Loesje vertelt over karnafal en echt zijn

karnafalIn mij wiekent lag ik bij mij vrouw op ze schoot, ik deed mij rieleksmeedietaasie want mij vrouw was moe. Dan help ik haar want zij moest veel werke van ze eigen.

Ze zeg Loes het is karnafal en ik voelde een knor in mij buik. Ik hoopte op mij lekkere vis, misschien had mij visboer uit ze kanaal een nieuwe vis gevange? Ik voelde mij eigen blij en onrustig in mij buik.

Ze masker

Zeg me vrouw ineens dat karnafal een groot feest is en dat iedereen dan ze masker draag. Ze zeg Loes assie in het Zuiden van Nederland woon dan hebbie er last van. Iedereen vier ze feestje en ze doen ook gek. Van me eigen weet ik alleen dat ik in mij stapelhuis woon met mij vrouw, Floris en Zusje.

Van karnafal heb ik nog nooit gehoord en assie het niet kan eete dan snap ik er niks van. Van me eigen hoef ik niet achter mij masker. Als ik gek wil doen ren ik mij trap op en af en dan ben ik er weer klaar mee voor de rest van mij dag.
Ik moest er wel over nadenken, wat karnafal is en waarom mensen dan anders zijn? Als poes houd ik van gewoon en dat ik mij eigen kan zijn. Dat mij leven echt is.

Iemand anders zijn

Met karnafal is niks gewoon of echt zeg mij vrouw. Iedereen heb gekke kleere aan en een masker op en er is veel lawaai. Er is een opstoet en iedereen eet en drink heel veel. Van me eigen doe ik altijd veel eete, dan wil ik toch geen masker op mij kop. Mij vrouw zeg, Loes jou visboer is gesloote want hij heb ook ze karnaval. Toen heb ze me bijna moeten reenimeere. Hoe kan mij visboer nou gesloote zijn? Hoe moet ik dan mij tonijn eete? Ik voelde mij paniek in mij kop want mij visboer hoort bij mij dag. Misschien hebbie ook wel ze masker op en verkoop ie ineens paardenflees? Nou ik wil geen paard in mij gang, ik wil mij eigen visboer. Ik hoop dat mij karnafal snel weer overgaat en dat mij visboer dan weer ze eigen is. Mij visboer is mij visboer, dat is gewoon zo. Hij heb het niet noodig om iemand anders te zijn van ze eigen. Hij heb ze vis en mij eigen als ze grootse fen. Dat sta bij mij eigen op mij keukendeur! Echt waar!

Inkognieto

Als ik op mij denkpaal lig hoor ik oferal lawaai. Mij vrouw zeg dat het de opstoet is en dat er allemaal groote wagens door mij stad rijden. Ik snap er niks van, ik kom nooit in mij stad. Van me eigen hoef ik ook niet door te zakke, mij poote zoude beswijke onder mij gewicht. Ik zeg u eerlijk, ik vind er niks aan. Waarom zou ik een ander moete zijn, mij kop verberge achter mij masker. Wie ben ik dan? Ik heb mij vrouw wel gefraagd of zij mij eigen op me footo wil zette met mij masker op mij kop. Misschien kan U het zien op me footoo maar in mij hart ben ik mij weg kwijt. Ik ben inkognieto.

Mij vrouw zeg: Loesje, jij ben prinses Loesje d’n irste! Maar ik wil helemaal geen prinses zijn in mij leeve en al helemaal niet mij irste! Ik wil mij eigen zijn. Gewoon Loesje zoals U mij ken en zoals mij Bert mij ken. Met mij gefoeligheede en mij maatje meer. Voor mij hoef al die opsmuk niet, aan mij lijf geen pooloonezze. En assie eerlijk ben, er is maar één prinses en zij heet Katrientje. Zij heb het al vanaf ze geboorte, dat ze prinses is. Ze kan er niks aan doen van ze eigen. Dan is het wel echt.

