Category Archives: uit mijn leven

Bibi en Filos over van binnen en van buiten

 binnen en van buitenFilos: wist jij het, dat we zo heetten?
Bibi: nee, eerst niet, nu wel. Vertel jij het maar

Bibi

binnen en van buitenWij lijken heel veel op elkaar. Logisch zou je kunnen zeggen want jullie zijn broer en zus. Maar dat is niet altijd zo. Dat je op je familie lijkt. Jullie hebben vast wel gezien dat wij bijna hetzelfde zijn. Van buiten dan. Want van binnen zijn we ook allebei onszelf. Ik vertel jullie een klein geheimpje. De eerste dagen van ons leven hier kon het Maria-mens ons niet zo goed uit elkaar houden. Wie is wie en wie is nou eigenlijk wie, sprak ze dan. Ze zag ons ook bijna niet omdat we bovenop een hele hoge kast zaten. Zij moest op een trapje gaan staan om iets te kunnen zien. En dan nog zag ze ons niet helemaal.

Pas nu we het huis gaan ontdekken, ziet ze ons hele lijf, met kop, poten en een staart. Ja, en dan is het niet moeilijk meer. Wij vonden trouwens helemaal nooit moeilijk. Ik ben gewoon Filos en zij is gewoon Bibi.

Filos

binnen en van buitenIk, ben de grootste van ons twee. Dat is wel vaker zo als katermans. Wij hebben heel veel witte haren. We hebben allebei een rode staart en een rode vlek op ons lijf, aan de linkerkant. Bibi heeft ook nog een rode vlek vlak boven haar staart. En rood op haar linker pootje. Bij mij zit een vlek op en achter mijn ene oor. En allebei een paar boven onze ogen. Bibi heeft ook nog sproeten. Mijn snuitje is wit.
Het heeft een naam zo’n kleurverdeling in je haren. Wij worden harlekijntjes genoemd. Dat is dus als je wit bent met gekleurde vlekken. Die kunnen zoals bij ons rood zijn. Maar een andere kleur mag ook. Een aantal gekleurde vlekken want anders heet het weer anders. Voor het officiële moeten die vlekken ook nog op een bepaalde manier verdeeld zijn. Maar wij zijn niet van de officiële hoor, doe maar gewoon. Gewoon twee harlekijntjes.
Klinkt vrolijk he? Dat je er blij van kan worden. En zo voelen we ons ook. Relaxte, zonnige, blije katten-poezels.
Harlekijntjes van buiten en van binnen.

Japie vertelt: Leefden ze nog lang en gelukkig?

lang en gelukkigVorige keer miauwde ik over Kraaloog die samen met zijn stekelige vrienden een berg eten voor het verweesde katertje verzamelden. Met een volle buik viel de kleine in slaap. Ondertussen maakten de egels een plan om hem door mensen te laten redden. Dat was het moment dat Mo en ik het niet eens waren over hoe het verder moest.

Hoe moet het dan wel?

‘Nee, Mo, we kunnen het sprookje niet eindigen met ‘En ze leefden nog lang en gelukkig’. Dat zou het einde betekenen van mijn blog!’
‘Hoe wil je het dan, Japie? Heb jij enig idee?’Ik plof op mijn kont en zet mijn achterpoot in de juiste positie. Met grote halen krabbel ik achter mijn oor. Dat helpt me nadenken. Mijn buik kan ook wel een poetsbeurt. Zal ik mijn staart ook gelijk onder poten nemen?
‘Eh, Japie, we zouden toch verder gaan met het sprookje?! Kan dat wassen niet een ander moment?’
Mijn mens snapt er helemaal niks van. Katten gaan zichzelf wassen als ze het even niet meer weten. Aangezien ik een kat ben, doe ik dat dus. Maar ze heeft wel gelijk. Dat sprookje moet af. Anders komt er nooit een eind aan.

