Loesje vertelt over assie ineens MammaLoesje wordt…

Loesje

Assie mij een beetje ken dan weet jij wel dat mij eigen al jaare worsel met mij moedervoelens. Willie het wel of willie het niet? Misschien herken u er wel iets in van u eigen.

Jou ferlangens

En assie een menseman of kater ben kan jij ook jou gefoelens hebbe dattie twijfel over kittens. Dan ben jij niet apart, jij ben gewoon dichtbij jou eigen en jij stel jou eigen jou belangrijke vraag. Misschien hebbie verkering, dan moet jij wel met jou verkering over kittens praate. Anders hebbie jou probleem en dat kan jij er niet bij hebbe.
Jij moet open zijn in jou ferlangens en dan kan jij saame kijke. Assie geen zin heb in kittens dan kan jij daar eerlijk over zijn. Jij weet assie eenmaal kittens heb dan hebbie dat voor de rest van jou leeve. Jij moet goed weete, jou kitten is geen tonijn. Jij kan het niet bij jou visboer haale. Jij krijg jou taak van jou leeve…

Mij hart

Van me eigen ben ik al op mij leeftijd gekoome van bijna 12 jaar. Dan ben jij seenior en jij spreek nie meer van dattie vijf voor twaalf ben. Van me eigen ben ik nu ongefeer seefentien ofer vier. Assie dat uitleg dan ben jij eigenlijk te oud van jou leeftijd voor jou kittens.
Mij verkering Bert is mij jeweetwelkater, jij kan het zien aan ze oor. Hij heb het er niet graag ofer. Maar soms moet jij dinge bespreekbaar maake, jij moet jou dinge op taafel leggen. Mij Bert heb het soms best moeilijk met mij emoozie en dattie er dan ofer moet praate. Maar hij doe het wel en hij steun mij altijd. Hij zeg Loes, van me eigen wil ik mij rust. Hij voel zich te oud en dan hebbie geen zin meer in drukte van jou kittens en al jou zorge. Van ze eigen hoef mij Bert geen pappaBert te worde.
Mij hart kan het begrijpe, mij moeder voelens sputter weleens teege.

Poeze onder ze eige

Toen mij hartjesdinnetje Katrientje nog hier was heb wij vaak als poeze onder ze eigen, ofer kittens gesprooke. Jij weet hoe het ga. Jij zit saame en jij heb jou garnaale en jou tonijn. Jij drink eens wat en jij eet heel veel want jij ben saame. Toen heb ik Katrien beloof dattie ze eigen geen zorge hoef te maake. Katrien was ze eigen kitten van 17 jaar. Zij wil van ze eigen geen kittens maar zij zeg wel dattie wist dat ze soolvrouw nog kittens wil.
Wat doe jij dan, jij beloof dattie altijd zal hellupe. Jij ben hartjesdinnetje of jij ben het niet. Katrien ging ofer ze Regenboogbrug en mij hart brak. Dan kan jij niet meteen befatte wat er allemaal gebeur van ze eigen. Van mij ene tonijn op mij andere werd mij hart ineens MammaLoesje. Jij zou voor minder in jou visgraat blijve hange…

Beebiejongens

Ik zeg u eerlijk, van me eigen heb ik geen erfaring. Jij denk dattie twee beebiemeissies krijg, jij ga één keer naar jou dierendokter en jij heb twee beebiejonges. Jij heb geen erfaring, wat kan jij doen? Mij hart was in mij grootste sjok. Mij grond onder mij poote tril nog na. Maar jij heb geen keus, jij heb het Katrien beloof. Dattie zal hellupe. Dattie zal opfoede en jou meisjes zal opfoede als jou jonges.

Wending

Mij Bert zeg ook, Loes jij heb jou poote er wel vol aan. Wij heb saame ook tijd voor ze eigen nodig en dattie verkering heb. Dat wil jij wel koestere. Mij Bert heb gelijk, jij moet altijd zorge voor jou liefde en jou rust. Pas dan kan jij jou jonges echt iets geeve. Mij Bert heb wel ze vriende van mij Feesboek verras, mij Bert is nu oom Bert. Hij steun mij altijd en hij denk aan Katrien. Dan hebbie wel jou groote hart en daarom is mij Bert mij katerman.
Mij leeve heb ze onferwachte wending gekreege. Van me eigen ben ik nu MammaLoesje.
MammaLoesje word jij niet, jij ben het in jou hart! In jou voor en in jou teegespoed.
Mij Bert zeg het ook….

