Categorie archieven: uit mijn leven

Als je bang bent: Bach Rescue Remedy

Sinds een hele lange tijd gebruik ik Bach Rescue Remedy. Dat is omdat ik bang was. Kan ik uitleggen!

Toen ik hier kwam, moest ik wennen. Logisch. Alleen ik moest driedubbel wennen want ten eerste kwam ik uit het asiel dus dat was een grote verandering, ten tweede had ik daarvoor op straat geleefd dus wat wist ik van een huiselijk leven en ten derde ben ik psychisch. Nogal onzeker en bang. Misschien gaat het nog eens over. Hoe dan ook, gewoon wennen dat kon niet. Er was iets anders nodig.

Druppeltjes. Om te helpen.

Dus ongeveer vanaf de eerste dag nam ik twee keer per dag druppels Bach Rescue Remedy, vier per keer. Of eigenlijk anders. Vier druppels over de brokjes en daar at ik de hele dag van. En vier druppels over het avondeten dat at ik meteen op.

Dus daar werd ik in mezelf wat rustiger van. Mij hielp het. Zeker weten. Feliway deed weer niks voor mij. Het is  denk ik heel persoonlijk.

In het asiel kreeg ik ook druppeltjes, wat voor weet ik niet meer.  Deze werken binnen een week. Dat gaat langzaam.

Ik wil nooit meer zonder, dat weet ik wel.

Trouwens, er zijn helemaal geen bijverschijnselen. Ik werd er ook niet sloom van. En het was ook niet zo dat ik nou nooit meer bang ben.  Want toen de glazenwasser voor de eerste keer kwam, ging ik bijna onder de tafel zitten van de schrik. Toen kreeg ik een hapje met wat extra druppeltjes.  Eerlijk is eerlijk, het had niet gehoeven al was het wel lekker.

Bach Rescue Remedy kan ook door honden en mensen genomen worden. Je moet het even laten staan dat is omdat de alcohol dan kan vervliegen. Er is ook iets speciaal voor dieren maar volgens mij kan dit net zo goed op die manier.

Wat doe jij als je zenuwachtig of bang bent? En heb jij ook zulke goede ervaringen met Bach Rescue Remedy als ik of doet het je niks? Laat het even weten in de reacties!!

Niet op schoot (blog)

Iedereen is lief op een eigen manier, en ik ben het dus op mijn manier. Ik geef kopjes, ik spin op zeventien verschillende manieren maar ik wil niet op schoot. Of nog niet. Misschien durf ik het niet. Hoe dan ook, ik doe het niet. En ja, dan moet je net een huiskater zijn.

Mijn vrouw zou heel graag willen dat ik op schoot kwam zitten. Voor haar wil ik het wel doen maar voor mezelf zeg ik: nee, niet aan beginnen. Maar zij wil het. Heel, heel graag. Dat voel ik gewoon. Dus elke keer probeer ik het eventjes.

Het begint er altijd mee dat ze in haar stoel bij de werktafel mijn naam roept met die stem waaraan ik meteen kan horen dat ze het weer wil. Ik loop naar haar toe en geef de stoel kopjes. Dan een beetje eromheen lopen en draaien, wat miauwen, zodat zij hopelijk weet dat ik het eigenlijk niet wil. Ik snap haar beter dan zij mij, hoor. Want ze blijft roepen en op haar schoot kloppen van kom-nou, toe-nou, heel-eventjes. En dan ben ik zo’n watje dat denkt, nou ja, misschien, ik probeer het gewoon.

Dat gaat niet vanzelf natuurlijk. Eerst spring ik op de bank, die staat achter haar stoel. Zij schuift de stoel dichter bij de bank. Weer dat op schoot kloppen en zo voel ik gewoon hoe ze ernaar verlangt, en daardoor verlang ik het opeens ook een beetje. Niet heel erg. Maar net genoeg om van de bank op haar schoot te stappen.

