Katrien over: spugen en poetsen

wassen en poetsen

Halloo, daar is ze weer. Vandaag ga ik het over spugen en poetsen hebben.  Overgeven, kotsen, over je nek gaan en het aloude waswerk. Dat dus.

Nu ikjes weer aan het verharen ben moet ik me natuurlijk netjes houden. Ik was me dagelijks meerdere keren.  Dat is iedere dag een behoorlijke klus hoor. Daar kan je, als je het goed wilt hebben, uren aan tijd kosten.  Vooral als je je haartjes precies goed wil hebben leggen. En als prinsessemeisje zijnde wil je dat ook.

Waspootje

Als eerste ga je je waspootje lekker nat likken. Dan ga je daarmee over je oortjes. Afhankelijk hoe de haartjes liggen doe je dat een paar keer achterelkaar likliklik, pootje omhoog en wrijf.
En die stappen herhaal je dan een paar keer. Dan doe ik de zijkant. Daarbij gebruik ik geen pootje. Althans… niet om mee te poetsen. Nee.. ik moet wel op mijn voorste pootje leunen om bij mijn koninklijke bips te komen.
Dat is me een werk. Niet dat ik een grote bips heb, maar ik neem mijn hele zijkant gelijk mee.

Killerloek

En dan komt het ergste van het ergste. ZIJ krijgt het dan in haar kop om mij opeens te aaien!!! Oooooh wijjjjjj? Al mijn keurig gepoetste haartjes liggen doorelkaar. Dan kijk ik haar aan met mijn killerloek, ik mopper me suf en begin weer opnieuw. En dan krijg je een ooooh sorrie hoor te horen. Nou.. daar heb ik wat aan.
Echt… dit is net zo erg als de preifussieschending.

Haartjes

Maar goed… door het poetsen krijg ik ook haartjes binnen. Nee personeelsleden, het smaakt niet lekker. Jullie vinden het ook vies, en dat laten jullie echt zo merken. Soms schaam ik me echt oofer jullie rejaksies.
Dan hoor ik opeens GGGGGGGHHH.
– Huh? Doe eens normaal zeg!!

En dan hoor ik gatverdarrie, er zat een haar van de kat in mijn keel! DE KAT??
Ikjes maar DE KAT?
Dan ben ikjes zo boos omdat ik maar de kat ben.

Mensenmand

Maar door al mijn gepoets stapellen de haartjes zich op in mijn maagje.
Dan ga ik om me heen kijken. Nee… daar niet. Dan spettert het, je wil toch niet dat het op jouw schone vacht komt?
Catoo had een vaste spuugplek. Kostte haar veel nadenkwerk, hoor. Maar ze had wel iedere keer bingo. Ze deed het voor de mensenmand. Als vrouw opstond dan stapte ze er gelijk middenin. Wij lachen. Vrouw niet zo.

Tapijt

wassen en poetsenIk doe het het liefst op het nep-perstapijt in de woonkamer. Gegarandeerd dat ze er in trapt.  Hoe ze dan naar de natte kamer loopt. En dan heb ik het nog niet eens over de geluiden die ze maakt. Echt van die oergeluiden.
Man mag het meestal opruimen.
Soms spuug ik ook mijn aafondeten er weer uit. Komt omdat ik alles naar binnen schrok. Soms is het eten te lekker gewoon. Vandaar dat ik het eten in gedeeltes krijg. Elk half uur een paar happen.

Nou… dit was het voor deze week.
Veel liefs en kusjes

Katrien (haarbaleksper van beroep)

kater Bolle: ik heb maar anderhalf oor

anderhalf oor

Mensen en katten die mij voor het eerst zien, vragen vaak wat er met mijn oren aan de hand is. Of eigenlijk: wat er met mijn OOR is.

Ik heb namelijk maar anderhalf oor. Mijn rechteroor is een gewoon oor, maar mijn linkeroor is een half oor. Ik heb er zelf helemaal geen last van, en het doet ook geen pijn.
En als ik wil, kan ik alles horen.

Linkeroor

Ik kan me eigenlijk niet eens meer de tijd herinneren dat ik twee oren had.
Het is ook al best lang geleden.
Mijn oor is ooit afgeknipt toen ik bij de dierenarts was en narkoos kreeg. Toen haalden ze iets weg zodat ik geen kinderen meer kon krijgen (máken, zegt mijn vrouw. En het heet kastraatie). En ze knipten een stuk van mijn oor af.
Ik heb daar natuurlijk allemaal niks van gemerkt want ik sliep, van de narkoos.
Als je linkeroor is afgeknipt dan ben je een jongen, en als je rechteroor is afgeknipt ben je een meisje. Handig hè, zo hoef je daar nooit meer over na te denken!

