Ik moet thuis meehelpen en dat kan ik

meehelpen

Toen ik hier pas woonde, moest ik wennen aan het huis en hoe alles hier ging. Daarna snapte ik het. En weer daarna moest ik meehelpen in huis.

Straat

Dat meehelpen ging vanzelf maar het was niet mijn idee. Ik zat een keer in de vensterbank naar buiten te kijken gewoon omdat ik dacht wat gebeurt daar eigenlijk en toen zei mijn vrouw dat ik zo goed oplette en dat ze zich veilig voelde omdat ik de straat controleerde. Nou toen wist ik het. Dit moest ik thuis doen. Want ik was de enige die in de vensterbank zat dus het was mijn werk, zo is het dus gekomen.

Zelfvertrouwen

Ik heb nou best wel wat zelfvertrouwen dat is dat je wat durft en dat je het gefoel hebt dat je er ook mag zijn en dat je ook belangrijk bent. Dus daardoor kon ik ook meer helpen thuis:

  • als mijn vrouw boodschappen heeft gedaan dan zet ze de tas op de keukenvloer en dan ruik ik of er geen rare dingen inzitten. Mijn vrouw wacht tot ik klaar ben en dan vraagt ze of het in orde is. Daarna krijg ik een compliment en een knuffel.
  • ik ga ook meehelpen het bed doen, dat is een klus met dekbedden en lakens en alles moet heel presies dus daar hou ik toezicht dat het goed gaat
  • als het tijd is dat mijn vrouw naar de keuken gaat om eten te maken dan miauw ik dan gebeurt het tenminste

Maar het belangrijkste is de straat, het bed en de boodschappentas.

Helpen

Ik vind helpen  thuis leuk. Want ik kan het en als ik foel dat ik iets kan dan heb ik ook meteen meer zelfvertrouwen en dan kan ik beter ontspannen. Dus dat is goed. Maar ik vind persoonlijk ook dat als je samen met iemand anders woont, dat je dan ook samen met die iemand al die dingen van het wonen moet verdelen. Daarom help ik ook mee.

kater Dorus: me mense in een nootdoppie

Dorus
Hajooooo!
Hier ben ik weer. Dooremans!

Me mense

Waar gaat ik het fan mijn dag oofer heppe? Me mense!! Weet uwes dat ik er twee hep? Eg!! Gaaf hè?
Ik hep een frauwmens en een manmens. Alle twee sjijn se wief hoor, maar ikke hep een annere koonneksie met beide.
Met me man doe ik annere dinge dan met me frauw. Soms fin ik frauw weuker dan man, maar hey… ikke ben een joggie dus ik foel meer foor me man. Met hem doe ik stoere mannedinge.

Me man

Wat doe ikke dan mette hem en niet met haar hoort ikke uwes segge?
Nau… ikke poot me man soms uit asse hij gaat werreke. Dan haalt hij de bjommert fan het sjot en ik ga dan foor hut waam sitte. Dan keik ik naar hem. En dan gaat ik bij frauw uithuiwe, want ikke sie hem weggaan. Hij furrlaat me gewoon!!
Erg he?
Asse ik uitgehuilt ben loop ik naar me etensbakkie en ga dan wat brokjes eten. Ik hep echt sulke wekkere. En dan wil ikke alleen de sallumsmaak. Ikke krijg meesal fanne man smorregens ete. Dan kjijg ik 2 folle handen bwokkies.

Op jagt

Me man help me ook met soeke naar me balletjes. Ik weet niet hoe het kan, maar me balletjes liggen ALLETEIT onner bank. Of onner me huisje. Sodja man zijn zakliggie pak met ze stok gaan we op jagt. Ikke kijk en hij sjijnt onner de bank. Hij gaat met ze stok over floer en oooh eg waar, alle balle kome tefoorsjijn.
Asse man thuiskomp fan werk ren ik naar hem toe. IK moet hem as eerse begjoete. Hij is MIJN gjote fjient. En ik SIJN kjeine fjient. Hoe ik ook frei mette frauw, as ik hem hoor oppe tjap sit ikke bij de deur te wagge op hem.

