Categorie archieven: uit mijn leven

Samen wakker worden (blog)

Ja, ik weet het, soms klaag ik veel over wat ik niet kan, of nog niet. Maar eerlijk is eerlijk, er is steeds meer wat ik wel kan. En een van die dingen is samen opstaan. Dat doen we tegenwoordig.

Samen opstaan is dat je alletwee in bed ligt en dan ga je op hetzelfde moment naar beneden. Ik vind het best leuk. Mijn vrouw vindt het heel erg fijn, dat zegt ze. Maar ik vind het ook moeilijk soms. Want als ik ’s nachts wakker word en samen wil opstaan, dan slaapt zij nog gewoon door. En soms ben ik ’s morgens net lekker weggedoezeld en dan hoor ik in de verte haar stem over aan de dag beginnen. Dus hoe doe je dat dan.

Ja, in het begin was het lastig.
De afgelopen weken hebben we alletwee iets geleerd. Toen veranderde er wat.

Mijn vrouw heeft geleerd om even wakker te zijn als ik kom miauwen of ze samen wil opstaan en het is nacht. Ze slaapt weer door. Dat zie ik natuurlijk. Eerst lag ze dan tegen me te fluisteren van O Bertje ik kan niet meer slapen.
En ik heb een trucje geleerd. Het gaat zo.

’s Morgens ben ik altijd als eerste wakker. Lekker vroeg. Ik heb meteen zin in van alles, maar ja, zij ligt nog te slapen. Dan ga ik er toch uit en ik ga in de vensterbank op de overloop liggen. Dan kan ik van alles zien want de mensen in de huizen achter staan ook vroeg op. Soms doezel ik weg, als de zon op me schijnt. Maar ik hou altijd een oortje open voor geluiden uit de slaapkamer.

Hoor ik die, dan ben ik in een seconde uit de vensterbank, loop meteen door naar de slaapkamer en spring op bed, precies op mijn eigen dekbed. Mijn vrouw begint meteen met aaien. Niks mis mee!! Ze gaat zachtjes tegen me praten. Nou, binnen de kortste keren lig ik lekker met de pootjes gestrekt en ik laat me kroelen, dus val ik vanzelf in slaap. Gewoon een na-slaapje. Zoiets duurt kort.

Als ik weer wakker ben, vindt mijn vrouw het tijd om op te staan. Ik ook. Nog even de nagels bijscherpen op de plank, een paar keer rekken aan de krabpaal en dan kunnen we wat mij betreft naar beneden. Samen opstaan, eigenlijk is het heel eenvoudig.

Dit blog verscheen met andere blogs bij de Vereniging Kattenzorg.

zeven signalen van liefde (blog)

Ik weet iets waar u misschien wat aan heeft. De laatste tijd heb ik thuis extra goed opgelet. Bij elkaar heb ik zeven signalen gevonden waardoor ik weet dat mijn vrouw van me houdt. Als u dat thuis doet, weet uw huiskater dat ook.

Voordat ik begin, moet ik eerst zeggen dat alles even belangrijk is. Dat u niet denkt o, ik doe nummer drie en dan zit het wel goed. Het gaat om het pakket van alles. Dan pas werkt het. Anders niet.

De eerste keer dat ik voelde dat mijn vrouw van me hield, was toen ze mijn naam zei precies op de manier die ik fijn vind. Dat is laag en langzaam, en tijdens het aaien. Het signaal is dus: u moet dingen doen op de manier die uw huiskater wil.

Tweede signaal. Praten. Het is de mensenmethode van aandacht en dat voelt goed. Vaak praat mijn vrouw tegen me als ze haar gezicht in mijn vacht heeft gedrukt. Ik versta er helemaal niks van maar juist dan weet ik dat ze van me houdt. Vanwege dat dichtbije en omdat ik me dan samen voel.

