Tag Archives: vensterbank

Waarom ik op de kale vensterbank lig

vensterbank

Deze zon is het fijnste. Gewoon lekker warm dat ik er gewoon in kan liggen. Ik krijg vaak de vraag waarom ik op de kale vensterbank lig. Dat zal ik uitleggen.

Liggen

Thuis heb ik veel kussens en dekentjes om op te liggen. Ik heb ook een doos. ’s Nachts lig ik graag in de vensterbank boven die is klein en laag en dan kan ik zien wat er achter ons huis gebeurt. Daar lig ik op een dikke handdoek. Maar deze vensterbank heb ik liever kaal, serieus waar.

Anders

Deze vensterbank is anders dan die boven. Deze is langer en hoger. Dat hoge daar gaat het om. Ik heb er een keer een dekentje gehad en toen wilde ik niet meer in de vensterbank want ik vertrouwde het niet. Eerder kreeg ik een mandje, superfijn hoor, tot ik er zomaar uit rolde en toen wist ik van binnen zeker dat ik nooit meer een mandje wilde en dat hoeft van thuis ook niet. Zulke erfaringen maken me voorzichtig. Je weet nooit.

Kijk als ik boven uit de vensterbank rol dan ben ik bijna meteen op de overloop. Die kan ik gemakkelijk zien als ik lig. Dus dat snap ik. Het is een pootlengte diep. Dus dichtbij.

Maar de vensterbank boven die is gewoon hoog. En ik wil voelen waar ik lig dus niks met dekentjes of kussens die kunnen schuiven en waar blijf je dan als je slaapt dus dat is eng.

Kaal

Dus daarom lig ik op de kale vensterbank. Dan voel ik me veilig. Want ik snap waar ik lig en onder me gaat niks schuiven. Plus het is ook nog eens zo dat ik helemaal niet bot over vel ben dus ik heb altijd wat van mijn eigen lichaam om op te liggen. En ik lig lekker, anders ga ik wel op mijn kussen liggen of in mijn doos of op mijn kruk waar fleecedekens liggen.

Dat wilde ik even uitleggen.

In de vensterbank boven

vensterbank

Laatst hoorde ik mijn naam de hele tijd. “Bertje, Bertje, waar ben je toch?” Mijn vrouw wist niet waar ik was. En ik lag gewoon in de vensterbank boven.

Toen ik het roepen niks meer aan vond, sprong ik uit de vensterbank. KABOEM. Op de houten planken. “O ben je daar,” zei ze. Ja, de hele tijd al dacht ik.

Boven

De vensterbank boven is anders dan die ik beneden heb. Die van beneden daar heb ik zon en daar zit ik ook om de straat in de gaten te houden. Ik moet flink springen om er op te komen maar dat lukt best.

Die van boven is op de overloop dat is het stuk van het huis waar ook de deur van de berging is waar ik nooit meer op mag, dat wil ik ook even zeggen. Op de overloop is een lage vensterbank. Klein sprongetje, hop, ik ben er. Daar heb ik een dikke handdoek waar ik op lig. Ik kijk dan naar de achterkant van huizen. En naar wat er gebeurt.

Rauw

En er zijn vaak vogels die denken dat er niemand naar ze kijkt.  Als die vogels dichtbij komen ga ik miauwen. Hard en oer. Van dat rauwe. De vogels weten dan dat ik er ben. Ze gaan soms weg. Dat gefladder doet wat met mijn kop dus dan kan ik nog rauwer geluid maken.

Mijn vrouw vindt het ook leuk want ze wil meedoen ze roept vanuit het bed mijn naam. Ik miauw dan door en soms ren ik naar de slaapkamer om daar mijn nagels aan de paal te scherpen. Dan ren ik weer weg.

Ochtend

Het kan ook dat ik helemaal niks doe. Dan lig ik stil te kijken en te doezelen. Het is dan net of ik een geheime plek voor mezelf heb. En dat ik onzichtbaar ben, zolang ik niet miauw. Dus zo kwam het dat mijn vrouw me niet kon vinden. Ze vergeet gewoon dat ik daar een plek heb, dat is toch best raar.