Mij eigen tips voor assie ineens MammaLoesje wordt:

  • stel jou eigen jou vraag offie het wil?
  •  praat met jou verkering assie die heb
  •  blijf altijd jou eigen
  • jij moet open zijn ofer jou gefoelens en ferlangens, jij kan ook oom of jou tante worde
  • jij moet tijd maake voor jou relazie, dattie tijd saame heb
  •  MammaLoesje word jij niet, jij ben het in jou hart

Liefs van Loesje

Over het verschil tussen lui zijn en rieleksen

lui

Deze foto stond gisteren op mijn feesboek. Ik ben aan het doezelen en dat kan ik omdat ik rieleksen heel belangrijk vind. Dus ik ben niet lui, dat ga ik nou uitleggen.

Lui

Eerst wat lui is volgens mij. Dat is dat je je de hele tijd bleeh voelt als je denkt ik ga iets doen. Je wilt niks en je hebt nergens zin in en je weet het verder ook niet. Nou dat heb ik alleen als het keiheet is en verder niet. Dan is het ook gezond om lui te zijn, zegt mijn vrouw. Anders niet.

Rieleksen

Nou wat rieleksen is. Dat is dus dat je je veilig voelt en dan ga je ontspannen dus dat je je helemaal slap en gezellig voelt van binnen. Dus dat is positief. Het is iets goeds. Nou ik hier al langer woon kan ik ook steeds beter rieleksen.

Doezelen is dat je nog een beetje slaapt maar je bent toch wakker dus je weet wat er om je heen gebeurt alleen je let er niet echt op, en je voelt je warm en tevreden. Dus dat is ook positief.

Over mij

Van mezelf ben ik niet lui. Want ik ben als kater positief ingesteld, dus dat ik dingen leuk vind als ik me veilig voel. Dan hou ik van rennen en spelen en in en uit de vensterbank springen en al die dingen meer. Actief zijn. Maar het is ook zo dat ik elf jaar ben dus dan ben ik senior en ik moet echt op mijn slaap letten.

Daar komt nog bij dat mijn vrouw graag wil spelen met lintjes en veters vooral. Dus dan doe ik mee. En soms begin ik ook zelf. Een propje papier vind ik soms ook leuk.

Lui ben ik niet. Alleen kan ik goed rieleksen en daar heb ik dan ook best op geoefend.

Pop en Door stellen zich voor

Door en Pop
Door

Hallo ie-der-een.  Wij sein Pop en Door.  Twee zwarte Ammerdamse katurs met knikkurs.  Ons mens kun onz nie uitekaar hau.

Wei sein agt week auwt enne stoer.

Spinne

Wei word opvoed door MammaLoes en wei geef haar ieder keer een dik koes.
Wei sijn op de boererei geboor. In Ossedorp.
De eerste paar daag waar we nog bang voor alles, maar daar hep vrouw ons oofer geholp.  Want nau moog ze ons optil doen en dan gaan wuh spinne seg.
We word ook iedere dach gekamt, want wuh hep huisdiertjes bahhjeukjeukkrabbel. En we bedank haar door poepies te laat. En die  stink!!

Ballies

Eerst dagt ze hier dat wuh meisies waar. Dus kreeg we de naamen Poppy en Doortje.
Leuk hè?
Tot we gisturen naar Mefrauw dokter Floor moest. Ze deet iets ergs. Ze tilte ons staart op en sei weetuh jullie sekur dat het een meisie is? Se sei ik hep hier ballies in hant!! Nou… de mensen hun bek fiel opuh. We hoort oooh. En toen zei Mevrauw Floor dat isse Dorus dus. Nau, toen wooge ze mij dus en ik wasse choet op wicht.
Toen kwam Pop. Nau, weer een sjok
S j o k
S j o k.
Ook hij isse jonge met knikkers.
MammaLoes wasse in diepe s j o k.
Nadat we haar een koesje gaaf trok we haar er uit. Ze sei dat ze ons gember neutraaaal gaat opvoet. Gember neutraaal. Datte we de meisies met repekt gaan be-hand-elen. Datte se geen tjikkies sein.

