
Hoi allemaal lieve poezen en katers en kittens. Vandaag ga ik het hebben over op de vensterbank zitten en wat er dan allemaal gebeurt. En gisteren was het natuurlijk ONZE dag dus ook daar ga ik over miauwen.
Als ik in de vensterbank zit dan zie ik buiten van alles. Foguls, fliegjes, liebelles. Blaadjes die door de lucht heen dwarrelen. Witte dingen in de lucht die bewegen. Soms zijn die witte dingen er niet en is er alleen maar blauw. En geel. Dat gele daar komt warm vanaf dus dat zal de zon wel zijn denk ik. Ik heb drie grote en een kleine vensterbank om in te zitten. Keuze genoeg dus.
Tjillen
Je kan wel merken dat Frau ervaring met katten heeft. Op twee vensterbanken staat helemaal niks en op degene in de kamer waar ze teevee kijkt is een stukje vrij zonder plantjes of footoos. Zodat ik daar lekker kan tsjillen. Alleen de vensterbank in de MinKeef nou nou dat is me tog wat! Daar hangt een dinges voor. Dus daar moet ik me dan tussenwurmen om toch er te kunnen zitten. Het gele schijnt daar altijd heerlijk warm en ook nog lang dus je snapt dat ik daar lekker met mijn poezelige billetjes wil zitten. Ik heb
Frau wel eens gemauwd waarom ze die dingen daar heeft gehangen. Ze zegt dat dat is omdat de does ook in die kamer is en dat ze ander met zonder vagtje somaar te zien is voor iedereen. Okee nau mauw ik zou ook niet willen dat iemand mij zonder vagtje ziet dus vooruit dan maar.
Er is ook iets anders wat ik zie als ik in de vensterbank zit. En ik miauw je eerlijk, de eerste keer toen ik dat als jong poesje zag, toen schrok ik wel. En ik heb het soms nog wel. Want als het licht buiten is en al helemaal als het gele schijnt. Dan zit er dus zomaar een andere kat aan de andere kant van het glas! Een kat die je aan staart en als ik m’n oortje beweeg doet die glaskat dat ook. Omdat ikke nou al 8 ben weet ik meestal wel dat de glaskat niet echt is. Het is met een moeilijk woord mijn spiegelbeeld. Een spiegelkat dus. Soms vergeet ik het en dan zeg ik mauw mjauw mraw. Dan komt Frau kijken en geeft ze me een aaitje. Dan zegt ze kijk het is de spiegelkat. En dan zie ik dat er ook een spiegelmens is. Dus dan geef ik Frau kopjes en dan is alles weer goed.
Knuffels
Gisteren was het onze dag. Dierendag! Ik rende al froeg naar beneden. Benieuwd wat er allemaal zou gebeuren. Want omdat ik natuurlijk nog steeds moet mantelpoezen snap ik dat het nu misschien iets anders is dan normaal. Tuurlijk wil ik graag een snoepje enzo maar Frau mag er niet te moe van worden. Want dat find ik sielig. In de ochtend kreeg ik
eerst verse brokjes en een vers bakje water. Ook mijn water in de gang en de bak werd verschoond. Daarna was het uitgebreid knuffel-tijd. Ik kroop lekker op schoot en liet me heerlijk aaien. Prr prr lekker op mijn ruggetje en achter mijn oortjes. En ook onder mijn kinnetje. Miauw dat is echt zo fijn! Gelukkig was er nog likwitsnek in huis dus daar kreeg ik een staafje van. Smikkel smikkel. Daarna ging Frau boodschappen doen. Dus kon ik even wat voor mij zelf gaan doen. Toen ik de sleutel in de voordeur hoorde dribbelde ik er snel naar toe. Mauw mauw wat heb je gehaald. Ze had luxe natvoersoep meegenomen en een lekker zakje partiemiks. Jammie de bammie deese poes is lekker verwend.
