Categorie archieven: uit mijn leven

Goed kattenspeelgoed: de veter

Goed kattenspeelgoed hoeft niet duur te zijn. Wat ik persoonlijk erg leuk vind, dat is de veter. Die komt van de schoenmaker. Was twee euro, dacht ik.  Of minder.

Ik vond de veter bijna meteen leuk. Eerst wilde ik er even naar kijken en aan ruiken en ook wilde ik een poosje door de huiskamer lopen terwijl ik deed of de veter er niet was. Dat is wennen, en het hoort erbij.

Toen werd het leuk. De veter is net een lintje maar dan veel meer oer. Het ruikt lekkerder. Je hebt er meer greep op. En je kunt er ook mee rollen, dat is een plus. Ook kun je de veter tussen de krant doen en dan ermee bewegen, ik vind dat spannend.

O ja waar de veter vandaag kwam. Nou, van de schoenmaker. Daar heeft mijn vrouw hem gekocht. Het was geeneens duur. En het is geen officieel kattenspeelgoed maar volgens mij is dat juist het fijnste. Je hebt ook denkspeelgoed dat is helemaal speciaal voor katten, nou dat hoef ik zeker weten niet. Gewoon leuke dingen om mee te spelen vind ik het fijnste. Dat ik er wat mee kan.  En dat het niet te moeilijk is dat je eerst moet denken voordat je speelt. Dat is toch voor niemand leuk zeg nou zelf.

Aan de ene kant is de veter gewoon veter en aan de andere kant zit een knoop. dat heeft mijn vrouw gedaan. Wat ik dan leuk vind, is om die knoop zo BAM neer te slaan. Of mijn poot er helemaal op te leggen. Ik heb dan toch het gevoel dat ik ergens van gewonnen heb. Of van iemand. Het voelt goed. Tevreden.

Een veter is wel iets waarvan ik zeg: daar moet je  echt samen mee spelen, in je eentje kun je beter een muis ofzo nemen.  Maar dat is juist leuk, samen spelen, toch?

Luisteren is een keuze

 In Japan begrijpen ze waar de wetenschap toe dient en dat is om een beter begrip te ontwikkelen van de kat. In Tokyo onderzochten ze of katten konden luisteren.

Ja en nee zeg je dan meteen. Een kat kan uitstekend luisteren. Piept er een verpakking van een geliefde snack, dan hoort de kat dat nog in de diepste slaap. Dat was het ja. Nu komt het nee. Luisteren is iets anders dan gehoorzamen. Net als bij mensen. Een hond vind het leuk om te gehoorzamen. Een kat bekijkt het per geval.

Dus: begrijpen wat de mens vraagt is geen probleem. Doen is een tweede. En dat legt een deel van de verantwoordelijkheid bij de mens: die moet leren vragen op een manier waarop de kat het wenst te overwegen.

Het lag voor de hand, natuurlijk. Maar in Tokyo wilden ze het zeker weten en dat is nu het geval: luisteren is een keuze. Voor de kat, dan.

(Bron: Independent.co.uk)

Mijn fijnste moment (blog)

Van een gewone dag kunt u zeggen dat is een gewone dag. Maar die dagen vind ik het fijnste. En op een gewone dag weet ik ook wat mijn fijnste moment is. Dat komt omdat mijn vrouw er altijd naar vraagt.

Ik ben meer van de dingen nemen zoals ze zijn. Een beetje zen.

Zij is meer van over de dingen nadenken, ze veranderen en ze dan pas nemen zoals ze zijn. Van ons tweetjes ligt zij wakker en kan ik altijd slapen. Dus dat zegt genoeg.

Mijn vrouw vraagt dus vaak wat mijn fijnste moment van de dag is.

Samen wakker worden? Nee hoor. Wakker is wakker.

Samen eten? Dat is gezellig en fijn. Al zou ik graag eens uitgebreid haar bord willen besnuffelen maar dat mag nooit.

Samen spelen? Kan. Kan.

Samen eh…?

Nou, ik zal het zeggen. Mijn fijnste moment is ’s avonds na het eten en dan lig ik op mijn kussen en zij zit ervoor, en zij legt haar arm om me heen en ze zegt niks en ze zit stil. Ik lig ook stil met mijn kop dicht bij de hare. En omdat het mijn fijnste moment is moet ik de hele tijd spinnen.

