest alles weten. Mijn mensen konden geen kastje open doen of Pop zat er in.
Hij was vrolijk en haalde grapjes uit met mijn mensen. Hij deed eerst iets, en dacht dan pas na. Mijn mensen zeiden altijd dat hij in wel meer dan zeven sloten tegelijk liep.
Beer was een stuk ouder en wat minder druk, maar hij ging ook altijd op onderzoek. Hij liep alle tuinen door en kende alle katten. Hij ging naar binnen door hun deurtje en at een hapje mee van hun eten. Zo kende hij ook een heleboel mensen.
Pop en Beer deden aan soemoo-worstelen, volgens mijn vrouw. Dat is iets Japans. Ze renden elkaar achterna door het huis. Ze gooiden elkaar omver en ook alles wat in hun pad stond.
Soms liet Pop zich vanaf de tafel bovenop Beer vallen. Of Beer trok juist Pop zó van de tafel af. Mijn mensen moesten midden in de nacht wel eens roepen “Mannen!” omdat ze aan het rondgalopperen waren. Ze klonken als een kudde ooliefanten, volgens mijn vrouw.
Dit was natuurlijk afgelopen toen mijn Mol bij hun kwam wonen.
Karakter
Zo zie je dat elke kat anders is.
Dat heeft te maken met hoe je jeugd was, hoe je opvoeding was, hoe je nu woont, hoe je mensen zijn, hoe oud je bent en hoe gezond je bent. Het is natuurlijk logies dat je als je een kat van 17 bent minder druk aan het rennen bent dan een kat van een paar maandjes.
Maar weet je wat de belangrijkste oorzaak is dat elke kat verschillend is? Dat is karakter.
Elke kat heeft een eigen karakter. Dat is je diepste wezen in jezelf. Daar wordt je mee geboren, dat is je persoonlijkheid.
Ernstig
Mijn karakter is dat ik ernstig ben. Zelfs als ik een andere jeugd had gehad zou ik nog steeds ernstig zijn. Ik zou dan minder bang zijn, maar net zo ernstig.
Elke kat is een uniek indievieduu. We verschillen van elkaar in kleur en in leeftijd, maar ook van karakter.
Weet je wat ik nou zo lollig vind? Dat mensen dat wetenschappelijk hebben bewezen. Dat zeggen ze. Ze hebben bewezen dat katten een karakter hebben, veel meer dan honden. Ja logies natuurlijk dat meer dan honden, dat had ik zo wel kunnen vertellen.
Maar daar kan ik dus weer over nadenken. Dat mensen zo raar zijn. En honden vaak dom. En katten niet. En hoe dat komt. En waarom dat zo is. Waarom niet iedereen dat weet.
Ik denk na omdat ik een ernstige kater ben.
Of andersom, als je erover nadenkt (!) kan dat ook.
Roos is mijn Feesboekvriendin en ze speelt heel graag met Mentos-papier. Ik wist niet hoe dat was. Mentos hebben we niet thuis. Dus Roos stuurde wat op. Dankjewel Roos!!
En meteen leerde ik twee dingen:
1 ik weet niet hoe het moet
2 ik moet heel erg wennen aan nieuw speelgoed
Wennen
Serieus ik heb aan al mijn speelgoed moeten wennen. Dat ik snapte waarvoor het was (om te spelen dus) en hoe het moest. Eigenlijk heb ik het liefste dat mijn vrouw het even voordoet dan hoef ik het zelf niet te bedenken.
En het wennen is ook dat het speelgoed naar thuis gaat ruiken, anders kan er ik helemaal niks mee. Ik ga echt niet aan vreemde spullen zitten, dat is eng.
Potlood
“Het is net een potlood,” zei mijn vrouw en ze deed er iets mee waardoor het even bewoog als een potlood. Ik vind een potlood leuk daar speel ik graag mee. Een staafje soms ook. Het leuke is dat het alle kanten op gaat en je weet niet waarheen, dus dan is het ook een beetje spannend. Alleen dit was anders. Dus ik keek en dacht, nou vandaag even niet hoor.
Papier
Toen zei mijn vrouw: “Het is papier, Bert, dus je kunt het vangen en ermee rollen.” En ze gooide het in de lucht wat ik bij gewoon papier best spannend vind, dan wil ik met dat papier wilde dingen doen en dat lukt dan ook, maar ja dit was geen papier alleen iets anders, geloof ik. Dus ik deed voor de zekerheid even niks. Ik neem geen riesiekoo met dat soort dingen.
Ruiken
“Ga er nu maar aan ruiken,” zei mijn vrouw en dat kon ik wel. Ik snuffelde er heel voorzichtig aan. Het was een geur die ik niet kende. Een beetje scherp. En ook een vaag iets van een gezellig iemand dat moet Roos zijn geweest (hoi Roos!) en nog een paar geuren waarvan ik dacht dat weet ik nog niet helemaal zeker.
Dus ik kwam er goed in, en net toen ik dacht misschien kan ik er tòch mee spelen, toen moest ik opeens op d e foto en of ik daar zit in had, dat heeft u al gezien.