Kater Dorus over knalle, diejeet en oom Vlo

DorusDaar ben ik weer. Iedeween een gewukkig nieuwejaar!! Oooh mijn mensen waren  eggiewaar supermeegatjots op me dat ik so kalm door boemskienagt heen ging.

Ikke hoorde wel steets BOEM en KNALLLL maar ik bjeef sitte. En asse bewooning kjeeg ik een noepie. Of ik ging met me pauwfeer pele. Die isse gwoot!! Die feer isse heel zierluk. Enne komp uit hut kontje fanne fogul.
Dusse erregens woop er een pouw mette kaale kont. Want frauw sei datte er een hoop feere ware.

Laat eten

Ikke kjeeg wel pas heel waat me eten. Halluf 7 pas. Ikke wasse daar sjo booz op dat ikke evve nies wau. Sal se were!! Maar ja… as gesonde howwantse kaatur kjijg je tog wast fanne knorrend maagje. En ikke hep me gesonte eetwust fanne MamsieLoesje (koeskoes) erft. Dusse ikke ging maar eete hihihi.

Diejeet

Oofer mamsie gespjook… sei moet op diejeet. Mamsie moete kiewoos affalle.
Dusse iedeween… geef mamsie niet meer dan fijf garnaale en/of tien tooneine. We moete stjeng sjijn. Eg!! Mamsie moet opereer worde. Snik snik. Eers stoole se me knikkers, enne nu wille se mamsie haar kiesjes heppe.
Ikke seg staa op tege deese dieffe!! We moete één front forme. Laate we de stjaat opgaan mette spandoekjes dat we dit nie meer pikke.
REEFOOLUSIE!!
Nau zat ikke laas mette mamsie te pjate. Datte ik ging kijke foor diejeetnoepies.
Oooooooh mamsie wert loeikwaat oppe me. Se wil toktokkaasnoepies. Ikke mag dat fiese woortje diejeet nooit meer segge.
Geen diejeet
GEEN DIEJEET

Oom Vlo

Ikke kjeeg affeloope donnerdag inne afont een innernetbjief. Fanne frauw fan oom Vlo.
Ikke was net mein karspiejaamaa aan hut aantjekke en froech offe het foorlees kon worre. DorusOom Vlo was sjiek worde. En hij moest gaan sjape ommedat de dokker hem niet meer beetur kon maak.
Me bekkie begon te twille en me oogjes werre nat.
Ikke sat teege frauw maar oofur datte we foorige week nog de reegeboogbjug hadde digttimmert. Ikke kjoop teege frauw aan en begon saggies te snikke.
Oom Vlo… ikke hep uwes maar ses maante kent. Maar het waare wel ses feine maanten. Ikke sjal uwes misse.
Tot ooit!!

Dorus

Wat ik erfaar als oudere katerman

ouder worden

“Ben je ziek aan het worden?” vroeg mijn vrouw toen ik miauwde voor de zesde ochtendknuffel. Ze was ongerust. Dus toen kwam er een knuffel met gesprek.

Praten

Als katerman met erfaring in het samenwonen weet ik dat een vrouw soms alleen wil praten. Ze zit ergens mee, ze wil een gesprek maar dat betekent vooral dat  zij praat en dat ik erbij blijf liggen, dus tussendoor een brokje eten dat kan niet.  En nou was dat ook het geval. Gelukkig bleef ze aaien dat maakte het gemakkelijk om stil te liggen.

Veranderd

Ze begon met dat ik veranderd was de laatste tijd. Wegens dat ik meer aaien wilde en langer en ook soms ’s nachts knuffels en dat ik het moeilijker vond als ze twee keer op een dag achter elkaar weg ging. Ja, is allemaal waar. Maar wie krijgt er nou genoeg van superfijn aaien? Of van gezelligheid? Ik niet.

Als je een vrouw laat praten dan ontdekt ze vanzelf de antwoorden. Opeens wist ze het.  Ik was een seeniejor katerman en die hebben meer behoefte aan liefde.

