Categorie archieven: uit mijn leven

Een kattendeken en eronder slapen (filmpje)

Die kattendeken heeft een verhaal. Niet alleen over mij. Maar waar de deken vandaan komt. Dat zal ik eerst vertellen en dan hoe ik het vind om eronder te slapen.

Erfstuk

Die deken is van Tim geweest, de kater die hier voor mij woonde.  Toch rook de deken niet naar hem maar naar wasmiddel. Mijn vrouw had het gewassen en in twee stukken geknipt. Het was een erfstuk, en nu moest ik op mijn manier de deken gebruiken. Dus het was dezelfde kattendeken maar toch anders, namelijk van mij.
Eerst ging ik er gewoon op liggen. Best lekker. Warm en zacht dat kwam ook omdat er een kussen onder lag.
Toen kwam de winter. En al ben ik een huiskater, zoiets voel ik toch. Ik krijg ook een wintervacht tenslotte.

Oefenen

Op een dag knipte mijn vrouw een halve deken weer in twee stukken. Toen had ik dus een halve deken en twee kattendekentjes. Eentje legde ze half over mijn kussen, waar ik net lag te slapen. Ik werd meteen wakker van dat enge. Het moest weg! Ik voelde nee!
Dus het ging weg.
Gelukkig.
En toen kwam het terug maar anders. Ik kon er gewoon tegenaan liggen, eronder hoefde niet. Zo raakte ik aan het dekentje gewend. Het was eigenlijk best fijn. En ik voelde me steeds meer op mijn gemak ermee. Dus ik oefende ermee.

Onder de kattendeken

Een heel enkele keer lag ik per ongeluk met een achterpoot onder de deken. Dan had ik een hele lekkere warme poot. Niet verkeerd hoor. Dus toen mijn vrouw af en toe de deken opschoof, vond ik dat spannend en fijn tegelijk. Het kon alleen met kleine stukjes en dan af en toe, dus niet de hele tijd. Dat was ook oefenen.

Nou kan ik voor de helft eronder en dan slapen. Maar dan moet ik natuurlijk wel weten waar ik mijn ene voorpoot kan laten.

Uit het asiel en naar een huis

asiel  Vroeger zat ik in het asiel. Dat weet ik nog. En toen kreeg ik een huis en daar ben ik nou nog en daar blijf ik voor altijd.  Ik weet dat mensen vragen hebben over asielkatten dus ik dacht daar vertel ik wat over.

 

 

In het asiel

Toen ik in het asiel kwam, was dat voor mij al een vooruitgang. Want ik leefde op straat en ik had het heel moeilijk. Zwerven is erg hoor. Je weet niet waar je veilig bent en waar je kunt slapen en hoe je aan je eten moet komen. En ik werd ook ziek, dus dat was helemaal beroerd. De mensen van het dierenhospitaal hebben me toen opgehaald en opgenomen in de ziekenboeg. Dus zo kwam ik erin.

Uit het asiel

Het duurde best een paar maanden eer ik  me beter voelde. Ik kreeg medicijnen. En een verstopdekentje. En toen leerde ik dat knuffels fijn waren dus ik kreeg steeds meer knuffels, ook achter mijn oor.  Op een dag zeiden ze dat ik toe was aan een eigen huis.  Eigenlijk wilde ik dat niet. Want ik voelde me net lekker veilig en ik wilde dus geen verandering.  Waarom kon alles niet blijven zoals het was?

Bij mij op de gang zaten andere katten die heel graag een eigen huis wilden. De een wilde een tuin, de ander een balkon, en weer iemand anders wilde alleen een warme schoot. Dus dat waren gewone kattenwensen. Het waren ook gewone katten, alleen hadden ze dus wat meegemaakt waardoor ze daar zaten.

Huis

Op een middag kwam er een vrouw speciaal naar mij kijken. Ze friemelde ook achter mijn oor. Ik voelde gewoon dat ze iets met mij wilde.
Dus ik draaide mijn kop weg en ik ging expres achterin  mijn hokje zitten.
Maar ze nam me mee. Ik moest in een reiskorfje en we gingen met een taxi. Onderweg heb ik eerst keihard gemiauwd en toen ben ik gaan liggen.

En zo ben ik hier gekomen.  En weet u wat het gekke is? Ik voelde me supersnel thuis en nou heb ik met mijn vrouw afgesproken dat we voor altijd samen blijven.

Pootje vast

Nou weet u al dat ik sinds kort boven op een handdoek slaap. Dat is nog steeds heel fijn!! Ik lig altijd lekker. Maar soms wil ik anders liggen en dan zit ik vast met mijn pootje.

De handdoek is zacht en dik.
Mijn nagels zijn scherp.
Ik hang natuurlijk vaak aan de klimpaal.
Dus ik zit soms vast.
Dat moet niet.
Ik wil los.