Afhaalrestaurant

lang en gelukkigKraaloog en zijn stekelvrienden waren het eens over hun plan. Hoogste tijd om het katertje wakker te porren. Met zijn spitse snuit wroette Kraaloog in de nog altijd overvolle maag van het kleintje. ‘Hey slaapkop, tijd om op te staan. We moeten gaan.’ Met pijn in zijn buik sjokte het katertje achter Kraaloog aan. Kwam die buikpijn door het vele eten of omdat hij het spannend vond. Hij had geen idee wat mensen waren. Liever bleef hij bij de stekels. Maar hij had geen keus. Na een wandeling onder struiken door en langs muren kwamen ze via een gat in een metershoge heg uit in wat de stekels een tuin noemden.
‘Hier is het dan, ons afhaalrestaurant. Ieder donker zet een mens hier eten voor ons neer. Jij mag vast wel meesmikkelen. Kijk, daar in de hoek is een beschut plekje. Daar kun je voortaan slapen.’ Voorzichtig speurde het katertje de tuin af. Waar hij ook keek iedere centimeter was gevuld met planten. Daar kon hij zich purfect tussen verstoppen tot hij dat mens van dichtbij had gezien.

List

Een heleboel licht en donkers gingen voorbij. Het mens kreeg door dat er iets in de tuin zat al zag ze slechts af en toe een vage glimp. Het extra bordje dat ze neerzette was meer dan welkom, want het katertje at als een bootwerker. Toch ging het niet snel genoeg naar de lang en gelukkigzin van Kraaloog. Het katje was steeds al gevlogen voordat het mens hem kon zien. De stekels moesten een list bedenken. Een stevige herfststorm bracht uitkomst. Het katertje was tot op zijn magere botjes doorweekt en bibberde van de kou. Klappertandend lag hij tussen de struiken die amper beschutting boden tegen de slagregens.
‘Kom lekker in mijn huisje slapen, Kleintje, daar is het warm en droog.’ Aarzelend ging het katertje in op de uitnodiging van Kraaloog en volgde hem door een smal donker gangetje. Na wat kruip en sluip stonden ze in een ruimte boordevol schone, droge, krakende herfstbladeren. ‘Hier kun je je lekker oprollen. Dan hou ik de wacht bij de uitgang.’ Uitgeput viel het katje in een diepe slaap.

Gevangen

De volgende ochtend hoorde het katertje het mens roepen dat de brokjes klaar stonden. Toen hij naar buiten wilde om te gaan eten stuitte hij op een stekelig obstakel. Hoe hij ook duwde, Kraaloog bewoog nog geen millimeter. In zijn zwoegende borstkas ging zijn hartje als een bezetene tekeer. Zijn vriend zou toch niet ziek zijn? Toen hij de stem van het mens wel heel dicht bij het egelhuisje hoorde, verstopte hij zich snel onder de berg blaadjes.
‘Hey Egel, gaat het wel goed met je? Je ligt zo stil! Kom, ik breng je naar de Wildopvang. Die lang en gelukkiggaan jou helpen om weer beter te worden.’ Het katertje voelde gemorrel aan het huis en opeens scheen het licht fel in zijn ogen. ‘Wat hebben we hier nu?!’, zei het mens. Voor hij doorhad wat er gebeurde, werd hij stevig in zijn nekvel gegrepen en pardoes in een gevangenis gestopt. Door de tralies heen zag hij Kraaloog opkrabbelen en hem nog net een stevig knipoog geven voor hij fris en fruitig weg waggelde. Toen pas had het zwerfkatje door dat hij er in was geluisd. Het duurde een tijdje voor hij durfde te geloven wat zijn stekelvrienden hem hadden gezegd. Het mens bleek helemaal niet zo eng als hij had gedacht. Ze brabbelde lieve woordjes tegen het katje, overlaadde hem met de allerlekkerste hapjes en zei dat hij bij haar mocht wonen. En Kraaloog? Die leefde nog lang en gelukkig met al zijn stekelige vriendjes.

Blij einde

Al miauw ik het zelf het is een mooie oplossing voor het sprookje. Kraaloog en zijn vriendjes banjeren nog altijd door onze tuin. En het katertje? Die kreeg de naam Japie.
Koppie van Japie

Bibi en Filos denken na over ja en nee

ja en neeFilos: weet jij wat née betekent?
Bibi: ja. Ik ga daarover vertellen vandaag.

Speelspul

ja en nee
Bibi drinkt koffie

Ja is ja, iets mag. Nee is nee, iets mag niet. Maar als nee klinkt als ja is, wat is het dan? Wij Grieken zeggen né en dat betekent ja. Dus zegt zij nee dan klinkt dat voor ons als ja. Maar dan mag iets niet en wij doen we doen het toch. Raakt jullie kop hiervan al in de war? Nou die van ons wel.
“Nee, niet van die bloemen snoepen”. Maar ze zijn zo leuk die bloemen. Kijk als ik er een mep tegen geef dan veren ze mee. Dat is leuk speelspul. Niet alle bloemen in huis zijn echt, hoor. Maar toch mogen we er niet van happen. Nu hebben we een eigen plantje gekregen.
“Nee, die in die beker zit koffie, míjn koffie. Jouw drinken staat daar in het bakje en bij de drinkfontein.” ”
Neehe, dat is verf om te schilderen. Niet met je poten erin as-je-blief”.

