Katrientje over: als ik geaaid wil worden

aaienEn daar isse ikjes weer. Vandaag ga ik het over aaien hebben. Dat vind ikjes niet altijd even prettig. Komt door vroeger zegt vrouw altijd.

Soms geniet ik heel erg veel van aaien, maar soms duik ik ineen omdat ik bang ben daarvoor. Dan zakt mijn lijfje terwijl ik gewoon doorloop. En dan hoor ik vrouw tegen man zeggen van laat maar. Ze is bang. En dat vind ik stom van mij eigen. Want waarom zou ik nu eigenlijk nog bang zijn?
Ik heb nog wel eens een mensenkind gezien hoor. En die liet mij gewoon lopen. En ze speelde ook heel leuk met mij. En ik speelde met haar. En toch had ik zoiets van oppasje, dit is een mensenkind en mensenkinderen zijn eng. Want jij bent hun speelgoed.
Ze mocht mij ook niet aanraken.

Naast mijn vrouw

Ik lig graag naast mijn vrouw op mijn eerlijk ingepikte wolletjedeken. En soms krijg ik heerlijke aaitjes. Ooooh en dan geniet ik hoor. Ik geef haar dan likjes op haar hand. Soms wel een heleboel. Maar soms wil ik het niet.
En dan rrrrr ik en kijk ik haar boos aan. Echt boos. En dan zegt vrouw sorry.
En ik kijk haar dan aan met doe dat niet meer. En dan laat ze me ook met rust.

Op de trap

Als ik op de trap mag nouuuuu oooooh dan wil ik helemaal plat geknuft worden hoor. Dan zet ik mijn spinnertje op luid (lees standje 1) en dan mekmek ik en man krijge kopjes. Oooooh dan geniet ik gewoon van de aaitjes.
Soms zo erg dat ik per ongelukje krasjes maak op vrouw haar arm met mijn naaguls.
Ze zegt dat ze het gelukkig niet erg vind, en als het perongeluk op mijn poottattjetoe gebeurd ze weer naar opa jan toe gaat om het bij te laten werk.

Mijn man

aaienMijn man mag mij aaien, maar alleen als ikjes het goed vin.
Hij is een manmens, en die zijn toch eng. Hij weet dat ikjes het toch te spannend vind. Maar wat ik raar vin van mezelf is dat hij mij smorregens vroeg wel mag aai. Ooooh en dat is dan weer fijn.
Maar gelukje vind man het niet erg. Hij zegge altijd dat ikjes zijn meissie ben en blijf. Ooooh toen werd ik best wel verleeg hihihi.

Dit was het weer voor dees week.

Veel liefs en een kusje
Katrien (raar prinsesje van beroep)

Mijn wiekendssnek was superduper lekker (filmpje)

Dit is een film van dat ik mijn wiekentsnek eet. Het is tonijn en garnaal en het merk is Voskes. Zes kupjes dus ik heb er nog vijf. Krijg ik zo op, serieus.

Toen mijn vrouw zei dat ze nieuwe sneks voor mij had gekocht, werd ik moe in mijn kop, Nee hè, niet weer. Ik heb vaste sneks en die zijn lekker genoeg. Maar toen maakte ze een kupje open.

Kupje

Hoe dat eruit zag weet ik niet maar wel dat ik opeens  iets heel erg lekkers rook. En zij was in de keuken en ik in de kamer nou dat weet u wel dat het lekker was. Ze zei dat ze het moest prakken en ik hoorde het geluid van een vork op een bord.

Toen kwam het eindelijk de kamer in.

Geur

Dus de geur was al helemaal goed. Voor de zekerheid rook ik nog even en ja hoor. Het smaakte ook heerlijk dat heeft u al op de film gezien.

Wat is er zo goed aan?

  • het is stevig spul dus je hebt echt het gevoel dat je wat aan het eten bent, je kunt geeneens snel eten als je dat zou willen
  • mijn vrouw zegt dat er 25 gram in een kupje zit en ik heb toch een bord vol serieus veel en lekker
  • het is gezond er zitten geen gekke dingen in al blijft het wel een snek natuurlijk eerlijk is eerljk

Erna moest ik gaan slapen van de ervaring. Dat heb ik als ik lekker snek. Liggen, nasmakken, soms komt er een beetje aaien bij, nou dan voel ik me goed zeker weten.

Avond

En die avond kreeg ik ook mijn gewone snek. Die is kleiner. Het is omdat ik dan tevreden de nacht inga, zegt ze, maar het is ook omdat Tim, de kater die er voor mij was, altijd ’s avonds zijn medicijnhapje kreeg. Dus nou is dat mijn snektijd, Heb ik helemaal geen problemen mee. Tim kon vroeger ook heel goed sneks eten, dat hoor ik van mijn vrouw.