Naast de bak (blog)

Wanneer mensen me vragen of ik weleens stout of ondeugend ben, dan geef ik daar heel eerlijk antwoord op. Nee. Nooit. Ik weet niet eens wat dat is. Thuis mag ik bijna alles, geloof ik. Laatst heb ik zelfs naast de bak geplast. Of nou ja: naast. Dat ging anders.

Het gebeurde toen het zo warm was. Dan moet ik extra water drinken, dus er komt nogal eens een bakje met vers water te staan. Lekker, hoor. Maar dan moet ik vaker naar de bak. Dat is gewoon zo. Als je moet, dan moet je.

En toen was het aan het einde van de middag dat ik dacht: ik moet. Dus ik liep naar de kleine overloop waar mijn favoriete bak staat. Die stond er niet. Mijn vrouw was die in de keuken aan het schoonmaken. In de badkamer heb ik een tweede bak, maar die was te ver weg. Er lagen nog wat houtkorrels zag ik. Dus toen heb ik daar op geplast, lekker veel, hèhè, dat luchtte op.

Tijdens het plassen zag ik vaag dat mijn vrouw terug in de kamer was, en dat ze een verse bak vasthield. Ze zag me, ze begreep dat ik niet gestoord kon worden en dus bleef ze staan en keek een andere kant op. Het was heel stil in huis. Het enige geluid was mijn plassen op de plaats waar de bak altijd staat.

Daarna was ik klaar en liep de huiskamer in zonder haar aan te kijken. We wisten alletwee wat er ging gebeuren.

En ja hoor. Ze zette de bak neer in een hoek en ging weer naar de keuken, spullen halen. De plek moest schoongemaakt worden. Ik ging me wassen en wachtte tot ze klaar was. Dat was nog best snel. Ze zette de bak terug en kwam met mij aaien en kijken hoe het met me was. Want ze dacht dat ik overstuur was omdat ik geen bak had gevonden. Maar dat was ik helemaal niet! Als je moet dan moet je.

Nou zult u denken wat heeft dat met stout te maken. Helemaal niks. Dat bedoel ik juist. Soms doe je als huiskat iets dat niet hoort, maar ja, het kan even niet anders.

(dit blog verscheen met andere blogs bij de Vereniging Kattenzorg)

Over mijn ontmoeting met een oranje visje

Mijn vrouw kwam thuis met iets nieuws in haar tas. Het was voor mij. Een visje. Ze deed er heel blij over, dus ik hoopte meteen dat het ook voor mij leuk zou zijn. Toen ging ze ermee aan de slag.

In de keuken liet ze een grote schaal met water vollopen, ik hoorde de kraan de hele tijd lopen, het ging maar door. Ik dacht, als ik maar niet in bad hoef.

Ze kwam terug met de schaal water en zette die op het tapijt. “Kom kijken, Bertje,” zei ze. Ik wilde niet, want ik lag net lekker voor de ventilator. Een beetje wind in mijn vacht, ik hou d’r van. Dus ik keek wel van een afstandje. Ze friemelde iets uit een pakje en deed dat in het water.

Een visje. Het flapperde en klapperde,  ik werd er meteen gespannen van. Van die rare geluiden. En toen ging het zwemmen maar ik wist gewoon dat het geen echte vis was, daar ben ik kater voor, alleen wist ik niet wat het dan wel was. “Een Robovisje,” zei ze verheugd. Ze keek er de hele tijd naar. Ik ook. Wat een griezelig visje. Het wil iets zijn maar het is niets. Daar werd ik bang door. Dat vreemde gekke gedoe dat je niet kunt vertrouwen.

Nou, de schaal ging weer terug naar de keuken en het visje verdween. Ik was en bleef van slag. De hele avond voelde ik me bangelijk en klein, en ik had veel aandacht nodig om bij te komen.

Ik vind een Robo-visje helemaal niks. Doe mij nou maar voor nu en voor altijd een lintje. Dat snap ik, dat kan ik, dat vind ik leuk. Dus.