Het derde signaal is dat ze met mij meedoet. Dus als ik met de pootjes gestrekt op het tapijt lig, dan komt ze precies zo erbij liggen. Vooral als ze thuiskomt en dan heeft ze haar jas nog aan. Ik zie hoe blij ze is dat ze weer bij mij is.

Nou komt het vierde signaal en dat is dat ze graag met mij speelt. Elke dag pakt ze het lintje en dan beginnen we. Ze koopt ook speelgoed voor me. Soms het stomste dat er is, soms iets dat ik leuk vind. Ze doet haar best voor het spelen en dus voor mij.

En ook is het een signaal ze naar me luistert als ik miauw. Al-tijd. Dan kijkt ze naar me en ze vraagt waar ik behoefte aan heb. En ze zegt ook, dat ik mijn stem mag laten horen. Dus ze neemt me serieus. Dat is nummer vijf.

Nummer zes is dat het eten goed is. Meestal, hoor. Wanneer het tegenvalt, trek ik een vies gezicht en dan brengt ze meteen iets anders. Als ze het bord neerzet, zegt ze wat het is. Dan weet ik tenminste wat ik eet. En voordat ze naar de slaapkamer gaat, krijg ik een avondsnack. Die eet ik op terwijl ze naast me zit. Dan gaan we nog even aaien.

Het laatste signaal is dat ze elke dag zegt dat ze van me houdt en daarbij knijpt ze langzaam haar ogen dicht. Ik ga dan vanzelf spinnen en zo weet ik voor duizend procent zeker dat ze van me houdt.

Dat was het. Hopelijk kunt u het thuis toepassen als u ook een huiskater heeft. Het leven wordt er heel veel fijner door, dat weet ik uit eigen ervaring.

(Dit blog verscheen eerder bij de Vereniging Kattenzorg.)

 

 

Een muis vangen (blog)

Of ik weleens een muis had gevangen, vroeg een van mijn Facebook-vriendinnen. Ja, vroeger, toen ik nog op straat moest leven. Nou ik een huis heb, hoeft dat niet meer. Dat dacht ik, tenminste. Want toen las mijn vrouw me voor wat in de krant stond.

Het was een klein berichtje, maar ik schrok er heel erg van. In de krant stond dat er heel veel huiskatten waren die muizen vingen. Het meeste bosmuizen die dus in huis kwamen. Daarna vangen ze huisspitsmuizen en dan veldmuizen en maar heel weinig vogels. Er zijn 2000 muizen gevangen, dus dat is meer dan vijf per dag. En hoeveel heb ik ervan gevangen? Bij die gedachte piepte ik, dat ging vanzelf.

Ik wist niet dat alle andere katten zo druk waren met jagen en jachten in huis en dat er zoveel muizen in een woonhuis te vinden zijn. Ik ben met hele andere dingen bezig. Slapen. Het huis onderzoeken. Met mijn vrouw spelen en knuffelen. En mijn muizen zijn speelgoedmuizen. Er zijn hier geen andere muizen dus dan valt er niks te jagen. Nou, daar zat ik dan. Het leek net, of er iets verkeerd was gegaan in mijn leven. Of ik geen goede huiskater was. Mijn vrouw aaide me en dat troostte me. Ik voelde me weer beter. Toen ging ik even slapen. Dat helpt tegen alles.

Vorig jaar kwam ik bij mijn vrouw wonen en daarvoor zat ik in het Dierenhospitaal en daarvoor leefde ik op straat. Ik zal u zeggen, voor straatmuizen had ik ontzag. Ze zijn snel en ze laten zich niks doen. Je moet echt heel snel zijn, wil je er eentje vangen. Dat lukte mij nooit. Behalve wanneer ze het zelf wilden. Dan waren ze denk ik levensmoe.

