Op mijn vrouw passen (blog)

De laatste tijd ben ik wat meer in huis gaan doen. Ik help met bedverschonen als ik op tijd wakker ben en er zin in heb. Wat ik zeker weten altijd doe, is op mijn vrouw passen. Soms moet er iemand voor haar zorgen en die iemand dat ben ik. Vorige week was het weer raak.

 

Het was in de middag toen ze zenuwachtig werd. Ze aaide me net iets te hard en zei steeds: “O Bertje, nou moet ik naar de tandarts.” Dan weet je het als huiskater wel. Een paar uur later kwam ze terug en haar gezicht was anders. Aan een kant opgezwollen. Het zag er raar uit. Ik dacht, nou goed in de gaten houden wat ze gaat doen.

En wat doet ze? Ze ging door het huis lopen en opruimen. Daar was ik het niet mee eens. Ik vond dat ze moest gaan uitrusten en dat heb ik laten weten ook.

Zette zij een stap naar rechts, dan lag ik als grote tienpondskater voor haar voeten en keek haar dwingend aan. Zette zij een stap naar links dan miauwde ik waarschuwend. Het duurde nog best lang eer ze het begreep. Ik sprong op mijn kussen en staarde naar haar gezicht. Toen snapte ze het.

Ze kwam naast me op de bank liggen. Precies op de manier die ik fijn vind, dat ze ook een beetje op mijn slaapkussen ligt en dan we dan zo naar elkaars gezicht kunnen kijken.

Daar lag ze.

En ik ook.

Ze kneep een beetje met haar ogen.

Ik begon te spinnen.

Alles in orde, dacht ik.

Maar toen pakte ze een boek en begon te lezen. Meteen sprong ik van mijn kussen af en ik ging voor de bank zitten. Dat snapte ze gelukkig meteen. Ze legde het boek weg en dus kwam ik weer terug. Lekker aaien en oogjeknijp en spinnen.

Toen het tijd was om te gaan eten, voelden we ons alletwee beter. Zij omdat ze rust had gehad en ik omdat ik als huiskater nuttig was geweest. Ze zei: “Ja Bertje, je had gelijk, ik moet vaker naar je luisteren.” En daar was ik het mee eens.

(Dit blog verscheen met vele andere blog op de website van de Vereniging Kattenzorg)

De allerlekkerste snack ter wereld (filmpje)

Ik eet graag, maar ik lust niet alles. Dat is goed. Je moet kritisch zijn op wat je eet. Soms vind ik iets vies. Er was ook een keer, toen ontdekte ik de allerlekkerste snack ter wereld.

Het zijn Liquid Snacks van Vitakraft. Je hebt ze in kip, eend, rund en vis. Ik lust ze allemaal, al denk ik soms dat ik kip het lekkerste vind. De dag erna vind ik dat van eend. Of van vis. Ze zien er hetzelfde uit, net als op het filmpje. Het ruikt een beetje, eigenlijk precies goed. Na de snack ga ik me wassen, dan voel ik me dubbel tevreden.

Het fijne aan deze snacks is dat ze dus heel erg lekker zijn en ook dat je er normaal van kunt blijven eten. Met aandacht. Met tussendoor een keertje om je heen kijken. Nou ja, dat niet elke keer.

Mijn vrouw denkt dat ze gezond zijn omdat er op de verpakking van alles staat. Kan best. Of je verpakkingen moet geloven, weet ik niet. Echt ongezond is het vast niet, omdat ze het voor me koopt. Ik eet nou al maanden elke dag een avondsnack. Heel soms ook tussendoor. Toen ik acht jaar werd, kreeg ik een snack in de vorm van een acht. Dat was rund, geloof ik.

Van hetzelfde merk heb ik een keer snoepjes gekregen. Die vond ik weer vies. Dat u niet denkt die Bertje eet alles. Want dat is niet zo. Ik ben heel kritisch, dat zei ik al. En dit is de allerlekkerste snack ter wereld.

Miauwen om middernacht

Er zijn van die momenten dat ik keihard en doordringend miauw. Dan wil ik gehoord worden.  En ’s nachts klinkt het miauwen harder dan overdag. Waarom ik dat doe?

Aandacht, dat zei ik al. Maar die aandacht heb ik ergens voor nodig. Dat is met alle katten zo die ’s nachts miauwen.

Ik weet dat je als kat ook wazig kunt worden. Dat je de dingen niet meer zo goed weet of herkent. Dan ga je vanzelf miauwen. Je wilt dan aandacht en hulp, dat iemand je gerust stelt. Het is dan fijn, als er in huis wat aanpassingen komen. Van die kleine nachtlampjes bijvoorbeeld dat je altijd goed kunt zien waar je bent en licht stelt ook gerust. En overdag heb je wat meer rust nodig en een vaste plek waar je je altijd veilig voelt. Het is wel goed om even naar de dierenarts te gaan want misschien is er iets aan de hand.

Zelf miauw ik vanwege twee belangrijke zaken. De eerste is dat ik de bak goed gebruikt heb en daar graag een nabespreking van wil, of op z’n minst aaien met een compliment. Overdag spreekt dat vanzelf. ’s Nachts wat minder.  De tweede reden is dat ik graag op bed wil maar het opeens niet meer durf. Dan miauw ik. Mijn vrouw wordt wakker, aait me en zegt wat en dan is alles weer in orde. Ik spring op bed en het miauwen is over.