Me frauw

DorusMe frauw geef me alleteit om fier uur me laase bwokkies. 1 folle hand. Ikke kjijg fan frauw alleteit smorregens 2 noepies. En as die op sijn dan wen ik naar me brokjesbak om te ete. Ik wil een lekker smaakje in me bek hauwe denk ik.
Een keer wasse ik heel boos oppe frauw. Toen ikke opereert was. Ooooh ik beet haar om nies de folgende dag. Natuurluk kjeeg ik een kledder tewug. Maar ik wasse gewoon boos, en ik moes haar gewoon de sjult gefe.
Ik ben, danksei haar, tog me knikkers kweit. Maar nu niet meer hoor.
Ikke peel meer met frauw. Met me fere. Soms me pauw, soms me fasant. Die sijn sooo vetgaaf. Se ruike so wekker.
En ik hep me liggie. Ikke ren agger me liggie aan. Soms sjijnt frauw oppe deur en dan pjobeer ik tegen de deur op te kjimme. Eers kom ik er met een BOEM tegeaan. Dan pjobeer ik dat lampie te grijpe. Ikke kom tot aan de helluft vanne deur. Dan glij ik naar benede.

Winne

Ikke wag iedere aafont op frauw met naar bed gaan. Dan doen we het pelletje wie lugt er hut eers. Ikke win bijna altijt!! Dan moet frauw snel sijn want anners ga ik poinke oppe bed. As sei de deekuns oofer haar heen wil doen fal ikke aan. HAP!!
AUW hoor ik dan. Met eraggeraan Dooooooorie. Hihihi. Ikke poink en hap. Dat doet ik niet lang hoor.
Ikke ga dan peeltjes soeke en wat pele. En dan ga ik oppe bank sjape.
Nau wete jullie weer wat fan me.

Dit was het foor dese week.
Ik sluit af met een dikke koes
Foor MammaLoes

Toedeledokie

Dorus

Dus toen lag ik alleen op het bed

bed

Ik lag lekker op mijn krukje naast de werktafel van mijn vrouw en ik doezelde gezellig. Dus ik sliep niet. Wel bijna.  En toen opeens sliep ik helemaal niet meer.

Geluid

Waardoor ik opeens keiwakker was dat was door een raar geluid. Het kwam uit de keuken. Er hoort geen geluid uit de keuken te komen als je vrouw naast je is en er is niemand anders in huis, dat wist ik meteen. Dus ik schrok heel erg. Ik sprong van mijn krukje af, en ging op het tapijt staan. “Niks aan de hand, Bertje,” zei mijn vrouw, “Ik ga wel even kijken.”  Toen ze uit de huiskamer was vond ik het daar in mijn eentje veel te eng.

Aksie

Nou moet ik zeggen dat de dag pas begonnen was, dus ik was net voorbij de derde ochtendknuffel en nog niet in aksie geweest dat ik dacht ik ga eens wat doen. Maar nou wel. Ik rende heel hard de trap op naar de slaapkamer en daar sprong ik op het bed. Ik heb daar mijn eigen stuk helemaal voor mezelf alleen. Daar ging ik liggen.
Maar alleen op bed is maar alleen. Dus het gefoel van gezellig-samen had ik geeneens. En beneden hoorde ik mijn vrouw roepen van “Bertje, Bertje, waar ben je toch?” Wat doe je dan als huiskaterman? Ja presies. Je gaat je vrouw helpen.

Friemels

Beneden in de huiskamer zag ik haar staan en ze zei: “O ben je daar.”  Een vrouw zegt vaak hele simpele dingen, dat valt me steeds weer op.

