Loesje vertelt over assie moet fertrouwe 

vertrouwen
Van mij eigen ben ik nu al tien daage beezig met mij pasta foor mij weerstand. Mij vrouw ferberg het in mij eete en zij denk, Loes heb het nie in ze gaate. Maar assie mij een beetje ken dat weet u, Loes is nie van gistere. Loes is van ze eigen.

Assie van jou eigen ben dan hebbie jou eigen meening en jij heb ook ies te zegge. Mij vrouw weet dattie mij eigen niks hoef te geefe wattie van ze eigen ook nie ga eete. Maar zij zeg, Loes jij moet fertrouwe hebbe in wat jij krijg. Hebbie ooit ies gekreege wattie nie lekker vin? Mij vrouw heb geluk dattie mij eigen in ze huis heb gehaal want selluf lus ik alles. Behalfe antibiootie! Antibiootie vin ik fies!

Eete en liefde

Maar zij zeg daar wel ies waar mij eigen ofer na moes denke. Fertrouwe, jij moet fertrouwe hebbe. Als mooderne, sellufstandige poes vin ik alles wattie moet moeiluk. Behalfe mij eete. Maar jij kan er wel ofer na denke, jij hoef er nie foor weg te loope. Toen ben ik op mij denkpaal gaan ligge want jij denk nerruges zo goed als op jou denkpaal.
Jij kan uitbuike, slaape en denke tegelijk. Dan bennie wel goed beezig. Fertrouwe is belangrijk in jou leeve. Froeger had ik nooit fertrouwe. Hoe kan jij fertrouwe hebbe assie geen eete krijg. Fertrouwe is dattie weet jij krijg jou eete, jij krijg liefde en jij ben veilig. Van mij eigen heb ik mij fertrouwe moete leere. Mij vrouw heb mij fertrouwe gegeefe. Zij geef mij eete en zij geef mij liefde. Dan kan jou fertrouwe groeie.

Achter mij staart om

Nu is mij vrouw achter mij staart om naar mij dokter gegaan. Dan schrik jou fertrouwe wel want jij lig selluf op jou bank te slaape. In mij droom beleef ik mij mooise afontuur met mij Bert, hij heb net mij kaabeljouw gefange. Kom mij vrouw thuis en zij zeg Loes ik ben bij jou dokter gewees. Jou kaabeljouw bederf ter plekke!
Dan kan jij twee dinge doen. Jij kan jou eigen onder jou bank ferstoppe met jou snorhaare naar beneede. Jij ben gekwes en jij heb jou vrouw niks meer te zegge. Jij fertrouw jou vrouw niemeer. Of jij kan denke, mij vrouw zorrug wel heel goed foor mij eigen en jou snorhaare krul van jou geluk. Zij ga wel naar jou dokter foor jou gezond. Dan ga jij nie falle ofer jou pasta want jij foel, jou vrouw wil nie dattie ziek wor.
Mij erfaring is, jij kan het beste jou hart oope zette. Dan kan jij foele waar het werkeluk van ze eigen om ga.

Poosietief

Fertrouwe is belangrijk, ook assie groonies niesziek ben. Jij kan teegewoordig nie meer niese of jij moet in jou kaarâtenne. En dan maggie jou verkering niemeer zien. Van mij eigen nies ik al bijna mij heele leeve.
Dan moet jij jou vrouw wel kunne fertrouwe dattie jou eigen nie opsluit in jou kaarâtenne. Jij hoor teegewoordig zofeel gekke dinge en jij kan ook oferdrijfe. Jij kan niemeer met jou goeie fasoen jou fierus hebbe. Assie nie uitkijk worrie opgesloote. Daarom moet jij jou vrouw kunne fertrouwe. Dat is belangrijk foor jou gefoel van rust en geluk. En ook foor de situazie waarin jij ferkeer Van me eigen weet ik, assie groonies niesziek ben wor jij niemeer beeter.
Maar assie fertrouwe heb en jij blijf poositief dan kan jij alles aan. Jij kan jou eigen zijn en jij weet, jij mag niese en jij krijg gewoon jou eete. Dat fertrouwe heb ik nu gekreege. En het is in mij vrouw maar ik ga het nie hard roepe van mij eigen.

