All posts by @Bertje

Hoe ik kan lopen zonder geluid

lopen

Ik heb brede voorpoten en mijn achterpoten zijn ook in orde dus als ik wil dan kan ik keihard rennen en keihard geluid maken. En ik kan ook lopen zonder geluid.

Sluipen

Lopen zonder geluid dat heet sluipen. Het is iets van heel vroeger toen wij katten in de oertijd leefden en toen was het belangrijk dat niemand je hoorde lopen dus dan ging je sluipen. Nou is sluipen vooral leuk.

Trap

Op de trap sluip ik nooit. Vooral ’s nachts niet. Dan is alles stil dus dan is het leuk om keihard erover te rennen maakt niet uit of ik naar boven ren of naar beneden, ik maak geluid en dat is in het hele huis te horen. Ik voel me dan een teiger die alles durft. Maar de hele tijd over de trap rennen is niks aan dus ik ga daarna even op het bed meeslapen. Ook een teiger heeft rust nodig. Of juist.
Overdag is het leuker om te sluipen. Dan loop ik zonder geluid de kamer in. Mijn vrouw zit dan aan haar werktafel te schrijven. Ze kijkt naar de computer. Ik kijk naar haar. Het is nog steeds stil. Dan zeg ik een kleine mew.
Zij schrikken. “Bert, ben je daar.”
Ja dus.
Erna gaat ze aaien maar dat is meer dat ze zelf weer rustig kan worden, geloof ik, want ik ben het al, maar ik vind het goed.

Tegnies

De foto is gemaakt toen ik een keer de huiskamer in kwam sluipen. Het ging heel snel maar je kunt goed zien hoe tegnies sluipen is:

  • je moet je poten zacht neerzetten en dan heb je ook consentraazie nodig
  • het beste is dat je van het donker naar het licht sluipt dan heb je richting
  • het helpt als je je rug laag houdt maar alleen een beetje want als je diep gaat en ze zien dat thuis dan moet je misschien opeens naar de dokter

Sluipen is belangrijk wegens het gefoel van binnen. Dat je weet: ik ben huiskater maar dat oer, dat heb ik nog steeds.

kater Dorus over: as je beina jaarug ben en zo

Dorus
Hajooooo daar benne ik weer. Uwes poinkiepoinkkater. Waar ga ikke het fan mijn dag oofur heppe? Oofer hut affescheit neme fanne mijn nuljaar.

Uwes weet missjien nog niet, maar oppe 3 mei fan dit jaar worre ik een jaar. Eg!!
Ikke fin dit een wondertje op zig. Want wie hat dat nu gedagt?

Jaarug

Uwes weet fan de siekte die in me annere familie sit. FIP. Datte is een hewe nare siekte. Doodeluk. Me mense waare evve bang datte ik me eerse furrjaardag nie sau hale. Nau… eg wel. Ikke wil wel weete wat hut is om jaarug te sjijn. Het sgijnt weuk te sjijn. Dan kjijg je kadootjes en sta je in het middenstipje fanne belangstelling.
Nau sorg ik daar best wel foor dat ik daar sta hoor, want ik wil pootballer worre.
Jiekie wil, sins de kers, geheim aggent worre. Dat leik me ook so vetgaaf. Tauwte diertjes arreteere. Hihihi.

Katootjes

Maar goet, dit bjogje gaat dus oofer me furrjaardag en zo.
Ikke sat mette MamsieLoes foorige week te pjate. Ikke hep eggie waar heel feel katootjes kjeeg mette kers. Een halfe bootsgappetas fol.
Ikke wau gjaag ies anners. Oooh ik sjie jullie nu keike mette oope oogies. Dat isse goet, want asse jullie uwes oogies dig hadde sauwe jullie dit nie kunne lesen.
Ikke wil dus geen katootjes. En nau komp het raare… ik ga ook nie eg me furjaardag fiere. Okeee… een beetje. Ikke mag lijf oppe feestboek die dag. En ikke sjal wat fanne me mense kjijg. Maar daar hau hut bij op.

Peesiejaal

Ikke weet… je eerse furrjaardag isse peesiejaal. Maar!! Hette gaat ook peesiejaal worre. Eg!! Awween wat laatur.
Maar foor die tijt hoore en wese jullie er awwes oofer. Mamsie gaat hut ook uitwegge.