 

 Dit zijn ze dus. Ze kosten twee, drie euro en dan heb je zes kups.

 

 

 

 

kater Bolle over: naar de dierendokter gaan

dierendokterVorige week hoorde ik mijn mensen praten over “naar de dierendokter gaan”. Dat vond ik vreemd, want ik dacht dat de dierendokter alleen voor dieren was. Maar toen begreep ik ineens dat het de bedoeling was dat ik meeging.

Je snapt waarschijnlijk wel dat ik daar helemaal geen zin in had. Ik voel me prima, dus ik hoef helemaal niet naar de dokter. Dat vertelde ik natuurlijk aan mijn mensen.
Mijn vrouw zei toen dat we wel zouden zien hoe het zou gaan.

Geen eten

Woensdagochtend stond er geen eten voor mij. Mijn pleesmat was helemaal leeg.
Dat verbaasde me, maar ik dacht dat mijn mensen zich misschien hadden vergist.
Ik ging maar weer slapen, ook al had ik best een beetje honger.
Toen mijn man opstond, ging ik hem kopjes geven en alvast spinnen. Omdat hij me mijn eten zou geven. Maar mijn man aaide me, en dat was het.
Mijn vrouw lag nog in bed, maar ze was wakker. Dat kon ik merken. Daarom liep ik de slaapkamer is. Ik was al aan het spinnen, omdat ik zeker wist dat zij me eten zou geven.
Maar mijn vrouw keek me aan en aaide me. Ze zei dat ik een lieverd was. Dat was alles.

Priep

Vergissen is menselijk, zeggen ze. Dus ik bleef rustig en beleefd.
Ik heb één keer Priep gezegd, maar niet hard. En ik heb aan mijn krabplankje aan de deur gekrabd, terwijl ik naar mijn man keek. Zonder resultaat.
Na een tijd liep mijn vrouw met mij mijn tuin in. Ze aaide me, en ging weer naar binnen. Ik liep even door mijn tuin, maar het regende een beetje.
Daarom rende ik KEIhard weer naar binnen, blij dat ik eindelijk mijn eten zou krijgen.

In de tas

Meteen toen ik binnen kwam had ik door dat er iets aan de hand was. Mijn reistas stond klaar, waarschijnlijk voor als mijn mensen naar de dierendokter wilden gaan. Ik wist op dat moment wel duizend prosent zeker dat ik niet meeging, dus ik liep terug naar de achterdeur. Maar mijn vrouw tilde me op, en liep met me naar die tas.
Ik heb gefriemeld zoveel als ik kon, ik hield me overal aan vast en ik sloeg zelfs een nagel in het been van mijn vrouw.
En toch zat ik ineens in die tas.

Bang

Ik was bang. Want ik wilde niet naar de dierendokter. Ik dacht: Straks krijg ik daar weer een prik of een pil. En daar heb ik dus echt geen zin in. Of straks laten mijn mensen mij ergens achter, in die tas. En dan heb ik geen huis en geen mensen meer.  Ik trilde over mijn hele lijf, kleine rillinkjes. En ik deed af en toe piepen.
Mijn vrouw aaide me, in mijn tas. En ze zei dat alles goed was. Maar dat was natuurlijk helemaal niet waar. Want ik zat in die tas.

Uit de tas

Bij de dierendokter moest ik uit de tas komen. Van schrik liet ik allemaal haren los. Volgens mij heb ik wel een biljoen haren losgelaten.  De dokter was aardig, en ik ken hem al. Hij aaide me en zei dat ik er heel goed uitzag. Er was nog niks engs gebeurd. Ik ontspande een beetje.
Maar ja hoor, toen kwam de naald er weer aan.
Er werd een stukje haar onder mijn kin weggehaald, en toen werd mijn bloed gepikt. Daarna kreeg ik nog een prik. En ook nog een pil. Toen was ik er klaar mee, en wilde in mijn tas.
Ik wilde zó graag in mijn tas dat ik probeerde door het gaas heen naar binnen te klimmen.
De dierendokter zei dat ik later beter maar geen eksakte vakken kon gaan studeren omdat ik geen ruimtelijk inzicht had. Mijn mensen moesten lachen. Ik werd gewoon een beetje belachelijk gemaakt!
De dokter zei dat ik nog steeds te dik was, en mijn vrouw zei dat ze strenger zou gaan worden met mijn eten. Nóg strenger? Ik had al uren niks gegeten!