Onder mij tafel

Maar ik zou ook schrikke als mij vrouw als iemand anders in mij huis zou koome. Dan zou ik mij niet veilig voele en ik zou onder mij taafel gaan zitte wachten tot mij vrouw weer ze eigen zou zijn. Assie met raare toeters en belle of met een kaamerbreed tapijt op ze kop door me huis zou sjouwe. Ik zeg u eerlijk, van me eigen zou ik niet weete wat ik zou moete doen? Ik zou soveel moeilijke gefoelens hebbe, ik zou mij eigen tonijn worde van mij schrik. Als poes ben jij wel afhankelijk van jou mensen in jou huis en jij heb niks te zegge assie gek wil doen.

Vertrouwe

Gelukkig is mij vrouw gewoon naar ze werk en kom zij straks gewoon weer thuis. Dan is het weer gezellig want ik weet wie mij vrouw is. Dan kan ik bij mij vrouw op ze schoot kan gaan ligge en voel ik ze aandacht. Mij vrouw ziet mij en ik zie mij vrouw. Dan maake we kontakt en het is echt van ze eigen. Echt kontakt is moeilijk. Jij moet vertrouwe hebben en jij moet veilig zijn. Dan kan jij helemaal jou eigen zijn en jou hart gaat open. Dan hebbie jou eigen pooloonezze van jou geluk en jij kan jou masker afgooie. Jou karnafal is foorbij!

Liefs van Loesje

En toen leerde ik iets over het leven

zon

Ik zit hier te genieten van de zon op mijn vacht. Als ik warme oortjes heb, ben ik gelukkig. En door die zon heb ik iets geleerd over mijn leven vandaag.

Wind en regen

De dag begon best moeilijk. ’s Morgens sprong ik in de vensterbank  en toen zag ik dat er buiten wind en regen was. Als binnenkater voel ik dat ook op mijn manier. Dat is emotie. Dus ik dacht, Bertje, nou moet je doen wat juist vandaag het fijnste is en dat is: bankhangen, dan krijg je van die zachte knuffels erbij dus dat is ideaal.

En dat gebeurde ook. De knuffels kwamen. En toen kwam nog iets anders.

Zon en warmte

Ik weet niet meer precies wanneer, maar ik werd opeens keiwakker uit mijn doezelbankhangslaap. Er was zon in de huiskamer. Warme lekkere zon die op het tapijt scheen. Meteen hopte ik van de bank af en ik liep naar het tapijt. Het was al warm, dat voelde ik onder mijn poten. Ik ging er zitten en ik voelde de warmte op mijn vacht en op mijn oren komen. Ik moest gapen en toen was ik gelukkig. En ik had ook iets geleerd.

Verbetering

U weet wel dat ik niet van veranderingen hou want dan snap ik de dag niet meer. Voor mij moet alles blijven zoals het is dan kan ik het leven vertrouwen. Dat is wegens dat ik een kater met angstklachten ben.
Maar nou was ik toch blij met dat er die dag een verandering kwam. Eerst wind en regen. Toen zon en warmte. Dat is een verandering die goed was. En dus leerde ik dat een verandering ook een verbetering kan zijn, ook al zie je dat helemaal niet aankomen en je ligt lekker op de bank te liggen, dan kan er nog opeens een verbetering in de dag komen.

 

Katrientje over: bijten en in de maaling nemen

Katrientje

Hallooooooo katgenootjes. Hier is ze weer. Had ik wel eens verteld dat ik, samen met Catoo, vrouw een keer in de maaling hebben geneemt?
Laat ik vertel:

de foet van vrouw

Zus en ik waren goede eters. Heule goeie. Oooooh boy… wij hadden eeuwig honger. Zoowals vrouw zegt… een wandelend maagje met een velletje bont er om heen.
Nou hadden wij al eten gehad van man. Smorregens geeft man altijd eet. Vrouw lag nog op een oortje. Om 7 uur ging man weg en we furfeelde ons een beetje heel erg boel. Wat we nooit deden, want we waren eigenlijk best nog bang, we sprong op bed. En we zagen iets waar we onze tanden wel in moesten zetten. We zagen de onderkant van de foet van vrouw. Nou… wij ooverleg wie als eerst zou aanvallen.
We besloot een gesaamlijk aanval te doen. Bekkies open en bijten maar.

