Lieve allemaal, me eigen vind het fijn dat ik weer op de blog ben. Er waren ook kei veel liefe reejakzies. Dat maakt me super blij. Als mienister van gefoelige saake raakt me dat heel erg en dan wordt mijn hartje kei warm.
Hoedjes
Wat ik ook biezonder mooi vond en nog steeds vind, is de bekende hoedjessjoow van Loesje, Dorus en Bertje. Eerlijk waar, de allermooiste foto’s kwamen voorbij waarbij iedereen een super mooi hoedje of petje op had. Ik heb kei hard mee geswaait naar alle sterfriende en gewone friende. Ik had kei veel eemoozie en mij tranen kwamen omdat ik iedereen zo mooi vond en ik mistte mij friende heel erg.
Maar in mij hart swaai ik altijd, dan weet ik zeker dat iedereen dat van binnen voelt.
Buiten
In mij kaalender is het herfst. Nou regent het best vaak al en het is buiten ineens frisser aan mijn billen. Dat merk ik wanneer ik naar de buitenbak wil om daar een plasje te maken. Door mijn poote voel ik dat de tegels in de tuin kouder zijn dan eerst toen de zon nog keihard deed straale. Als het droog is dan is het buiten echt fijn. Ik doe meestal frisse lucht snoffen om te ruiken wat er allemaal is.
Soms krijg ik ineens trek van een lekkere lucht omdat dan iemand aan het koken is maar soms ruik ik ook natte blaadjes en dat vind ik niet altijd lekker ruiken. Ik moet er van nieze met mij neus. En als het regent is mijn buitenbak ook nat. Maar toch wil ik dan op de buitenbak. Dat is voor mij iets oers denk ik. Het voelt fijner om buiten op de bak te gaan.
Eefe een vraag
Door dat het nu veel regent is alles soppig nat. Dat is wanneer je met je poote wegzakt in je tuintje of in je buitenbak. Me eigen vind het niet zo erg dat mijn poote een beetje wegzakken. Ik vind het eigenlijk best wel een fijn gefoel. De aarde van mijn buitenbak voelt heel zacht aan, net als een kussen of een flies deken. Wolle deken kan ook nog. Soms wil ik dan ekstra trappelen in het zand omdat het zo fijn is. Ik loop dan meer door het zand heen om een goede plek te vinden voor mij plasje. Ik vind dat dat erbij hoort wanneer je in je oer bent en je in je buitenbak wilt plassen.
Mijn vrouw denkt daar anders over. Zij kijkt me eerst aan en dan zegt ze ‘bekijk je poote eens Brammie’. Nou ik zie niet wat daar mis mee is. Folgens mij wil zij ook mij tuinje trappelen. Als ze een plasje of poepje van mij niet erg vind, mag ze dat wel van mij. Misschien wordt zij dan ook een keertje oer. Oooo nu krijg ik ineens een fieloosoofiese fraag. Kan zij oer worden? Doen manspersonen en vrouwen dat? Wat als zij ineens op de buitenbak moet, en dan bedoel ik niet het plasje. Dees is niet meer fieloosoofies denk ik. Het is beter als zij gewoon binnen op haar eigen bak gaat. Mijn tuintje is denk ik te klein voor haar.
Naar binnen
Maar omdat ik niet snapte wat mijn vrouw nou bedoelde met dat ‘bekijk je poote eens’, heb ik het gefraagd. Mijn poote zijn dus helemaal nat en zwart van het zand. En dan kan je denken, nou dat is toch niet zo erg. Maar mijn poote zijn normaal wit. Dus dees waren kei vies van het zand. Mijn vrouw vind dat vieze poote niet binnen horen. Dees moet ik eerst buiten even schoon trappelen en een beetje uitschudden.