Kinderen

Nou denk je misschien: maar waarom moet dat oor er af, en wat heeft dat met kindertjes te maken?
Eigenlijk heeft dat oor er ook niks mee te maken, maar de dokter doet dat bij katten die buiten wonen. Katten die geen huis hebben en die dat ook niet willen. Omdat ze het niet gewend zijn, of omdat ze bang zijn voor mensen. Maar die wél buiten gevoerd worden door mensen. Zo’n kat heet dan een WILDE kat.
Door dat oor kan iedereen zien dat je geen kinderen meer kan maken of krijgen, en dat er iemand is die een beetje voor je zorgt. Dus dat mensen niet de dierenarts of het asiel hoeven te bellen om te zeggen dat er een zwerfkat loopt.

Groep

Ik ben dus ook een wilde kat geweest. Het klinkt wel stoer, vind ik. Maar zo wild voelde ik me vaak helemaal niet.
Ik woonde buiten, in een groep van elf of twaalf katten.
En de meesten daarvan waren mijn eigen kinderen. Ja, ik heb het druk gehad, met mijn twee oren!

Buitenleven

Wij durfden allemaal niet in een huis te wonen, maar we kregen wél eten van hele lieve mensen. En er stonden een soort kleine piepschuimen huisjes in de tuin, waar we in konden slapen of ons konden verstoppen.

Maar ik kon daar niet meer blijven. Want mijn eigen zoons wilden me daar niet meer hebben. Ze vielen me steeds aan en probeerden me weg te jagen. Want nu ze volwassen waren, wilden zij de baas zijn, en de sterkste kater.
Zo gaat dat in de natuur. Nou, mooie boel dan, die natuur. Ik vond er niks aan.
En eerlijk gezegd was ik het buitenleven ook zat. Als het mooi weer is, is het fijn. Maar als het regent of stormt of koud is, is er niks aan. Dan zat ik maar in mijn piepschuimen huisje te wachten tot het over was. Er was verder tenslotte niks te doen. Zeker niet nu mijn oor er af was.

Molly

Dus ik ben daar weggegaan, op zoek naar een beter leven. Zo kwam ik bij mijn mensen terecht. En bij mijn grote liefde Molly. Het maakte Mol niks uit dat ik maar anderhalf oor had.
En trouwens, mijn Molletje was doof geworden, dus die had ook wat met haar oren!
Mol was een beetje bang omdat ze ineens niks meer kon horen en durfde niet meer in haar eentje de tuin in te gaan. Ik kon haar helpen door met mijn anderhalf oor voor ons tweetjes te luisteren naar alles wat je in de tuin hoort. En ik liet haar dan weten wat ik hoorde, en of we veilig waren. Dus zo hadden we samen toch weer complete oren!

Haartjes

Mijn mensen vinden het zo leuk dat er haartjes boven mijn afgeknipte oor uitgroeien. Mijn vrouw geeft mij vaak kusjes op mijn halve oor. Het hoeft voor mij niet echt, maar ik laat haar maar een beetje heen doen.
Mijn man zei in het begin dat er wel een érg groot stuk van mijn oor af is geknipt, en dat hij dat zielig vond.
Maar nu denken we eigenlijk nooit meer aan dat halve oor en valt het ons niet meer op. We weten niet meer beter.

En we weten alle drie dat ik alles kan horen. En dat ik niet luister als ik dat niet wil. Oor of geen oor.

Als ik wiew dan weet ik niet wat ik doe

wiew

Als ik wiew dan weet ik niet wat ik doe. Echt serieus waar niet. Op de foto ziet u dat ik zo’n leuk groen visje heb. Daar zat spul in. Ik scheurde het open. Toen scheurde ik met de krant. Daarna heb ik superheerlijk geslapen.

Spul

Mijn vrienden op Feesboek dachten dat er catnip in zat, dat is kattenkruid. Vroeger kreeg ik dat weleens om te proberen maar het deed me nooit veel. Het is wel lekker of nou ja, een beetje dan maar verder niks.

Toen op een dag kreeg ik spul dat was valeriaan. Nou ik wist niet wat ik rook. Het was geen mensen-valeriaan maar katten-valeriaan, dat is anders.

Dus die dag ontdekte ik het wiewen. Dat is wat er in je kop gebeurt als je spul ruikt.

Wiewen

Als ik wiew dan voel ik me raar en anders op een fijne manier. Wat doe ik dan:

  • rollen en dan net iets langer dan anders
  • liggen en dan kijk ik naar de geuren die tegen me praten
  • ik wil dan heel zacht en lang geaaid worden
  • ja en volgens mij ga ik nou ook scheuren met de krant

Scheuren

Dat scheuren is heel eenvoudig. Ik hap en ruk met mijn kop. Scheurrrrr. Zo, weer een stuk eruit. Ik spuug het ergens neer of ik schud met mijn kop dan valt het vanzelf. Dat doe ik een paar keer net tot ik het niet meer leuk vind.