Sterruk

Pop en Door
Pop

Nau gebeurt er, nadatte klaar waar bij Mevrouw Floor iets ergs. Ze saat allemaal te lach. Omdatte we kaaturs sein met
meidnaampies. En opeens kwam Mevrouw Cynthia er aangeloop. We waar alweer in ons reiskooi, klaar om naar huis te gaan, en sei opent onz kooi. En graai graai, we zaat in haar handen. Oooh.
Ze vont ons mooi. En ze sei dat boerdereikatjes heeel sterruk sein. Ooh fandaar dat Poppy nu Popeye heet.
Wei moet oof fier week terugkoom voor het laast prikje. En dan in Noofember want dan gaan we knikkeren. Daar ferheug we ons op.
Wij sluit nu af met een dik ke koes foor MammaLoes

Pop en Door

 

Dit was mijn wiekentsnek (filmpje)

Als het wiekent is, dan heb ik recht op een wiekentsnek. Maar ik weet nooit wanneer die komt en wat het is. Gistermiddag riep mijn vrouw opeens: “Bert, heb je trek?”

Toen begreep ik meteen wat ze bedoelde.
Maar ik dacht toch, rustig aan.

Streep

De vorige wiekentsnek was een streep. Echt heel gek. Maar toen rook ik gelukkig dat het
lekker spul uit een staafje was dus ik kon het goed eten en daarna ging ik lekker uitbuiken
op de bank en keihard spinnen. Alleen wist ik dus niet wat er deze keer op een bord zou
liggen.

Toen het kwam, keek ik eerst. Daarna rook ik. Hmmm. Jaaa.

Voskes

Dit kende ik en toch was het volgens mij nieuw. Een kupje van Voskes en de vorige keer had ik tonijn op en dit was ook tonijn maar dan met kip. Dus het was dubbel lekker. Alleen was het lastig eten, daar ben ik eerlijk over.

Zo’n kupje zit helemaal vol. In de keuken had mijn vrouw het een paar keer doorgesneden en een beetje saus gemaakt. Dus best luuks op zich.

Maar het was glibberig dus ik moest er eerst omheen eten en toen gleed het van het bord af. Daarna pakte mijn vrouw een vork en ze maakte het los. Had ze meteen moeten doen, dat eet voor mij toch fijner, zeg nou zelf.

Wat ik vind

Dit uit die kupjes is goed spul. Het ruikt lekker en het smaakt super. Alleen je hebt serieus wat hulp van thuis nodig om het te eten anders kun je niet netjes eten. Het komt van de dierenspeciaalzaak en je hebt dan zes kupjes voor drie euro ongeveer. Er zijn best veel smaken, zei mijn vrouw maar ze kocht toch alleen deze.

Ik lust dit wel elke dag maar zeker weten dat ik dat niet krijg.

 

kater Bolle over: als je een vogel ziet

vogels

Deze keer ga ik over iets schrijven dat gevoelig ligt. Niet voor katten, maar voor mensen.
Wij katten denken er niet bij na want voor ons is het heel gewoon. Vaak wordt gezegd dat het in nou eenmaal in ons Dee En Aa zit.

Kun je al raden wat ik bedoel?

Vogels

Ik ga schrijven over vogels, en dat je die als kat probeert te vangen. Om op te eten.
Als mensen een hekel hebben aan katten (ja, die mensen bestaan, eerlijk waar!) komt dat vaak omdat katten op vogels jagen. Dat vinden mensen zielug.
Maar een kat doet niet op vogels jagen omdat dat leuk is. Voor ons is het gewoon eten. Wij zijn roofdieren. En elke kat is eigenlijk een miniteiger, met een mond vol scherpe witte tanden en kiezen waarmee hij alles aan stukken kan scheuren.
Nou ja, bijna alle katten hebben zo’n gebit.

Kadoo

Mijn Molletje had op het laatst bijna geen tandjes en kiesjes meer, maar toch ving ze nog wel eens een vogel of een muis. Dan riep ze mijn mensen door heel hard te miauwen, en gaf hun de vogel of de muis. Die waren geschrokken en nogal natgekwijld, maar verder was er niks met ze aan de hand. Mijn mensen lieten ze weer vrij, zonder dat mijn Mol het kon zien. Want het was een kadoo van Mol, en daar hoor je blij mee te zijn.

Slagroom

Mijn Mol was een goede jaagster. Ze had geduld, kon hard rennen, heel zacht sluipen en hoog springen. Maar ze ving vooral vogels om kadoo te geven aan mijn mensen. Die riep ze, als ze er eentje had.
Ze hield ze zo voorzichtig vast, dat ze niet gewond raakten. Mijn vrouw vroeg altijd of ze de vogel weer los wilde laten, dat ze het geweldig vond dat Mol het kon en dat ze er heel blij mee was, maar dat de vogel nog een gezin had. Dan gaf Mol de vogel aan mijn vrouw. Ze snapte er niks van, en ze was vaak wel een beetje beledigd. Maar ze deed het toch.
Als dank kreeg ze een schoteltje slagroom, dat vond mijn Molly het allerlekkerste dat er was.

