Waarom ik nog steeds van iets schrik

schrik

Nou zegt u vast: Bertje, schrikken, jij? Ja. Ik. Ook al woon ik hier nou langer dan drie jaar, ik weet geeneens hoelang, dan heb ik het nog. Pas in de badkamer gebeurde er weer iets.

Badkamer

De laatste tijd kom ik weer in de badkamer. ’s Morgens. Dan wil ik vers water drinken, dus dan moet eerst mijn vrouw water sproeien en aan de andere kant gaan staan, en dan ga ik van de tegels drinken en pas als ik de badkamer uit ben mag zij er ook uit. Anders wil ik niet drinken. Soms doen we een tweede ronde. Soms staat zij klaar en dan denk ik nou ik drink toch liever uit mijn waterschaal. Die staat gewoon klaar. Maar water van de tegels drinken dat is spannend.

Geluid

Laatst liep ik net van de ene kant naar de andere toen ik een hard geluid hoorde. Opeens.  Ik dook meteen in elkaar. Mijn rug was heel laag en ik  maakte me klein. Ik voelde mijn hart bonken.
“Sorry Bert,” zei mijn vrouw, “dat was mijn voet.”
Nou ik hoefde geen tegelwater meer die ochtend.

Gelukkig ging ze mee naar de huiskamer. Ik op mijn kussen. Zij ervoor. Aaien en bijkomen.

Terug

Dat is nou eenmaal zo als je vroeger op straat hebt moeten leven en het was heel erg moeilijk, dat het opeens kan terugkomen. Om niks. Een geluid. Een schaduw. Opeens het gefoel er is iets. En ik ken het huis heel goed, beter dan mijn vrouw, en dan toch schrik ik opeens zo erg dat ik heel veel knuffels nodig heb.

“Dat moet heel erg langzaam slijten,” zegt mijn vrouw. Ja misschien is dat wel zo. Ik ben ook wel vooruitgegaan want ik hoef nou geen druppels meer tegen de bangigheid van binnen en vroeger nam ik ze elke dag.

Dus het gaat heel langzaam. En dan op een dag schrik ik misschien nergens meer van. Dat lijkt me best fijn, eerlijk waar.

kater Dorus over: mijn knikkertjes

DorusHajooo iedereen. Daar isse ikke weer hoor. Heppe jullie me gemist foorige week? Ikke jullie wel hoor.

Lege sakkies

Ik sal jullie vertel ofer het verschrikkelijke wat mij is oferkoom voorige week maandag. Het begon de zonnedagaafond erfoor al. Opeens was mijn eet weg. Ikke soeke. Lig ut daar? Huh? Nee!! Ikke soeke en soeke. Toen sei frauw oooh Dorus… we zijn vergeten eten te halen voor jou.
Wat?? Hoe kan dat? Sjijn de winkels niet meer oope? Ga hale!! Toen kjeeg ik te hore dat de winkels digt waren. Ook ware mijn noepies opmijeens op.
Maar ik zag saturdag datte ze 4 huismerk appiedehein noepies hadden kogt.
Sauwe se lege sakkies heppe kogt?
Ooh ik had frauw de halve nacht wakker gehoud door haar te bijte en likkies te geef. Alles om maar ete te kjijge. Maar nee.
Selfs niet toen se wakker ware. Opeens pakte se me op. Se liepen naar het sijkaamertje. Daar stont mijn kleine reiskooi met mijn teddybeer. Eg niet dat ik daar in ging. Ikke stribbelde tegen. Néé… ik wil niet!! Laat me nou!! Ik wil eten!!

Gefange

Ik zat gefange. Ik begon te huilen. We gingen een enge trap af en waren buiten. Oooh toen begon ik harder te huilen. Wat had ik nou tout gedaan? Sauwe se me wegdoen? Oooh nee tog? Oooh laat me er uit. Ik sal nooit meer tout sjijn. Eggie!!
Maar we liepe door. Tot we bij een boeshalte kwaame. We ginge de boes in. Ikke zat maar te huilen. Red mij!! Oooh. Ikke wau naar huis.

