Tag Archives: kater Bolle

kater Bolle over: dankjewel zeggen en ’s nachts buiten slapen

buiten slapen

Meestal slaap ik binnen. Op het grote bed of op mijn kurk. Maar nu het warm is, slaap ik ’s nachts meestal in mijn tuin.

Grote bed

Ik slaap op mijn stoel, in mijn huisje en in mijn mand, maar niet allemaal tegelijk natuurlijk.
Mijn Molletje sliep altijd binnen maar Pop en Beer sliepen ook vaak buiten als het heet was. Dus mijn mensen begrijpen het wel, maar ze vinden het niet gezellig. Daarom klim ik soms eventjes op het grote bed. Om goed te knuffelen en om te laten weten dat ik straks weer gewoon in huis kom slapen.
Maar ’s nachts is het zoooo spannend in mijn tuin en dat wil ik natuurlijk niet missen.

In zijn tuin

Als het donker is en alle mensen zijn binnen, ga ik eerst naar de tuin van ons buurmeisje. Overdag is daar een grote hond. Die wil niet dat ik in zijn tuin kom. Als hij me in zijn tuin ziet, doet hij naar me blaffen en probeert me te vangen. Maar ’s nachts slaapt hij in zijn huis. Dan kan ik rustig zijn tuin bekijken.
Ik snuffel overal, en ik doe een plasje. Of misschien zelfs wel twee, of drie. Dat doe ik om te laten weten dat die tuin eigenlijk van mij is. Voordat de hond er was zaten mijn Molletje en ik er vaak. Dus eigenlijk is het onze tuin, want wij waren er het eerst.

Stoel

Als ik in alle hoekjes van die tuin heb gekeken en heb geroken aan alle geuren, ga ik in mijn eigen tuin op mijn stoel zitten. buitenMeestal komen na een tijdje andere katten aanlopen. Die willen mijn tuin bekijken. Dat mag best, als ze maar weten dat het mijn tuin is.
Twee tuinen verder woont een heel klein damespoesje. Ze is al twee of drie jaar maar ze lijkt nog een beebiekatje. Mijn mensen noemen haar Juffrouw Mier. Ze heeft een heel hoog stemmetje en ze is zwart met rood en een klein beetje wit. Ze komt onder het hek door naar mijn tuin en gaat dan rondlopen. Ik loop achter haar aan en kijk wat ze doet. Soms drinkt ze uit mijn waterbakken, of ze zit op mijn gras. Dat vind ik prima.
Ik denk dat ze mij leuk vindt, want ze komt vaak naar me toe. Maar twee of drie jaar is wel erg jong, vind ik. En bovendien is Mol natuurlijk voor altijd mijn vrouw. Als mijn Molletje nog op aarde was, zou ze Juffrouw Mier met een heleboel gekrijs de tuin uit jagen. Maar nu kan Juffrouw Mier gewoon alles bekijken en overal aan snuffelen. Net als ik doe in de tuin hiernaast.

Dameskat met streepjes

Op de daken van de schuurtjes lopen ook katten rond. De meesten ken ik wel. Verderop wonen twee katten met hele lange haren, ik denk Meen Koens. Het zijn een broer en een zus. Het zusje loopt vaak over de schuurtjes naar mijn schuur. Dan zitten we allebei eventjes op het dak, gewoon naast elkaar. Daarna gaat zij weet naar huis.
Een paar huizen naast mij woont een hele grote witte kat, een poes. Die is best wel een beetje bazig, en doet altijd net alsof ze mij niet ziet. Ik heb weleens tegen haar geblazen, maar daar trok ze zich niks van aan. Nou, dan houdt het op natuurlijk.
Nu doe ik gewoon alsof ik het niet zie als ze door mijn tuin loopt en mijn trap opgaat. Eigenlijk ben ik een beetje bang van haar, maar dat weet ze gelukkig niet.
Aan de overkant van mijn tuin woont een dameskat die bruin is met streepjes. Zij doet altijd naar mij blazen, ook in mijn eigen tuin. Dat vind ik niet netjes dus jaag ik haar mijn tuin uit. Je kunt tenslotte best beleefd blijven, vind ik. Zomaar blazen is nergens voor nodig.