De goede kant

De GroteBeer was een supergoede jager. Toen hij nog in het restoorant woonde had hij een belletje om zijn nek. Om de vogels te waarschuwen. Maar hij kon zó lopen dat het belletje niet rinkelde. Alleen als hij bij mijn mensen voor de deur stond schudde hij eventjes met zijn hoofd, tingeling. Dan wisten mijn mensen dat Beer er was.
Beer kon in één sprong een vogeltje uit de lucht plukken. Een sprong met een draai erin, zegt mijn man, en heel hoog. Hij at het vogeltje ook meteen op.
In de woonkamer stond toen een klein koffertje, vol met kattenspeelgoed. Bovenop had mijn vrouw een rijtje pluusjen muizen gelegd. Op een dag bleef Beer maar naar dat koffertje toelopen, en naar mijn vrouw kijken. Toen mijn vrouw naar hem toe ging om te zien wat hij wilde, zag ze dat hij een dode muis had neergelegd tussen de nepmuizen. Presies in het rijtje, met het hoofdje de goede kant op.
De laatste jaren van zijn leven interesseerde het jagen hem niet meer, en zat hij rustig in de tuin of op de vensterbank naar vogels te kijken. Maar hij deed ze niks meer.

Het halve huis

Popje kon ook goed jagen.  Maar hij wilde zijn prooi altijd eerst aan mijn mensen laten zien. En dat ging wel eens mis.
Want vooral mijn man probeerde de prooi af te pakken. Dat wist Pop, dus hij kwam razendsnel eventjes binnenrennen, zei met volle mond Miauw! en rende weer naar buiten.
Soms liet hij per ongeluk zijn vogel of muis los in huis, en die verstopten zich natuurlijk meteen.
Mijn vrouw vertelde me dat ze heel wat keren het halve huis op zijn kop hebben gezet om de muis of de vogel te kunnen vangen.
Maar Pop werd ook gepest door vogels. Door kraaien. En eksters. Die gingen vlakbij hem zitten, en heel hard naar hem schreeuwen. Soms vlogen ze vlak over hem heen. Daar was hij bang van, en dan kwam hij snel naar binnen rennen.
Toen Pop een keer een ekster had gevangen, moest hij hem los laten van mijn man. Daar was Pop een beetje boos over natuurlijk. Maar hij werd daarna nooit meer gepest door de vogels!

Nou denk je misschien: en jij dan Bolle? Dat ga ik zo vertellen.

Minder

Ik las dat minder dan de helft van de katten in Nederland nu nog weet hoe ze moeten jagen op vogels. Er komen steeds meer katten die muizen en vogels niet meer als een prooi zien, en niet meer weten hoe ze een prooi moeten vangen en doodmaken.
Ja, dat las ik in mensenkrant. Daar staan dat soort dingen in. Waarom weet ik niet. En hoe die mensen dat hebben kunnen uitzoeken weet ik ook niet. Maar het is ofiesjeel uitgezocht.

Winkel

Dus nog maar de helft van de katten jaagt. De andere helft kan het niet meer, en die leert het ook niet aan zijn of haar kinderen. Over een tijd kan geen enkele kat het meer.
Daar schrok ik wel een beetje van. Want hoe moet dat dan met ons eten?
Gelukkig kopen mijn mensen altijd mijn eten. En zij zeiden dat de winkel nog vol staat met blikjes en brokken. Dus ik ga niet verhongeren.

Vogels

Een paar dagen geleden zat er een hals-band-par-kiet in mijn tuin. Zo’n grote groene vogel, die veel praat. Hij zat op de grond, in het zonnetje.
Toen ik hem zag rende ik er meteen op af. Mijn man zag het gebeuren, en dacht o nee.
Toen ik vlakbij was maakte ik een sprongetje en de par-kiet vloog weg.
Dat was ook mijn bedoeling. Want het is toevallig wel mijn tuin. Zo’n vogel mag best in de bomen en in de lucht en in de struiken, maar mijn tuin is van mij.
Toen ging ik naar binnen, en vroeg mijn vrouw om wat brokjes.
Ik was moe, want jagen is zwaar werk. Vogels zijn snel, en voordat je het weet zitten er nog meer in mijn tuin.
En ik ben een beetje bang van vogels. Dus ik jaag ze weg.