
In mijn huis ben ik haast nooit meer bang, ik weet dat het mijn huis is, van mij en mijn mensen, elke dag ren ik keihard door het huis, ik krab overal waar ik wil, Zeg dat wel! roept mijn vrouw maar ze moet er gelukkig om lachen, ik heb overal gekeken en ben overal onder en achter gekropen, ik tetter de hele dag door om eten, ik klim bij mijn mensen in bed, ik durf alles wat ik wil, alleen als mijn mensen snel naar me toe lopen of als ze hun jas aanhebben schrik ik eventjes, maar ik kruip nooit meer onder het bed omdat ik bang ben, daar heb ik een PUNT achter gezet.
Meneer Jaap
Vorige week kwam de buurman op bezoek, de buurman heet meneer Jaap maar ik mag Jaap zeggen, hij is heel aardig en rustig, hij vindt het grappig dat ik zoveel tetter, dat kan hij ook horen als hij aan de telefoon is, hij vraagt altijd Wat vindt Kever ervan? en dan vertel ik dat natuurlijk, toen Jaap binnen kwam lag ik op mijn schaapje op het buro, Jaap ging op de bank zitten, dat was zodat ik niet zau schrikken, er was niks aan de hand maar zomaar ineens was ik helemaal bang, ik ging rennnen naar de slaapkamer, en naar de gang, toen wilde ik naar buiten, o nee toch niet, ik rende door het hele huis en ik sprong in paniek zomaar over de tafel heen, mijn mensen zeiden Keefie, Keefie rustig maar!, mijn haren waren omhoog gezet en mijn staart was dik, ik bleef rennen en ik was tootaal in paniek, tot in de PUNTjes van mijn haren.
Kopjes
Mijn man heeft me in de slaapkamer zachtjes geaaid, en toen ben ik onder het bed gekropen en daar gebleven, toch ben ik wel drie keer komen kijken in de woonkamer, en dan ging ik weer zo hard rennen en sprong ik over de tafel, ik was zo bang dat ik gevangen ging worden ook al deed niemand dat, ik was helemaal mezelf kwijt, na een tijd ben ik bij mijn vrouw komen liggen, Jaap hield zijn arm naar achteren en ik kwam aanlopen en ging hem kopjes geven, hij heeft me zachtjes geaaid, ik durfde ook wat te eten, al die tijd zei ik niks, mijn toeter was kapoo, pas na een hele tijd ging ik weer tetteren, gelukkig, je bent er weer Keef, zei iedereen en dat was ook zo, terwijl mijn mensen en Jaap zaten te praten heb ik een paar keer ook mijn PUNT gemaakt.
Thuis
Gek is dat, ik denk bijna nooit meer aan vroeger, maar soms gaat het vanzelf lijkt wel, mijn mensen denken dat het met mijn leven op straat te maken heeft, van toen ik gevangen ben met een vangkooi en ook nog naar de dokter moest, en daarna kwam ik in een kooi in het asiel, dat was allemaal nieuw en grieselig, ik snapte er niks van, dat wil ik nooit meer, ik wil nooit meer gevangen worden!, mijn mensen zeggen dat dat ook nooit meer gaat gebeuren, dat ik thuis ben, en dat weet ik ook wel maar soms vergeet ik dat eventjes, we hebben die avond samen heel goed geknuffeld, ik heb met de balletjes gerend, ik heb bij mijn mensen in bed geslapen, ik heb ekstraveel getetterd en toen kon ik weer een PUNT achter mijn angst zetten.
Hoi lieve allemaal, afgelopen week is het echt lente geweest. Het weer was warm en ik was vaak in mijn tuintje. Soms lag ik op een tuinstoel met kussen te dutten of ik kroop in mijn bloembak. Er gaan geen bloemetjes groeien zei mijn vrouw tegen mij. Dat is omdat er geen zaadjes in het zand zitten. Dat vind ik niet zo erg want ik heb overal bloeme staan. Dees bloempot is voor mijn dutjes. Soms was het wat kouder buiten en dan deed ik binnen dutten of spelen. Als mijn vrouw terug komt van de boodschappen inspekteer ik graag wat ze heeft. Dat betekend dat ik wil zien wat ze heeft gekocht en of het voor mij is.
