Hoe je het altijd fijn kunt hebben ook al is er regen

toch fijn

Eerst scheen de hele tijd de zon en het was warm en superheerlijk. Maar toen werd ik wakker en alles was anders. Koud. Regen. Herrie in de straat. Wat moet je dan doen?

Goed gefoel

Wat je dan moet doen dat weet ik. Zorgen dat je het zelf fijn hebt. Dus dan moet je je erfaring gebruiken en doen wat je weet daar krijg ik een goed gefoel van. Voor mij is dat:

  • ik vraag aan mijn vrouw om langere knuffels dus als ze ophoudt dan kijk ik van doorgaan en dat doet ze dan, en het aaien duurt tot ik in slaap val
  • ik eet meer brokjes als het koud is, dat kraakt gezellig in mijn kop en ik voel me dan ook tevreden, dat komt ook omdat ik een emo-eter ben
  • ik ga ekstra slapen, ik kan dutjes doen die heel lang duren, misschien is dat mijn talent

Slaapplaatsen

Wat ik nou niet doe is in de vensterbank slapen. Dan hoor ik regen en het is toch een ander gefoel. En ik lig ook niet op het tapijt in de huiskamer te soezen. Of achter de kastjes. Dat zijn allemaal slaapplaatsen voor de zon en de warmte. Dus als er geen zon en warmte is, moet je meteen wat anders doen, dat is mijn adfies.

Herrie

Gistermorgen had ik herrie in de straat. De glazenwasser was aan de overkant bezig en er waren mannen de straat aan het maken. Ik dacht dat het maandag was maar mijn vrouw zei dat het dinsdag was dus dat vond ik ook gek. Persoonlijk wil ik graag weten wat voor dag het is, dat is leuk.

Maar er waren veel minder vogels dus toen ik aan mijn lange dutje begon, toen kon ik beter slapen, ik hoorde geen vogels krijsen en ik zag niks fladderen. Dus ook al was er herrie, er waren geen vogels en eigenlijk was dat weer superfijn.

Minnie: een dag uit mijn eigen leven

dag

Meestal blijf ik nog even liggen als ‘het geluidje’ klinkt. Frau heeft dat nodig om wakker te worden. Soms laat ze dat geluid  vaker klinken. Dan blijft ze nog even gezellig bij mij liggen.

Als ze vijf keer vroeg is opgestaan dan is het wiekent. Maar echt  hoor, dan blijft ze soms zo lang liggen dat ik met m’n pootje voorzichtig op haar gezicht tik. Om te tsjekken of ze nog leeft. Is gelukkig wel altijd zo.

Spul

Als we zijn opgestaan dan gaat frau mijn brokjesbakje bij vullen en ook de waterbakjes. Ik doe dan alvast de eerste  vensterbankcontrole. Frau eet in de ochtend ook een soort van brokjes maar dan met wittig spul erover heen. Frau zegt dat dat  muesli met kwark heet. Ook legt ze haar vachtje klaar om aan te trekken die dag. Pfff dat lijkt me nou zo vermoeiend aan mens zijn! Ik heb mijn vachtje gewoon altijd aan, maar mensen doen het elke avond uit.

Na haphap slik slik gaat frau zich wassen. En ook dat is veel vermoeiender dan bij ons katten en poezen. Wij likken ons gewoon  schoon en we drogen vanzelf. Mensen gaan onder iets staan waar veel water uit komt (brrr) of doen moeilijk bij die ronde bak waar
ook water uit komt. En ze drogen niet vanzelf maar moeten zich afdrogen met iets wat frau handdoek noemt.

Nadat ik een brokje heb gegeten of een snoepje gebietst heb dan ga ik op de bak. Als ik klaar ben dan begraaf ik alles. Frau maakt  wel eens een grapje dat zei ook op de bak gaat. Gelukkig bedoelt ze dan de mensenbak want op mijn bak past ze echt niet hihi. Haar
bak spoelt alles vanzelf weg. Dat zou ik eigenlijk ook wel willen. Want soms is mijn bak te vol en kan ik niets meer begraven. Dan moet frau het schoonmaken. Als ik ook zou kunnen spoelen zoals zij dan heb ik altijd een schone weecee.