Hoe was jullie dierendag? En miauw nou niet dat het altijd dierendag is want op deese dag foel ik me toch altijd net wat spesiejaaler dan anders. Prinses Minnie voel ik me dan.
Poot, Minnie.

kittens doen dat trappelen ook als ze bij hun mama willen drinken en veel grotere poezels blijven dat doen. Ik dus ook. Ik spin dan ook altijd heel hard als ik aan het trappelen ben. Dat doe ik omdat ik het fijn vind. Soms word ik dan ook nog geaaid dus dat is extra fijn. Als ik moe ben van het trappelen, val ik vaak in slaap op het fijne kussen. Dat ligt namelijk heel erg zacht.
wil. Dan ga ik het ergens anders neerleggen. Ik kan er heel de kamer mee rondslepen hoor, geen probleem. Het gebeurt dan wel eens dat het ergens in de weg staat maar ach…dat maakt niet uit. Ik zet ook graag onze voerbak midden in de kamer. Dat doe ik het liefste ’s nachts trouwens.
Vorige week ging mijn man heel vroeg in de morgen weg, dat mag best natuurlijk en dat vond ik niet meteen raar, ik was die dag met mijn vrouw in de tuin en we hadden het samen gezellig, maar in de afond was mijn man niet terug gekomen, mijn vrouw zei tegen me dat hij er de folgende dag weer zau zijn, ik hield haar goed in de gaaten, straks ging zij ook nog weg en dan zau ik ineens alleen zijn!, wat moest ik dan doen?, ik werd er zenuwachtig van en ik liep haar overal achterna, ik wilde de hele tijd knuffelen en ik tetterde zachtjes, toen we gingen slapen was mijn man nog niet thuis, ik sliep bij mijn vrouw op het grote bed, op de PUNT van het stuk waar mijn man altijd slaapt.
De morgen daarop was hij er nog steeds niet en ik was heel stilletjes, mijn vrouw knuffelde me ekstra veel en ze tilde me ook op, dat doet mijn man elke dag, hij tilt me op en blijft zo een tijdje met me staan en dan ga ik brommen, dat ben ik zo gewend, net als dat hij in de afond mijn haren borstelt, en dat hij in de ochtend het kattendeurtje open doet voor mij, nau had mijn vrouw dat allemaal gedaan, ze deed het prima hoor, dat moet ik eerlijk zeggen, maar het foelde toch anders dan het hoort, ik werd een beetje bang, had ik iets faut gedaan dat mijn man weg was?, lag het aan mij?, mijn vrouw vertelde me dat hij echt weer thuis kwam, dat ik me geen zorgen hoefde te maken, maar mijn toeter was van schrik kapoo, toen mijn vrouw naast me op de grond ging zitten kroop ik helemaal tegen haar aan en verstopte mijn hoofd in haar armen tot je alleen nog maar het PUNTje van mijn oren zag.
kouwstiks voor me meegenomen, mijn toeter deed het meteen weer, ik heb de hele afond getetterd, ik liep naar binnen en naar buiten, mijn man heeft me geborsteld en ik was helemaal vrolijk, alles was weer in orde, Zie je wel dat hij weer thuis is gekomen? vroeg mijn vrouw me, we komen altijd bij je terug, daar kan je op vertrouwen Keef, ja maar dat is een moeilijk PUNT als je al eerder in de steek bent gelaten.
Plant
‘Oh Brammie toch, wat ben je een stoere knul! Je vangt alles gewoon meteen.’ Toen voelde ik me best trots want ik ben al twaalf jaar en soms ben ik niet meer zo snel maar nu wel. Daarna ging mijn motor weer aan en ging naar mijn vrouw toe voor knuffels en kriebels. Het was dus mijn vrouw die het blad liet bewegen. Ze deed mij een beetje plaage. Lief plaage, dat is wanneer het niet gemeen is. Wij doen niet gemeen. En dees mooie plant gaat bij mijn vrouw staan op haar kast.