Dees keer waren het appels. Die zaten in een tasje. Een plestiek tasje. Natuurlijk moet ik weten wat het allemaal is en hoe het werkt. Mijn kop is nieuwsgierig, dat is gewoon zo. Allereerst kijk ik er naar. Want ik wil weten hoe het eruit ziet. Plestiek is wit maar toch ook weer niet. Als het recht gevouwen is, kan je er doorheen kijken. Maar niet als het een frommel is. Dat is wanneer het niet netjes recht is. Dan kleurt het wit. Hoe dat gaat snap ik niet helemaal. Daarna, wanneer ik dus weet hoe het eruit ziet, moet ik even ruiken hoe het ruikt. Ruikt het ergens naar of ruikt het naar niks. Er was een geur maar het was niet de geur van mij brokken of sneks. Dees geur leek op de geur uit mijn tuin. Het rook een beetje naar mijn bak buiten, de grond. Ik rook ook een beetje gras maar er was ook een bloeme geur. Mijn vrouw vertelde me dat er een appel in de plestiek tas zit en dat ik daaraan rook. Ik wist niet dat appels naar mijn tuin ruiken.
voelt ook nog eens. Het zacht onder de poote. Het lijkt een beetje op flies maar dan een ritstel flies. Het kan ook onder je poot doorglijden. Dat leerde ik toen ik het plestiek wilde fange met mij voorpoot.
Opletten

vrouw gaf mij eigen nog meer knuffels en ze zeg Loes, Bert krijg ze eggoo. Jij denk die vis die ken ik nie! Maar mij vrouw zeg Loes, assie een eggoo krijg dan krijg jij jou buikonnerzoek bij jou dokter. Toen ging mij hart nog zofeel meer tekeer want mij Bert heb toch al ze gefoelige maag in ze buik. Dan wil jij nie dat jou dokter met ze eggoo aan jou buik ga zitte. Ik foelde emoozie van mij hart tot mij poote en ook in mij kop. Toen heb ik mij kop in mij vrouw ze hand geduw en zij sprak troosende woorde. Dat het ferstannig is en dat mij Bert sterk is. Maar mij swein was gelijk ferteer en mij hart foel ze eigen ongerus.
lig ze vrouw nou wel op ze fensterbank? Jij weet er niks van, jou denke laat jou nie met ze rust. Maandag was moeiluk. Jij foel, niemand mag aan jou verkering koome maar jij heb er niks ofer te zegge. Ook al hebbie vijf jaar verkering, jou gezond blijf alteit belangrijk. Iedereen heb mij Bert gesteun en jij ree-aa-lie-seer jou eigen hoe belangrijk jou Bert is foor ze vriende. Jij sta er nie elke dag van jou leefe bij stil maar met mij Bert mag niks gebeure. Mij Bert is er iedere dag, offie zon heb of reege. Mij Bert laat ze eigen zien en hij steun ze vriende.
Mij Bert moet nu bijkoome en ze rust trug vinde in ze hart. Dat is belangrijk en dattie ze brokke weer foel kraake in ze bek. Mij Bert houw van ze geluid van ze brokke die kraake. Assie verkering heb dan weet jij zofeel van elkaar. Jij ben ferbonde. Assie ferbonde ben dan ben jij saame in jou hart. Het is mij grootse gefoel van geluk maar als mij Bert het moeiluk heb dan hang mij staart naar beneeje. Dan eet ik mij vis zonder ze smaak en mij kop maak ze eigen zorge. Van mij hart ben ik dan ongerus want jij wil het nie. Maar gelukkig ben ik ook poosietief van mij eigen. Dan kan jij alles denke en jij kan alles eete. Jij weet in jou hart, het kom goed.
Den Haag
Pensioen