Brokjes verdienen

Frau gaat vlak voordat ze weggaat om brokjes te verdienen altijd iets maken wat ze “lunch” noemt. Ik ga daar altijd bij zitten want moet natuurlijk wel de controle doen dat ze haarzelf goed verzorgt. Want anders kan ze mij niet goed verzorgen natuurlijk.
Meestal krijg ik een snoepje omdat ik zo goed oplet.

dagFrau doet nu binnen brokjes verdienen. Soms klinken er andere stemmen. Die komen dan van de kompjoeter. Dat zijn haar collega’s zegt frau. De meeste moeten ook thuis brokjes verdienen en sommige hebben geen kat of poes maar een blafsnuit. Of helemaal geen
dier maar iets was krijst en kwijlt, dat heet een beebie. Nou die heeft frau gelukkig niet want die vind ik niet leuk!
Maar als ze dus in een normale tijd zonder mevrouw Corona buiten brokjes verdient dan verloopt mijn dag heel anders. Dan loopt ze de trap af, doet ze nog een extra vachtje aan en zegt ze “tot vanavond Min”. Dat is belangrijk dat ze dat zegt want dan weet ik dat ze brokjes gaat verdienen maar ook dat ze weer thuis komt.

Mijn eerste taak is vensterbank controle. Dat er geen vogels of andere dingen bij de ramen komen. Want als frau weg is dan moet ik op ons huisje passen. Er zijn hier vier vensterbanken dus dat is een heel verantwoordelijke taak. Als er toch een vogel gaat
zitten dan doe ik eerst kwetteren en als dat niet helpt dan doe ik MRAUW. De tweede taak is rusten en slapen op de bank. Want dat is nodig voor taak drie. Want als ik stap stap stap hoor en de sleutel in het slot dan weet ik, Frau komt weer thuis. En dan moet  ik klaar gaan zitten bij de deur om haar te begroeten. Zodat ze weet dat ze thuis is en dat alles goed gaat. Taak vier komt in de avond als ze uitrust van de brokjesverdiendag. Dan ga ik bij haar op schoot lekker liggen spinnen zodat ze he-le-maal ontspant.
Meestal kijkt ze dan naar een kastje met bewegende plaatjes. Teevee heet dat geloof ik.

Slapen

Als de zon helemaal weg is en er alleen nog kou en donker is dan gaat frau slapen. Meestal ga ik dan bij haar liggen. Soms op mijn eigen helft, soms tegen haar aan. Dat doe ik meestal als frau zich niet zo lekker voelt. Als frau dan helemaal ligt onder de deken dan zegt ze “truste Min” en is de dag voorbij. Niet dat mijn taak erop zit hoor want als frau slaapt moet ik het huis in de gaten houden dat er niets gebeurd!

Pootje van mij Minnie voor iedereen!

Als ik het huis voor mezelf heb

huis

’s Nachts heb ik het huis voor mezelf wegens dat mijn vrouw dan slaapt. Heel erg lang achter elkaar. Soms slaap ik even mee. Maar niet de hele tijd.

Eigen leven

Als het nacht is, heb ik tijd voor mijn eigen leven. Ja, ik woon samen met mijn vrouw maar daarom heb ik ook nog wel een eigen leven. Volgens mij heeft elke kat dat. Over honden weet ik het niet zeker, dat zou ik moeten vragen. Je eigen leven dat is wat je doet als je alleen bent.

Wakker

Laatst was ik op het bed gaan slapen toen het bijna licht werd, dat is voor de gezelligheid dat ik dan meteen als ze wakker is een hele vroege ochtendknuffel krijg. Maar ik werd al snel wakker. En ik voelde me heel erg wakker. Dat ik van alles wilde doen dus dat deed ik ook.

  • ik ging naar de bak en dat lukte heel goed dus ik liep weer naar de slaapkamer om dat te vertellen en ze vroeg of ik op bed kwam, maar daar had ik geen zin in
  • ik rende over de trappen heen en weer en je hoorde een keiharde roffel, dat was ik dus. Eerlijk waar daar voelde ik me goed over, dat ik toch wat kon, wegens dat ik de laatste tijd zo bang was van vogels
  • ik heb in de vensterbank naar de lampen van de auto’s gekeken, af en toe zag ik dat

Dus dat was ’s nachts. Overdag als ik het huis alleen heb dan is dat een ander gefoel.

Overdag

Ik vind, als huiskater ben ik altijd in huis. Dus mijn vrouw moet ook huisvrouw zijn dus dat ze ook altijd in huis is.  En als ze overdag toch weg gaat, dan hoort dat eigenlijk niet. En dan weet ik ook niet zo goed wat ik moet doen. Meestal slaap ik of ik zit in de vensterbank te kijken of ze al terug komt en als ze er is, dan moet ik keihard miauwen van de emozie. Echt waar, ’s nachts het huis voor mezelf hebben dat is veel leuker.

