Folgens mij is het tropies nu weg, maar ik foel het nog een beetje in mijn vacht en het zit nog een beetje in mijn huis maar het is toch ook weer zo dat het weg is. Maar mijn gewone leefe heb ik nog niet.
Want ik weet niet hoe ik terug moet veranderen.
Beneden
Toen het tropies kwam ging ik beneden slaape, dat was koeler maar het was ook eenzaam daar ben ik heel eerlijk ofer. En nou kan ik weer gewoon op de slaapkamer, dat heb ik gemerkt. Gisteravond liep ik er rond en ik herkende alles, de dozen en de kast en het bed en het grote kussen voor het bed dat er helemaal alleen voor mij ligt. En mijn vrouw lag gewoon in bed en ze vroeg: “Bertje, kom je ook?”
Ja, nee, ik weet het niet, dacht ik, straks is het weer keiwarm en dan moet dat weer uit mijn vacht en het is al zo lang keiwarm. En ik heb heel veel ferhaard maar ik heb nog steeds heel veel vacht.
Dus toen ging ik weer beneden slaape.
Oferdag
En oferdag dan heb ik soms zon in de vensterbank, gisteren ook al. Ik keek ernaar en opeens foelde ik van is dat wel ferstandig Bertje.
Wegens datzelfde van dan komt het hele hete weer in mijn vacht dat wil ik niet.
Dus ik ging maar heel eefe in de vensterbank, omdat iedereen op Feesboek zei probeer het nou kan het. Het was een raar gefoel.
Ik lig nou nog steeds het liefste tussen de twee waaidingen in, of voor het ene waaiding waar koele lucht uit komt. Maakt niet uit of ze aanstaan of niet. Het is een goede plek om te liggen, dat weet ik door het tropies dus voor mijn zekerheid blijf ik er gewoon liggen.
Mijn kop
Het tropies heeft rare dingen met mijn kop gedaan dat weet ik. En nou moet ik misschien terug veranderen naar hoe mijn leefe voor het troopies was alleen weet ik nog niet hoe dat moet.

geen Bertje miauwen tegen zo’n wijze kater?! Zo ben ik niet opgevoed door mijn grote broer Foppe. En die heeft weer van zijn Oom Sjaak geleerd dat je altijd netjes moet meowen tegen snorders die meer levenservaring hebben. Daarom begin ik keurig met Beste Meneer Huiskater Bert. Al snel krijg ik een reactie terug dat ik echt niet hoeft te meneren tegen Bertje. Na wat kattenbelletjes heen en weer vinden we een purrrfecte oplossing. Ik noem hem voortaan Oom Bert. Dat vind ik tof. Want tantes heb ik best veel. Tante Cato bijvoorbeeld, de moeder van Foppe. Zij woont ook in het huis waar ik woon. Dan is er tante Luna Poes, de furkering van mijn grote broer. Op het erf waar zij woont, wemelt het van de muizen. Ze gaat me leren hoe ik die kan vangen als ik in de vakantie bij haar ga logeren. Want hier in de wijde omtrek is geen muis meer te vinden. Die zijn allemaal in de mousmousse verdwenen. Ook heb ik een tante Frenkie, die bij opa en oma op twee benen woont. Zij heeft een mooie jas in wit met rood en zwart. Maar ooms, die heb ik nog niet. Nu dus wel.
Heb ik daar wel iets aan toe te voegen? Ik weet dat mijn Oudoom Sjaak van alles over zijn leven als ex-straatkat vertelde. Met een rugzak aan ervaring had hij genoeg om over te schrijven. Maar ik kom net kijken. Ik vraag mijn furriend CW om katvies. Die heeft jarenlang met Sjaak door de buurt gestruind. CW is duidelijk. ‘Spring gewoon in het diepe. Jij kunt heel goed klimmen en iedere keer als je uit die boom springt, land je altijd keurig op je vier poten. De eerste paar keren in die boom waren ook eng. Maar je deed het toch! Dat bloggen is vast net zo. Misschien mag het wel op proef.’
Van mezelf ben ik een gemakkelijke kater, ik doe wat ik kan en als ik het niet kan dan doe ik het niet. En nou het tropies is, nou kan er best veel niet. En ik foel toch dat het best moeilijk is.
Wat een leefe is het nou, de ene dag troopies en de andere dag gewoon en dan helemaal opeens weer tropies. Toen ik een kitten was toen waren de zomers anders. Maar ik doe het leefe zoals het leefe is.
Gisteren was ik net met de veter bezig, toen mijn vrouw naar me keek. Dat ik dacht wat nou. Ze zei iets over de meel en dat sommige oudere katers niet meer wilden spelen.