Ultra-soon

Behalve katten lopen er ook nog muisjes en ratten rond. Daar kijk ik naar, maar ik doe ze niks.
Ik heb wel eens een rat meegenomen voor mijn mensen maar die waren er niet eens blij mee. Al die moeite voor niks, dat doe ik dus niet nog een keer.
O ja, en er vliegen vleermuizen rond. Die maken een heel gek geluid, ultra-soon heet dat. Dat geluid botst tegen dingen op, en vleermuizen luisteren naar de echo ervan. Als het geluid tegen mij opbotst, weten ze dat ik op mijn stoel zit. Biesonder hè?

Huiskater

Mijn mensen weten dit allemaal, want ze komen heel af en toe even kijken. Maar wat ik verder doe als alle mensen en honden slapen, dat is geheim. Dat weten alleen katten. En dat moet zo blijven, dus dat kan ik niet vertellen.
Mijn vrouw zegt “Ja ja, je ligt gewoon te slapen” maar dat is niet waar. Ik lig te ob-ser-ve-ren. Dat betekent dat je alles wat er gebeurt bekijkt. Bovendien moet ik ook nog in de gaten houden of er een kat langs komt die ik niet ken. En soms vechten katten op de daken van de schuurtjes en dan ren ik er naar toe, om te weten wie het zijn. Nou, noem dat maar slapen!
Ik ben ’s ochtends altijd best moe, dat is logies. Overdag ben ik dus veel aan het slapen.
Tot het weer donker wordt. Dan word ik weer een oerkater, die waakt over zijn domijn (dat betekent: je grondgebied).
En ’s ochtends ben ik weer gewoon Bolle de huiskater. Ik knuffel met mijn mensen, eet een paar brokjes en slaap veel.
Omdat ik het ’s nachts zo druk heb.

Alleen als het een beetje kouder wordt of het regent, dan ben ik snel weer de hele dag en de hele nacht huiskater.

 

Dankjewel

Volgende week ga ik schrijven hoe het mijn oog gaat. Of eigenlijk met die druppels die ik in mijn oog moet. Dat wil ik niet, ik doe friemelen als mijn mensen het proberen. En piepen.
Mijn mensen zijn bang dat ze mijn oog kapotmaken.

We waren alledrie best heel zenuwachtig.  Toen zei mijn vrouw ineens kijk eens Bol!
En ze liet me zien dat mijn vriend Bert een stukje op zijn feesboek had gemaakt, voor dat iedereen tips kon geven over die druppels. Heel veel mensen en katten hadden daarop geantwoord.
En mevrouw Bert had dat allemaal doorgestuurd naar mijn mensen, omdat wij geen feesboek hebben. Dat is natuurlijk superlief!
Daarom snapte ik ook niet presies waarom mijn vrouw zat te huilen. Mijn vrouw zei dat ze moest huilen uit dankbaarheid, dat iedereen zo lief is en ons helpt.
Ja, als je daar over nadenkt kun je er best tranen van krijgen. Omdat het zo biesonder is.
Dan krijg je tranen omdat je blij bent dat je zulke lieve vrienden en vriendinnen hebt. Dat zijn tranen omdat je iedereen wel kopjes en neusjes en pootjes en knuffels wilt geven. Tranen omdat je hart blij is. Van mij en mijn mensen heel erg veel bedankt!

 

kater Bolle over: als je een rietteiger ziet

rietteiger

Iedereen kent mij als een rustige kater, die veel nadenkt. Ik ben niet iemand die veel rent,
of aan sport doet. En ik ben zeker weten niet agressief.

Huiskater

In mijn tuin lig ik meestal te slapen, of in het zonnetje te doezelen. Ik hou van knuffelen en
kusjes krijgen. Ik ben dus echt een huis-, tuin- en keukenkater.
Geworden.
Want vroeger werd ik een wilde kat genoemd, omdat ik niet met mensen durfde te wonen. Nu ben ik tam. Zo noemen mensen dat toch, als ze een dier kunnen aaien? Ik ben nu Bolle, de huiskater. Een verlegen, ernstige huiskater.

