Tag Archives: zwerfkat

Soms helpt alleen een groepsknuffel

  Dit is het verhaal van kleine kittens die een goed pleegthuis vonden. Ze werden geboren in een zwerfkattenkolonie, zoals er nog zo veel zijn. Met een enkel telefoontje kwam een asiel in actie.

Vrijwilligers besloten in te grijpen. De volwassen poezen moesten geneutraliseerd worden, zodat er niet meer nestjes zouden komen. De kittens moesten een thuis krijgen.

Clubje

Het was meteen duidelijk dat de vier kleintjes bij elkaar moesten blijven. Ze waren ongeveer negen weken oud en menselijk contact kenden ze niet. Elk van de vier was bang en zocht steun bij de anderen. Een clubje waren ze en dat clubje had het moeilijk.

Ze begrepen niets van wat er gebeurde. In het reiskorfje kropen ze naar elkaar omdat ze zich dan nog een beetje veilig voelden.

Zo kwamen ze in het huis van een pleegmoeder.

Hier kregen de vier kittens een naam: Tintin en Charlie voor de jongens en Rachel en  Luce voor de meisjes.

Schoot

Toen de pleegmoeder begreep dat de vier steun en veiligheid van elkaar kregen, wist ze wat ze moest doen. Voorzichtig tilde ze het clubje kittens op en zette ze neer op haar schoot, om ze daar langzaam en behoedzaam te knuffelen.

Eerst voelde ze vier kleine hartjes zenuwachtig kloppen. Maar geleidelijk werd het ritme rustiger. Ze waren nog steeds samen en nu voelden ze ook iets nieuws: liefde van een mens. Ze vonden het fijn.

Spelen

De ene groepsknuffel na de andere volgde en het had effect. De kittens werden dapperder. Ze durfden in het huis rond te lopen, te verkennen en zelfs te spelen. En Rachel, het allerkleinste kitten, besloot dat ze de baas was en dat de anderen moesten doen wat ze wilde.

Volwassen

Al snel mochten de vier kittens naar een tweede pleeggezin. Daar waren drie volwassen katten die aan de kittens konden voordoen hoe je kater of poes kon worden, en wat je dan allemaal moet leren.

Rachel was niet bang en dus de anderen ook niet. En zo ontdekken vier kleintjes het geluk van huiskat zijn.

(bron: Lovemeow.com)

Hoe een klein poesje leerde spelen

spelen Spelen gaat niet altijd vanzelf. Soms moet je het van anderen leren en de beste manier daarvoor is dat iemand anders je bij de poot neemt en het voordoet. Goed opletten. Dan kun jij het ook.

Dit is het verhaal van een klein zwerfpoesje ergens in Japan dat op een gelukkige dag precies in de goede tuin belandde.

Huis

Het kleine zwerfpoesje had geen betere tuin kunnen kiezen. De tuin hoorde bij een huis waarin een verstandige vrouw woonde

Dat het zwerfpoesje onderdak nodig had, was meteen duidelijk. In geen velden of wegen was de moederpoes te bekennen. Ze was helemaal alleen en dat op die jonge leeftijd. Dan ben je kwetsbaar. Ze had honger.

De verstandige vrouw belde een andere vrouw die het poezemeisje naar de dierenarts bracht. Daar kreeg ze medische verzorging en iets tegen vlooien. Toen kwam het fijne: ze mocht naar een pleeggezin.

Gezin

In het kattenpleeggezin woonden mensen en maar liefst vijf katten die er net zo lang mochten blijven als ze nodig hadden. Dat gold ook voor het kleine poesje dat nu de naam Mit-chan kreeg.

Eerst moest ze nogal wennen. Een nieuw huis. Vijf grote katten. Dat is nogal wat als je klein bent. Maar Mit-chan wende snel, en knuffels en snacks hielpen natuurlijk goed. Ze ontdekte dat ze kon spinnen.

Huisbewoners

De andere huisbewoners vonden Mit-chan gelukkig meteen lief en leuk. Ze vijf katten besloten haar te adopteren. Een van de katten begon haar te wassen, zodat Mit-chan op een kattenmanier schoon en netjes zou zijn. De ander gaf haar kattenknuffels, zodat ze zich veilig en geliefd kon voelen. En de andere katten leerden haar hoe je moet spelen met een vlinder, een balletje en alles wat er verder in huis was.  Mit-chan leerde snel, want ze kon slim.

Zo heeft het kleine zwerfpoesje nu een eigen familie gevonden. Mensen en katten die op een eigen manier voor haar zorgen en van haar houden. Er is altijd iemand die haar te eten geeft, die haar wast, die met haar speelt en er is altijd iemand om samen mee te slapen.

En als ze groot genoeg is, dan mag ze naar een huis om voor altijd gelukkig te zijn.

(bron: Lovemeow.com)

Hoe kater Barney zijn thuis vond

  Hoe kater Barney zijn thuis vond is een supermooi verhaal. Ook al is je leven moeilijk, het kan weer helemaal goed worden.

Dit is waar gebeurd in Canada, maar het had overal kunnen gebeuren.

 

Zwerfkat

Kater Barney was een zwerfkat van ongeveer zes jaar. De mensen kenden hem als die ene grote kater in de buurt. Ze gaven hem te eten en dat was op zich goed, maar het was tegelijkertijd niet genoeg. Als zwerfkat heb je onderdak nodig, ofwel een thuis bij mensen en als dat niet gaat omdat je te verwilderd bent, een huisje in een veilige hoek van een straat of tuin. Dat is ook in Nederland belangrijk en daar zetten organisaties zich gelukkig ook voor in.