Loesje

 

Mijn adfies is meteen gaan genieten

genieten

Er was een heel klein beetje zon en geeneens warm maar ik sprong toch in de vensterbank en ik ging liggen ik was klaar om te gaan genieten.

Talent

Zo doe ik dat. En ik doe het omdat ik talent heb voor genieten. Dus dat is geen kunstje of iets dat iedereen kan maar iets dat biesonder is. Wegens dat je iets heel erg supergoed kunt en dat het vanzelf gaat. Talent. Ik heb het.  Voor genieten.

Ontspannen

Ik lag dus niet zomaar te liggen. Ik lag gestrekt en ik voelde dat mijn lichaam meteen ging ontspannen en ik gaapte, toen was ik nog meer ontspannen en ik wist gewoon dat dadelijk het hele erge fijne kwam. De zon. De warmte. Dat zou ik op mijn vacht voelen en op mijn oren en op mijn staart en ik zou dan gaan doezelen en langzaam in slaap vallen en dan werd ik vanzelf wakker als het veel te warm werd.

Dat is misschien een adfies voor mensen, als u moeilijk kunt genieten. Dan moet u eerst ontspannen en gapen helpt daarbij.

Zon

Er kwam een beetje zon, ik voelde het meteen. Het begint, wist ik. Maar dat was toch niet zo. De zon was helemaal niet zo warm als het eigenlijk hoort, daar heb ik verstand van omdat ik veel erfaring heb met in de zon liggen. En na een poosje ging de zon weg en toen was er gewoon daglicht.

“Erg hè, Bert,” zei mijn vrouw. Zij heeft geen talent om te genieten. Ik wel en ik vond het fijn dat ik toch maar lekker in de vensterbank  had gelegen, dat doe ik nooit in de winter, en ik had wat zon gevoeld en dat was toch wel superfijn geweest. Dus ik had genoten van toen ik er lag, en dat is dus wegens dat ik talent heb om te genieten.

Opeens was ik klaar met het potlood

potlood

Ik had dus een potlood waarmee ik geweldig kon spelen. Opeens was het er. Ik tikte ertegen en dan bewoog het. Superduperleuk. En toen opeens was ik er klaar mee.

Geen zin

“Bertje, kijk eens hoe leuk het potlood beweegt,” zei mijn vrouw. Ze tikte ertegen, zoals ik het altijd deed. Het potlood bewoog. Het deed me helemaal niks.  Toen zei mijn vrouw: “Nu moet jij het doen.” Ik keek en dacht: nee. Geen zin.

Gefoel

Spelen gaat alleen wanneer je zin hebt, anders lukt het niet. Ik kan niet bedenken wat ik moet doen als ik speel, zulke hersens heb ik gewoon niet, dus ik moet het gefoel hebben. Dat iets in mij het spannend vindt of leuk of dat ik nieuwsgierig ben naar een beweging of dat ik me oer voel en ik wil bijten of rollen of alles tegelijk. Dan speel ik en ik heb dus ook met het potlood zo gespeeld.

Tot mijn gefoel voorbij was. Het was helemaal op. Een potlood, bleeh. Wat heb je eraan. Niks. Een potlood is stom.

Veter

Gelukkig had ik mijn veter nog, die is lekker stevig en ik kan erin bijten en rollen. Dus dan is er helemaal niks aan de hand. Maar mijn vrouw snapte het niet. Ze begon een heel verhaal over eerst vond ik het zo leuk en hoe kan het nou dat het opeens niet meer leuk is, en ze had nog wel een ekstra potlood neergelegd. Ik heb het hele verhaal aangehoord en eerlijk waar dat deed ik vooral omdat ze erbij aaide. Vind ik fijn.

Spelen

Maar het is echt zo, spelen is gefoel. Hoe dat presies werkt, weet ik ook niet. Hoe het opeens kan komen en verdwijnen bedoel ik, en waarom het ene wel goed speelt en het andere juist weer niet. Dat is ook een misteerie van mijn leven.

