Categorie archieven: uit mijn leven

De straat is weer de straat

straat

Nou gelukkig de sneeuw is weg. Ik kan mijn straat weer zien en dat er mensen lopen en wat ze doen. Zult u zeggen maar jij bent toch een binnenkater Bert. Jawel. Juist daarom.

Als binnenkater heb ik graag dat alles in mijn leefe elke dag hetzelfde is behalve dan mijn afondeten. Daar wil ik elke dag iets anders voor en maakt mij niet uit wat het is als het maar lekker is, dus daar ben ik heel gemakkelijk in.
Dus behalve dit hou ik niet van veranderingen.

De straat

Het is mijn werk om de straat te controleren en ik heb ook nog ander werk in huis, maar daar gaat het nou niet om. Wel om de straat.
Ik zit in de vensterbank en ik kijk, ’s nachts en overdag. ’s Nachts is meer voor mezelf als hobbie omdat ik dan naar de autolampen kijk die komen en gaan, dat is zo mooi, daar kan ik een hele tijd naar kijken en dan ben ik ontspannen en dan ga ik op bed slapen bij mijn vrouw.
Overdag is om op te letten, dat er in de straat geen gekke dingen gebeuren. Het leefe moet veilig zijn.

Anders

Maar met die sneeuw was alles anders. Er waren minder mensen en als er mensen waren dan liepen ze raar. Of er kwamen kinderen die schreeuwen en rennen, eerlijk waar, waarom dat moest dat snap ik niet.
Het moeilijkste was dat ik de straat niet meer zag. Overal lag de sneeuw, en wat is dan wat? Ik wist het niet goed.

Gewoon

Gisteren kwam het gewone terug en vanmorgen was de straat weer de straat. Alles is in orde, zag ik. De mensen waren er weer en ze liepen gewoon. De auto’s en de bussen reden weer zoals ze eerst reden. Dus ik foelde me rustiger in mezelf en na de controle heb ik tefreden geslapen, echt heel lang, dat was superfijn.

Nou stond er alweer een doos in de kamer

doos
Net als ik denk, nou snappen we elkaar helemaal en dat blijft voor altijd zo, dan gebeurt er weer iets waardoor ik weet: ik moet thuis nog veel uitleggen.

Sinds het fierus er is, komen er thuis meer pakjes. Dat vind ik niks. Er is gedoe aan de voordeur, meestal net als ik wil gaan slapen en dan komen er ook nog eens vreemde luchten naar binnen, die moet ik dan onderzoeken en ik weet nooit wat het presies in maar als huiskater zijnde moet ik dat weten dus ik heb pas rust na onderzoek.

Leuk

En nou het stomste. De pakjes zitten in een doos. Meestal klein dus dan vouwt mijn vrouw die op en ze brengt ze ergens heen. Maar soms is er een grote doos. En dan weet ik al wat er gaat gebeuren. Ze hoopt dat ik er in ga zitten.
Omdat andere katten het ook doen.
Dus ze zegt dat het leuk is.
Voor mij.

Meening

Dit is net als met denkspeelgoed: het is helemaal niet echt voor katten bedoeld. Het is voor mensen bedoeld. Die vinden dat leuk. Dus dat er weer een doos is dat is voor mijn vrouw leuk. Ze legde eerst de doos helemaal plat op het tapijt dan moest ik eraan wennen.
Maar Bertje is niet gek.
Dus ik liep er langs en ik keek alle kanten op behalve naar de doos want wat je niet ziet dat is er niet. En toen ze begon te roepen en op de doos tikte, toen ging ik op de bank liggen met mijn ogen dicht.
Je moet laten merken wat je meening is, dat is mijn meening.

Weg

En ja hoor, mijn vrouw bracht ook deze doos weg, ergens naar buiten het huis, naar een plaats waar ik nooit heen ga. Toen kreeg ik knuffels en die waren fijn, dus dat gefoel was helemaal in orde, gelukkig. Ik hoop dat er nooit meer een doos in huis komt, maar zeker weten doe ik het niet.

