Vandaag mag ik, Dopey het verhaal vertellen, een bijzonder verhaal. En met een aantal van ons in huis is het soms voor vrouw ook niet duidelijk wie wat gedaan heeft.
Spugen
Jullie kennen het allemaal wel dat je iets eet en dan opeens begint je maag te protesteren. Dan ga je snel een plekje zoeken waar je alles kunt uitspugen.
Die plekjes die we uitzoeken daar is vrouw niet altijd blij mee.
Maar daar hebben wij geen boodschap aan. Nee, we moeten het kwijt op een plek waar wij dat willen. Dat betekent ook niet op een reclameblaadje dat vrouw, als ze het ziet gebeuren, snel onder onze kop houdt.
Wat wij fijn vinden is onze maag ledigen op een vloerkleed, op de keukentafel of stoel, op de bank, op het dekbed en boven de verwarming als we toevallig op de vensterbank staan. Maar nooit op de stenen vloer in huis.
Onze vrouw moppert nooit. Ze ruimt alles op en maakt alles weer netjes schoon.
Haarbal
Een ander verhaal zijn de haarballen die we af en toe moeten uitspugen omdat we teveel haren van onze vacht hebben opgelikt.
Onze vrouw vindt dat echt vreselijk en als ze dat opruimt, maakt ze altijd van die rare vreemde geluiden. Wij staan dan altijd bij haar te kijken of er misschien ook een haarbal komt.
En toen gebeurde, zoals onze vrouw zegt, iets vreselijks.
Slof
In de winter draagt zij altijd lekker warme sloffen. Als we naar bed gaan zet ze die naast het bed zodat ze ’s morgens weer zo er in kan stappen.
Ze werd wakker, rekte zich uit en gooide de benen buiten het bed en zo met de voeten naar pantoffels in.
Zoals ze toen deed hadden we nog nooit gezien. Ze begon te springen en op een been te huppelen en met het andere been probeerde ze de slof uit te trappen. En ze zei steeds: ‘Gatver, wat is dat?’
Toen ze eindelijk de slof uit had en zag wat het was, begon ze weer die rare vreemde geluiden te maken. Ze hield snel haar voet onder de kraan en de sloffen gingen de prullenbak in.
Geheim
Wij vonden het toch wel een beetje zielig voor haar want we wilden haar helpen door de haarbal ergens uit te spugen zodat ze het niet zou zien en geen rare vreemde geluiden hoefde te maken.
Tja en nu vragen jullie zich natuurlijk af wie de dader is geweest. Ik weet het, maar ik ga het niet verklappen. Dat blijft voor altijd een geheim.
Dikke knuffel van ons allemaal.
Hoi allemaal, ik heb deze keer best wel spannend nieuws te vertellen. Ik moest pas geleden naar de witte jas maar daar had ik natuurlijk helemaal geen zin in.
Huis
invullen en een prik. Het voordeel van verhuizen is nu wel dat er veel dozen in huis staan. Eerst zijn ze leeg en dat betekent dat ik erin kan gaan liggen. Altijd leuk natuurlijk. Daarna doen ze er spulletjes uit het huis is en maken ze de dozen dicht. Dan kan ik er dus bovenop gaan liggen.
Tuin
Ze fond ergens een tauwtje, het tauwtje is van een biesonder spul dat heet leeeer, het ruikt heerlijk en het foelt ook fijn aan, mijn vrouw heeft er knopen in gemaakt en daarna liet ze het aan mij zien, ik fond het meteen fantasties!, mijn vrouw (of mijn man, dat kan ook) beweegt dat tauwtje door het gras of over de teegels en ik bijt het tauwtje en ren er achteraan, zooo heee en ik word zo entoesjast dat ik mijn vrouw fandaag per ongeloos krabte!, maar dat geeft niets zegt ze, ze is blij dat ik het spel zo leuk find, en we spelen het elke dag.
Vorig jaar rond deze tijd was ik net vier maanden oud en had ik binnen in m’n eigen huis nog zóveel te ontdekken dat ik helemaal geen belangstelling had om naar buiten te gaan. Buiten, dat was voor mij alles wat ik in de tuin zag vanuit de vensterbank, net voordat ik ging slapen. Want dat deed ik als beebiekitten heel graag. Dutjes, spelen, knuffelen, ontdekken. En eten natuurlijk.
‘t Wordt m’n tweede zomer dit jaar, maar de eerste waarin ik heerlijk buiten kan zijn. En dat is echt kattastisch want de temperaturen zijn nu al aangenaam, zelfs als het bewolkt is of regent. Maar wanneer de zon schijnt heb ik ‘t helemaal naar m’n zin. Dan zoek ik een lekker plekje in de tuin en als ‘t me te warm wordt ga ik onder ‘t afdak in de schaduw liggen. Lekker dutten of een beetje om me heen kijken, af en toe een grote bromvlieg uit de lucht meppen, luisteren naar de vogeltjes en niet te vergeten, de dagelijkse wasbeurten. Want nu ik zoveel buiten ben moet ik m’n vacht, en zeker m’n poten, vaker schoonmaken dan toen ik nog gewoon een huiskittenkater was. Maar ik heb ‘t er graag voor over…
Wanneer de zon opkomt ga ik terug naar m’n eigen tuin om op de dekenkist voor ‘t raam te dutten tot ik hoor dat m’n personeel wakker is. Soms duurt het even voordat ze doorhebben dat ik ‘t tijd vind voor m’n ontbijt, maar als ik te lang moet wachten voordat de achterdeur open gaat dan is een zacht mauwtje genoeg om die deur heel snel open te krijgen.
Aan de mannen in de straat ben ik nou een beetje gewend en het gaat best goed behalve als ze herrie maken, dan blijf ik weg uit de fensterbank. Maar mijn vrouw zegt dat ik het heel goed doe en dat ik een dappere katerman ben en daar heb ik steun aan.