Soms ben ik best lui en wil ik dat niet doen en dees keer wilde ik dat niet doen. Mijn vrouw zag aan mij dat ik zo naar binnen wilde lopen. Ik deed namelijk alsof ik haar niet zag en liep met een boogje naar de deur. Bij de buitentafel bleef ik even staan. Misschien vergeet ze
mij wel en ziet ze niet dat ik bij de tafel ben. Als ik dan onder de stoel door loop en zachtjes doe, dan kan ik naar binnen snieken. Snieken is langzaam ontzichtbaar als een nienja naar binnen glippen. Poot voor poot zette ik ze heel zachtjes neer zodat ze me niet hoort. Soms kan ik ook hard lopen, dan hoor je mij bijvoorbeeld van de trap aflopen. Maar nu ben ik ekstra stil en foorzichtig. Mijn kop kijkt richting de deur die op een kier staat. Mijn lijf is in sniekhouding. Poot voor poot ga ik langzaam. Niemand ziet mij.
Eerst de linkerpoot, daarna de linker achterpoot. Dan is rechts aan de beurt. Eerst de voorpoot en als die zachtjes staat, dan komt de achterpoot. Mijn staart is vervelend, die wil bibberen omdat ik het zo spannend vind om te snieken. Dus die moet ik nu heel stil houden anders val ik meteen op en dat mag niet. Langzaam komt mijn kop en lijf onder de tafel uit. Als ik bijna bij de deur ben voel ik ineens een handdoek om me heen. ‘ Eerst de pootjes schoon Brammie, dan mag je verder’. Nou daar gaat mijn snieken.
Warm
Mijn vrouw had me door en heeft eerst mijn poote droog en schoner gemaakt. Ze zijn nog niet helemaal schoon maar folgens mij vrouw moet dat eerst helemaal opdrogen en dan valt het vanzelf uit mijn vacht. Nu ben ik weer binnen lekker warm op mijn paal. Ik wens jullie een fijn warm wiekent met schone poote.
Kopje van mij en tot de volgende blog.
Lieve allemaal hier ben ik weer van mij eigen en van mij hart hoop ik dat alles goed is met u allemaal. Selluf dee ik aan bijkoome deze week want assie zo een groote eefenement heb georgaaniseer moet jij rust hebbe. Jij ben maar één poes en jij heb maar één gezond. Maar leefe ga alteit anners dan dattie in jou kop bedenk. Van mij eigen had ik mij letters al in mij kop foor mij verhaal van deze week en toen gebeur het…
Mij Bert en ik van mij eigen heb nu al een tijdje, meer dan fijf jaar verkering. Dan weet jij dinge ook al woon jij allebei bij jou vrouw. U weet wij heb onse mooderne relaazie en wij zijn tijd van leefe ver fooruit. Jij hoef nie alteit Saame op jou fensterbank te ligge, mij Bert kan zoies goed alleen. Maar wij zijn wel één tiem en u moet deze letters nie ferwarre met imtiem. Dat is onse priefee daar ben ik eerlijk ofer. Maar assie één tiem ben dan help jij elkaar ook als leefe in ze knoop raak. Bijfoorbeeld assie hoor, tegnies heb er vandaag ze zin nie in. Dan weet jij hoe laat jij leef, behalfe als jou tijd ook moodern is. Dan weet jij inees niks meer. En dan schrik jij wel want jij foel in jou hart. Jij ben zofeel afhankeluk van tegnies. Dat moetie nie wille want leefe is nie alteit tegnies. Leefe heb makkareele en leefe heb een hart!
verkering. Jij ga weer kontak maake met jou hart. Iedereen heb mij Bert gemis toen hij zonner ze innernet op ze fensterbank lag. En mij Bert mis Iedereen. Daar was mij hart heel feel door geraak, daar ben ik eerluk ofer. Onse verkering was oferal en nerges. Jij kan elkaar nie zien maar jij foel elkaar oferal. Dan weet jij verkering is sterker dan tegnies. Jij laat elkaar nie falle, jij sta op als één tiem want kontak maak jij met jou hart. Zoies leer jij pas assie met jou neus boofe op zo een feit druk. Maar van mij eigen wil ik het wel met u deele. Dat u nooit nie fergeet waar leefe om ga. Tegnies hoor foortaan bij onse leefe dat moet wij akzepteere. Maar tegnies heb geen verkering, jou hart heb verkering! Jou hart faar alteit ze eigen koers, het heb ze eigen Wiefie. En mij hart heb mij Bert, hij is tegnies en gefoelig. Dan bof jij wel!