Hoe ik mijn buik was en waarom

buik
Een buik is superbelangrijk ten eerste voor het gefoel en ten tweede omdat ik er witte vacht heb. Dus ik ben elke dag druk met wassen.

Hoe moet het

Wassen dat kan op twee manieren. Eerst op je poot likken en dan met je poot over je kop. Dat gaat heel goed en het kan ook als je ligt  dus dat is een pluspunt. Alleen moet je dan niet op een zacht kussen liggen heb ik ontdekt dan rol je weg van je poot en dat is raar.  Dat was de eerste manier.

De tweede manier om jezelf te wassen is meteen, direct, wassen waar je moet zijn. Op de foto was ik mijn buik. Dan zit mijn vacht stom wegens dat die nat is dus dat hoeft niet op de foto. DIt kost heel veel enerzjie want ik moet met mijn poten heel stevig staan anders val ik om. En ik moet ook naar mijn buik.

Zo was ik ook mijn borst nou dat is helemaal tegnies van kracht zetten en de goede plek vinden en doorgaan en niet omrollen.

Water

Op Feesboek heb ik gezien dat ze in het buitenland katten in bad doen dus dat je heel veel water op je vacht krijgt zodat je kletsnat wordt. Ik vind dat stom. En het is helemaal niet nodig als je thuis de rust krijgt om jezelf te wassen. Soms morst mijn vrouw een beetje thee op mij dan moet ze van me echt ekskuus maken want dat kan echt niet.

Gefoel

Nu kom ik aan de andere reden voor het wassen en dat is gefoel. Dat is iets van binnen. Wassen maakt mij rustig en ik rieleks dan. Ik ga altijd wassen als de glazenwasser is geweest of als ik een superlekkere avondsnek heb gehad of als ik moest overgeven en ik ben aan het bijkomen. Dus het is om extra fijn gevoel te krijgen.

Dus wassen is heel belangrijk dat wilde ik even zeggen.

Kater Bolle over als je knuffels krijgt. En geeft.

knuffels

Sinds ik een huiskater ben geworden heb ik een heleboel dingen geleerd. Dat het fijn is om binnen te zijn als het koud is, of nat. En zeker als het koud EN nat is. Dat had ik al snel door, maar ik heb ook geleerd dat de verwarming heerlijk is om op te liggen.

Vertrouwen

Ik heb geleerd wat een binnenweecee is, en dat het soms best handig is als je er eentje hebt.
Ik heb gemerkt dat ik sommige brokjes niet lust en dat ik die kan laten staan. Mijn vrouw vindt het zielig als ik iets echt niet lust. Mijn man niet. Dus ik ga naar mijn vrouw en kijk haar aan, met mijn ogen groot en mijn hoofd scheef. En dan krijg ik andere brokken, gelukkig maar.
Het belangrijkste dat ik heb geleerd is om mijn mensen te vertrouwen. Dat was moeilijk en heeft lang geduurd. Maar nu vertrouw ik ze helemaal. En zijn mij. Dat kan ook, want ik bijt en krab niet meer.
Ik weet nu dat ik knuffelen helemaal geweldig vind. Ik vind bijna alles fijn, daar ben ik makkelijk in. Maar er zijn dingen die ik ekstrafijn vind. Dat is anders bij mijn man dan bij mijn vrouw, waarom weet ik zelf eigenlijk niet.