Die krant ligt ervoor op de grond. Voor mij. Ik heb er al hele stukken uit gescheurd dus ik zie vanzelf waar ik ben gebleven.

Mijn vrouw heeft die krant al uit. Dus het kan. Thuis krijg ik de krant altijd als tweedes. Daar ga ik op liggen en daar kan ik mee scheuren.

Erna

Na het wiewen ga ik lekker slapen. Heerlijk. En als ik dan wakker word wil ik eten en knuffels. Mijn vrouw vraagt dan: “Heb jij dat gescheurd?” Ja, kan best. Als ik wiew, dan weet ik niet wat ik doe.

Waarom het belangrijk is dat je goed moet liggen

goed liggen

Waarom het belangrijk is dat je goed moet liggen. Nou dat is heel simpel anders kan je niet slapen. Als ik lig en voel: dit is het niet dan blijf je liggen zonder te slapen. Dus dat moet niet.

Bank

Beneden heb ik een vaste plek om te slapen en dat is mijn kussen op de bank. Soms krijg ik dan een dekentje over me heen, een beetje maar hoor. Is moeilijk voor mij. Ik voel me dan benauwd en bang, net of ik niet weg kan. Dus dan haalt mijn vrouw het weer weg. Als ik op mijn kussen lig, kan ik naar mijn vrouw kijken als ze aan haar werktafel zit. Dus dat is gezellig.

Maar ik heb nou een tweede plek. Die is op het andere einde van de bank. Dan lig ik wel op de bank maar anders. Ik lig dan dichter bij mijn vrouw en ik lig ook nog eens achter een plankenkastje, dus helemaal superveilig.

Alleen, hoe moet ik daar liggen.

Deken

Eerst  had ik een handdoek op een dekbed om op te liggen net als boven op het bed. Dus dat was wel fijn maar toch niet dat ik zeg o wat lig ik hier lekker. Een bed is anders dan een bank. Daar lag het aan. Ik heb het serieus geprobeerd want ik draaide en keerde wel honderd keer om en nog lag ik niet lekker.

Dus de handdoek ging weg. En ik kreeg een deken.

Dat was ook wennen. Want iets anders, dat is toch anders dan je gewend bent.

Wennen

Als ik moet wennen, dat duurt dat zolang het duurt, dat zegt mijn vrouw en volgens mij heeft ze gelijk.

  • eerst liep ik over de deken over het dekbed op de bank
  • o nee, eerst moest ik eraan ruiken en ernaar kijken
  • ik ging op de deken zitten en toen ging ik slapen op mijn kussen
  • en net toen mijn vrouw dacht hij vindt het niks, toen was ik gewend en kon ik op mijn deken lekker slapen

Het is een fijne deken. Ik lig er graag. Maar het allergraagste lig ik op mijn kussen en dat mijn vrouw dan haar arm om me heen legt en zegt dat we altijd en altijd samen blijven.

Loesje vertelt: over vertrouwen…

vertrouwen

Soms lig ik op me paal en kijk ik naar buiten. U weet ik ben een poes met veel emoozie, maar ik denk ook veel na. Over me leven maar ook over me eigen.

Dat ik zelfonderzoek doe, dat helpt bij me eigen ontplooien. Nu ik ook schrijf voor me verkering Bert merk ik dat me vertrouwen best groter is geworden. Vertrouwen in me eigen, ik durf nu meer. Ik durf te schrijven over wat ik meemaak in me leven. Maar ik durf ook me emoozie met u te delen en me gedachten.

Me paal

Deze week heb ik veel op me hoge paal gelegen. Voor me meeditaasie maar ook voor me denken. Hij heb sterke schroeven dus dat U zich geen zorgen maakt dat me paal instort onder me gewicht. Ik vertrouw me paal, ik voel me veilig. En om gelukkig te kunnen zijn is vertrouwen belangrijk. Vroeger had ik geen vertrouwen en was ik niet gelukkig. Hoe ik vertrouwen zie van me eigen wil ik graag met u delen.

