Categorie archieven: uit mijn leven

Waarom ik het liefste alleen speel

alleen spelen

Waarom ik ook alleen speel dat kan ik uitleggen. Toen ik hier pas was, wilde ik alleen samen met mijn vrouw spelen. Elke dag een paar keer. Tegen de spanning. Dat hielp.

Nou heb ik dat niet meer die spanning. Dat komt omdat veel beter kan rieleksen. Zoiets moet je leren en ontdekken. Ik moest snappen dat ik hier veilig ben en wat liefde is.

Avond

De laatste tijd speel ik alleen als het avond is of wanneer ik naar de bak ben geweest of als het nacht is. Wat ik dan doe dat is:

  • lekker met de krant scheuren, die ligt op het tapijt in de huiskamer  en die blijft daar liggen dus ik kan altijd verder waar ik gebleven ben en dat is nou echt iets wat ik alleen moet doen
  • even met de groene vis tekeer, mijn tanden erin en goed bijten zodat ik dat groene spul erin meteen naar mijn kop voel gaan, soms rol ik er ook mee, en daar kan ik ook niemand bij gebruiken dat moet je als huiskater zelf doen

Soms ga ik ook rollen voordat we ’s avonds naar de slaapkamer gaan, maar dat is meer voor het extra fijne gevoel en niet om te spelen, dus eigenlijk telt het niet mee.

Overdag

Wat ik nou wel heb, is dat mijn vrouw overdag wil spelen. Dan gaat ze op het tapijt zitten en ze wappert met het lintje. Ik heb dan nooit zin. Dus ik kijk even van: nee. Dan houdt ze op.
Eigenlijk is dat best zielig voor haar.
Maar ja, geen zin is geen zin.
Ik kan toch niks tegen mijn zin doen.

Samen

Ik speel het liefste alleen maar ik knuffel het liefste samen. Dat doen we veeeel vaker dan toen ik hier was.  Ik ben dus veranderd van een speelkater in een knuffelkater, of misschen ben ik dat altijd al geweest dan kan natuurlijk ook.

Waarom ik gisteren opeens een snipperdag moest

Gisteren had ik net water gedronken uit de badkamer toen alles opeens anders werd en ik moest toen meteen een snipperdag nemen.  Wat was er gebeurd?

Piep

Alles was gewoon dus ik voelde me rielekst en ik was nergens op bedacht. Lekker water uit de badkamer, dat sproeit mijn vrouw dan met de kraan speciaal voor mij. Ze blijft er ook bij dus het is gezellig.

Ik dronk en voelde dat mijn vrouw veranderde. Ze werd gespannen. Toen ik klaar was met drinken zei ze: “Bert, ik hoor een piep.”

Deed mij niks.  Had ik al lang gehoord. Piep. Stil. Piep. Stil. De hele tijd door.  Maar dat zij gespannen werd dat voelde ik wel. Dus ik wist nou gaat er van alles gebeuren, ik neem een snipperdag van Feesboek dan kan ik het thuis bijhouden.

Aksie

Toen kwam er opeens heel veel aksie ik ging dus meteen op mijn kussen liggen. Daar kon ik alles goed zien plus ik was veilig.

  • ze was nog geeneens onder de douche geweest en toen ging ze al aan de computer
  • ze liep naar beneden en ze deed de electriciteit uit en toen was het donker en stil behalve dan die piep
  • ze haalde van boven een trap en toen ging ze onder de piep staan, de piep zat vast aan het plafond op de gang en ze had een lamp in haar hand
  • toen deed ze de electriciteit weer aan en ze ging telefoneren
  • daarna ging ze voor het raam staan, ze zag er raar uit in haar gezicht

Ik dacht ik doe niks.

Monteur

En wat denkt u? Er kwam weer een monteur. Deze had geen harde stem. Mijn vrouw hield meteen heel veel van hem dat kon ik zien, en ook dat ze hem wilde knuffelen maar dat deed ze niet.

Voor de zekerheid ging ik onder tafel zitten dus wat er toen gebeurde dat weet ik niet.

Na een poosje werd het stil. De monteur was weg. De piep was weg. Alleen mijn vrouw en ik waren er nog en we moesten heel erg bijkomen. Zij van de piep en ik van haar. Gelukkig had ze weer haar gewone gezicht terug en toen konden we slapen.