Ik kreeg meteen aaien over mijn lichaam en toen ik op mijn kussen ging liggen, kreeg ik friemels achter mijn oor en over mijn buik. Die waren superfijn, dus aan dat geluid dacht ik niet meer, het was gelukkig ook weer stil in huis. Dat heb ik het liefste wegens mijn ontspanning.

Kater Bolle over als je een gezin bent

gezin

Al bijna vijf jaar woon ik samen met mijn man en mijn vrouw. Of mijn man en mijn vrouw wonen samen met mij, zo kan je het ook zeggen. Hoe dan ook, we wonen met zijn drietjes in ons huis.

Soms vragen mensen wel eens wie van ons drie de baas is.
Nou, dat is makkelijk. Niemand natuurlijk.

Broek aan

Ik vind dat mijn mensen mogen doen wat ze willen. En mijn mensen zeggen dat ik evenveel rechten heb als zij, bij ons in huis. Ik mag overal komen, ik mag doen wat ik wil, ik mag overal liggen en ik mag altijd naar buiten als ik dat wil. Behalve dan met de reenoovaatsie, maar toen waren mijn mensen ook niet de baas in ons eigen huis.
Een gekke vraag die mensen ook wel eens stellen is wie van ons de broek aan heeft. Ja, ik niet, dat is logies. Ik draag natuurlijk geen kleren. En mijn vrouw en mijn man hebben allebei een broek aan. Gelukkig wel, want anders zijn het net naaktslakken: ze hebben bijna geen vacht.
Er zijn ook wel eens mensen die praten over de man des huizes. Dan raak ik altijd in de war. Ben ik dat, of bedoelen ze mijn man?

Gezin

Wij zijn met zijn drietjes een famielie. Of een gezin, zo heet dat ook.
Meestal is een gezin met een vader en een moeder en een kind, of een paar kinderen. Maar het kan ook dat er twee vaders zijn met kinderen, of twee moeders met kinderen. Of een gezinmoeder met een kind en ook nog een oma. Dat kan allemaal.
Wij zijn een gezin met drie personen: twee mensen en een kater.
Misschien denk je dat ik dan het kind ben. Maar dat is niet zo. Ik ben al lang volwassen, ik ben al een paar jaar een seniejor. Mijn mensen zijn ook geen kinderen meer, volgens mij. Hoe het bij mensen presies werkt weet ik niet, maar volgens mij zijn mijn mensen ook al best een beetje oud.

Voor elkaar zorgen

Wij zijn dus drie volwassenen, die bij elkaar horen en voor elkaar zorgen.
Mijn mensen zorgen voor ons huis. Dat alles netjes is, dat mijn weecee schoon is, dat er genoeg eten is voor ons allemaal. Ook al ben ik het niet altijd eens met het eten dat ze voor me kopen, ik moet eerlijk zeggen dat alles altijd in orde is.
Ik zorg voor onze tuin. Dat iedereen in de buurt weet dat het mijn tuin is, en ook die van mijn mensen. Dat er niet de hele tijd andere katten doorheen lopen. Dat alles is zoals het hoort in onze tuin, en ook op de daken van de schuurtjes en in de tuin van de hond hiernaast. En samen met mijn vrouw zorg ik voor de planten en de bloemen. Mijn vrouw doet ze in de aarde, en knipt ze kleiner of geeft ze water. Ik zit erbij en kijk of alles goed gaat. Dat is altijd heel gezellig, zo met zijn tweetjes. Soms helpt mijn man ook mee, in mijn tuin. Hij is nu bezig met mijn trap. Ik krijg nieuwe plankjes, want de oude zijn een beetje kapot aan het gaan.