Ooooooh vrouw werd me daar toch boos. Ze duuwde ons zellufs weg met haar poot. Maar dat pikte we niet!! Dus ging we nog harder bijt. En toen kwamme ze ooferent. En ze blerde: “hauwe nou oppe met jullie scherp tantjes!!!” Nou ja… echtjes erg zeg. Wij voelde het toch niet? Nou ja… mochten we niet eens in haar stokjes van haar voet bijt!!!

onze leeg etensbakjes

Uitijndeleik kwam ze uit haar slaapmand en ze zag onze leeg etensbakjes. Wij zielig doen. Catoo deed net of ze flauwie fiel. Ooooh ze was zoon goede aktriesse. Ik zat krijsie te doen en naar Catoo te kijk. En ooooh vrouw pakte onse bakjes op en maakte ze eerst schoon en vulde het met whisjekas patee. Wij lachen. En we zaten ons buikje te vul.

Ondertussen belde vrouw naar man. Ze zou hem wel even de oortjes wassen over waarom hij ons geen eten had gegeef. Nou ging dat gesprek ongefeer zo:

  • Mette mei, waarom heb jij die katten nauw niet effe eet gegeef?
  • Watte bedoel jij?
  • Die snertkatten zaten mijn tenen af te kluif. Ze barste van de honger. Kon je ze niet even eten geef?
  • Maar datte deed ikjes!!!

een killerloek

Toen zat vrouw ons aan te kijk. SLIK*
We keek elkaar aan en daarna keek we naar vrouw. Oooooh ze had een killerloek in haar Katrientjeoogen. Catoo probeerde weer flauwie te val, maar vrouw zei normaal doen. Ooooh en dat zei ze echt niet lief hoor. Catoo kwam ook weer snel zitten.
Ikjes zal maar niet hier zeg wat ze zei. Daar zouden jullie alleen maar rood oortjes van krijg.
Daarna hebben we dit nooit meer kun flikjes.
Want als Catoo weer deed alsoffe ze flauwie fiel belde vrouw eerst man op. Zo flauw. Ooooh.

een eigen smaakje

Maar soms was man ons fergeet. Vooral als hij zich versliep.
Oooooh en toen belde ze ook naar man. En toen kreeg we wel eet hoor. En dan zei ze ook sorrie. Ooooh onze maagjes deed knorknor en we viel ons bakje aan.
Weet je wat fijn was? We kreeg ieder een eigen smaakje whisjekas. Dus als we het ene niet wilden gingen we de ander wegduw en aten we het andere bakje leeg. Nu krijg ik ook nog steeds 2 smaakjes. Ikjes krijg in gedeelte want anders spuge ik. Eerst krijge ik toonijn en als mijne bakje leeg is krijg ik of kipsmaak offe hartsmaak.

Nou… dit was het weer voor dees keer.
Veel liefs en een kusje

Katrien (hongerlapje van beroep)

Wat moet je doen als het moeilijk weer is

moeilijk weer

Eerst was het lente, nou is het weer herfst. Dat is stom. Maar het is zo. Wat moet je doen als het moeilijk weer is?

Ik snap dat u denkt jij bent een binnenkater Bert, wat merk je van buiten? Nou van alles. Ik ruik aan de voordeur voor informaazie van de straat. In de vensterbank zie ik wat er aan de hand is. En mijn vrouw vertelt me van alles.  Plus ik weet nog dingen van vroeger toen ik op straat moest leven.