Djungel

En toch loopt er sinds kort een wild beest door mijn tuin, een dier uit de djungel. Ik heb het over een rietteiger.
Rietteiger zijn zeldzaam, dus je ziet ze niet vaak.
Ze kunnen gevaarlijk zijn, want ze hebben een grote mond vol scherpe tanden en kiezen. Daar bij hebben ze ook nog scherpe klauwen. Ze kunnen keihard rennen, dus je kunt beter niet in hun weg gaan staan.

Riet

Je snapt dus vast wel dat mijn mensen geschrokken waren van zo’n wild dier. Ze vroegen zich af waar die teiger ineens vandaan kwam, en of hij gevaarlijk was.
Ik wist het ook niet.
Voor iedereen die nu bang is geworden: als je geen riet in je tuin hebt, komen er geen rietteigers. Riet is een plant die langs de kant van sloten groeit, dus als je niet bij een sloot woont hoef je je soowiesoo niet druk te maken.

Gevaar

rietteigerAls je een rietteiger ziet blijf dan rustig en houd afstand. Ga niet heel druk staan roepen of zwaaien. Meestal doen rietteigers mensen niets. Als ze bijten of krabben is het eigenlijk altijd een ongelukje. Maar ja, als een teiger bijt… dan ben je nog niet jarig natuurlijk.
Rietteigers houden erg van Feliks partiesneks en daarmee kun je ze weglokken bij het riet. Meestal is het gevaar dan meteen voorbij.

Wilde dieren

Zo, nu weet iedereen wat rietteigers zijn. Dat het mooie, slimme en stoere beesten zijn. We moeten zuinig zijn op wilde dieren, want er zijn er niet veel meer. Teigers, oliefanten, leewen, gieraffen en neushoorns worden veel te vaak neergeschoten door stropers. Zo heten mensen die stiekum op ze jagen.
Rietteigers zijn beschermd, dus je mag niet op ze jagen. Dat mag trouwens op geen enkel dier, vind ik. En waarom zou iemand dat ook doen? Voor hun mooie velletje? Dat hebben ze zelf nodig. Bont is alleen voor dieren. En aan de slagtanden van een oliefant heeft een mens niks. Ook niet aan de hoorn van een neushoorn.

Het lijkt mij het beste als mensen wilde dieren gewoon met rust laten. Dan laten wilde
dieren mensen ook met rust. Dat is het beste voor iedereen, toch?

Ikzelf hoop nog heel lang een rietteiger in mijn tuin te hebben.

kater Bolle over: als je last van je buik hebt

buik

Het is maar goed dat ik niet heel dun ben van mezelf, en dat ik dus reserve heb. Want ik ben een beetje ziek geweest.

Spugen

Alles wat ik at, kwam er meteen weer uit. Aan de voorkant, uit mijn mond. Maar echt keihard, het ging alle kanten op.
Ik deed één dag meteen spugen als ik iets at. Steeds opnieuw, overdag en in de nacht.
De tweede dag was ik ineens bijna de oude Bolle. De derde dag moest ik toch weer spugen. De vierde en de vijfde dag ook nog een beetje. En nu niet meer, gelukkig.

Nooit straf

Maar weet je wat nou zo gek is?
Als ik een beetje ziekies ben, denk ik meteen dat ik straf krijg. Omdat ik alles vies maak.
Ik heb nooit straf gekregen van mijn mensen. Mijn vrouw heeft me heel vaak gezegd dat ik nooit straf krijg.
Popje en Beer en mijn Molletje deden ook nooit iets fout, vinden mijn mensen. En die maakten toch wel eens dingen kapot. Nou ja, vooral Pop dan. Hij had beivoorbeeld de hele bank kapot gemaakt. Hij had aan alle hoeken de stof eraf gekrabd, en ook de vulling. Daar moesten mijn mensen juist om lachen.
Ik zou zoiets niet durven, denk ik.

Voordat ik bij mijn mensen woonde kreeg ik wel straf. Als ik iets kapot maakte of iets vies maakte. Daar wil ik liever niet aan denken maar dat doe ik soms toch, per ongeluk. Ik denk aan klappen en trappen die ik kreeg, of aan de riem.
Vooral als ik ziek ben, voelt het net alsof ik daar weer ben. Ik word dan een beetje bangig en ik denk dat ik alles fout doe.