Kater Bolle over als je naar de dokter moet. En toch blij bent.

dokter

Maandag moest ik naar de dierendokter. Tenminste, dat vonden mijn mensen, en de dierendokter ook. Voor mij had het niet gehoeven, dat kan ik rustig zeggen. Ik voel me prima, er is niks met mij aan de hand.

Operazie

Bovendien had ik gehoord van Loes, dat ze een operazie kreeg aan haar tanden. Gelukkig is het goed gegaan en is ze weer thuis. Maar als je zoiets hoort dan wil je helemáál niet meer naar de dierendokter. Straks zou ik ook moeten blijven voor een operazie, nou nee bedankt.

O-ver-leg

Normaal doen wij thuis alles in o-ver-leg. Zo heet dat, dat we allemaal mogen zeggen wat we willen, of niet willen. Maar over de dierendokter heb ik nooit iets te zeggen. Ik word onder prootest in mijn reistas gezet en dan is het zover.

Maandagochtend kreeg ik niks te eten. En ik had ook al de hele nacht geen eten gekregen.
Toen kwam dus dat gedoe met die reistas, ik moest er van piepen. Iiiiieeeee mieieieiep! deed ik een paar keer. Maar ik mocht er niet uit. Ik ging in de trem, samen met mijn vrouw. Mijn man ging met de fiets.
Hij mocht geeneens mee naar binnen, hij moest op straat blijven. Wegens dat fierus. Dus ik was alleen met mijn vrouw. Ze moest mij afgeven aan de dokter toen ik aan de beurt was, ze mocht niet mee de kamer in. Dat was eerlijk waar best heel spannend. Voor mij en ook voor mijn vrouw.

Kale nek

Van de dokter kreeg ik een prik dat ik niet ziek word. De dokter keek overal waar je maar kan kijken waarvan je dat als kat helemaal niet wilt. En ik moest op de weegschaal.
Daarna deed ze met een masjientje mijn nek kaalmaken en ging ze daar prikken. Voor mijn bloed. Ik wil dat helemaal niet, het doet pijn. Maar ik bleef beleefd en alles ging in één keer goed.
De doktermevrouw keek ook nog naar mijn oren. Die zijn ineens een beetje kaal aan het worden, aan de buitenkant. En ik krab er veel aan. Ze kon niks vinden, ik heb geen sgimmel of beestjes of wat dan ook.
Toen de dokter klaar was met mij bracht ze me terug naar mijn vrouw. Ze zei dat ik erg lief was en dat ik de hele tijd keurig in mijn tas bleef. Behalve toen ik op de weegschaal moest. Ze zei dat ze wel wilde dat alle pasjenten zo lief waren. Daar was mijn vrouw best een beetje trots op. Raar hè, want IK ben degene die zo lief is!
We moesten nog wachten of alles goed was met mijn bloed. Ik heb bij mijn vrouw op schoot gezeten, in mijn tas.

Julia

Na een tijdje kwam er een meneer met een kat in een reismand binnen. De kat deed keihard miauwen, het klonk eksaktpresies zoals mijn Molletje klonk. De kat heette Julia, dat hoorde mijn vrouw. Julia klonk verdrietig en in de war en bozig tegelijk.
De dokter kwam Julia halen en haar man mocht mee naar binnen. Samen met nog een andere meneer die buiten had staan wachten. Ik was even onrustig en mijn vrouw aaide me, in mijn tas. Ze zei steeds dat alles goed was en dat ik haar grote jongen was.
Na een lange tijd kwamen de meneren van Julia maar buiten. Met haar mand. Die was leeg. De ene meneer had natte ogen.

Toen de dokter weer kwam met de uitslag van mijn bloed zei ze dat alles helemaal piekoo belloo was. Ik was bijna drie ons afgevallen, daar kreeg ik kompliementen voor. Voor mijn oren heb ik zalluf gekregen. Als die niet werkt moet er een stukje van mijn oor worden onderzocht. En mijn tanden moeten schoongemaakt.
Mijn vrouw vroeg naar Julia en de dokter vertelde dat ze heel oud was. En dat het nu met dat fierus cooroonaa nog moeilijker is maar dat de meneren wel naar binnen mochten. Gelukkig maar, zei mijn vrouw.