Wat ik deed bij de laatste monteur in mijn huis

monteur

Deze foto is gemaakt toen er een monteur was. Hij zat toen bij de deur. En ik ging op mijn kussen liggen. Ik was bang en boos tegelijkertijd.

Spul

’s Morgens kreeg ik van dat groene spul om mee te ontspannen. Dan voel ik me raar en fijn in mijn kop dat is wiewen.  Soms ga ik dan met mijn verkering Loesje in de zon in het gras rollen en dan ben ik toch thuis. Dat is wiewen. Het zit in je kop.

“Er komt vanavond een monteur, Bertje,” zei mijn vrouw maar dat snapte ik later pas.

Avond

Toen het bijna avond werd, belde de monteur en hij zei dat hij eerder kwam. Mijn vrouw was gespannen. Ik ook.  En helemaal toen ik hoorde dat het dezelfde monteur van de vorige keer was, die had een harde stem en hij lette niet op waar mijn brokjes stonden.

Dus ik ging meteen onder de tafel, dan door naar achter de kastjes, daar kon niemand me zien dus daar was ik veilig.

Maar de monteur kwam in onze huiskamer.

Geluiden

Van achter de kastjes hoorde ik zijn stem. En de stem van mijn vrouw. Ze klonk hoog dan is ze gespannen. En ik dacht wat nou, wat nou. Want als huiskater heb je ook je plichten zo zie ik dat.
Dus ik ging terug naar onder de tafel.
Mijn vrouw zat ernaast.
Ik ging achter haar rug staan en zo keek ik naar de monteur.
Mijn vrouw aaide me zachtjes. Ze zei dat alles in orde kwam. De monteur maakte rare geluiden ik kon geeneens zien wat hij deed.
Alles was raar en ik werd bang maar ik voelde me ook boos.

Bank

Door het boos van binnen kwam het dat ik door de kamer ging lopen dat die monteur wist hier woont een kater en dat mijn vrouw wist ze staat er niet alleen voor. En door het boos kon ik op de bank springen en op het kussen gaan liggen. Maar door het bang van binnen was dat eigenlijk heel moeilijk. Gelukkig schoof mijn vrouw toen op naar de bank, ze was dichterbij me. En volgens mij dachten we alletwee als de monteur wat doet dan springen we op hem.

Aaien

Eindelijk ging de monteur weg. Nou moesten we bijkomen. Aaien en samen hangen en die avond gingen we heel vroeg naar bed en de dag erna waren we nog steeds van binnen raar. Dus toen gingen we bijkomen en dat hielp.

Gouda opgelet: kater Pim wil naar huis

Evi en Pim
Evi en achter haar Pim

Daar zit Pim. Witte voetjes, witte borst. Hij wil naar huis. Ik kreeg een mail van zijn vrouw en zijn vriendin Evi.  Ze zoeken hem.  Wil iedereen in Gouda opletten? Want Pim is de weg naar huis kwijt.

Zijn vrouw schreef me hoe gezellig ze het samen altijd hadden en dat mag ik op mijn site zetten.

Boom

“Ik  ging bijna elke dag met Pim en Evi een stukje wandelen. Dat was zo fijn. Dan gingen we samen naar buiten en liepen naar een heel mooi plekje, aan het water gingen we zitten op een oude boomstronk.
Dat kun je zien op de foto. Dat was ons lievelingsplekje. Ik zat daar dan een poosje te mijmeren. Ook Pim en Evi vonden dit een fijn plekje. Er was een hoop te zien, de eendjes in het water, soms de paarden aan de overkant van de manege, of de schapen van de kinderboerderij.
Pim zat hier het allerliefst, hij liep er altijd gelijk naar toe. Evi was wat voorzichtiger, maar kwam wel als ik haar riep. En ze deed dan wat Pim ook deed. We liepen hier altijd een blokje om, als ik vrij was ook overdag, anders in de avond voor de schemering. De mensen die we tegenkwamen kenden ons wel, soms hielden ze een praatje, ze vonden het wel apart dat mijn poezen meeliepen. Ze vroegen dan of ik ze uitliet, maar ik zei altijd, nee hoor, we lopen gewoon gezellig samen.