In het huis

Op onze ontdekkingstocht door het huis komen we van alles tegen. Er zijn allemaal ruimtes in het huis. Een kamer met tafels, stoelen, een bank, krabpalen en verstophuisjes. Hier zitten onze mensen heel vaak. Daar vlakbij is een plek waar de hapjes gemaakt worden. Er is een kamer met een grote mand, en een natte kamer. Tussen al die kamers door kunnen wij heel hard achter elkaar aan rennen.
Er zijn deuren. Sommige deuren zijn open en andere zijn dicht. Vooral de dichte deuren hebben onze aandacht. Wat zit daarachter of in en hoe komen we door die deur. Met een
“sesam open u”, gebeurt er niks. We duwen ertegen met onze neuzen of krabben met onze pootjes. Soms hebben we succes. “Nee”, horen we dan. “Dat is de kledingkast, geen goed idee om daarin te gaan zitten. Nee, dat is een keukenkastje, nee!”
Ik, Bibi ben van het aanraak gebeuren en wil overal aan voelen. Voelen met mijn snuit, maar vooral voelen met mijn pootjes. “Nee, dat beeldje hoeft niet uit de kast gemept te worden, nee.” Ik geef ook graag alles even een kopje. En als ik kopjes geef dan bedoel ik stevige kopjes. Geen half zachte aai met mijn wangen ergens tegen. Het gaat van boem, bham een kopstoot. “Oh neee, daar gaat weer een boek naar benee.”

Van binnen

Die uitleg geeft ze er soms bij en soms niet. Zij zegt meestal alleen maar “nee” met een speciale intonatie. Om te laten weten dat wat we doen niet mag. Maar als ik hier alleen maar nee-letters maak voor jullie is er niks aan om te lezen. Kijk maar: nee, nee, nee, nee.
We beginnen ondertussen wel een beetje te begrijpen dat ons Griekse ja, hier nee betekent. Gelukkig horen we heel vaak iets dat het wel echt “ja” is. En dat het leuk is of knap en mooi. Ja, tegen lekkere hapjes, met spelen, samen knuffelen. Dat ze ons lief vinden ook al doen we soms iets niet liefs. “Lief zit van binnen en dat ben je gewoon,” zegt ons Maria-mens.

Wennen

Wij en zij moeten wennen. Wennen aan het huis en aan elkaar. Aan ja en nee, en nee en ja. Wennen gaat vanzelf maar ook niet helemaal. Als we alle vier ons beste pootje voor zetten en dan komen we er wel. Ja toch?

Een updeet over mijn gezond

gezondEerlijk waar, ik wil geen oudere katerman zijn die het de hele tijd heeft over zijn gezond maar toen mijn vrouw zei van Bertje je vrienden willen wel weten hoe het met je is, toen dacht ik dat is ook waar.
Ik heb dus weer wat.

Maar ik ben al aan het beter worden erfan.

Groonies

Een hele tijd geleden had ik een raar iets, de dokter zei dat het grooniese ontsteeking van de alfleesklier was en ik wist geeneens dat ik zoiets had.
Groonies is dat je het altijd hebt en soms foel je het en soms foel je het niet.
Dus het blijft foor alteit. Alleen je leefe kan gewoon doorgaan, dat is het poosietieve.

Nou langer dan een week geleden voelde ik me opeens bleh. Eten lukte niet meer goed, en ik wilde helemaal niet meer de trap af naar de voordeur of de trap op naar de slaapkamer, en ik dacht vooral laat mij maar liggen ik hoef niks en ik wil niks. Dat is het bleh. Dat alles en niks meer hoeft.

