Categorie archieven: uit mijn leven

Lekker in de zon en dan weer niet

   Gisteren kon ik eindelijk in de vensterbank want de zon scheen. Het was meteen fijn, en toen ik mijn ogen dichtkneep was het nog veel fijner.

Mijn vrouw zag het ook en ze zei: “Nu moet je ook meer gaan drinken, Bert.”

Drinken

Ik drink helemaal niet zo gemakkelijk. Misschien is dat stom want drinken is net als eten en dat kan ik heel goed. Dus ik weet niet waar het mis gaat. Het is niet eng of griezelig, ik voel me niet onzeker maar ik weet niet, het is gewoon moeilijk.

Dit is wat ik kan:

  • soms drinken uit mijn waterschaaltje, dat is van porselein en plat vanwege mijn snorharen
  • ik heb ook weleens uit een glas gedronken maar dan moest mijn vrouw er eerder uit gedronken hebben maar ook weer niet te veel
  • uit de badkamer drink ik ook water, dat maakt mijn vrouw dan en dan drink ik van de vloer en ze moet er wel bij blijven want ik durf niet goed alleen te zijn in de badkamer
  • o ja ik kan ook uit een hele grote schaal drinken dat ik erbij moet staan, maar daar had ik na een keertje wel genoeg van

Aan waterfonteintjes begin ik niet. Dat zijn dingen met herrie en herrie vind ik heel moeilijk. Dus dat kan niet.

Limonade

Ik snap best wel dat water drinken belangrijk is. Dat voel ik ook. Maar ja. Nou krijg ik elke dag poezenlimonade, dat is ook voor katers. Het is water met iets lekkers erin, dus daar smaakt het water dan naar. In een plat bord, want mijn snorharen moeten wel droog en heel blijven. Het liefste heb ik er tonijn of zalm in. Gewone kabeljauw lust ik ook. En dan horen er ook knuffels bij, van die zachte in mijn zij en dat ze dan zegt dat ik het vaker heb gehad en dat ik het toen lekker vond.

Dan durf ik.

Als je in huis moet helpen en je weet niet hoe

helpen in huis  Moet je als kat in huis meehelpen? Gisterochtend zei mijn vrouw: “Bertje, straks moet je meehelpen met het bed.” Ik dacht hoezo. Want ik wilde gaan slapen en volgens mij kwam er zon aan dus dan wil ik in de vensterbank.

Maar ja je woont samen dus dan moet je elkaar helpen. Dus ik ging wel mee.

Bed

Op Facebook las ik dat best veel van mijn vrienden ook thuis moesten meehelpen met het bed. De een ging zich dan onder de lakens verstoppen en de ander vond het leuk om het dekbed op te vangen en weer een andere vriend ging rollen. Wat superknap om dat allemaal te durven!! Toen voelde ik me weer onzeker. Dat ik misschien niet genoeg durf voor een kater. Maar ik doe mijn best en mijn vrouw  zegt dat ik goed genoeg ben zoals ik ben dus als ik zo blijf dan is het ook in orde.

Boven

Toen we boven waren, wist ik geeneens meer hoe het ook alweer ging met het bed en wat ik moest doen. Dus ik stond te staan. Ze ging tekeer met dekbedden en die gooide ze op het tapijt voor het bed.

Toen wist ik weer wat ik moest doen. Pauze laten houden. Ik sprong op het bed en ging liggen en toen keek ik haar aan.

“Je hebt gelijk Bertje,” zei mijn vrouw en ze ging naast me liggen en zuchtte. “Ik ben moe,” zei ze  en ze aaide me, zodat ik zachtjes begon te spinnen. Ik gaapte expres, dat is voor het fijn en voor de ontspanning.

Knuffels

Toen ze wakker werd, heeft ze me bedankt dat ik hielp om pauze te houden. En ik kreeg knuffels. Mijn taak is af, dacht ik, en ik liep naar beneden om op de bank verder te slapen. Ik voelde me wel tevreden. Pauze is belangrijk en ik had daarvoor gezorgd. Ja, als je samenwoont, dan moet je elkaar helpen.

(dit blog verscheen evenals andere blogs bij de Vereniging Kattenzorg)

supergelukkig in de zonnewarmte

 Volgens mij is de zon voor iedereen fijn maar voor katten superfijn. Voor mij wel en helemaal nou ik nog een wintervacht heb.

Daar wil ik wat over zeggen.

Wintervacht

Ik ben wel aan het verharen maar ik heb nog lekker veel vacht. Van dat dikke. Ook op mijn rug al gaat daar het meeste haar uit dat komt door het aaien. Ik wil het haar vasthouden maar ik kan het aaien niet missen. Daar kom je niet uit als binnenkater. Op mijn buik zit ook veel vacht, lekker veel maar ja… ik wil buikkriebels en dan gaan de haren er toch uit. Dus vandaag heb ik meer vacht dan morgen. Zo is het. Dus moet ik vandaag extra superlang in de zon.