Seeniejor

Ik wist natuurlijk al lang dat ik een seeniejor was.  Daar heb ik niks voor hoeven te doen, eerlijk is eerlijk. De ene dag na de andere gaat vanzelf voorbij en als je geen kitten meer bent dan word je vanzelf een seeniejor. Het betekent vooral dat je meer levenserfaring hebt. Je gefoel is dat je meer moet rusten en rieleksen. Ik bedoel eigenlijk vooral dat je meer gefoel hebt voor van alles. Dus herrie is moeilijker, en rust is belangrijker, en knuffels zijn fijner. En wegens dat ik naar mijn gefoel luister, kom ik dus ook meer knuffels halen.

Dus met ziek zijn heeft het niks te maken. Seeniejor zijn is juist iets moois. Want als je meer gefoel hebt, dan zijn de knuffels fijner. Dus ik heb al helemaal zin in mijn zevende ochtendknuffel.

Kater Bolle over als je buik te groot is

buikVaak lees ik dat katten moeilijke eters zijn. Dat betekent dat ze veel dingen niet lusten. Of dat ze snel last van hun maag krijgen.

Ik ben zelf een makkelijke eter, dat kan ik wel zeggen.
Ik lust bijna alles.

Lekker

Ik vind brokjes lekker, als ze maar niet te klein zijn. Want dan kan ik ze niet kauwen, wegens dat ik een vreemde mond heb. En als ik brokjes niet kan kauwen slik ik ze zo door, en spuug ik ze even later allemaal weer uit. Daarom krijg ik altijd grote brokken.
Natvoer vind ik ook heerlijk. Alle soorten eigenlijk wel. Alleen patee niet, want ik snap nooit goed hoe ik dat moet eten. Hoe kan ik nou een groot stuk dat er overal hetzelfde uitziet eten? Waar moet ik dan beginnen? Ik heb liever iets met saus of sjelei, met stukjes erin. Ik eet altijd eerst de saus of de sjelei en spuug de stukjes terug in mijn kom. Als ik alles saus opheb, eet ik pas de stukjes.
Het allerlekkerste vind ik stukjes rauw runderhart. Of stukjes rauw rundvlees, die mijn vrouw klein maakt. Dan eet ik meteen alles op, en ik sta al een beetje te dribbelen als mijn vrouw het klaarmaakt. Van de zenuwen, dat het zo lang duurt.
Snoepjes vind ik ook heerlijk. Ketisfeksjons, of Feliks Partiemiks, of antihaarbalsnoepjes, ik lust het allemaal.
Menseneten hoef ik niet. Mijn mensen eten vegetatie, dus nooit vlees of vis ofzo. Ik ben geen konijn, dus daar begin ik niet aan. Kaas is lekker, maar dat krijg ik nooit. En sjips lust ik ook.
Pas geleden had mijn vrouw een schaaltje met iets heel kouds erin. Ze zegt dat het eis heet, dat kan best. Ze had het eventjes op de grond gezet en voordat ze zag wat er gebeurde had ik er al een paar keer aan gelikt. Het was biesonder en ik vond het lekker. Maar mijn vrouw zei dat het eigenlijk niet voor katten is en pakte het van me af.
Hoe dan ook, ik lust dus bijna alles.

Diejeetbrokken

Behalve diejeetbrokken. Ik heb wel een miljoen soorten diejeetbrokken geproefd. Meestal lust ik ze een paar dagen en dan niet meer. Vaak zijn ze heel mienieklein, en zo kan ik dus niet eten. Of ze ruiken al meteen als de zak opengaat heel vies. Of helemaal nergens naar, dat is ook vaak zo. Dat is natuurlijk niet lekker, dan kan ik net zo goed steentjes uit mijn tuin eten. Of het vogelvoer. Dat deed Popje altijd, dan was het maar opgeruimd. Daar moesten mijn mensen altijd erg om lachen. Ik laat het voor de vogeltjes staan, die hebben ook honger.

Pillen

En toch ben ik al weer een tijdje op diejeet, ook al lust ik geen diejeetbrokken.
Toen ik steeds binnen moest blijven en een druksdruppel kreeg, ging ik ook meer eten. En van die pillen van de dokter, dat ik rustig bleef, nou daar leek ik wel een stofzuiger van. Eerlijk waar, ik at alles wat me voor de voeten kwam, ook dingen die ik eigenlijk niet lekker vind zoals mijn slankbrokken. En toch ben ik toen niet slank geworden, raar hè?
Mijn buik is te groot geworden, zeggen mijn mensen. Net als bij Loes. Dat vind ik niet hoor, dat de buik van Loes te groot is! Dat zou ik nooit zeggen, dat had de dierendokter gezegd. Ik vraag me wel af wat die er eigenlijk van weet!

