
Nou zegt u vast: Bertje, schrikken, jij? Ja. Ik. Ook al woon ik hier nou langer dan drie jaar, ik weet geeneens hoelang, dan heb ik het nog. Pas in de badkamer gebeurde er weer iets.
Badkamer
De laatste tijd kom ik weer in de badkamer. ’s Morgens. Dan wil ik vers water drinken, dus dan moet eerst mijn vrouw water sproeien en aan de andere kant gaan staan, en dan ga ik van de tegels drinken en pas als ik de badkamer uit ben mag zij er ook uit. Anders wil ik niet drinken. Soms doen we een tweede ronde. Soms staat zij klaar en dan denk ik nou ik drink toch liever uit mijn waterschaal. Die staat gewoon klaar. Maar water van de tegels drinken dat is spannend.
Geluid
Laatst liep ik net van de ene kant naar de andere toen ik een hard geluid hoorde. Opeens. Ik dook meteen in elkaar. Mijn rug was heel laag en ik maakte me klein. Ik voelde mijn hart bonken.
“Sorry Bert,” zei mijn vrouw, “dat was mijn voet.”
Nou ik hoefde geen tegelwater meer die ochtend.
Gelukkig ging ze mee naar de huiskamer. Ik op mijn kussen. Zij ervoor. Aaien en bijkomen.
Terug
Dat is nou eenmaal zo als je vroeger op straat hebt moeten leven en het was heel erg moeilijk, dat het opeens kan terugkomen. Om niks. Een geluid. Een schaduw. Opeens het gefoel er is iets. En ik ken het huis heel goed, beter dan mijn vrouw, en dan toch schrik ik opeens zo erg dat ik heel veel knuffels nodig heb.
“Dat moet heel erg langzaam slijten,” zegt mijn vrouw. Ja misschien is dat wel zo. Ik ben ook wel vooruitgegaan want ik hoef nou geen druppels meer tegen de bangigheid van binnen en vroeger nam ik ze elke dag.
Dus het gaat heel langzaam. En dan op een dag schrik ik misschien nergens meer van. Dat lijkt me best fijn, eerlijk waar.