Buiten

buikVorige week ook, toen ik ziek was. Ik durfde niet zo goed in huis te blijven, als ik steeds moest spugen. Ik schaamde me voor mezelf. Dus ik ging naar buiten en lag in de regen in mijn huisje.
Mijn mensen vonden het heel erg dat ik me schaamde. Ze kwamen me steeds weer naar binnen halen. Ze gaven me de hele tijd heel veel kusjes, en zeiden dat het helemaal niet erg was dat ik moest overgeven. Ook al was het midden in de nacht, of op het grote bed. Ze vonden het alleen vervelend voor mij.
Ze tilden me steeds weer op het grote bed. Mijn vrouw had handdoeken onder me neergelegd, en die heb ik gelukkig wel schoon kunnen houden. Ik gaf steeds presies daarnaast over, en daar was ik best trots op. Ik begreep dus niet helemaal waarom mijn vrouw er om moest lachen.
Mijn man heeft ’s nachts steeds de vloerbedekking schoongemaakt, als ik moest spugen. En daarna tilde hij me op het grote bed en aaide me. Dat vond ik heel gezellig en ik bleef dus op het bed liggen. Ik kroop tegen de benen van mijn mensen aan, en we hebben ekstraveel geknuffeld.
Ik heb heel veel kusjes terug gegeven, en ik heb mijn mensen gewassen.
Ik heb elke nacht bij mijn mensen op bed geslapen. Dat voelt veilig, zo met zijn drietjes.

Soepjes

Mijn mensen gaven me steeds soepjes van natvoer, en maar ieniemienie beetjes. Dat ging goed, dat vond mijn buik fijn.
Ze hebben goed opgelet dat ik niet uitdroogde. Dat kunnen je mensen voelen als ze een stuk vel omhoog trekken en weer los laten. Het vel moet meteen weer terugzakken, legde mijn vrouw me uit. Als je vel eventjes rechtop blijft staan, heb je te weinig vocht in je lijf.
Ik vond het niet nodig, dat gepluk aan mijn vel, maar ik snapte het wel.

Patroejeren

Mijn mensen hebben ook opgelet dat ik geen koorts kreeg. Dat kunnen ze voelen als ze aan je oren voelen. Als je oren erg heet aanvoelen, heb je koorts. Er is nog een manier om je koorts op te meten, maar daar doe ik dus echt niet aan!
En natuurlijk zouden ze meteen met me naar de dierendokter gaan als ik heel slap zou worden, of niet meer wilde eten, of alleen nog maar zou liggen suffen.
Ik heb dit eerder gehad, en toen zei de dierendokter dat het een vierusje was.
Bovendien wilde ik steeds gewoon eten, en bleef ik ook in mijn tuin patroejeren, en zelfs met de veer spelen. Tot ik opnieuw moest spugen.

Beter

Nu ben ik weer beter. Daar zijn mijn mensen heel blij mee, en ik ook. Want dat je gezond bent is niet zomaar gewoon. Kijk maar naar beebie Pop en Katrientje, die waren ziek en werden niet meer gezond. Terwijl ze dat zeker weten wel probeerden te worden. En hun mensen hoopten dat dat zou gebeuren. En toch werden ze niet meer beter.
Dus ik weet dat het heel biesonder is, als je gezond bent. Ook al denk je daar vaak niet over na.

Gezond

Nu alles weer goed is ben ik ook niet meer bang dat ik straf krijg. Ik weet weer dat ik bij mijn mensen woon, en dat ik niks fout doe. En dat als ik toch iets fout doe, ik geen straf buikkrijg.  Meestal weet ik dat wel. Maar soms vergeet ik het eventjes.

Maar als ik het dan weer weet ben ik helemaal blij. Dan doe ik rennen en springen en spelen.
En kusjes geven en likjes.
Want ik ben veilig. En ook nog gezond.

kater Bolle over: als je een kattentrap hebt

kattentrap

Loesje, die ook op de blog schrijft en de verkering van Bert is en een vriendin van mij, vroeg mij pasgeleden iets. Ze was benieuwd naar mijn kattentrap. Ik had haar verteld dat ik vaak op mijn trap lig te denken. Net zoals Loes op haar denkpaal.