Kauwen

Nu heb ik weer de brokken die Bert ook heeft, en ik ben al afgevallen zegt mijn vrouw. Maar ik heb geen honger gehad, gelukkig maar. Ik heb even gevraagd aan mijn vrouw om op te schrijven hoe die brokken heten, hier komt het: Hills Metabolism.
Ik heb ze eerder gekregen, toen moest ik er steeds van spugen omdat ik ze niet goed kon kauwen. Nu gaat dat prima, hoe dat kan weet ik niet. Zijn de brokken groter geworden, of ik heb ik meer kiesen en tanden gekregen?
Ik vind het prima brokken. Ze zijn best lekker, maar ook weer niet zó lekker dat je er steeds nog meer van wilt. Ik krijg een paar keer per dag een klein beetje natvoer, voor het lekkere. En een paar snoepjes tegen haarballen, want anders krijg ik daar weer problemen mee.

Krom

Tot nu toe gaat het goed met mijn diejeet. Ik vind het zelf nog steeds niet nodig, maar ik wil ook liever geen suikerklontjesziekte. Dan moet je steeds een prik, bah.
Ik wil ook niet dat ik niet kan plassen, dat mijn blaas dicht zit met een soort stenen. Dat kan bij katers, zeker als ze niet heel slank zijn.
En ik ben geen 10 meer, en het is niet goed voor je knieën en je rug als je een grote buik hebt. Mijn benen zijn al krom en mijn tenen ook. Omdat ik vroeger te weinig te eten kreeg, als beebie. Maar als ik nu te dik ben dan wordt dat erger, dan kan ik niet goed meer lopen.
Dus ik doe nu mee met mijn diejeet. Maar ik hoef niet helemaal superslank te worden, vind ik.
Volgens mijn vrouw hoef ik me daar voorlopig nog geen zorgen om te maken.

Wat wel fijn is van mijn diejeet is dat we ekstraveel spelen met de veer (nóg meer?! riep mijn vrouw) en dat we ekstraveel knuffelen.
Dat helpt, bij het slankworden. En zo kan ik het wel volhouden.
Hoop ik.

Vlo

Het is nog maar net een nieuw jaar geworden en er is al verdriet.
Kater Vlo, die altijd antwoordde op de blog, is een prachtige ster geworden.
Het ging heel snel, zijn nieren waren zomaar ineens kapot en konden niet meer gemaakt worden.
Vlo heeft vast al een hoop sterren gesproken en gezien. Hij is daarboven gelukkig niet alleen.
Maar zijn vrouw is natuurlijk superverdrietig en mist hem heel erg. Daarom wil ik haar heel veel kopjes sturen, om haar een klein beetje te troosten.
Ik mis hem ook, want Vlo schreef altijd, echt altijd! En hij stuurde me veren op, van vogels in zijn tuin. Ik zal me Vlo altijd blijven herinneren.
Tot ziens Vlo!

Je vriend Bolle

De bijzondere rode kater genaamd Vlo

Vlo

Deze week wandelde Vlo over de Regenboogbrug. Zijn nieren waren stuk. Hij was de vriend van iedereen op het blog en we zullen hem missen. Ter ere van Vlo hier zijn verhaal uit mijn  vriendenboek Lieve Allemaal.

Ik ben Vlo, rare naam hè? Die had ik al toen ik vier jaar geleden hier bij mijn vrouw kwam wonen. Mijn huidige vrouw zegt dat ik eigenlijk Victor Lodewijk Olivier heet, en dat Vlo gewoon een afkorting is.