Maar dat ben ik.

Het is belangrijk dat u weet dat wanneer katten ’s nachts miauwen er altijd een goede reden voor is. En die moet u zien te ontdekken, dan kunt u er wat aan doen.

Interview met kattencafé Poeslief

In Groningen zeggen ze niet veel. Dat is ook zo met poezevrouwtjes. Ik stuurde Karin en Laura (foto) van kattencafé Poeslief mijn vragen en ik kreeg een paar zinnen terug. En toch is het interessant. Ik volg ze op Facebook.

U moet wel weten, dat het in Groningen nou heel spannend is. Ze hebben er namelijk twee kattencafé’s. Mispoes zit binnenkort aan de Nieuweweg 14. En dan heb je Op z’n kop aan de Oude Ebbingestraat 57. In Groningen ligt de werkloosheid van katten laag.

Mijn eerste vraag ging natuurlijk over het tweede café.

Zijn er dan zoveel poezenmensen in Groningen?
Uit de vele reacties die wij krijgen blijkt dat er heel veel poezenmensen in Groningen wonen. Wij denken dat Groningen wel een tweede kattencafé kan gebruiken.

Poeslief heeft ook een eigen site: klik hier.  Daar las ik dat er tien katten gaan werken.Wie zijn dat en hoe kies je ze uit?
Er komen tien katten te wonen. We hebben samen met Wendie van Kattenopvang Bastet al zeven katten gevonden. Het is belangrijk dat de katten graag met andere katten zijn, maar ook met mensen. En ze vinden het fijn om binnen te zijn.

Op Facebook kwam ik al een paar katten tegen:

En ook een paar wat seniorachtigen daar stond geen naam bij:

 

 

 

 

 

Het lijken me hele bijzondere katten! Gaan julle van elke kat de verjaardag vieren?
Elke zaterdag is ‘caturday’! We weten helaas niet van alle katten wanneer zij geboren zijn.

Nou dat kun je een kat een eigen verjaardag geven, die kreeg ik ook toen ik bij mijn vrouw ging wonen. Zijn jullie ook echte poezevrouwtjes en hoe is dat gekomen?

Jazeker. Vroeger hadden we, bij onze ouders, al katten in huis en nu hebben we ook elk 1 als huisgenoot. We vinden zo leuk, dat we ook beide een ‘cattoo’ hebben (katten-tattoo).

Tot slot een persoonlijke vraag. Hebben jullie thuis eigen katten en hoe vinden die dat dat jullie naar andere katten ruiken?

In ons kattencafe wonen nu nog geen katten, want we zijn nog niet geopend. Maar als we van de kattenopvang komen, wordt er flink aan ons gesnuffeld door onze katten.

Dit was het. Dankjullie wel voor het interview!!

In de straat (blog)

Sinds een paar dagen zijn er mannen in de straat. Ze maken lawaai. Niet de hele tijd. Soms wel, dan weer zijn ze stil. Het zijn schilders, hoorde ik thuis. En ze blijven nog een tijdje. Ik vind dat moeilijk.

Nou is het wel zo dat ik de laatste tijd meer zelfvertrouwen heb gekregen. Het groeide heel langzaam en opeens voelde ik het. Ik durf meer. Als ik de badkamer in wil, maak ik gewoon de deur open. En vroeger durfde ik niet eens de keuken in. Laatst ben ik op een stapel boeken in de slaapkamer geklommen, daar moest ik vroeger ook niet aan denken. Het leven is gemakkelijker met zelfvertrouwen.

Op die schilders had ik niet gerekend. Echt waar niet. Ze zijn hier nog nooit geweest. Dus ik vond het raar. Er kwam een woonwagen in de straat. Mannen in auto’s en ze schreeuwden naar elkaar. Toen kwam er veel lawaai omdat ze steigers gingen bouwen. Het duurde de hele dag. Ik deed toen alsof ik sliep, want in de vensterbank zitten was te moeilijk voor me.

Ik voelde me best gespannen.
En onrustig.
Slapen lukte niet goed.

In de middag was het opeens stil. Weer zo gek. Toen sprong ik in de vensterbank om te kijken. Geen man te zien.

Thuis heb ik toen een goed gesprek met mijn vrouw gehad. Ze aaide erbij, dan kan ik altijd beter luisteren. Van dat hele zachte aaien. En ze zei dat die mannen buiten waren en wij binnen, en dat we elkaar hadden en dat we veilig waren. Ze zei ook, dat sommige van die mannen thuis een dier hadden waar ze lief en goed voor waren, maar dat wij niet wisten welke mannen dat waren. Daarna zei ze dat de mannen over een tijdje weer weg zouden gaan en dat alles dan weer gewoon zou zijn. Dat vond ik eerlijk gezegd het fijnste.

Ik vind mannen moeilijk. En geluiden ook. Door het gesprek voel ik me weer beter en ook door het aaien. Al met al is het weer een nieuwe ervaring in mijn leven als huiskater. Het is moeilijk, maar toch zit er iets fijns in.