Haai evverieboddie van allemaal.
WAKKERRRRRR
Moet ik nou alweer wakker worden?
Hajooooooooooo iedeween. Wellekom bij me gwieselinnefjoew hihihihi. Eg!!
Ze deed mij in poot prik doen en toen wisse ik niet meer want ik ben in slaap falt.
Wat isser in he leefe nu aan de poot Dorus hoor ik uwes,awwemaal nu fjaage. Nauuuu… nies. He-we-maal nies. Errug he? Ikke mag nu feel minner naar buite. Dat is ommedat hut kauwt is segge se. Naufanmeja!! As ik heel erg sta te huiwe mag ik fijf mienute. Ikke ben eigewuk een buitekat. Ikke ben buite geboore same met me bwoertje Poppy. En toen ik hier kwam woone mog ik met 11 weekjes naar buite. Sjoooooo dat was cool. Ikke mag aween nog stees niet inne nagt naar buite. Ikke fin kauwt weer stom dus. We heppe, ommedat de deur weer evve oope mog, dus ook weer een muis in huis. JIPPIEEEEE hihihihi. Nau honger ik um uit en dan komptie fanself tefoorsgijn en dan seg ik KIP ik hep je!! Hihihihi.
Vorige keer miauwde ik over Kraaloog die samen met zijn stekelige vrienden een berg eten voor het verweesde katertje verzamelden. Met een volle buik viel de kleine in slaap. Ondertussen maakten de egels een plan om hem door mensen te laten redden. Dat was het moment dat Mo en ik het niet eens waren over hoe het verder moest.
Kraaloog en zijn stekelvrienden waren het eens over hun plan. Hoogste tijd om het katertje wakker te porren. Met zijn spitse snuit wroette Kraaloog in de nog altijd overvolle maag van het kleintje. ‘Hey slaapkop, tijd om op te staan. We moeten gaan.’ Met pijn in zijn buik sjokte het katertje achter Kraaloog aan. Kwam die buikpijn door het vele eten of omdat hij het spannend vond. Hij had geen idee wat mensen waren. Liever bleef hij bij de stekels. Maar hij had geen keus. Na een wandeling onder struiken door en langs muren kwamen ze via een gat in een metershoge heg uit in wat de stekels een tuin noemden.
zin van Kraaloog. Het katje was steeds al gevlogen voordat het mens hem kon zien. De stekels moesten een list bedenken. Een stevige herfststorm bracht uitkomst. Het katertje was tot op zijn magere botjes doorweekt en bibberde van de kou. Klappertandend lag hij tussen de struiken die amper beschutting boden tegen de slagregens.
gaan jou helpen om weer beter te worden.’ Het katertje voelde gemorrel aan het huis en opeens scheen het licht fel in zijn ogen. ‘Wat hebben we hier nu?!’, zei het mens. Voor hij doorhad wat er gebeurde, werd hij stevig in zijn nekvel gegrepen en pardoes in een gevangenis gestopt. Door de tralies heen zag hij Kraaloog opkrabbelen en hem nog net een stevig knipoog geven voor hij fris en fruitig weg waggelde. Toen pas had het zwerfkatje door dat hij er in was geluisd. Het duurde een tijdje voor hij durfde te geloven wat zijn stekelvrienden hem hadden gezegd. Het mens bleek helemaal niet zo eng als hij had gedacht. Ze brabbelde lieve woordjes tegen het katje, overlaadde hem met de allerlekkerste hapjes en zei dat hij bij haar mocht wonen. En Kraaloog? Die leefde nog lang en gelukkig met al zijn stekelige vriendjes.