De uitslach

We moesten nog even wachten, waarom weet ik niet. Mijn vrouw zei vanwege de uitslach.
Ik was doodmoe, en mijn mensen ook. Mijn man zei dat hij bijna niet geslapen had, en mijn vrouw zei hetzelfde. Vanwege mij, zeiden ze. Mijn man zei dat hij ze-nuw-ach-tig was. Voor die uitslach.
Na een tijdje kwam de dokter. Hij zei dat hij kwam met het bloed van een jonge godenzoon. Alles was helemaal goed, nog beter dan de vorige keer. Alleen dat gewicht, dat moest wat minder.
Mijn mensen waren helemaal blij. Terwijl ik me afvroeg waar ze die godenzoon dan van kenden. Maar gelukkig konden we toen eindelijk weer naar huis.

Voel me prima

Ik heb geen flauw idee wat we nou precies bij de dierendokter hebben gedaan. Of wie die jonge godenzoon dan wel was, wat ik daar mee te maken had, en wat ik daar nou precies te zoeken had. Waarschijnlijk hebben de dierendokter en mijn mensen uiteindelijk tóch begrepen dat ik me prima voel.

Dat had ik ze zó wel kunnen vertellen, als ze me dat hadden gevraagd. Sterker nog: dat heb ik verteld. Maar ja, zo zijn mensen: ze luisteren niet.

Miljoenprosent zeker weten

Ik heb het hele huis en mijn hele tuin doorgelopen toen we weer thuis kwamen. Om te kijken of alles nog hetzelfde was. Gelukkig was dat zo. Ik heb mijn buikje rond gegeten en ben op het grote bed gaan slapen.
Maar ik heb me wel voorgenomen dat ik volgende keer echt helemaal-totaal-absoluut-volkomen-miljoenprosent-zeker-weten niet meega naar de dierendokter!!!

Haren en verharen en wat een vrouwenhand kan doen

verharenDat kan niet waar zijn, dacht ik toen ik mijn kussen zag, Serieus waar, zijn die haren op het kussen van mij?  Dan ben ik aan het verharen en dat wil ik helemaal niet.

Eerst was het lente en toen ging ik verharen. Snap ik. Daarna werd het opeens herfst en ik bleef verharen. Snap ik niet. Ik had juist mijn vacht hard nodig om warm te blijven.

Rust

Dat gedoe met mijn vacht daar heb ik soms genoeg van. Haren erbij, haren eruit op het goede en het stomme moment, voor mij als binnenkater is dat soms best lastig. Ik heb ook een eigen leven met dingen te doen en als er weer iets met mijn vacht is, dan moet ik er toch op letten. En ik merk het bij het wassen. Bleeeh, losse haren op mijn tong. Waarom kan het niet gewoon rustig zijn?

Wat ik doe

Nou zal ik zeggen wat ik doe met het verharen. Ja, wassen. Dat is het eigenlijk vooral. Wat ik niet wil is een borstel of een handschoen of een kam of wat dan ook voor spul dat aan mijn lichaam komt. Vind ik moeilijk. Eigenlijk vind ik het eng. Het is toch iets waarvan ik voel… nee. Dat moet niet. Dus ik was mezelf.

Hulp van thuis

Van thuis krijg ik hulp als ik aan het verharen ben. Ze doet twee dingen die ik snap en die ik ook fijn vind:

  • als ik een beetje verhaar, krijg ik extra aaien. Lange aaien van kop tot staart. Soms friemelt ze op mijn buikvacht. Of ze doet iets dat lijkt op happen met haar vingers. Ik lig dan te liggen en voel me rielekst.
  • als ik heel erg verhaar en dat is dan in de zomer, dan neemt ze een schaal water en dan doet ze eerst haar hand daarin en dan gaat ze me aaien. Lekker, een koele hand. Mijn losse haren gaan er dan aan zitten. Het is ook fijn.

Dus zo doe ik het met verharen. Volgens mij is het persoonlijk. Dat iedereen weer wat anders wil en kan. Ik kan er niet zo veel mee maar wat ik kan dat is net genoeg, gelukkig wel.

Loesje vertelt over karnafal en echt zijn

karnafalIn mij wiekent lag ik bij mij vrouw op ze schoot, ik deed mij rieleksmeedietaasie want mij vrouw was moe. Dan help ik haar want zij moest veel werke van ze eigen.

Ze zeg Loes het is karnafal en ik voelde een knor in mij buik. Ik hoopte op mij lekkere vis, misschien had mij visboer uit ze kanaal een nieuwe vis gevange? Ik voelde mij eigen blij en onrustig in mij buik.

