Categorie archieven: uit mijn leven

Wat ik voel als mijn vrouw wat voelt

spanning  Gisteren was mijn vrouw gespannen. En ik ook dat ging vanzelf. Ze was een boek kwijt. Ik dacht nog maar we hebben hier boeken genoeg.

Boven

Het was best moeilijk toen met die spanning. Ze ging naar de slaapkamer toe want daar staan dozen vol boeken. En ik ging er achter aan want ik wil altijd weten waar mijn vrouw is en wat ze aan het doen is en of er misschien een knuffel in zit.
Nou deze keer niet.
Ze deed elke doos open, tilde alle boeken op en legde ze weer neer. En toen deed ze dat nog een keer en nog een keer en ik voelde me steeds raarder en raarder worden dat was de spanning.
Ik zat bij de deur en ik wist niet meer wat ik moest doen.
Gelukkig ging mijn vrouw naar beneden toen deed ik dat ook.

Beneden

Ze ging in haar stoel zitten en ik hopte op de bank. Ze was nog meer gespannen. “Weet jij waar het boek is?” vroeg ze aan mij.  Ik wist niks. Ik ga hier niet over de boeken, nou ja soms geef ik er kopjes aan maar verder ga ik niet.
Toen zag ze het boek: “O ligt het hier”, zei ze.
Ik durfde geen poot meer te bewegen.
Dat zag ze.

Emo

Ik snap het niet maar het is wel zo dat als mijn vrouw wat voelt ik het dan ook ga voelen. Dus toen zij zo gespannen was toen voelde ik dat ook. En eerlijk waar ik voelde me ook een beetje bang. Ik had een lage rug nou dan weet u het wel.

Die middag heb ik heel veel aaien en knuffels en lieve woorden gehad en ze zei dat het haar speet en toen deden we samen de meedietasie-kurzus van Loesje en toen waren we weer bijna gewoon. Maar ik moest bijkomen en zij ook.

 

 

Iets nieuws om op te liggen (filmpje)

Mijn vriend Jip liet op feesboek zien dat hij iets nieuws had om op te liggen. Een soort kuil met dekens. Hij vond het super. Dus toen wilde ik dat ook. Maar dan zonder kuil.

Eng

Nou zult u zeggen een kuil met dekens is toch superfijn. Ja, als je stoer bent, ik bedoel echt stoer van binnen. Ik ben het een beetje. En een kuil waar je in moet en dat je dan niet meteen weg kunt en je weet niet wat er verder allemaal gebeurt wat je niet kunt zien, een kuil is niks voor mij. Dat vind ik eng.

Dus dat hoefde ook gelukkig niet.

Bank

Ik heb hier dus een ligkuil zonder kuil. Het is plat. Dan kan ik blijven opletten. Het is een handdoek op een dekbed op een kussen op de bank.

Boven op het bed heb ik ook een eigen dekbed met een handdoek. Dan weet ik dat het mijn stuk van het bed is en mijn vrouw weet dat ook. Zulke dingen zijn belangrijk als je samenwoont. Dat je weet dit is van mij en dit is van jou. Dan kun je altijd nog gaan delen maar dan moet je wel eerst weten wat van jou is.

Wennen

Als er iets nieuws is dan moet ik daar heel erg aan wennen. Eerst deed ik of de ligkuil zonder kuil er niet was. Dus ik ging gewoon op mijn kussen slapen en ik keek de andere kant op.

Toen liep ik er zogenaamd per ongeluk overheen. En eigenlijk dacht ik: hier kan ik niks mee. Maar toen deed mijn vrouw een truc. Ze strooide spul over de handdoek, spul waarvan ik zo lekker raar in mijn kop wordt. Dus ik erheen en ruiken. Daarna liggen.

Film

Dus toen kon ik het een beetje, daar liggen. Maar het blijft toch wennen, iets nieuws, dat ziet u op de film.

 

 

In en uit de tas

in de tas  Er lag een tas in de huiskamer. Toch. De laatste keer vond ik zo’n tas heel erg eng maar ja dat was al best lang geleden.

Het was een grote tas van papier. Mijn vrouw had een winterjas gekocht. Dus daar was het van.

In de tas

“Bertje, wil je in de tas kijken?” vroeg ze. Ik wist waarom want ze wilde foto’s maken voor mijn Feesboek, ze had het fototoestel in haar handen. Als mediakater moet je af en toe een fotoshoot doen dat snap ik wel maar in een tas? Serieus?

Sneks

Ze ging naar de keuken en ik hoorde dat ze met een zakje ritselde. Zo’n zakje met sneks. Toen ze terug in de huiskamer was, legde ze partysneks in de tas. Met vis. Daar hou ik heel veel van maar wegens dat ik een sportdieet volg krijg ik die haast nooit meer.

Ik wist het even niet meer. De sneks lagen helemaal achterin de tas. Dus buiten pootbereik.

Trek

 Ik voelde dat ik zooon zin had in die sneks. Echt, opeens had ik lekkere trek,  mijn hele lichaam zei: eten, eten, eten.

Alleen lagen ze achterin die tas. En van vroeger van mijn straatleven weet ik nog dat als je ergens in gaat je helemaal niet vanzelf terug kan en je weet niet wat er dan allemaal gebeurt. Dus ik dacht doe ik niet. Maar ja, ik rook ze toch. Vis is superlekker. Maar een tas is eng.