Ben ik daar, dan weet ik op hetzelfde moment al beter. Nee! Nee! Ik van die schoot af. Bonk, op het tapijt en wegwezen. Wat is dat hoge toch griezelig. En ik kan haar benen voelen, eng is dat. Ik voel liever een kussen onder mij. Veel steviger. Dus ik ga snel op mijn kussen liggen, dat is van Xenos en het is precies mijn maat. Van mensenbenen kan ik dat niet zeggen.

Dan komt ze naar me toe. Ze is nooit boos. Wel een beetje teleurgesteld. Ze komt me aaien en we gaan praten of nou ja, zij praat en ik ga spinnen en dat vinden we alletwee wel fijn. Ja, als je samenwoont, moet je je aanpassen, dat snap ik best. Behalve als het eng is, dan hoeft het niet. Dat vind ik.

(Dit blog verscheen eerder bij de Vereniging Kattenzorg.)

Avondeten: Iams Beef

Vanavond heb ik Iams beef gegeten. Het is lekker. Maar het is ook heel machtig, vind ik. Want ik krijg niet eens alles in een keer op, ik heb eetpauzes nodig.

Iams beef krijg ik soms. Als mijn vrouw denkt, nou die Bert lust vanavond wel wat, dan komt dit. Het zijn stevige brokken in saus en ze doet er ook wat water bij, dat is omdat ik van mezelf niet genoeg drink. Dus zo gaat dat gemakkelijker.  Er is ook een kipsmaak maar ik geloof  dat ik deze smaak lekkerder vind.

Als ik klaar ben ben eten, ga ik lekker op de bank liggen uitbuiken. Dan hoef ik zelfs geen snack meer en dat wil wat zeggen.

 

 Op deze foto is goed te zien hoe stevig de brokken zijn en dan zit er dus al water in ook. Ik eet altijd van een plat schaaltje in verband met het feit dat mijn snorharen schoon en droog moeten blijven als ik eet. Dus het is ook goed te zien dat er best veel zit in een zakje. Maar ook weer niet zoveel dat je er twee keer mee wilt doen. Het is een stevige maaltijd waar je wat aan hebt.

Het ruikt niet extreem lekker ofzo. Gewoon, goed. Er is wel eten waar ik raar van word in mijn kop, dat ik keihard ga miauwen als ik het ruik. Is met dit niet. Ik sta gewoon in de keuken en wacht af.

 

Ik krijg het nooit helemaal op, dit is wat er over is. Nou ja, na het eten. Later op de avond denk ik oja ik had nog wat. En dan vind ik dit toch weer lekkerder dan brokjes.

Meestal hoor. Soms denk ik, gets nee en dan ga ik bij mijn brokjesbal staan. Daar zitten extra lekkere brokjes in en die heb ik dan liever.  Het is de bedoeling dat ik die brokjes er zelf uithaal maar daar heb ik eigenlijk nooit zin in. Dus dan moet mijn vrouw het doen.

 

Het is ideaal avondeten als je graag eet en als je het fijn vindt als je maag vol zit. Maar je moet er de tijd voor nemen. Met pauzes. Dat gaat vanzelf. Doe je dat niet en schrok je door dan moet je overgeven. Dus: rustig aan!!

Eet jij ook graag Iams beef of denk je nou nee, ik heb liever wat anders? Laat van je horen en geef een reactie!!

Kattenkruid en ik voel me wiew

Kattenkruid is heel erg lekker spul voor mij als kater. Ik voel me dan wiew dat is dat je vreemd en gelukkig bent in je kop.

Kattenkruid

Ik heb een heel gek weekend. Dat komt door die muis want daar zit het spul in. Ik heb het ook wel eens los gehad, dan lag er wat groens op het tapijt. Dus ik er voorzichtig aan ruiken want je wilt toch weten wat er in je huis is. Het deed me verder niks. Ik voelde er niks bij, bedoel ik. Zo ontdekte ik dat het ene kattenkruid het andere niet is. Het is persoonlijk of je ergens wat bijvoelt of niet.