Ik rukken met mijn pootje.
Kijken.
Rukken.
Het moet los, meteen, helemaal!!
Maar hoe gaat het met een dikke handdoek, zit je vast dan zit je ook echt vast.

Mijn vrouw wil me dan helpen. Dan komt ze naar me toe en ze pakt mijn pootje vast en ze zegt: “Ik maak je wel los, Bertje.”

Dat wil ik niet. Dus dan ruk ik me extra hard los. Van binnen voel ik hrrrrr. Van buiten laat ik niks merken, zo ben ik ook wel weer.

En zo kom ik dan los van de handdoek. Zult u zeggen, nou klaar maar het is niet klaar. Dan wil mijn vrouw een gesprek. Dat ze me wil helpen als er iets is. En dat ik het moet toelaten. En ook dat ik het moet leren want je weet maar nooit, en dan kan het belangrijk zijn. Ik luister altijd maar als ze dan juist aan mijn poot gaat friemelen waarmee ik vast zat, gaat het me te ver. Dan kijk ik een andere kant op en ik trek mijn poot terug. Ik voel me dan anders, ik weet niet waarom.

Volgens mij is het nog iets van vroeger toen ik op straat leefde. Want na een poosje voel ik me weer gewoon en dan krijg ik knuffels.

(dit blog verscheen evenals andere blogs bij de Vereniging Kattenzorg)

Een eng geluid van buiten (filmpje)

 

Weet u wat ik moeilijk vind? Geluid van buiten. Rare piepende geluiden waarvan je denkt: wat zijn dat voor geluiden?  Je bent nieuwsgierig en toch wil je het niet weten. Dat komt door bang zijn.

Bang is moeilijk. Ik voel het soms. Door geluiden dus. Of als er monteurs komen die van binnen boos en hard zijn en die raar naar me kijken dan weet ik het ook niet meer.

Toen de geluiden in de straat begonnen, durfde ik niet meer in de vensterbank te springen. Ik bleef waar ik was, dus op het tapijt. Er was iets in mij dat zei: Bertje wegwezen, en er was iets in mij dat zei Bertje opletten. Dus ik kon daardoor opeens helemaal niet meer goed lopen en ik bleef waar ik was.

Mijn vrouw kwam bij me liggen. Aaien kan dan niet, wegens de spanning. Dat snapt ze gelukkig. Erbij vind ik wel fijn. Het scheelt toch.

De geluiden in de straat duurden gelukkig niet lang. Daarna voelde ik me nog maar een beetje raar. Ik sprong in de vensterbank om te kijken of de straat weer normaal was. Niks geks te zien, gelukkig. Dat was in orde.

Mijn vrouw gaf me knuffels. Van die zachte aaien over mijn hele rug, voor de rust en de ontspanning. En ik kreeg een  snack. En dat hielp want later voelde ik me weer mijn gewone zelf.

Ik kreeg Milky Melody (filmpje)

Ik kreeg nieuw snoep, of eigenlijk was het een snack, dat snapte ik niet goed. Het was een klein pakje van Vitakraft waar ik ook die staafjes van heb. Die zijn lekker. En het liep tegen etenstijd en ik had trek dus ik dacht, nou, een klein hapje, dat gaat er wel in.

Mijn vrouw zette het bord neer en ik liep ernaar toe.

Even ruiken.

Nog even ruiken.

Ik heb echt mijn best gedaan met het ruiken, maar eigenlijk wist ik het al meteen. Getsie, nee. Dit lust ik niet. Het is een soort melk,  geloof ik.  Vinden vast veel katten lekker. Ik niet. Er zijn veel smaken in, en ik had de pure melk. Misschien zijn de andere smaken wel lekker. Ik hoef het niet.

Gelukkig kreeg ik daarna gewoon avondeten, dat was wel echt lekker!! En een knuffel kreeg ik ook.

Als je een snack krijgt en die valt tegen dan is dan twee keer moeilijk. Want eerst was je blij en dan niet meer en dan heb je ook nog iets in je neus dat vies is. En daarna wil je eigenlijk geen nieuwe snack meer proberen want misschien is dat ook wel vies. Dat is eigenlijk het derde moeilijke eraan.

Dus het is best moeilijk. Maar toch moet je af en toe wat nieuws  proberen. Want eerlijk  is eerlijk, zo heb ik die zachte staafjes ontdekt. Ook van Vitakraft. En die vind ik superlekker. Vooral de eerste keren dat ik het kreeg. Ik wist toen nog niet dat iets zo heel erg lekker kon zijn.

Dus je weet het niet altijd van te voren.

Snacks en snoep is heel persoonlijk. Je lust iets of niet.  Ik heb liever iets anders dan dit, eerlijk gezegd. Bijvoorbeeld zo’n zacht staafje en dan het liefste kip. Twee mag ook!