Broeien

In de zon ga ik broeien. Zo noemt mijn vrouw het. Dat ik op het tapijt of in de vensterbank lig en blijf liggen en steeds warmer word tot ik helemaal broei. Vind ik lekker.  Dat je helemaal slap wordt in je lichaam en ook heel erg warm. Ik hou van broeien. Daarna kan ik heel goed slapen. Vooral als ik dan een snack krijg en knuffels erna.

Straat

Soms kijk ik tijdens het broeien naar de straat. Dan zie je rare dingen. Er zijn mensen met winterjassen aan en met zomerkleren aan. Zij moeten dus ook wennen aan dat het lente is. Een winterjas is voor mensen wat voor mij een wintervacht is.  Die hou je aan zolang je kunt, want dan heb je het extra warm.

Dus daarom hoop ik nou elke dag dat de zon schijnt en flink ook. Dan kan ik er meteen in. Elke dag verlies ik haren uit mijn vacht. Straks heb ik een zomervacht en die is veel te dun voor de lente als je een kater bent die van broeien houdt. Dat is nou mijn probleem.

Ik heb een nieuwe krabpaal nodig

krabpaal   Dit is mijn krabpaal, de paal die beneden in de huiskamer staat. Ik heb er best lang over gedaan maar nou is die paal op en stuk en oud. En ik krijg een nieuwe, heb ik gehoord.

Als huiskater heb ik eigen meubels nodig. Dat hoort zo. Want een kater is geen vrouw, en als je samenwoont dan heb je vrouwenmeubels nodig en katermeubels.

Nieuwe

Op Facebook zeiden mijn vrienden dat de nieuwe krabpaal hoog moest zijn en met mandjes om in te liggen en al die dingen meer. Ja, als je zoiets durft dan is het leuk. Dan heb je van die grote meubels waarmee je van alles kunt. Voor mij is dat te moeilijk. Ik wil alleen meubels die ik snap en die ik kan. Dus geen mandjes en klimmen wil ik zeker weten helemaal niet.

Plank

Ik heb beneden een plank en een krabpaal en boven op de slaapkamer ook. Alles heeft dat touw dat ik fijn vind. Ik kreeg een keer een plank van karton met geur, alle katten  vonden dat leuk hadden ze in de winkel gezegd en toen kocht mijn vrouw dat. Ik vond het niet leuk. Die plank heeft nog ik weet niet hoelang in huis liggen stinken en toen was hij eindelijk weg. Serieus, zoiets wil ik niet. Ik wil gewone meubels.

Bank

Soms hang ik aan de bank met mijn nagels. Er is een stukje dat harder is dan de rest van de bank, er zit iets op ik weet niet wat. Daar hang ik dan aan. Lekker rekken ook. Soms hang ik ook tegen de muur maar dan glijd ik naar beneden dus dat is niet zo leuk eigenlijk.

Maar het allerfijnste is toch een krabpaal. Lekker stevig, van dat touw eromheen en dat het gewoon ruikt naar thuis dus.  Dat is mijn ideaal.

Lentekriebels in mijn kop

lentekriebels Lentekriebels in mijn kop. Als u mij kent dan weet u dat ik best een rustige jongen ben. Ontspannen bankhangen, zonnen en lang aaien, daar hou ik van. Maar gisteren kreeg ik opeens lentekriebels.

Ik wist geeneens dat het zo heette. Er gebeurde iets met mij, iets geks dat toch ook fijn was.

Spelen

Het begon er misschien mee dat ik eerder het lintje weer ontdekte. Het lag waar het altijd lag maar ik zag het en voelde meteen daar kan ik iets mee. Dus ik spelen. Gek doen. Rollen, een beetje springen, heen en weer, happen en bijten, en ik won elke keer van het lintje.  Dat is een superfijn gevoel. Vroeger noemde mijn vrouw het speltherapie, omdat ik er zelfvertrouwen van moest krijgen.

Rennen

En gisteren ik weet niet wat het was. Opeens rende ik door het huis, heen en weer, en soms miauwde ik gewoon ergens heen, en soms hing ik opeens aan de muur met mijn nagels.

Ergens ver weg hoorde ik mijn vrouw vragen wat er aan de hand was en of ik in orde was en hoe lang het nog door ging. Daar kon ik even niks mee, met die vragen. Wat ik was dus bezig met iets waarvan ik niet eens begreep waarom het moest.

Ik voelde me wild en sterk en atletisch. Er was iets in me en dat moest er meteen uit.  En het was het allerbelangrijkste dus ik moest gewoon meedoen, en ik voelde me super-Bert.

Kriebels

Opeens was het over. Het rare fijne gevoel was weg. Rennen hoefde niet meer. Toen stond ik in de huiskamer en ik keek om me heen en dacht wat moet ik nou.

“Dat zijn lentekriebels, Bertje,” zei mijn vrouw. “Je bent ook al flink aan het verharen. Dus het is normaal, en je kunt er het beste aan toegeven. Als je moe bent, ga je gewoon even slapen.”

Dat heb ik dus gedaan. Ik sliep heel erg diep en toen ik wakker werd, scheen de zon. Ik vind de lente fijn, en soms ook raar.