Eten

 Het was echt alleen omdat mijn vrouw heel dicht bij me zat dat ik opeens wist ik doe het. Dus ik dook in elkaar zodat mijn buik bijna op de grond kwam en ik spande mijn staart en daar ging ik!

Ik voelde me heel gespannen. Want ik wist geeneens of ik in gevaar was en als je dat niet weet dan ben je in gevaar zo zie ik dat.

De sneks lagen achterin. Kraak hap weg. Hup naar achter, uit de tas, zo snel mogelijk.

Uit de tas

  Ik was blij dat mijn kop weer uit de tas was.  Dat voelt gewoon beter.

De sneks waren lekker maar eerlijk waar, ik eet ze liever van een bordje of van een krant voor het oer-gevoel.

Van mijn vrouw kreeg ik knuffels en ook complimenten dat ik nou gemakkelijker in de tas durfde want vroeger had ik dat nooit gedaan, en ik had dan toch meer zelfvertrouwen gekregen zei ze.

Ja, misschien wel. Maar ik had vroeger geen partysneks met vis.

Twee stapjes verder en toch weer terug

op schoot “Toe dan Bertje,” zei mijn vrouw. “Kom op schoot.” Ze keek me aan en ik voelde dat ze het graag wilde.  Ik stond op de bank. Zij zat ernaast met een speciaal dekentje op schoot.

“Bertje?” vroeg ze. Ik keek nog eens.

Aarzelen

Al sinds ik hier ben, ga ik niet op schoot. Dat is dus langer dan drie jaar. In het asiel deed ik het soms wel, even, en dan ging ik weer van schoot af. Maar als je samenwoont en het wordt steeds gevraagd, ja dan ga je toch aarzelen.

Ik wel.

Stap

Gisteren dus was zo’n moment. Ik voelde gewoon hoe graag ze het wilde en dat trok me naar haar toe. Ze klopte op haar schoot, ik bedoel op het dekentje en voor ik het wist, zette ik mijn twee voorpoten op de bank.

Ze keek blij. Daar kreeg ik het een beetje benauwd van, eerlijk is eerlijk. Straks kon ik niet meer weg en je moet weg kunnen, altijd, dat heb ik vroeger op straat geleerd.
Daarom bleef ik gewoon staan waar ik stond en ik deed niks.

Naam

Toen zei ze mijn naam op die hele zachte speciale manier waar ik niet tegen kan. Zij kan er niet tegen als ik mijn kop scheef hou en een piepmiauw doe, nou en ik kan er niet tegen als ze op die manier praat.
Dus ik zette mijn linkerpoot op haar schoot.
Daarna zette ik mijn rechterpoot erbij.

En toen dacht ik opeens: waar ben ik mee bezig? Ik stapte meteen terug naar achteren en zo kwam ik weer op de bank terecht, nou gelukkig maar.

Aaien

Ik kreeg knuffels en ze zei dat ik dapper was geweest en dat het er misschien nog weleens van kwam, misschien morgen al over over twintig jaar of helemaal nooit en dan was alles nog steeds helemaal goed tussen ons.

Daarna moest ik wel gaan slapen. Voor mij was dit best spannend geweest.

Waarom ik met een dekentje moet oefenen

dekentje

Er zijn katten die superdiep onder een dekentje durven te liggen. Vind ik dapper. Want ik durf het niet, ik ben iemand die het wel fijn vindt maar ook heel eng. En daarom moet ik oefenen met onder een dekentje liggen.

Tim

Aan die deken ligt het niet. Die is van Tim geweest de kater die hier voor mij woonde, die kreeg een deken helemaal voor zichzelf. En toen ik hier kwam, heeft mijn vrouw de deken in stukken geknipt en in de wasmachine gedaan. Dus toen was het wel iets dat van Tim was geweest maar toch ook iets dat nou speciaal van en voor mij was.

Het is een goede deken. Warm en wollig. En mijn vacht komt er goed tegen uit, dat is ook een plus. Ja, ik ben toch een mediakater dan let je op die dingen.

Warm

Van mijn Feesboekvriend Bram heb ik geleerd dat een warm achterwerk belangrijk is en ook fijn. Dat snap ik. Warme pootjes zijn ook fijn. En warme oortjes. En knuffels op mijn buik dan voel ik me van binnen warm.

Dus daar doe ik het voor.

Doezelen

Dat oefenen met een dekentje doe ik niet alleen want dan is het te moeilijk. Mijn vrouw helpt mee. Het gaat zo. Ik lig op mijn kussen op de bank en dat legt ze het dekentje over me heen en ze aait me een beetje.
Vind ik fijn. Dan heb ik warme gevoelens van binnen. En het dekentje voelt ook veilig. Het kan ook verder over me heen dat is ook lekker warm. Ik kan ook doezelen dat ik bijna slaap.

Gewoon

En omdat ik er dan zo ontspannen uitzie gaat mijn vrouw weer aan haar werktafel zitten. Ik  kan haar zien vanaf mijn kussen. Dus ik weet dat ze er is.

Maar dan vind ik het toch eng dat dekentje. Ik weet niet waarom. Maar ik wil het niet meer. Dus ik friemel me eronderuit en dan voel ik me weer gewoon.

Raar, hè?