Huilen

We ginge de boes uit en meteen de trem in. Dat duurde ook maar heel kort. Maar iedereen in de trem hoorde me huilen. Want ik deed dat echt megahard.
Opeens stonde we foor een deur. Oooh ik herkende die deur. Dat was de deur fan de dokter.
Ik werd bang. Opeens kwam Mevrouw tante Cynthia. Ze sei datte ik wel heel gjoot was voor een ses maande kitten. Toen ging se me op een weegding doen. Ohoh…

In een kooi

Eggiewaar… folgens mei is dat stomme ding helemaal kapoet want dat ding sloeg helemaal door naar 4 kiello en nogwat. Klop niet.
Ikke kjeeg te hoor datte ik moest stoppe met het ete fan kittenbjokkies. Ik moete naar de +1 folwassebrokjes. Of sterrielijst. Vanne kittenbjokjes wort je dik. Nou en!!
Ikke wert, saame met beer, in een kooi stopt. Oooh ik was sjo bang. Opeens hoorte ik we belle om 11 uur. Toen liepe se weg!!! Mijn mense!!! Oooh neeee. Ze liete me achter. Snik snik…

In sjaap

Ikke kjeeg opeens een prikje. Ik kjoop tegen beertje aan en fiel in sjaap.
Later werd ik wakker. Tante Cynthia wau me aaien en keek of alles goed was met mij. GA WEG blaaste ik. Ik sloeg haar. Ik wau bijten.
Ikke hoorde de telefoon. Mijn mense belde. Ikke hoorde tante Cynthia zegge kom hem alsjeblieft halen. Hij is echt niet lief. Ikke fiel weer in sjaap.
Opeens hoorte ik bekende stemmen!!
Mijn mensen!!! Frauw sei heee Pooriepoor. En man sei Dorus!! Ik zat gelijk op.

Naar huis

We ginge met de taksie naar huis. Lekker hoor, want het regende eggiewaar keihard. Frauw hat de verwarming aangezet zodat het lekker warm was binnen.
Ik was thuis!!! Jippieeee!

Voetballen

Ik liep eerst door het huis. Kijke of ik eg thuis was. Toen ik het zeker wist ging ik me wassen. Huh? Wat?
Waar ware mijn knikkers?  Mijn knikkers ware foetsie!! Ikke hat ferloren snik snik.
Ikke werd boos op frauw. Zocht steun bij man.
Maar hij mog me alleen in het midden aaien. Ikke kjeeg naameluk ook een sjips in mijn sgauwdertje/nek tijdens mijn sjaapie en tante Cynthia sei dat se me daar evve een paar dage met rus moete late.
Ikke kjeeg een noepie. En nog 1. En na 10 minuten kjeeg ik een handje bjokjes. Ik floog op mijn bakkie af. Oooh het was sjo op.
Toen voelde ik me een partij goed. Ik ging door het huis renne. Ik zag mijn stuiterbal en ik ging voetballen.

Superfriendeklup

Een uur later kjeeg ik weer een handje eten. Weer at ik het op. Ikke hat zoon honger. Na het ete spjong ik oppe bed en ging een uurtje sjape. En daarna ging ik lijf op feesboek sodat iedereen kon sjien dat ik weer helemaal de auwe ben. Hihihi.
En ik moese nog fan frauw segge iedejeen bedank foor de liefe woordjes en steun.
We sein een superfriendeklup!!!

Nou… dit was het foor dees week.
Ik sluit af met een dikke koes
Foor MammaLoes
Toedeledokie

Waarom doezelen zo belangrijk is

doezelen

U ziet het op de foto: ik ben niet wakker en ik slaap niet. Dus ik doezel. Dat is heel belangrijk, misschien nog wel belangrijker dan slapen maar dat weet ik niet zeker. Waarom vind ik het zo belangrijk?

Slapen

Op Feesboek denken sommige vrienden dat ik de hele tijd lig te slapen. Ik slaap vaak maar niet altijd. Dan doezel ik. Slapen doe ik omdat het moet, als ik moe ben en moet uitrusten of bijkomen, en ook als er iets moeilijks is waardoor ik weet nou wil ik er even niet zijn, dan ga ik slapen. Erna is altijd alles beter.

Doezelen

Er is wel een nadeel aan slapen en dat is dat je alle gezellige dingen van thuis niet meemaakt. Dus dan ga ik doezelen. Het is iets dat ik helemaal slap en ontspannen ben en ik zou kunnen slapen maar ik slaap niet. Doezelen gaat het beste als ik net iets lekkers heb gegeten of ik kreeg een lange zachte buikknuffel. Of alletwee. Dan lig ik op mijn kussen op de bank met mijn ogen bijna dicht. Zelfs mijn staart beweegt niet.

Maar als mijn vrouw zegt: “Gezellig hè Bertje, zo samen,” dan hoor ik dat en dan krijg ik een fijn gevoel van binnen. Dus dan moet ik uitkijken dat ik niet ga spinnen anders ben ik uit mijn doezel en dat moet niet.