Pillen

En het ging net zo goed, ik kon dielen met de artroosie die ik nou heb als oudere kater zijnde. Daarvoor eet ik mobiele brokjes en ik neem een snek met meediesijn en dan foel ik er haast niks van. Dus daar lag het niet aan.
Mijn vrouw ging bellen met de dokter en wat er was en toen ging ze ook naar de dokter. Ik dacht ik blijf lekker thuis en dat mocht ook.
Ze kwam terug met nieuwe pillen. Dus ik kreeg een tweede snek met meediesijn erbij. Ook iets waarvan ik dacht bleh dat hoef ik niet.
Maar hoe gaan die dingen. Je krijgt dubbele knuffels en liefe woordjes en je ruikt dat er tonijn in zit, dus je eet het toch op.

Beter

De dag erna foelde ik dat ik weer wat kon. Ik lustte brokjes en afondeete. Een paar dagen later liep ik de trap weer op. En nou ben ik bijna beter, tachtig proosent zegt mijn vrouw, dus het gaat weer beter met mijn gezond. En ik wil ook helemaal beter worden, en anders blijf ik zoals ik nu ben, dat is ook goed.

Aanvulling mevrouw Bert
De medicijnen die Bert krijgt zijn de pijnstiller Onsior; tegen ontsteking en buikpijn krijgt hij een halfje Cerenia.

Bibi en Filos: als je wereld er ineens anders uitziet

Bibi en FilosBibi: vertel jij vandaag?
Filos: ja, doe ik.

In de war

Hoe is het als je wereld er ineens heel anders uitziet dan wat je bent gewend? Gaat je staart ervan in een krul of gaat ‘ie tussen je poten? Heb je spontaan zin om overal kopjes tegen te geven? Wij deden niks van dit al. Wij raakten er een beetje van in de war.

Bibi FilosThuis

Ons eigen thuis. Dat klinkt fijn en veilig. Maar hoe een eigen thuis eruit ziet, weten we geeneens. Wat je nooit hebt gehad, dat ken je niet. Je kunt erover fantaseren en ernaar verlangen, maar hoe en wat het is, moet je gaan ontdekken. Na de reis met de vlieg-vogel, de rit met de auto waren we er. Daar wat ons thuis gaat zijn.
De reis box wordt op de grond gezet. Maria-mens doet het deurtje open. Kijk lieverds jullie kunnen eruit en je pootjes strekken. Ik, Filos, doe dat meteen. Waar ben ik en wat is hier allemaal te zien. Ik blijf hier zitten roept Bibi. Ze is bang. Ze kruipt heel dicht tegen de achterwand van de reis box. Ver weg van het open deurtje.

Boven

Ik loop met mijn pootjes zo laag mogelijk bij de grond en mijn lijf langgerekt door de ruimte. Ik snuffel hier eens aan en snuffel daar eens aan. Dat klinkt stoer he? Dat was niet hoor. Zodra ik een hoekje zag waar ik me kon verschuilen ben ik daar heen gegaan. Van hier maar eens even goed rondkijken.
Bibi FilosAlles is vreemd. Het voelt onwennig. De vloer is zacht. Het ruikt anders. De woorden die de mensen spreken klinken raar. O jee, zou het hier wel leuk zijn? En wat nou als we het hier helemaal niet fijn vinden? Ik ga nooit meer in zo’n vlieg-vogel hoor, zegt Bibi. Geen haar in mijn vacht die dat van plan is.
Vanuit mijn schuilplek kan ik alles in de kamer bekijken. Ik zie een kattenbak, een bakje met brokjes, water, een stoel, een kastje en een hoge kast. Dat laatste lijkt me wel wat. Ik kan springen als de beste en met een sprong op het kleine kastje als aanloop maak ik een super jump. Yes, ik ben boven. Kom ook maar hier als je durf Bieb. Hier zitten we hoog en veilig. Het is een goede plek om ongestoord te kunnen slapen. Kom maar….
Onze eigen thuis is voor nu bovenop een kast. Het Maria-mens doet aan thuisbezorgd.nl. Ze zet een bakje met wat lekkers voor onze neus, op de kast. Veel honger hebben we nog niet, maar thuisbezorgd.nl komt een paar keer per dag langs met nieuwe hapjes. En dan gaat ze op een stoel zitten en praat tegen ons. Leuk en aardig maar wij blijven mooi zitten waar we zitten.

Samen

Als we samen alleen in de kamer zijn, springen we af en toe even naar beneden op verkenningstocht of om de kattenbak te gebruiken. Tijdens één van die snuffelrondes zien we dat de deur van het kamertje op een kiertje staat. Er is dus nog meer thuis te ontdekken. Maar daar gaan we eerst een paar donkers over slapen.