Uitkijken

Loesje zei dat ik er misschien een keertje over zou kunnen schrijven. En als een lieve vriendin dat voorstelt, doe ik dat natuurlijk. Ik vond het ook meteen een goed idee. Want niet elke kat heeft een eigen trap, terwijl dat wel heel handig is.
Je kunt een kattentrap buiten maken, maar ook in huis.
Binnen kunnen je mensen de trap tegen de muur aan maken. Ze kunnen ook een paar plekken wat planken maken. Als kat kun je daar opklimmen, en lekker uitkijken over het huis, of naar buiten kijken. Er zijn veel katten die het fijn vinden om hoog te zitten in huis (ik niet!).

Tuin

Mijn kattentrap is in mijn tuin.
Hij loopt tegen het schuurtje van de achterburen omhoog. Als ik mijn trap oploop, ben ik bovenop dat schuurtje. Tegen het schuurtje staan weer andere schuurtjes dus ik kan een heel eind lopen.
En als ik mijn trap afloop, ben ik weer in mijn eigen tuin. Handig hè?

GroteBeer

kattentrap
Grote Beer in het gras

Mijn mensen hebben de trap gemaakt voor GroteBeer. Die liep altijd door alle tuinen, en over alle schuurtjes. Hij klom in een boom, en sprong dan op een schuurtje. Als hij van het schuurtje af wilde, sprong hij eerst op een stapel stenen, en daarna op de grond. Best moeilijk, ik zou het niet kunnen.
Toen Beer ouder werd was dat klimmen en springen te zwaar voor hem. Hij had een keer zijn poot gekneusd en mijn mensen denken dat dat bij het springen is gebeurd. Daarom hebben mijn mensen de kattentrap bedacht.

Niet duur

Kattentrap
Hier lig ik na te denken

Ze hebben op internet gekeken naar voorbeelden, en ook zelf bedacht wat ze handig leek.
Het hout is allemaal van de straat, uit konteeners met bouwafval. Een trap hoeft dus helemaal niet duur te zijn.
Mijn man heeft het meeste gezaagd, en mijn vrouw heeft alles geverfd. Samen hebben ze de trap aan de muur gemaakt, met een soort steunen. En een boormasjien.
Eerst staat er een klein trapje dat op een grote plank uitkomt. Dat trapje heeft mijn vrouw gevonden, het was al kant en klaar en stond zomaar op straat. Daarna begint de trap tegen de muur. Het bovenste plankje is een beetje groter dan de andere plankjes en heeft een klein leuninkje. Dat is de plank waar ik graag op lig te denken.

Toen de trap net nieuw was werd hij niet meteen gebruikt.

Pop

kattentrap
Pop leert hoe de trap werkt

Na een paar dagen ontdekte Pop dat hij via de trap naar boven kon. Maar hij bleef naar beneden springen. Tot mijn vrouw de trap uitlegde aan Beer. Ze tilde hem op de onderste tree, en bleef naast hem staan terwijl hij steeds een tree hoger ging. Toen hij bovenaan kwam liep hij de trap weer af, naar beneden. Pop zat met open mond te kijken, want hij wist niet dat dat ook kon!
Mijn Molletje had al lang door hoe het werkte, zei de buurvrouw. Zij zag Mol vaak de trap gebruiken. Vanaf dat moment gebruikten Pop, Beer en mijn Mol nu altijd de trap. En al snel deden alle katten uit de buurt dat.

Fiele

Het bovenste plankje was altijd de beste plek om te zitten of te liggen, zegt mijn vrouw.
Want daar kun je alles in de gaten houden: de tuin en de daken. En niemand anders kan meer naar beneden, en ook niemand anders kan meer naar boven. Als je op de bovenste plank ligt ben je dan ook een beetje de baas. Of andersom: als je de baas bent mag je op de bovenste plank.
Af en toe moesten mijn mensen ingrijpen als er een fiele was op de trap. Pop, Beer en mijn Molletje gingen gewoon langs elkaar heen, maar andere katten durfden dat niet. Soms zaten er drie of vier katten op de trap en konden ze niet meer vooruit of achteruit. Mijn mensen kwamen dan even het verkeer regelen.