Pim

Dit is Pim

is Pim
Ik genoot ervan en Pim en Evi ook. Pim ging steeds verder mee, een enkele keer ook een bruggetje over. Evi niet, die blijf wachten. Ik liep dan vaak verder en soms ging ik wel een uur lang verder wandelen. Ik vond dat heerlijk, maar ook wel moeilijk want ik maakte me eerst wel wat zorgen over mijn twee lieverds. Maar ik merkte dat ze gewoon bleven wachten op mij. Zo bijzonder. Als ik terugkwam na zo’n lange tijd, zaten ze samen in een hegje. Heel ontroerend. Ik kon hier gewoon op rekenen, dus ik ging mijn rondje doen en als ik terugkwam bij het bewuste hegje, dan riep ik ze. En ja hoor, daar kwamen ze aan gerend. Dat was zo prachtig, ik genoot erven en Pim en Evi ook. Want ze gingen altijd mee.

Ons huis

Nu is Pim sinds juni niet meer thuis gekomen. En ik loop dus nog steeds hetzelfde rondje, maar het is wel anders. Ik doe het niet meer zo vaak. In het begin wel, toen ging ik elke avond op zoek naar Pim. Evi liep mee, soms tot het hegje, soms wat verder. Maar ik durfde niet meer zo heel ver te gaan, ik was bang dat Evi dan misschien toch mee zou gaan en verdwalen. Ook Evi is wat minder avontuurlijk geworden, ze blijft nu altijd in de buurt van ons huis. Is niet lang meer buiten.

Dit weekend is het vijf maanden dat Pim weg is. Ik heb weer in heel Gouda flyers opgehangen, omdat ik hoop dat hij nog ergens is en dat iemand hem van de foto herkent. Verder heb ik voor Pim een pagina op Facebook gemaakt, met hulp want ik ben niet zo handig, Pim de Cyper, heeft de pagina. Ik hoop nog steeds dat iemand hem vindt, hoe moeilijk het ook is om vol te blijven houden met hopen.”


Heeft u Pim gezien? Dan kunt u mij mailen dan stuur ik het door. Pim heeft nou ook een eigen feesboek: Pim de Cyper.   Als u in de buurt van Gouda woont of in Gouda zelf, kijkt u dan even op straat en in gebouwen? Streepjes – witte vacht – witte pootjes. Pim.

Waarom ik plat op mijn kop ben

plat Waarom ik plat op mijn kop ben. Dat weet ik sinds kort.  Ik zal het meteen zeggen ik heb daar een plat stuk voor de knuffels.

Aaien

Toen ik  pas uit het asiel was en met mijn vrouw ging samenwonen, wilde ik alleen langzaam en zacht over mijn lichaam aaien. Daar werd ik van binnen rustig van. Want als je als katerman opeens samenwoont, dat is niet niks. Ik had zoveel spanning dat ik elke dag ook flink wilde spelen. Rennen, rollen, muis onder de lap, het moest en het zou en het gebeurde ook. Pas daarna kon ik aaien en slapen.

Oren

In het asiel deden de vrouwen daar iets fijns achter mijn oor. Dat was een speciale techniek waardoor ik vanzelf met mijn kop scheef ging hangen. Ze friemelden op een klein plekje met hun vingers en dan duwde ik mijn kop er zo tegenaan. Man, man, wat een gevoel.  Mijn vrouw probeert het ook maar het voelt toch anders. Kan ook door de situuazie komen, nou ben ik meer knuffels gewend. Of asielvrouwen kunnen iets extra’s,  dat ze geheim houden.

Plat

Aan samenwonen ben ik nou gewend en het is best fijn. Behalve dan dat ze soms weg gaat daar hou ik niet van. Ik ben een binnenkater dus dan moet zij een binnenvrouw zijn, eerlijk is eerlijk.

Hoe het gekomen is weet ik niet, maar er was een dag dat ze met een paar vingers over mijn kop ging. Zoefff en dan zonder mijn oren aan te raken. Zoefff. De vingers gleden over het platte stuk en mensen wat voelde dat goed, ik begon meteen te spinnen. Dat platte stuk was dáár dus voor bedoeld. Voor twee vrouwenvingers die zoeff deden.

Waarom wist ik dat niet eerder?

Mijn vrouw geeft me daar ook kussen. Dat laat ik toe. Voor háár. Zij vindt het fijn. Ik alleen als het zonder geluid is en als ze mijn oren niet raakt en niet duwt. Net als vingers dus, al zijn die beter.