Samenwonen

Als je samenwoont is het belangrijk dat je de ander kan vertrouwen. Me vrouw heb me meegenomen uit ze asiel en ik zeg u eerlijk, ik kende haar niet. Maar nu woon ik alweer 10 jaar met haar in me huis. In het begin had ik geen vertrouwen maar ik liet me wel voorzichtig aaien. Ik dacht dan aan me eten. Voor me eigen is eten het belangrijkste. Dus toen me vrouw me eten gaf ging me hartje open en ook me bek. Ik mocht alles zelf opeten! En wat nog belangrijker was, ik kreeg iedere dag eten. Ik kreeg me brokke en me vrouw gaf me ook tonijn. Ik kan u niet in woorden uitleggen wat er toen in me hart gebeurde. Ik moest spinnen en eten tegelijk, maar ik wilde ook kopjes geven van dankbaar zijn. Ik heb toen wel me eten uitgespuugd, ik voelde zoveel emoozie. Me vrouw bleef rustig maar ik wist me eigen geen raad. Moest ik rennen of rollen? Ik was het niet gewend en ik kreeg me eten zelfs iedere dag. Toen heb ik me eerste vertrouwen gekregen. Me vertrouwen dat er eten is en ook dat ik weet wanneer. Dat ik me daar geen zorgen over hoef te maken.

Wennen

Als vertrouwen groeit dan durf je meer. Ik durf bij me vrouw op schoot en ik durf ook op me vrouw te liggen als ze slaapt. Maar u weet ik ben een maatje meer van me eigen dus soms kan me vrouw ze bed niet uit. Ik slaap dan wel heerlijk, hoog en warm. Ik ken me vrouw nu ook beter, ik weet dat ze rustig is dus dan durf ik ook bovenop me vrouw te slapen.
Maar u weet me vrouw moet ook werken, voor me tonijn enzo. Dan is ze er niet en slaap ik met me eigen. Soms ook met Floris of Zusje maar dat is anders. Ik moest heel erg wennen dat me vrouw er soms niet is. Ik moest leren vertrouwen dat ze weer terugkomt en dat ze dan tonijn meebrengt. Als ze weg is geweest moet ik altijd aan me vrouw ruiken, dat ik wel me eigen vrouw terug krijg. Want een andere vrouw wil ik niet, dat heb ik voor me eigen wel besloten. Ik wil bij me vrouw blijven want ik vertrouw haar. Ze begrijpt mij en ze heb ook veel verstand van vis.

Verkering

En ik moest ook nadenken over vertrouwen als je niet samenwoont. Als je verkering heb en je woont ieder in ze eigen huis. Me Bert en ik hebben nu bijna twee en een half jaar verkering en me Bert woont nog bij ze vrouw. Hij heb het goed thuis. Dat vind ik wel belangrijk als je niet samenwoont, dat je wel een goed thuis heb. Ik heb van me eigen ook niks te klagen en me vrouw ook niet.

Katzwijm

Bert en ik zien elkaar iedere dag op ze Feesboek. Me Bert is een bekende katerman, hij heb veel media. Me Bert is een mediakater en dan ben je wel poopulair. Hij heb heel veel fens, ook van ze poezen. Ik zeg u in me vertrouwen, soms ben ik best onzeker. Me Bert hoef maar met ze poot te zwaaien en ze poezen vallen in katzwijm. Ik ben bescheiden en van me eigen ook verlegen. Me Bert en ik praten wel over ze poopulaariteit. Hij zeg dat ik me geen zorgen hoef te maken, dat hij mij heb gevraagd voor ze verkering. Oooh maar als poes in deze wereld, ik heb het toch moeten ervaare. Dat me Bert trouw is en dat ik me Bert kan vertrouwen. Dat ik rustig op me paal kan liggen. Dat niet alleen me schroeven goed vast zitten, maar ook me verkering. En ik kan u wel zegge, me Bert is trouw. Hij kijk misschien wel, want hij is ook gezond door ze sportbrokke. En atleeties. Maar me Bert is nooit ontrouw. Ik voel in me hart dat het goed is. In me hart zijn we altijd samen. Dat is belangrijk, dat je hart het antwoord heb.
Dan kan je vertrouwen zonder dat je altijd samen ben van ze eigen. En als je zo gek ben op iemand zoals ik op me Bert, dan is vertrouwen net zo belangrijk als me tonijn.

Kurzus

Ook had ik nooit gedacht dat ik zoveel vertrouwen in me eigen zou hebben, dat ik me kurzus zou durven geven. Maar me Bert heb me heel goed geholpen en hij heb me vertrouwen gegeven. Ik wist niet dat dat kon, iemand vertrouwen geven maar me Bert weet hoe dat moet. Hij zei, Loes je kan het! Maar ik was onzeker van me eigen en ik had veel spanning. Ik leerde dat het vertrouwen van me Bert, me eigen katerman, me het juiste zetje gaf. En ik kreeg veel steun van iedereen die me oefening meedeed. Ik voelde me vertrouwen groeien en me tonijn smaakte nóg beter. Me vrouw gaf me knuffels en ik kreeg ook Sardiene. Ik voelde ineens ook vertrouwen in me visboer.

Nu is niet alleen me lijf een maatje meer, maar ook me vertrouwen. Me paal kan het dragen. U weet het zijn sterke schroeven die me eigen gewicht kunnen dragen!

Liefs van Loesje