Muis

Bij deze muis was het meteen raak. Eerst rook ik er een beetje aan. Ik voelde me meteen anders worden, hoe kan ik niet uitleggen. Toen nam ik er een hapje van, nou ja, ik bedoel dat ik mijn tanden er stevig in zette. Dat was een lekker gevoel. Het anders-zijn werd sterker en ik vond het nog fijn ook terwijl ik in mijn normale doen wil dat alles hetzelfde blijft. Nou en daarna ging ik met de muis rollen, heen en weer en weer terug. Ik hoefde het niet eens te bedenken, het ging vanzelf. Dat is wiewen.

Erna

Hoe lang het duurde, weet ik geeneens meer. Ik geloof dat ik in slaap gevallen ben want ik werd wakker.  De muis lag er nog steeds en hij rook best lekker. Toch hoefde ik niet meteen weer te wiewen.

Ik voelde me rustig en tevreden. Knuffels vond ik fijn. Toen heb ik ook wat brokjes gegeten, gewoon om de innerlijke kater te verzorgen.

Ja, wat ik daarna deed weet ik niet meer.

Wiewen hoef ik niet  de hele tijd.  Af en toe is het fijn, maar het liefste heb ik toch een gewone dag

Ik ben psychisch (blog)

Toen er een brokje op een rare manier wegstuiterde, schrok ik. En toen mijn vrouw naast me ging zitten, werd ik plotseling bang en moest blazen. Dat er iets niet goed was, wist ik zelf ook wel. Alles was net zo fijn en nou dit. Ik voelde me klein. Mijn vrouw keek me aan en zei droevig: “Bertje toch.” Dat vond ik nog veel erger.

Wat er aan de hand was, begreep ik niet. Deze week wonen we negen maanden samen en alles ging gewoon goed. Ik ben nog steeds aan het leren hoe het is om een huiskater te zijn. De een is nou eenmaal wat sneller dan de ander, en ik ben die ander. Want ik heb tijd nodig om iets te begrijpen en te voelen dat het hier echt, helemaal veilig is. Het is in orde, geloof ik. Daarom was het des te gekker dat ik schrok en bang werd.

Na het blazen heeft mijn vrouw me geaaid op die zachte manier waar ik het meeste van hou. Het deed me goed. Ik werd van binnen rustig. Ze zei, dat het een nieuwe fase kon zijn. Dat er dingen van vroeger weer terug in mijn kop kwamen juist omdat ik me veilig ben gaan voelen. En ze zei dat ik misschien psychische problemen had en dat ze mij ging ondersteunen. We zouden voortaan langer aaien, ik kreeg extra druppeltjes en speltherapie voor mijn zelfvertrouwen. Dus langer aan de gang met het lintje.

Tegen die dingen heb ik geen bezwaar. Juist fijn. En ik geloof ook wel dat het helpt. We aaien elke ochtend lekker lang. Ook voordat ze naar bed gaat, dan val ik onder haar hand gewoon in slaap. Tussendoor aaien we en als ik ’s nachts zin heb,  kan ik haar wakker miauwen.

En die druppels, eerlijk is eerlijk, ze helpen.

Maar therapie?

Wat een stom idee.

Tim, de kater hier voor mij was, heeft een boek geschreven. Daarin klaagde hij dat hier alles zo gauw therapie wordt. Nou snap ik wat hij bedoelde. Spelen is toch geen therapie? Dat is gewoon spelen. Een lintje is een lintje, hoe je het ook noemt. Tegen dat therapie-idee protesteerde ik dus, hoewel dat niks uithaalt bij een vrouw.

Toch gaat het alweer wat beter met me, geloof ik. Ik ben niet meer geschrokken.  Ik wil wel even zeggen dat ik het helemaal niet erg vind om psychisch te zijn. Iedereen is weer anders, en ik ben bijzonder, dat zegt mijn vrouw en dat geloof ik wel meteen!!

(DIt blog verscheen eerder bij de Vereniging Kattenzorg)