DorusNu ies anners. Nu ikke beina jaarig ben komp er ies anners opborreltijden.
Ikke wil tjauwe mette me loef fanne me leefe. Jiekie!!
Maar Jiekie isse pas in juni jaarug. En dan worre hij ook eenig. Dus totte dan moete we wagge. Dat moet fan onze mamsies.
Jiekie gaat mein mamsie omme me poot frage en ik frage jiekie’s mamsie om sein poot. En dan gaan we aan boompjes sjudde. Ikke ben al een kittenkistje aan hut make. Missjien finde we daar dan ook beebies in.

Dit was het foor dese week.
Ik sluit af met een dikke koes
Foor MammaLoes
Toedeledokie

Dorus

 

Toen ik nog helemaal niet wakker was

thuis
U kunt altijd zien hoe ik me voel en dat ziet u hier ook: ik was nog helemaal niet wakker en ik moest al op de foto. En dan doe ik het toch.

Slapen

Ik doe best vaak wat mijn vrouw zegt. Behalve als zij wil spelen en ik heb dat gefoel niet, dan kan het gewoon niet. Wat doe ik:

  • op bed springen als ze vraagt kom je er even bij, Bert
  • luisteren als ze wil vertellen wat ze buiten heeft meegemaakt en hoe het op de sportschool was, soms val ik erbij in slaap en als ik wakker word praat ze nog steeds
  • eten als ze zegt Ga maar lekker eten, Bertje
  • en op de foto als ik geen zin heb en zij wil het heel graag

Dat zijn allemaal dingen van samenwonen. Dat je wat voor elkaar doet.

Aaien

Nou komt wat mijn vrouw voor mij doet en dan zeg ik eerlijk: voor mij duurt het aaien altijd te kort. Ik heb het liefste dat ze de hele tijd naast de bank zit en dan als ik zin heb dat ze dan aait. Maar ze zegt Bertje ik moet werken. Ja, wat doe je dan als huiskater. Niks. Er komt altijd een verhaal van geld verdienen voor het huis en voor brokjes en het avondeten en dan slaap ik al voor het verhaal uit is.

Volgens mij is dat allemaal samenwonen. Dat je eigen dingen kunt doen en dat je toch samen bent. Dus je hoeft niet de hele tijd alles samen te doen. Of te snappen waarom die ander iets doet of naar het hele verhaal te luisteren zonder te slapen.

Als je maar samen bent, en dat ben ik.  Dus daarom ga ik voor haar op de foto ook al ben ik geeneens echt wakker.

Kater Bolle over als je veel gevoelens tegelijk hebt

gevoelens
Vroeger dacht ik dat ontroering alleen was voor als je verdrietig bent. Maar ik weet nu al lang dat je soms ook ontroering hebt omdat je juist heel blij bent of omdat je iets heel mooi vindt.

Uit zijn rugzak

Een paar dagen geleden kwam mijn man thuis. Hij was naar mijn dierendokter geweest. Ja, dat vond ik ook vreemd en ik wist er niks van. Maar hij zei dat hij iets voor mij had opgehaald. Hij haalde een grote plestik tas uit zijn rugzak. Mijn vrouw kwam er bij, en samen hebben we alles uitgepakt.
Ik zag brokken voor brits korthaarkatten. Toevallig ben ik brits korthaar, maar dan verkeerd in elkaar gezet. En ik ben dol op die brokken.
Er zaten ook brokken in dat je goed naar de weecee kunt als je veel haar in je buik hebt. Dat heb ik, dat haar in mijn buik. Ik voel dat het geen winter meer is, dus ik laat mijn winterharen los en die lik ik dan allemaal op. Volgens mijn mensen kan het nog best heel koud worden en is het nog wél winter. Maar ik weet zeker van niet, ik voel het toch als ik door mijn tuin loop?
De brokken zijn erg lekker, ik heb er van geproefd. Ik krijg ze nu elke dag door mijn slankbrokken heen. Ook waren er nog soepjes, van Feliks en Goermet. Ik hoef vast niet te zeggen dat ik die superlekker vind. Maar het allermooiste kwam nog. Mijn vrouw liet me een kaart zien. Het was een kaart van Vlo!

Twee veren

Vlo heeft me geschreven, dat we altijd vrienden blijven. En dat hij me twee veren stuurde. gevoelensEen prachtige gestreepte veer, en een veer met een hele biesondere kleur. De veer is groen. Dat heb ik nog nooit gezien, een groene veer.
Ik rook meteen aan de veren. De veren roken naar vogel, maar ook naar iets anders. Of moet ik zeggen naar iemand anders. Ik wist het meteen, de veer rook naar mijn vriend Vlo, toen hij nog thuis bij zijn vrouw woonde. Toen hij nog geen ster was.
Ik moest meteen denken aan toen Loes de egel van Katrientje kreeg. Dat ze meteen wist dat de egel van Katrientje was, omdat ze dat rook. Dat had ik met de veer van Vlo. De veer ruikt naar vogel en buiten en hoog in de lucht en naar Vlo. Gek hè, terwijl Vlo niet kon vliegen, dacht ik.
Misschien rook ik wel de hemel, dat kan best.