En toch let ik sinds dat krantenbericht beter op, daar moet ik eerlijk in zijn. Misschien kan ik een vlieg vangen, dat is toch ook iets. Al heb ik die nog niet gezien. Straks als het zomer is, komen ze misschen. Intussen heb ik mijn lintje en de speelgoedmuizen om mee te trainen. Ik ben aan het rennen, soms worstel ik met Muis {link} en ik rol meer dan anders en ik rollen en graaf het lintje op als het tussen de krant zit. Als binnenkater moet je zorgen dat je oer blijft. Zeker wanneer al die andere katten de hele tijd muizen vangen.

(Dit blog verscheen eerder onder de titel Een beetje oer bij de Vereniging Kattenzorg)

Avondeten: Whiskas blik

Ik wilde graag Whiskas bespreken maar dat lukt niet goed. Want ik krijg het nou niet meer. Vroeger wel.

Man, wat at ik dat spul graag. Maar ik ging er heel veel water door drinken. Toen is mijn vrouw naar de dierenarts gegaan om te vragen of dat wel goed was. Ik dronk bijna een halve liter per dag. Zegt de dierenarts dat het net kon. Mijn vrouw heeft toen besloten dat het  niet kon met het oog op de lange termijn van mijn gezondheid vooral van mijn nieren. Dus kreeg ik geen Whiskas meer. En kort daarna hoefde ik ook niet meer zoveel water te drinken. Dat was eigenlijk wel fijner.

Heb jij dat ook weleens gehad of helemaal niet? Ik ben benieuwd of ik de enige kat ben die zo van Whiskas moest drinken. Laat je even een berichtje achter in de reacties?

De nieuwe muis (blog)

“Kijk eens Bertje,” zei mijn vrouw, “Ik heb een cadeautje voor je.” Het was een nieuwe muis. Ik vond er geen klap aan. Hij was groot en raar en ik wist gewoon niet wat ik ermee moest doen. Dus ik keek een andere kant op en deed of die muis er niet was. En dat was dat, dacht ik.

Die muis bleef gewoon liggen waar hij lag, ergens in een hoekje van de huiskamer. Soms liep ik er langs. Dan zag ik ‘m wel. En zo raakte ik er een beetje aan gewend, dat er een grote blauwe muis bestond. Maar ik deed net of de muis er niet was. En de muis deed ook niks. Af en toe keek ik wel.

Ik hou veel van muizen om mee te spelen, maar de mijne zijn altijd lekker klein en ze zitten vast aan een lintje. Dan speel ik lintje onder de lap of ik ren er achteraan of ik worstel ermee. Een goede muis past precies tussen mijn voorpoten.

Een paar dagen later speelde mijn vrouw met die muis. Ze kneep erin en toen hoorde ik een kraakje. Ik was meteen nieuwsgierig dus ik erbij, kijken. Toen ik voorzichtig aan het blauwe snufte, ontdekte ik dat de muis nu tenminste gewoon naar thuis rook. Die lucht vertrouw ik.

Toen hoorde ik weer dat kraakje. Het was precies zo’n spannend leuk kraakje dat iets met je doet. Tenminste, met mij. Ik zette mijn tanden in de muis en het kraakte weer, ik hoorde het in mijn kop. Dat deed wat met me.

Dus ik grijp die muis diep met mijn tanden, val op mijn zij en begin ermee te rollen. Ik bijten en ermee schudden en worstelen en toen was het ene oor er bijna af en toen vond ik er niks meer aan.

Nou is het een gewone muis. Soms speel ik ermee, maar niet elke dag. Geeft niks, zegt mijn vrouw. Ik kan me niet meer herinneren waarom ik het eerst zo eng vond. Het is een grote blauwe muis, verder niks. Misschien heeft het te maken met veranderingen. Want eigenlijk heb ik het liefste dat alles de hele tijd hetzelfde blijft, maar ja, dan maak je nooit iets nieuws mee waar je toch ook blij mee kunt zijn. Want eerlijk is eerlijk, een blauwe muis voor af en toe is iets fijn.

(Dit blog verscheen eerder bij de Vereniging Kattenzorg)