Nu is de trap alleen van mij.

Ekstradiep nadenken

Als het mooi weer is lig ik wel eens op de bovenste plank te slapen. Niet echt heel diep, want ik moet natuurlijk wel de boel een beetje in de gaten houden.
Maar meestal lig ik op die plank te denken. Over van alles. Ook over geheime dingen die ik niet kan vertellen, want dan zijn ze niet geheim meer.
Als ik op de bovenste plank van mijn trap lig voel ik me stoer, en toch ook gefoelig.
Ik ben thuis, maar ook weer niet. Ik ben in mijn tuin, maar niet helemaal. Ik zweef in de lucht, maar op een plank. Ik lijk wel een vogel, maar dan als kat. Ik ben overal en nergens. En daarom kan ik ekstradiep nadenken.

Pootjes op het gras

Doordat ik zo hoog lig, ben ik ook dichterbij alle katten die een ster zijn geworden. Dus daar zwaai ik altijd naar. Als eerste naar mijn Mollevrouw en Billy, en Pop en Beer, en naar Katrientje. Er zijn best een heleboel sterren, dus ik ben wel eventjes aan het zwaaien.
Als ik uitgedacht en uitgezwaaid ben kom ik weer naar beneden. Dan sta ik weer met vier pootjes op het gras in mijn tuin.  Ik ben gewoon weer kater Bolle die in zijn tuin loopt.
Maar ik weet dat ik kan zweven als ik dat wil, en mijn gedachten ook.

kater Bolle over: als je een vogel ziet

vogels

Deze keer ga ik over iets schrijven dat gevoelig ligt. Niet voor katten, maar voor mensen.
Wij katten denken er niet bij na want voor ons is het heel gewoon. Vaak wordt gezegd dat het in nou eenmaal in ons Dee En Aa zit.

Kun je al raden wat ik bedoel?

Vogels

Ik ga schrijven over vogels, en dat je die als kat probeert te vangen. Om op te eten.
Als mensen een hekel hebben aan katten (ja, die mensen bestaan, eerlijk waar!) komt dat vaak omdat katten op vogels jagen. Dat vinden mensen zielug.
Maar een kat doet niet op vogels jagen omdat dat leuk is. Voor ons is het gewoon eten. Wij zijn roofdieren. En elke kat is eigenlijk een miniteiger, met een mond vol scherpe witte tanden en kiezen waarmee hij alles aan stukken kan scheuren.
Nou ja, bijna alle katten hebben zo’n gebit.

Kadoo

Mijn Molletje had op het laatst bijna geen tandjes en kiesjes meer, maar toch ving ze nog wel eens een vogel of een muis. Dan riep ze mijn mensen door heel hard te miauwen, en gaf hun de vogel of de muis. Die waren geschrokken en nogal natgekwijld, maar verder was er niks met ze aan de hand. Mijn mensen lieten ze weer vrij, zonder dat mijn Mol het kon zien. Want het was een kadoo van Mol, en daar hoor je blij mee te zijn.

Slagroom

Mijn Mol was een goede jaagster. Ze had geduld, kon hard rennen, heel zacht sluipen en hoog springen. Maar ze ving vooral vogels om kadoo te geven aan mijn mensen. Die riep ze, als ze er eentje had.
Ze hield ze zo voorzichtig vast, dat ze niet gewond raakten. Mijn vrouw vroeg altijd of ze de vogel weer los wilde laten, dat ze het geweldig vond dat Mol het kon en dat ze er heel blij mee was, maar dat de vogel nog een gezin had. Dan gaf Mol de vogel aan mijn vrouw. Ze snapte er niks van, en ze was vaak wel een beetje beledigd. Maar ze deed het toch.
Als dank kreeg ze een schoteltje slagroom, dat vond mijn Molly het allerlekkerste dat er was.