Sterren

Ik heb een tijd bij de veren gelegen en aan Vlo gedacht en aan mevrouw Vlo. Aan prinses Katrientje en beebiePop. Aan mijn Molletje, aan Pop en Beer. Aan Billy, onze tuinkat. Aan opa. Aan alle sterren waarvan ik weet dat ze bestaan, maar die ik zelf niet heb gekend: Tim, Bart, Catootje, Boris, Joerie, Poncke en Derrick, Broddel, Charlie, Alonso, en zo zou ik nog veels te lang door kunnen gaan. Wat zijn er een boel sterren!
Ze worden allemaal gemist door iemand, en er zijn altijd katten en mensen die aan ze denken. Die misschien moeten huilen, van verdriet. Of misschien moeten ze glimlachen, van dat ze mooie herinneringen hebben.
Ik ga heel zuinig zijn met de veren, want ze zijn heel biesonder. Omdat ze gestreept zijn, en groen, maar vooral omdat ze van Vlo waren. Elke keer als ik met de veren speel denk ik ekstra aan Vlo.

Karpe Diejem

Ooit ga ik alle sterren ontmoeten. Als ik zelf een ster ben.
Maar nu ben ik nog hier en daar ben ik blij mee.
Ik weet weer dat het biesonder is, dat je gezond bent en dat je leeft. Want voordat je het weet kan het helemaal anders zijn. En je weet nooit wanneer dat is.
Mensen zeggen wel eens Karpe Diejem, dat betekent Pluk de dag. Dus dat je elke dag moet genieten.
Daarom hebben mijn vrouw en ik echt KEIhard met mijn veren gespeeld. Ik heb gesurfd op mijn tassen, ik heb gesprongen, ik heb gegromd en geblazen. Maar ik bleef voorzichtig met de groene en de gestreepte veer.
En daarna had ik heel veel gevoelens door elkaar heen, ontroering heet dat.
Wegens verdriet, liefde, vriendschap en verlies.
Wegens alles.

 

 

Hoe ik weet dat het spelen klaar is

spelen

Ik ben een atleeties kater die graag slaapt en ook graag speelt, al slaap ik meer dan ik speel dat is ook omdat ik seeniejor ben. Ik speel van alles.

Aksie

Op de foto ben ik net klaar met heel veek aksie:

  • ik had ’s morgens al me uitgereikt met mijn poten op de plank, die is voor mijn nagels maar ik vind het beter als plank om me op uit te rekken en soms lig ik er lekker op
  • papier is leuk om mee te scheuren, maar het moet een krant zijn dat is het beste papier, met boeken kan ik niks dat is ander papier. En ik scheur een paar keer, daarna is het genoeg
  • de veter is voor als ik me oer voel, dan is het lintje niet genoeg. Met de veter kan ik rollen en bijten en van alles

Dus nou heb ik eigenlijk al een beetje verteld hoe ik weet dat het spelen over is. Het papier is klein gescheurd. Dan ligt het er en ik kan er niks meer mee. Het gefoel van binnen is weg. Dat kan langzaam weg gaan of ook opeens. En dan zit ik te kijken van wat nou.

Gefoel

Spelen doe ik alleen als ik het gefoel heb. Het is iets van oer, soms ook omdat ik nou echt goed en lang heb geslapen, en heel erg soms omdat mijn vrouw ergens mee wappert waardoor ik nieuwsgierig ben.
Komt het gefoel, dan speel ik.
Verdwijnt het gefoel, dan hou ik op.
Dus dat is eigenlijk super-eenvoudig.
Behalve voor thuis.

Thuis

Wat ik thuis best vaak heb, is dat mijn vrouw zegt dat ik moet spelen. Wegens mijn gezond. En eerlijk is eerlijk soms doe ik mee als ze met het lintje begint. Ook omdat het anders voor haar zielig is. Maar meestal niet want dat heb ik het gefoel niet. En dat gefoel komt helemaal niet als er iemand Bertje-Bertje staat te roepen en kijk-eens.  Waarom ze zo doet, snap ik niet. En zij snapt niet dat spelen iets is van gefoel.  Want dat is zo, echt waar.