Wat ik in de vensterbank doe (filmpje)

Ik ben een huiskater die van rieleksen houdt, maar ik ben ook een huiskater die vaak in de vensterbank zit. Dat is mijn werk. Opletten.

Wiekent

In het wiekent was er opeens heel veel zon en dan kunt u zeggen: Bertje ga nou van het leven genieten en doe niks, maar werk is werk. Daarom zat ik daar in de zon. Ik ben dus controleur vensterbank. Dat is zitten en de hele tijd op de straat letten dat ik weet wat er gebeurt. Dit wiekent zag ik:

  • drukke mensen dat was best raar dat er opeens meer mensen op straat waren dus ik bleef kijken
  • auto’s in de straat naast mijn straat dat is normaal
  • aan de overkant van de straat zat een vogel ik werd er gespannen van en toen moest ik dat later eruit miauwen. Ik miauw nooit zomaar alleen om mezelf te uiten dus dan is het nooit een mooi geluid maar wel helemaal uit mezelf en daar gaat het om.

Werk

Dus dat is mijn werk. Dat heb ik zelf bedacht en ik zie ook alles dus ik ben er best goed in. Alleen als er hele moeilijke geluiden zijn of veel vogels, dan voel ik me bang dus dan moet mijn vrouw kijken. En ook als er van die grote auto’s door de straat rijden. Of als de glazenwasser komt. Als je werkt moet je weten waar je goed in bent en wat je niet kunt, dat is gewoon zo.

Bijkomen

Als ik voel nou kan het wel, dan moet ik bijkomen. Meestal meld ik me bij mijn vrouw voor een knuffel en dan kriijg ik ook een compliment. En dan ga ik slapen en dan is de beste manier om bij te komen.

Ik wil ook zeggen dat ik niet elke dag in de vensterbank zit, dat doe ik op gevoel, dat ik van binnen weet nou is het nodig.

Verder help ik thuis met allerlei dingen maar dit is echt mijn werk, en persoonlijk vind ik het belangrijk want daardoor voelt mijn vrouw zich veiliger thuis, dat zegt ze zelf.

 

 

 

 

 

In de vensterbank (filmpje)

Als het zo heel erg warm is, lig ik voor de ventilator. Ik beweeg mijn rechtervoorpoot een beetje. Of mijn linkervoorpoot. Soms ga ik op mijn andere zij liggen. En verder lig ik te liggen. Tot ik opeens denk: ik wil in de vensterbank.

Dat is moeilijk, hoor. Want als kat hoor je in de zon als die schijnt. Dat is geluk. Lekker hangen in de warmte. Ik heb een heeeele lange vensterbank en daar lig ik graag in.

Nou moet ik even uitleggen hoe ik dan woon. Ik heb twee vensterbanken over de lengte van de kamer en tussen die twee heeft mijn vrouw een plank laten maken. Dus ik hoef niet te springen ik kan gewoon doorlopen. Of halverwege blijven staan en denken ga ik naar rechts of ga ik naar links.

Lekker hoor, een goede vensterbank.

Maar als het zomer is en ik heb het keiheet dat ik wel wil maar toch warm ben, dan is de vensterbank best ver weg.

Alleen wil ik toch ook niet de hele tijd liggen te liggen. Daar ben ik toch te jong voor. Of tenminste zo voel ik me van binnen.

Dus na een tijdje ventilatoren wil ik in in de vensterbank. Ook om te zien wat er in de straat gebeurt. Ik ben best nieuwsgierig van mezelf. Dus ik spring.  En ik ga lekker zitten. Dan voel ik het al. Dat hete. Soms ga ik weer liggen. En soms probeer ik het toch. Zit ik daar mezelf te verschroeien. Bleeeh. Dan maar weer terug naar de ventilator.

Maar na een tijdje…

Nou, dat is dan mijn worsteling met de hittegolf. Ook vind ik eten en drinken moeilijk. Eigenlijk weet ik gewoon niet zo goed wat ik met mezelf aanmoet. Gelukkig is de ventilator er. Hitte is gewoon moeilijk, vin ik.