Dit als voorbeeld. Komt er opeens een extra knuffel of vachthappen dan wil ik best even wakker worden want daarna ga ik weer in de doezel.

Ik kan ook op bed doezelen. Of in mijn slaapdoos. Maar het beste is op de bank want dan kan ik alles zien in de kamer en ook weet ik het als er iets langs het raam vliegt dat gebeurt gelukkig haast nooit.

Veilig

Voor doezelen is wel nodig dat je je veilig voelt. Dat is een gevoel van binnen. Soms duurt het een hele tijd voordat je durft te doezelen en dan is het extra fijn. Dat weet ik uit mijn eigen erfaring.

Kater Bolle over waarom je als kater geopereerd wordt

kater
Deze week moest Dorus, van de blog, naar de dierendokter. Hij moest geopereerd worden, dat heet cas-tra-tie. Het was heel spannend omdat hij misschien ziek kon worden. Maar gelukkig is alles goed gegaan, daar zijn we met zijn allen superblij om!

Misschien vraag je je afwaarom het zo belangrijk is dat een jongenskater wordt gecastreerd.  Dat ga ik vertellen, als ervaaringsdeskundige.

Met zijn duizenden

Ik ben zelf ook geholpen, zo noemen mensen dat. Bij mij kun je dat zien aan mijn linkeroor. Daar is een stuk af. Dat is gebeurd toen ik nog zwerfkater was. Door dat oor kan iedereen zien dat ik een geholpen jongen ben, die door een vast iemand gevoerd werd.
Toen ik nog intact was (dat betekent dat je alles nog hebt) en buiten woonde heb ik minstens tien kinderkatjes gemaakt. En ik had er best nog wel een stel willen maken, zoveel werk was dat tenslotte niet.
Maar mijn mensen hebben me uitgelegd dat het juist goed is dat ik toen geopereerd ben. Want, zeggen ze, mijn kinderen en ik woonden buiten en waren allemaal niet geholpen. We waren met zijn twaalven, en mijn kinderen konden ook al weer kindjes krijgen. Als we zo door waren gegaan waren we nu wel met zijn duizenden geweest. Waar hadden we dan ooit moeten wonen, met zoveel katten?

Bijten

Alle mankaters uit de groep waren ook nog eens agressief. Ikzelf ook, als ik eerlijk ben.
Ik beet beivoorbeeld iedereen. Ik beet zo hard en zo diep mogelijk. Mens of kat, dat maakte katerme niks uit.
Dat ging zo totdat we met zijn allen gevangen werden en geopereerd werden.
Toen ik uit mijn kooi werd gehaald heb ik een hap uit de schouder genomen van de vrouw die me optilde. Ik heb echt goed doorgebeten, het was een diepe wond. Kun je nagaan hoe bang en boos ik toen was.

Daar kun je niks aan doen als kater, als je alles nog aan je lijf hebt hangen. Je hebt nou eenmaal veel mannelijke mormonen, dat heet tes-tos-te-ron. En dat maakt dat je maar twee dingen wilt: kitkatjes maken en vechten. Je wilt met alles en iedereen vechten. En dan niet zachtjes een tikje geven. Nee, je doet bijten en krabben en schoppen. Intacte katers vechten met elkaar tot één van de twee niet meer leeft. Daarom blijven ze hun hele korte leven eenzaam. Logies, als je alleen maar vecht.
Een mankater die niet gecastreerd wordt en altijd buiten woont wordt gemiddeld maar een jaar of drie. Ja eerlijk waar, erg hè! Dat komt door al dat vechten. Zo’n kater krijgt wonden die gaan ontsteken en hij wordt steeds zwakker. Ook kan hij allerlei ziektes krijgen door het vechten, die niet kunnen genezen. Die ziektes geeft hij ook door aan andere katten, en aan zijn kindertjes.

Op zoek

Nou kun je denken: ja, maar mijn kat woont binnen. Daar kan hij niet overal kindertjes maken, dat is waar. Maar een kater met alle onderdelen probeert alles om uit huis te komen als hij een poesendame ruikt. Hij klimt uit het raam, springt van het balkon af of rent de deur uit. Als zo’n kater naar buiten mag, gaat hij zwerven. Hij gaat op zoek naar dames en een eigen terrietoorium.