Ze masker

Zeg me vrouw ineens dat karnafal een groot feest is en dat iedereen dan ze masker draag. Ze zeg Loes assie in het Zuiden van Nederland woon dan hebbie er last van. Iedereen vier ze feestje en ze doen ook gek. Van me eigen weet ik alleen dat ik in mij stapelhuis woon met mij vrouw, Floris en Zusje.

Van karnafal heb ik nog nooit gehoord en assie het niet kan eete dan snap ik er niks van. Van me eigen hoef ik niet achter mij masker. Als ik gek wil doen ren ik mij trap op en af en dan ben ik er weer klaar mee voor de rest van mij dag.
Ik moest er wel over nadenken, wat karnafal is en waarom mensen dan anders zijn? Als poes houd ik van gewoon en dat ik mij eigen kan zijn. Dat mij leven echt is.

Iemand anders zijn

Met karnafal is niks gewoon of echt zeg mij vrouw. Iedereen heb gekke kleere aan en een masker op en er is veel lawaai. Er is een opstoet en iedereen eet en drink heel veel. Van me eigen doe ik altijd veel eete, dan wil ik toch geen masker op mij kop. Mij vrouw zeg, Loes jou visboer is gesloote want hij heb ook ze karnaval. Toen heb ze me bijna moeten reenimeere. Hoe kan mij visboer nou gesloote zijn? Hoe moet ik dan mij tonijn eete? Ik voelde mij paniek in mij kop want mij visboer hoort bij mij dag. Misschien hebbie ook wel ze masker op en verkoop ie ineens paardenflees? Nou ik wil geen paard in mij gang, ik wil mij eigen visboer. Ik hoop dat mij karnafal snel weer overgaat en dat mij visboer dan weer ze eigen is. Mij visboer is mij visboer, dat is gewoon zo. Hij heb het niet noodig om iemand anders te zijn van ze eigen. Hij heb ze vis en mij eigen als ze grootse fen. Dat sta bij mij eigen op mij keukendeur! Echt waar!

Inkognieto

Als ik op mij denkpaal lig hoor ik oferal lawaai. Mij vrouw zeg dat het de opstoet is en dat er allemaal groote wagens door mij stad rijden. Ik snap er niks van, ik kom nooit in mij stad. Van me eigen hoef ik ook niet door te zakke, mij poote zoude beswijke onder mij gewicht. Ik zeg u eerlijk, ik vind er niks aan. Waarom zou ik een ander moete zijn, mij kop verberge achter mij masker. Wie ben ik dan? Ik heb mij vrouw wel gefraagd of zij mij eigen op me footo wil zette met mij masker op mij kop. Misschien kan U het zien op me footoo maar in mij hart ben ik mij weg kwijt. Ik ben inkognieto.

Mij vrouw zeg: Loesje, jij ben prinses Loesje d’n irste! Maar ik wil helemaal geen prinses zijn in mij leeve en al helemaal niet mij irste! Ik wil mij eigen zijn. Gewoon Loesje zoals U mij ken en zoals mij Bert mij ken. Met mij gefoeligheede en mij maatje meer. Voor mij hoef al die opsmuk niet, aan mij lijf geen pooloonezze. En assie eerlijk ben, er is maar één prinses en zij heet Katrientje. Zij heb het al vanaf ze geboorte, dat ze prinses is. Ze kan er niks aan doen van ze eigen. Dan is het wel echt.

Onder mij tafel

Maar ik zou ook schrikke als mij vrouw als iemand anders in mij huis zou koome. Dan zou ik mij niet veilig voele en ik zou onder mij taafel gaan zitte wachten tot mij vrouw weer ze eigen zou zijn. Assie met raare toeters en belle of met een kaamerbreed tapijt op ze kop door me huis zou sjouwe. Ik zeg u eerlijk, van me eigen zou ik niet weete wat ik zou moete doen? Ik zou soveel moeilijke gefoelens hebbe, ik zou mij eigen tonijn worde van mij schrik. Als poes ben jij wel afhankelijk van jou mensen in jou huis en jij heb niks te zegge assie gek wil doen.

Vertrouwe

Gelukkig is mij vrouw gewoon naar ze werk en kom zij straks gewoon weer thuis. Dan is het weer gezellig want ik weet wie mij vrouw is. Dan kan ik bij mij vrouw op ze schoot kan gaan ligge en voel ik ze aandacht. Mij vrouw ziet mij en ik zie mij vrouw. Dan maake we kontakt en het is echt van ze eigen. Echt kontakt is moeilijk. Jij moet vertrouwe hebben en jij moet veilig zijn. Dan kan jij helemaal jou eigen zijn en jou hart gaat open. Dan hebbie jou eigen pooloonezze van jou geluk en jij kan jou masker afgooie. Jou karnafal is foorbij!

Liefs van Loesje