Zacht of hard slapen, dat is de vraag

hard slapen

Eigenlijk is deze plank voor mijn nagels. Weet ik. Maar ik lig er de laatste tijd graag op. Lekker stevig onder mijn kop. Het gefoel is anders. Dat harde.

Hier in huis heb ik veel plekken om te slapen, dat heb ik weleens uitlegd. Het zijn vooral zachte plekken. Kussens, dekentjes en weet ik wat allemaal, het is zacht, het is warm, ik ben een katerman die overal in huis kan liggen en slapen dus ik heb geen klachten.

Plank

Alleen zegt mijn gefoel de laatste tijd: nou even wat harder. En dan ga ik naar mijn plank. Lekker mijn poten erop zetten en dan mezelf uitrekken. Lekker gaan liggen en eroverheen rollen dat ik het goed voel. Lekker op de plank met mijn kop en dan een lange knuffel krijgen, vooral ’s avonds in het donker vind ik dat een spannend gefoel. En dan ook helemaal lekker op de plank liggen en doezelen en slapen.
Het gefoel is gewoon anders. Dat harde tegen mijn kop. Dan duw ik vanzelf ook hard terug en dan weet ik dat ik een sterke katerman ben en als ik op een dekentje met bloemetjes lig dan is dat toch anders.

Druppeltjes

Misschien komt het door de hoomeeoo-druppeltjes die ik neem. Dat ik me sterker in mezelf voel. Als binnenjongen moet je je toch uiten als er een groot gefoel van binnen is. In de tuin rennen kan niet want ik heb geen tuin en dat hoef ik ook niet. Eerlijk waar, toen ik vroeger op straat leefde heb ik genoeg buitenleefe meegemaakt. Op de eerste dag dat ik hier kwam wonen, zei mijn vrouw dat ik nou alleen nog maar hoefde te rieleksen en te genieten en daar ben ik dus druk mee.
Daarom slaap ik nou af en toe op mijn plank. Voor het fijne gefoel.

Maar ik kan mijn kussens en dekentjes niet missen, daar slaap ik weer zacht op en dat is ook een fijn gefoel.

Waarom ik soms moet blijven staren

staren

De nacht was begonnen, mijn vrouw had het licht op de slaapkamer uitgedaan en toen opeens zag ik wat. Dus ik bleef op het bed zitten en ik keek. “Bertje, wat zie je?” vroeg mijn vrouw. Ze klonk bang.

Staren

Ik zag iets maar ik wist niet wat. Dus daarom bleef ik zitten en kijken, heel intens kijken, dat heet staren. Dat je wacht en je bent aalert want je weet: misschien zie ik dadelijk iets dus ik moet opletten.
Het kan van alles zijn. Een flieg. Of een gefoel van mezelf dat ik dan snap. Of iets anders waarvan mijn vrouw dan zegt dat is een andere diemensie, alleen voor katten. Wat het is weet ik zelf niet daarom was ik dus zo aalert.

Wat ik kan

Die andere diemensie daar merk ik haast niks van. Het is ook een moeilijk onderwerp om over te vertellen want als je wat ziet dan weet je het van binnen en als je niks ziet dan is het niet om uit te leggen.
En daar zit dus het moeilijke waardoor mijn vrouw bang wordt. Dat er enge dingen in huis zijn die ik alleen zie. Dat snap ik wel. Maar het is ook zo:

  •  mijn oren zijn heel goed dus ik hoor altijd wat er op de straat gebeurt veel eerder dan zij
  •  ik ben op mijn buik veel gefoeliger, zij wil nooit kopjes op haar buik en ik wil elke dag buik-knuffels
  •  sneks zijn voor mij echt belangrijk, ik eet er twee per dag wel met meediesijn maar ik eet ze toch

Dus ik ben met al die dingen veel gefoeliger dus dat ik meer beleef dat hoort bij het kat-zijn. En dat is helemaal niet eng. Dus als ik zit te kijken dan zit ik te wachten tot ik wat zie. Meestal komt er niks en dan ga ik gewoon liggen en slapen, daar ben ik dan helemaal aan toe. Want er is dan niks om naar te kijken, dat weet ik zeker.