De goede kant

De GroteBeer was een supergoede jager. Toen hij nog in het restoorant woonde had hij een belletje om zijn nek. Om de vogels te waarschuwen. Maar hij kon zó lopen dat het belletje niet rinkelde. Alleen als hij bij mijn mensen voor de deur stond schudde hij eventjes met zijn hoofd, tingeling. Dan wisten mijn mensen dat Beer er was.
Beer kon in één sprong een vogeltje uit de lucht plukken. Een sprong met een draai erin, zegt mijn man, en heel hoog. Hij at het vogeltje ook meteen op.
In de woonkamer stond toen een klein koffertje, vol met kattenspeelgoed. Bovenop had mijn vrouw een rijtje pluusjen muizen gelegd. Op een dag bleef Beer maar naar dat koffertje toelopen, en naar mijn vrouw kijken. Toen mijn vrouw naar hem toe ging om te zien wat hij wilde, zag ze dat hij een dode muis had neergelegd tussen de nepmuizen. Presies in het rijtje, met het hoofdje de goede kant op.
De laatste jaren van zijn leven interesseerde het jagen hem niet meer, en zat hij rustig in de tuin of op de vensterbank naar vogels te kijken. Maar hij deed ze niks meer.

Het halve huis

Popje kon ook goed jagen.  Maar hij wilde zijn prooi altijd eerst aan mijn mensen laten zien. En dat ging wel eens mis.
Want vooral mijn man probeerde de prooi af te pakken. Dat wist Pop, dus hij kwam razendsnel eventjes binnenrennen, zei met volle mond Miauw! en rende weer naar buiten.
Soms liet hij per ongeluk zijn vogel of muis los in huis, en die verstopten zich natuurlijk meteen.
Mijn vrouw vertelde me dat ze heel wat keren het halve huis op zijn kop hebben gezet om de muis of de vogel te kunnen vangen.
Maar Pop werd ook gepest door vogels. Door kraaien. En eksters. Die gingen vlakbij hem zitten, en heel hard naar hem schreeuwen. Soms vlogen ze vlak over hem heen. Daar was hij bang van, en dan kwam hij snel naar binnen rennen.
Toen Pop een keer een ekster had gevangen, moest hij hem los laten van mijn man. Daar was Pop een beetje boos over natuurlijk. Maar hij werd daarna nooit meer gepest door de vogels!

Nou denk je misschien: en jij dan Bolle? Dat ga ik zo vertellen.

Minder

Ik las dat minder dan de helft van de katten in Nederland nu nog weet hoe ze moeten jagen op vogels. Er komen steeds meer katten die muizen en vogels niet meer als een prooi zien, en niet meer weten hoe ze een prooi moeten vangen en doodmaken.
Ja, dat las ik in mensenkrant. Daar staan dat soort dingen in. Waarom weet ik niet. En hoe die mensen dat hebben kunnen uitzoeken weet ik ook niet. Maar het is ofiesjeel uitgezocht.

Winkel

Dus nog maar de helft van de katten jaagt. De andere helft kan het niet meer, en die leert het ook niet aan zijn of haar kinderen. Over een tijd kan geen enkele kat het meer.
Daar schrok ik wel een beetje van. Want hoe moet dat dan met ons eten?
Gelukkig kopen mijn mensen altijd mijn eten. En zij zeiden dat de winkel nog vol staat met blikjes en brokken. Dus ik ga niet verhongeren.

Vogels

Een paar dagen geleden zat er een hals-band-par-kiet in mijn tuin. Zo’n grote groene vogel, die veel praat. Hij zat op de grond, in het zonnetje.
Toen ik hem zag rende ik er meteen op af. Mijn man zag het gebeuren, en dacht o nee.
Toen ik vlakbij was maakte ik een sprongetje en de par-kiet vloog weg.
Dat was ook mijn bedoeling. Want het is toevallig wel mijn tuin. Zo’n vogel mag best in de bomen en in de lucht en in de struiken, maar mijn tuin is van mij.
Toen ging ik naar binnen, en vroeg mijn vrouw om wat brokjes.
Ik was moe, want jagen is zwaar werk. Vogels zijn snel, en voordat je het weet zitten er nog meer in mijn tuin.
En ik ben een beetje bang van vogels. Dus ik jaag ze weg.