Weer thuis

We gingen naar buiten. Daar stond mijn man op ons te wachten. Mijn vrouw vertelde hoe alles was gegaan, en toen gingen we eindelijk weer naar huis.
O wat was ik blij dat ik thuis was! Ik bleef dribbelen, naarbinnennaarbuitennaarbinnennaarbuiten.
Ik heb het hele huis bekeken en de hele tuin gekontrooleerd. Alles was in orde, eigenlijk was er niks veranderd.
Ik was nog teveel bezig met thuiskomen om te kunnen eten. Ik kreeg brokjes en natvoer, maar ik had er geen tijd voor. Ik wilde knuffelen en rondlopen. Als ik mijn mensen niet zag deed ik Prrriet? en dan kwamen ze meteen. We waren alledrie helemaal blij.
We hebben de rest van de middag in de tuin gezeten. Mijn mensen waren moe, en ik ook. Maar we waren vooral blij.

Want wij konden gewoon weer met zijn drietjes naar huis.

kater Bram over zijn grote broer Toby

Toby

Hoi allemaal, ik hoop dat jullie een fijn wiekent hebben. Vandaag ga ik jullie voorstellen aan iemand die ook in ons huis woont, namelijk Toby. Toby is een hond. Een klein hondje van ongeveer 10 kieloo en zijn vacht is blond.

Miksje

Hij heeft meestal een krulstaart behalve als hij keihard gaat rennen dan gaat zijn staart naar beneden hangen. Hij lijkt dan op een vosje. Zijn papa en mama zijn een Sheltie en een Keeshond en toen kwam Toby, een miksje. Toby is nu 8 jaar en zijn verjaardag is 11 Oktober, dan wordt hij 9 jaar.

een nieuwe fluf

Toen Toby hier voor het eerst kwam, was hij nog een puppie. Hij leek op een bolletje wol! En zijn vacht is nog steeds zo super zacht. De eerste keer dat Toby thuis kwam was hij best bang. Hij snapte niet dat ik zijn grote broer ben want volgens mij had hij nog nooit een Tobykater gezien denk ik maar ik stond ook paraat want ik was ook bang. Mijn haren op mijn rug stonden een beetje omhoog en mijn oren waren een klein beetje plat. Want ik vond het kei spannend dat er een nieuwe fluf in huis was. Ik ging er van blazen. En eigenlijk doe ik dat nooit dus hoe dit zo kwam weet ik ook niet. Misschien is het iets van het oer uit. Dat je dat doet als je meteen kei snel bang wordt en dat dat er dan meteen uit komt.
Maar aan Toby was iets. Ik merkte dat hij anders was dan andere puppies. Hij wilde niks van mij weten maar hij wilde ook niet spelen. Hij lag gewoon te liggen en deed helemaal niks naar mij en mijn geblaas. Dus eerst dacht ik gewoon dat hij moe was want heel veel puppies zijn dat ook. Maar na een paar dagen bleef Toby zo. Hij wou niet eens een snek en ik deed al niet meer blazen. Maar er gebeurde niks als ik naar hem toe liep om te snuffelen. Ik voelde me niet niet meer zo bang want hij deed niks. Eigenlijk vond ik hem best wel oke.

Haai baaien

Eerst dacht ik dat Toby kwam loosjeeren want hij kwam en toen ging hij weer. Ik was best wel in de war. Mijn kop kon het niet volgen want was hij nou wel mijn broer of niet? Ik ging haai baaien bij mijn vrouw. Haaibaaien is dat ik dan rond haar benen ga lopen en tegen haar benen wrijf met mijn lijf. Dan weet mijn vrouw dat ik iets wil. Gelukkig snapte ze wat ik bedoelde want hoe zit het nou met Toby? Mijn vrouw vertelde me dat Toby’s buikje ziek was en dat hij speesjaale brokken krijgt daarvoor want een van zijn niertjes in zijn lijfje is heel klein en doet het niet meer zo goed. Toen snapte ik wel waarom Toby niks deed. Als je ziek bent kun je ook niet zo spelen en zo.

Meppen

Nu zijn we al 8 jaar broertjes en het gaat kei goed. In het begin deed ik soms nog wel eens blazen of meppen. Want hij heeft een kei grote neus en een keer toen wou hij dichtbij komen en toen schrok ik kei erg! Ik had ineens zijn neus tegen mijn kop. Mijn lijf reejageerde meteen. Mijn haren gingen omhoog en mijn lijf maakte een sprongetje. De nagels van mijn poten waren gestrekt en toen ik van de sprong neer kwam ging mijn voorpoot zo ineens hoppa, tegen zijn neus aan! Hij had een mep gekregen van mij en daarna heeft hij nooit meer zijn neus tegen mijn kop geduwd.

We zijn nu best aardig voor elkaar. Ik doe mijn tuin kontroole en hij doet zijn wandelingen. We doen niet meer blazen of meppen of zo. We laten elkaar voor wie we zijn want een honden broertje is toch even wat anders.