Foto

Ik heb eerst in Leiden bij andere mensen gewoond, maar daar ging er één van ergens anders wonen. Mijn toenmalige vrouw bleef alleen over en toen was het beter dan ik een ander thuis kreeg.
Waar ik nou woon, daar woonden eerst twee andere katten, dat waren Broddel en van der Zwart. Broddel was pas zeven jaar toen hij ziek werd en over de regenboogbrug ging. En van der Zwart was een stokoude zwerfster, die na vijftien jaar buitenleven opeens binnen wilde wonen. Ze was zwart, met een heel klein wit befje. Van der Zwart is twee weken voor Broddel over de Regenboogbrug gegaan. Eigenlijk wilde m’n vrouw geen katten meer, er is hier een hele muur met foto’s van “overderegenboogkatten”. Maar ja, toen droomde ze van haar moeder, en die zei “Kijk eens op Facebook”. En mijn vrouw heeft niet eens facebook. Zij morrend midden in de nacht achter de computer, en daar stond een foto van mij. Na een paar weken kwam ik dus hier. Mijn vorige vrouw komt best vaak op bezoek.

Dapper

In het begin was ik best een beetje schuw, maar nu, na vier jaar, kennen de meeste mensen me niet meer terug, zo dapper ben ik geworden. Alleen monteurs moet ik niet. Niezen en hoesten vind ik nog griezelig.

Mijn taak

Ik heb geen brokjesbal, ik vertikte het om daarmee te spelen. Kattenspeelgoed daar heb ik weinig mee. Ik hou meer van papier, dopjes van flessen en vooral van veren. Soms gooit mijn vrouw met brokjes, en daar ren ik achteraan. Dan moet m’n vrouw ze wel van me af gooien, anders vind ik het eng. Mijn vrouw is meestal thuis, maar dat komt omdat ze niet helemaal goed in elkaar gezet is, geloof ik. Ze heeft een scootmobiel en buiten loopt ze met krukken.
In huis heb ik een belangrijke taak die niemand anders kan en het is ook knap, zegt iedereen. Mijn vrouw heeft epilepsie, daar heeft ze last van als ze koorts heeft. Ik waarschuw haar als er een aanval aankomt. Ik begin dan heel veel aan haar gezicht te likken en aan haar arm te krabbelen zodat ze de dokter kan bellen.

Rammelen

Overigens horen mijn vrouw en ik allebei regelmatig Broddel nog hier. Hij lag vaak op de waslijnen, en dan rammelde de knijpers. Mijn vrouw hoort het gerammel. En ik ren nog steeds naar de badkamer of ik hem misschien kan zien, je weet maar nooit. Van der Zwart horen we nooit, waarom weten we niet.

Waarom ik ook tijd voor mezelf nodig heb

tijd voor mezelfSamen-zijn is superbelangrijk, dat is gewoon zo en wat ook zo is, dat is dat ik tijd voor mezelf nodig heb. Dan denkt u vast wat doe je dan Bert.

Lefenservaring

Tijd voor jezelf dat is denk ik alleen voor de dieren die lefenservaring hebben. Van mijn tijd als kitten weet ik heel weinig alleen dat ik toen druk was. Dan hierheen, dan daarheen, helemaal geen rust om op een kussen te liggen en over alles na te denken. Dat heb ik nou wel.

Want ik ben geen kitten meer. En ik woon hier nou lang genoeg dat ik weet hoe de dag gaat dus wat gewoon is en wat ik kan verwachten. Dus dan hoef ik niet op letten.

Gewoon

Toen de dagen van het vuurwerk kwamen, voelde ik me de hele tijd gespannen. Ik kreeg steun van thuis en zo kwam ik erdoor en nou ben ik weer in mijn gewone leven. Dus dan heb ik rust om bij te komen en te foelen wat er allemaal was.  Zoiets kan niet tijdens een intense knuffel van mijn buik of tijdens het vachthappen. Ik moet bijkomen door tijd voor mezelf:

  • dus ik sliep beneden op de bank dat was rustig en er gebeurde helemaal niets
  • toen mijn vrouw naar de wc ging dat was ook vannacht, was ik net helemaal wakker en ik keek haar aan en zij snapte dat ik tijd voor mezelf nodig had zei ze
  • soms speel ik even met een balletje, beweging is goed voor rust in mijn kop heb ik ontdekt

Tijd voor mezelf is dat ik weer het gefoel heb dat alles goed en gewoon is. En dat duurt nou eenmaal even. Dat is bijkomen. Het gaat een beetje vanzelf en ook een beetje dat ik er wat voor moet doen, maar het gaat lukken dat zegt mijn gefoel.