Van mijn vrouw

knuffelsVan mijn vrouw vind ik het het fijnst als ze me kusjes geeft. Als ze een kusgeluidje maakt hou ik mijn hoofd al scheef, zodat ze er makkelijk bij kan. Zij geeft mij een paar kussen en dan geef ik haar er een paar. Ik vind het super als ze echt klapzoenen geeft, boven op mijn kop. KLAPKLAPKLAP gaat dat. Dan doe ik keihard brommen.
Met mijn vrouw lees ik ’s ochtends de krant. Ik krijg een eigen stukje om op te liggen en zij leest een ander stuk. Eerst geven we een paar kopjes aan elkaar. Daarna ga ik liggen en aait zij me achter mijn oren en op mijn hoofd. Af en toe kijken we naar elkaar en krijg ik een kus. Meestal ga ik een beetje soeselen met mijn hoofd in haar hand.
Soms was ik een pluk van haar haar. Dan zegt ze altijd Dankjewel Bol, maar dat is veel te veel werk voor je. Dus ik doe maar één stukje.
Ik vind het heerlijk als mijn vrouw aan mijn buik snuffelt. Ze doet dan snufsnufsnuf en blaast zachtjes in mijn haren. Mijn vrouw vindt dat ook leuk, want volgens haar ruikt mijn buik naar fanielje. Ze snuffelt ook vaak aan mijn teenkussentjes. Die ruiken zo lekker, zegt ze, als ik tenminste niet door mijn buitenweecee heb gelopen.

Van mijn man

knuffelsVan mijn man vind ik het het fijnst als we samen op het grote bed liggen, vlakbij elkaar. Hij slaat een arm om me heen, maar niet helemaal want dat vind ik eng. Met zijn andere hand aait hij me over mijn hoofd en mijn rug. Ik spin dan eerst heel hard en daarna steeds zachter. Maar ik blijf spinnen. Soms vallen we samen in slaap, tegen elkaar aan. Totdat mijn vrouw komt kijken waar we zijn gebleven. En dan is ze een klein beetje jaloers, want ik doe dat niet met haar.
Ik vind het lekker als mijn man me zachtjes over mijn rug en buik aait, of als hij mijn haren kamt. Mijn man aait zachter dan mijn vrouw. Hij kriebelt meer, mijn vrouw krabbelt. Ik vind het allebei lekker, en het is leuk dat ik op zoveel verschillende manieren wordt geaaid.
Ik was graag de handen van mijn man, dat doe ik elke morgen. We doen soms neusje neusje en we geven kopjes aan elkaar, net als mijn vrouw en ik.
Hij geeft me ook kusjes, maar minder dan mijn vrouw. Ik geef mijn man kusjes terug door mijn ene hoektand tegen zijn neus te duwen. Dat is een spesjaal mannenkusje.

Op mijn rug heb ik een plek die mijn mensen de wasplek noemen. Als ze me daar aaien ga ik het eerste waar ik met mijn tong bij kan wassen. Popje had die plek ook, presies op dezelfde plaats. Mijn man vindt dat het een beetje pijn doet als ik hem was. Wegens dat mijn tong net schuur-pa-pier is, zegt hij. Als mijn man met zijn gezicht vlakbij mij is gaat mijn vrouw vaak ekspres die wasplek aaien, want dan was ik zijn neus. Rasp-rasp, zo doe ik dat.

Met zijn drietjes

Het allerallerallerfijnste vind ik het als we met zijn drietjes knuffelen, op het grote bed.
Dan wriemel ik me in allerlei houdingen om maar overal geaaid te worden. Mijn motor staat heel hard aan en ik ga een beetje kwijlen. Ik ben dan helemaal wappie, zo noemt mijn man dat.
Ik ben blij dat mijn mensen zo goed kunnen knuffelen. Mijn mensen vinden dat ik ook heel goed kan knuffelen. Omdat ik kusjes en kopjes en neusjes en likjes geef. En soms sla ik mijn staart om hun nek heen, als we op het bed liggen.
Knuffelen is superbelangrijk. Het maakt dat je lekker in je velletje zit, het maakt dat je kunt rieleksen, het zorgt ervoor dat je elkaar goed leert kennen en leert vertrouwen. En het is natuurlijk heel fijn.

Grote dikke zachte knuffel

Weet je wat ik zo graag zou willen? Dat ik iedereen die dit leest een knuffel zou kunnen geven. Alleen als je het wilt natuurlijk, anders niet.
Als je een knuffel van mij wilt, moet je nu eventjes opletten… kijk maar, daar komt ie aan! Een grote dikke zachte knuffel, die een beetje naar fanielje ruikt. En naar vis.