Kunstjes

Als we in onze tuin zijn, hoor ik wel eens dat de mensen van de hond hem roepen. HIERRR roepen ze, en dan komt hij. Of ze roepen NEE en dan doet hij iets niet. Of ze zeggen dat hij moet gaan zitten, en dat doet hij. De mensen van de hond zijn de baas over hem. Daar kun je aan zien dat honden geen katten zijn. Als mijn mensen keihard HIERRR riepen, zou ik meteen wegrennen. En ik ga natuurlijk al helemaal niet zitten als mijn mensen dat zeggen. gezinDat zeggen ze nooit, maar stel je voor dat ze dat zouden zeggen. Waarom zou ik dat dan doen? Ik zou ze aankijken, en gewoon doorgaan met wat ik aan het doen was. Want ik ben te slim om me te laten kommanderen. Als ik wil gaan zitten ga ik zitten en anders niet.
De hond heeft mijn voerpuzzel gekregen, waar ik wel eens over heb geschreven. Dat ik er zo bang voor was. De hond is er niet bang voor, hij maakt alle vakjes open en doet dingen schuiven tot hij zijn brokjes heeft. Ik sta weleens te kijken zonder dat hij me ziet en vraag me af waarom hij dat doet. Volgens mijn vrouw vindt hij het leuk. Nou, daar staat je verstand toch bij stil. Ik laat mijn mensen geen kunstjes doen als ze willen eten, dus ik wil ook niet dat ze mij dat laten doen.
En als ze het toch proberen laat ik ze beleefd, maar duidelijk, merken wat ik er van vind.

De baas

Er is eigenlijk geen verschil tussen mij en mijn mensen, in onze famielie. Alleen zijn zij menspersonen en ik ben een katpersoon.
Maar in ons huis en onze tuin bepalen wij hoe de dingen gaan en hoe we alles willen.
Mijn man zegt wel eens voor de grap dat hij de baas is. Mijn vrouw moet dan altijd lachen, of doet net alsof ze het niet heeft gehoord.
Hij zei ook een keer dat hij de pater familias is. Dat betekent dat hij de vader van de famielie is, en daarom een beetje de baas. Dat was ook een grapje, dat snap je wel. Mijn vrouw zei toen dat zij de mater familias is, de moeder van de famielie.
En ik? Ik ben de kater familias.

Is mijn staart ook mijn lichaam?

staart

Voor mij als katerman is mijn staart belangrijk. Voor het lopen en springen en spelen, dan blijf ik in balans.  Maar als ik lig om te slapen is het weer anders.

Staart

Laatst vroeg mijn vrouw of mijn staart ook mijn lichaam is en ik heb toen mijn kop weg gedraaid. Dat is niet lief maar wel duidelijk. Dat kun je toch zelf bedenken dacht ik en toen moest ik er opeens zelf ook over denken. Want ja hoe is het nou presies?

Lichaam

Als ik ga slapen dan voel ik dat het eerste aan mijn lichaam dus dat ik wil liggen en doezelen  en het laatste voel ik het aan mijn kop wegens dat ik niet goed meer kan denken ik heb dan dat wazige gefoel dat alles fijn is. Dus dan ben ik rielekst. En waar mijn staart dan is dat weet ik geeneens.

  • soms heb ik mijn staart langs  mijn lichaam dat is vooral als ik in een rondje slaap dan hoort dat gewoon zo
  • als ik echt moe ben nou dan ga ik liggen en als ik lig dan slaap ik mijn staart blijft dan vanzelf ergens

Dus ik hoef er niet altijd op te letten, dat is best fijn. Soms legt mijn vrouw mijn staart anders, dat noemt ze “goed leggen”, voor mij hoeft dat niet.

Watnou

Ik wil nog meer zeggen over mijn staart en mijn lichaam:

  • aaien over mijn lichaam vind ik superfijn vooral over mijn buik, maar als ze spesjaal mijn staart gaat aaien dan moet ik altijd kijken van watnou en doe maar niet. Ik ben er niet zo gefoelig als op mijn buik maar ik heb het gewoon liever niet
  • ik ben best zuinig op mijn staart dus met het wassen doe ik altijd mijn staart heel goed

Mijn staart is ook mijn lichaam en toch iets aparts geloof ik. Verder weet ik het niet presies.