Sproeien

En een kater-met-alles-er-op-en-er-aan doet nog iets: hij doet sproeien. Hij tilt zijn staart omhoog en spuit een spulletje tegen van alles aan. Zodat iedereen weet dat hij daar woont en de baas is.
Als dat in je huis gebeurt, is dat niet zo fijn. Mijn vrouw vertelde me dat er vroeger een kater woonde die bij stiekum ons in huis binnenkwam door het kattendeurtje, en dan snel sproeide. En volgens haar kon je dat al door de deur heen ruiken, zo sterk rook dat. Kattenpies in het kwadraat, zei ze. De kater gaat daar zelf ook naar ruiken. Wij katten weten daardoor dat het een gevaarlijke kater is en hebben respekt. Maar voor mensen is die lucht echt supervies.

Natuur

En toch zijn er mensen (vaak mensenmannen zegt mijn vrouw, want die herkennen iets) die het zielig vinden als een kater moet knikkeren bij de dierendokter. Of ze vinden het onnatuurlijk.
Maar er is niks zieligs aan. Een kater die in zijn eentje langzaam doodgaat doordat hij overal ontstoken wonden heeft en allerlei ziektes, dat is zielig. Of kinderkatjes die geboren worden en geen huis krijgen. Een jonge poes van 6 maanden die alweer een berg kindertjes krijgt, dat is ook zielig. En katten die kindertjes zijn van broers en zusjes, of van neven en nichten (dat heet inteelt). Ik heb zelf een rare mond en kromme benen daardoor. Maar je kunt echt heel erg gehendikept zijn, ook in je hoofd.
En onnatuurlijk? De natuur is keihard, daar weet ik zelf alles van. Dat is geen feestje, en zeker weten niet voor katten die niet geholpen zijn. Die hebben een zwaar en kort leven in die natuur. En een kat die in huis woont is toch al niet echt natuurlijk natuurlijk – ja, die twee keer natuurlijk hoort zo!

Kompakt

Je hebt ook mensen die bang zijn dat hun kater zonder sambaballen heel dik en sloom wordt.
katerNou, denk ik dan, kijk eens naar mij! Ben ik dik en sloom?
Ja, zegt mijn vrouw. Maar dat komt door mijn karakter, en omdat ik verwend wordt. Ik was zelfs toen ik mijn hele hebben en houden nog had al kompakt. Maar dat hoeft helemaal niet te gebeuren. Ik ken ook geholpen katers die heel slank zijn, en nog superdruk.
Zelf vind ik bovendien: liever rond en veilig, dan spijkergespierd en een kort leven met veel pijn.

Dus al met al is het veel beter om als kater geen kokosnoten te hebben. Ikzelf heb mijn onderdelen, na de eerste schrik, geen moment gemist.

Waarom ik niks kan met wintertijd

wintertijd

Nou begint mijn vrouw er ook al over. Wintertijd. Koude seizoen. Aanpassen. Als huiskater kan ik daar helemaal niks mee, serieus waar niet. Waarom moet zoiets?

Voor mensen

Mijn positie is eenvoudig en daar heb ik ook het meeste aan. Ik kijk nooit op de klok, die is door mensen verzonnen voor andere mensen en ik ben een dier dus de klok is niet bedoeld voor mij. Dus of ze de klok nu vroeger of later zetten, maakt mij niks uit. Mijn dag blijft toch mijn dag, met mijn eigen dingen die ik op mijn eigen manier doe. Dat komt door mijn gefoel. Daardoor weet ik wanneer het tijd is om te gaan slapen, of te eten, of dutjes te doen of weer wat anders. Mijn gefoel is altijd op tijd.

Maar ja als je samenwoont dan heb je toch te maken met die klok.

Licht

Als mijn vrouw  uit bed komt dan beginnen we aan de dag, behalve als ik al wakker ben of nog slaap. We doen altijd de gewone dingen ’s morgens dan weet ik zeker dan het ochtend is. Bij de tweede lange ochtendknuffel begint het licht te worden.  Dan is normaal. Maar als ze klokken gaan verzetten dan verandert dat. Dan klopt er iets niet meer tussen wat er gebeurt en het donker en licht van buiten. Dus daar moet ik altijd even aan wennen. Gewoon is anders en toch gewoon. En ik moet ook altijd horen hoe laat het is, dan luister ik beleefd maar ik kan er toch niks mee. “Het is nou pas tien uur, Bertje.”  Ze praat tegen me of ze ook Siemees is, daar schrijf ik nog weleens over.

Klok

Dus ik wil zeggen, dat wintertijdgedoe met de klok, voor mij hoeft het niet.  Ik vind het stom. Maar ja, ik woon samen dus ik doe mee en dan is het ook gezellig, want dat is het als je samen iets doet.