Mijn verkering Bert vroeg me of ik wat meer over mijn leven wilde schrijven. Over gewone dingen en over hoe ik leef met me eigen familie. Bert zei dat mijn fens me dan beter leren kennen. Ik zeg u eerlijk, ik wist niet eens dat ik fens had? Maar als Bertje het zegt dan geloof ik hem. Ik wil het U graag vertellen.
Waar ik woon
Ik woon nu alweer 10 jaar bij mijn vrouw, dat vind ik best lang. Niet dat ik hier nog weg zou willen want ik wil als poes niet op me eigen gaan wonen. Ook al heb ik twee jaar verkering, ik woon met mijn vrouw, Floris en Zusje.
Toen ik hier kwam wonen wist ik nog niet dat ik in een multikathuishouden terecht zou komen. Dat is als je met meerdere katten in één huis woont. En ook nog met een vrouw.
Uit het asiel
Ik mocht in een mandje bij mijn vrouw op schoot mee en ze sprak de hele tijd heel lief tegen mij. Ik vroeg me eigen af waar ik naar toe zou gaan? Dat weet je niet als poes als je mee mag met je vrouw of man, je moet maar afwachten. Ik vond het zo spannend. Ik dacht alleen maar, zou ze ook tonijn hebben?
Siepers
We kwamen in mijn nieuwe huis. Het was in een groot gebouw met allemaal huizen op elkaar. Ik vond het meteen fijn. Ik ben een binnenpoes dus ik was blij dat ik niet naar buiten hoefde. De voordeur ging open en ik moest meteen ruiken. Het rook vreemd, ik kende het niet. Mijn mandje ging open en toen zag ik het. Een grote katerman en hij was siepers. Ik zag allemaal strepen in zijn vacht. Ooooh ik vond het zo spannend. Maar ik wilde ook ontdekken.
Mijn vrouw zei dat de katerman Floris heette en dat hij mijn broer werd. Ze aaide hem, ze aaide mij. Zachte strelingen van tussen mijn oren naar mijn staart. Ik wist niet zo goed wat ik moest doen want ik voelde meteen, Floris is de baas in huis dus ik moet me eigen wel gedragen. Ik deed een paar keer blazen, ik wilde me eigen toch laten horen. Dat ik er was, dat ik er ben en dat ik nooit meer weg ga. Ik durfde nog niet zo goed want ik ben ook verlegen.
En toen gebeurde er iets fijns. Mijn vrouw gooide snoepjes op de grond en we aten samen van de snoepjes. Het was best gek, ik voelde me eigen helemaal niet bang. Ik durfde bij mijn vrouw op schoot te kruipen, ik voelde me wel fijn. Ik moest denken aan vroeger en hoe bang ik me eigen toen voelde. Nu was ik veilig, nu was ik echt thuis bij me eigen familie.
Met Floris was ik best snel vriendjes. Ik voelde, soms begrijp je elkaar. Als je allebei uit een asiel komt dan snap je sommige dingen beter. Dingen die je vrouw weer niet snapt. Dat eten bv altijd op de eerste plaats komt en dat je ook graag veel wil eten. Floris vindt eten ook belangrijk, maar ik eet altijd meer.
Familie geworden
Mijn vrouw heeft Floris wel moeten leren dat ik verder niets wil als u snapt wat ik bedoel. Ik ben graag op me eigen en ik ben een nette poes. Floris is een “jeweetwelkater” maar ik denk dat hij dat zelf niet weet. Misschien hebben ze het hem niet verteld. Ik weet het niet, maar ik wilde het gewoon van me eigen niet.
Dat katers een poes soms op een andere manier interessant vinden, daar moest ik wel aan wennen. Ik was nog jong toen ik hier kwam wonen, ik moest alles nog leren en ontdekken. Mijn vrouw was er wel voor mij, dat er niks gebeurde zeg maar. Nu zijn Floris en ik echt wel familie van elkaar geworden, soms slapen we zelfs samen in een mand. Dat is best gezellig maar ik ben het liefst op me eigen of bij mijn vrouw als Bert er niet is.
Zorgen
Maar ik maak me eigen ook wel zorgen. Floris is al bijna 16 jaar. Ik weet niet precies hoe oud dat is maar hij is denk ik wel super seeniejoor. Dat is best veel seeniejoor vind ik.
Als Floris er straks niet meer is dan ga ik hem wel heel erg missen. Hij is toch een soort van me eigen broer maar wel van dezelfde vrouw.
liefs van Loesje
Mijn verkering Bert vroeg me of ik iets wilde schrijven over mijn dromen. Dat wilde ik wel. Ik vind het fijn om voor Bert te schrijven en ik vind dromen fijn.
Ik dacht, als ik kittens zou willen dan alleen met mijn Bertje. Soms weet je pas wat je wil als je de katerman van je leven hebt gevonden. Maar toen voelde ik ook pijn, diep in mijn buikje. En het rammelde heel hard. Maar hoe kan iets rammelen als het een droom is? Ik voelde dromenpijn. Dat het leven anders is dan je droom maar de pijn is echt. Ik moest tegen me eigen zeggen dat ik nooit moederpoes zou worden. Ik voelde traantjes in mijn hart en honger. Ik was emo.
Bert vroeg me of ik een stukje op zijn website wilde schrijven. Dat wilde ik wel natuurlijk want Bert is mijn verkering. Op 3 juni hebben we twee jaar verkering en dat vind ik best een hele tijd. Het is op de verjaardag van Bert.
Gisteren had ik het weer. Dat ik druk ben met mezelf wassen en dan opeens niks. Het ene moment ben je druk met de vacht op je buik en het andere moment weet je het niet meer.
Op Facebook heb ik Loesje ontmoet. Ik vond haar meteen bijzonder. Dat zachte. Dat lieve. En ja, mooi is ze ook nog. Elke dag schrijft ze een berichtje op 
Dus rust is belangrijk voor je. Dat heb ik ook. Heb je weleens dat je je gek voelt en dat je opeens moet rennen?
Mijn favoriete speeltjes zijn lintjes of touwtjes en daarmee lekker over de grond rollen. Maar ook vind ik het fijn om achter laserlichtjes aan te rennen, die probeer ik dan te vangen. Dan kan ik heel goed springen hoor Bert. Ooh en we hebben zo’n speeltje in huis waar wij als poezebeesten een balletje door kunnen slaan, daar word ik spontaan helemaal blij van. Ik speel dat weleens met mijn kleine broertje Japie.
Je maakt zo’n volwassen indruk. Zo evenwichtig. Dat je precies weet wat belangrijk is in je poesenleven. Heb je weleens kittens gehad?