Terug naar Barney.

Asiel

Op een dag verzeilde Barney in het asiel. Het leven op straat was veel te moeilijk geworden. Barney was ziek en daardoor ook bang voor mensen.  In het asiel en daarna bij zijn pleeggezin kreeg hij medicijnen, verpleging, heel veel liefde en geduld.  Omdat hij al snel goed reageerde op contact met mensen, begrepen ze dat Barney heel vroeger een thuis moet hebben gehad. Hij snapte wat wonen met mensen betekende. Katten die op straat geboren en getogen zijn, snappen dat niet of nauwelijks.

Toen kwam een nog beter moment.

Thuis

Na zo’n zes maanden in het pleeggezin te hebben gewoond, vond Barney zijn eigen thuis, waar hij voor altijd mocht blijven. De mensen accepteerden hem zoals hij was: toch een beetje op zijn hoede, een oor waar door nachtvorsten een stuk uit was en bleef, wat problemen met zijn oog. Het leven als zwerfkat laat bij elke kat sporen na. Die blijven. Maar voor Barney’s mensen maakte dat niets uit. Ze hielden gewoon van hem.

En zo veranderde Barney de zwerfkater en asielkater in een gelukkige knuffelkater, die nu veilig en geliefd is.

kater Martin werkt bij de politie

kater Martin   Hoi Martin! Hij is nog niet eens helemaal volwassen en nu al heeft hij een baan en wat voor eentje: bij de politie in Brooklyn, New York.  Zijn leeftijd: zes maanden.

Het leuke is: Martin hoefde niet eens te solliciteren. Hij werd opgenomen en aangenomen.

Vondeling

Op een dag zagen agenten buiten het bureau op straat iets, of beter gezegd iemand, waardoor hun aandacht werd getrokken. Een klein katertje, duidelijk aan het zwerven, en met een even duidelijke behoefte aan een thuis met liefde en eten.

De agenten namen het kitten mee naar binnen. Ze wisten de hoogste chef te overtuigen dat het politiebureau behoefte had aan een mascotte, een huisdier dat van en voor iedereen zou zijn, dat er binding en liefde zou ontstaan – ze zeiden vermoedelijk alles dat nodig was om een “ja” te krijgen.

Dat kregen ze.

Thuis

Met dat “ja” kreeg de jonge Martin een thuis en een baan tegelijkertijd. Hij jaagt op muizen, hij eet mee als er iemand tonijn op brood heeft en hij rust uit op elk bureau dat hij maar kan vinden. Zijn bak wordt netjes verzorgd.

Op het bureau zijn ze meer dan tevreden over hem. Agenten en bezoekers vinden het fijn om Martin te zien en te kunnen aaien.

Permanent

Na een poosje kreeg Martin vergunning om permanent in het bureau te blijven.  Hij is er ook gelukkig. Elke ochtend inspecteert hij de agenten die zich voor de dienst komen melden, want ja, het bureau is nu zijn territorium. Wanneer ze hem roepen, komt hij meteen aanlopen – vooral uit nieuwsgierigheid, want een jong katertje wil altijd weten wat er te doen is.

Martin doet het kortom uitstekend. Wat een verandering in zo’n jong leven: van zwerfkitten naar serieuze politiekater, met een bureau vol mensen die van hem houden. Goed gedaan, Martin.

(Bron: NYpost.com)

Ik zag een vlieg dacht ik

  Soms zie ik een foto van  een Facebookvriend in de tuin. Op zoek naar beestjes om iets mee te doen. Ik ben een tevreden binnenkater en laatst zag ik een vlieg.

“Bert, een vlieg!” riep mijn vrouw. Ik keek van waar-dan.  Ja, ik lag net lekker en ik wilde gaan slapen en dan moet je opeens in de actie.

Jagen

Heel veel mensen denken dat de kat een jager is en ik heb dat van mezelf ook weleens gedacht. Dat ik een woeste oerkater ben die muizen kan verslinden. Maar dan hoorde ik een vreemd geluid en eerlijk is eerlijk, dan had ik toch liever dat mijn vrouw ging kijken wat er was. Volgens mij kan zij beter jagen dan ik.  En ik ben weer beter in ontspannen.

Binnen

Kijk, ik ben nou binnenjongen. Dus buiten kom ik niet en daar ben ik ook tevreden over. Vroeger was ik zwerfkater en toen heb ik zoveel meegemaakt dat ik nou liever binnen ben. Nooit meer regen, nooit meer kou, altijd een kussen en knuffels en snacks en liefde en veilig. En ik hoef nergens op te jagen. Dus het is een beetje van geen zin maar het zit ook in mijn achtergrond, want ik heb van vroeger nog angstklachten, daar ben ik heel eerlijk over.

Spelen

Ik kan wel wat, hoor. Spelen met mijn muis en met het lintje vooral. Daar kan ik dan keihard mijn poot opzetten. Zo van bam! Dan heb ik gewonnen. Dus dat is goed.

En met de muis ga ik rollen. Of ik vang de muis, dat kan ik ook met een propje papier. Maar dan moet ik wel weten dat er iets door de lucht aankomt, anders schrik ik te erg om mee te doen.

Vlieg

Die vlieg waar mijn vrouw over riep, die heb ik geeneens gezien.  Dat kan iedereen overkomen en mij dus ook.