Gemakkelijk

Elke dag kan gemakkelijk zijn op een eigen manier dus het is zoeken wat gemakkelijk is. Ik zal voorbeelden geven:

  • als de zon schijnt dan is het gemakkelijk om in de vensterbank te hangen en lekker te doezelen
  • als het koud is dan is het gemakkelijk om op bed te slapen, dan voelt dat gezelliger
  • als ik alleen thuis ben, dan kom ik aan mezelf toe en hoef ik niet op mijn vrouw te letten dat is ook weleens fijn
  • als het regent en het is niks dan is thuis bankhangen met sneks en knuffels weer supergemakkelijk, al moet ik zelf afwachten of er sneks komen

Dus het kan best en als u ontdekt wat gemakkelijk is dan heeft u ook een fijne dag.

Steun

Maar ja ik snap ook dat het soms niet gemakkelijk is. Als u verdriet heeft of u bent bang omdat er monteurs zijn (dan heb ik) of er iets weer wat anders, dan is het van binnen moeilijk. Dan heeft u steun nodig op een manier die voor u fijn is. Dat kan zijn aaien of dat u kopjes krijgt, of u gaat extra slapen, of u doet weer wat anders.  Bij mij is het zo dar als de glazenwasser komt ik altijd schrik en dan moet mijn vrouw bij me gaan zitten en niks doen verder. Dat doet ze ook want dat is steun.

Dit heb ik ook bedacht voor iedereen die het nou moeilijk heeft wegens de regen en dat de zon weg is. Dan moet je zoeken wat juist die dag fijn is.

 

kater Bolle over: hiegjeene en jezelf wassen

hygieneDeze week schreef Bert over zijn vacht. Dat die zo mooi is door goed eten en slapen en knuffelen. En doordat hij zich wast.

Toen dacht ik: dat eten en slapen en knuffelen, dat doe ik ook allemaal. Maar dat wassen, dat hoeft voor mij niet zo.

Schoon

Ik was me wel natuurlijk. Ik ben tenslotte een kat. Dus ik doe aan hiegjeene. Ik was me alleen niet overdreven veel. Ik was mijn buik heel goed, en af en toe mijn poten. Meer niet.
Waarom zou ik mijn hoofd wassen, of mijn rug, of mijn staart, als ik daar nooit vies ben? Dat vind ik helemaal niet nodig. En ik voel me nou eenmaal prettiger als mijn haar een beetje nonsjalant zit.
Maar weet je hoe mijn vrouw me altijd noemt?  Een vies-peuk. Ja, echt waar! Erg hè, want dat ben ik zeker weten niet. Mijn buikhaar is altijd mooi roze-oranje en pluizig en schoon.

In mijn haren

Een paar dagen geleden lag ik op het grote bed, op mijn roze handdoek. Toen ik later opstond lag er best wat aarde op mijn handdoek. En een takje. En ook nog een paar blaadjes. De handdoek was een beetje grijzig geworden van mij.
Dus ja hoor, daar begon mijn vrouw weer. Altijd hetzelfde.
Dan zegt ze: “Zo, heb je je tuin weer mee naar binnen genomen?” of: “Was je van plan een moestuintje te beginnen op bed?” of: “Het is niet verboden om je te wassen hoor, Bol”.
Maar ik doe me toch altijd wassen?!
Ik kan er ook niks aan doen dat er van alles in mijn haren blijft hangen!
Ik kan me niet voorstellen dat mijn vrouw van mij verwacht dat ik dat er allemaal uithaal. Met mijn tong nog wel.
Dat vind ik nou vies.

Kuil in de aarde

Nu het lekker weer is, lig ik best vaak buiten. Ik heb in mijn tuin vier manden alleen voor mij, een tent en een kartonnen doos. Maar ik vind het eigenlijk het prettigst om een kuil in de aarde te maken. Niet een hele diepe kuil hoor! Ik graaf gewoon een beetje, en op die plek ga ik goed op mijn rug rollen. En zo wordt die kuil precies op maat voor mij.
Als ik daarna naar binnen kom, ja, dan komt er natuurlijk wat van die aarde mee.
Of er zitten takjes en blaadjes in mijn vacht. Lekker laten zitten, denk ik altijd. Niemand heeft daar last van.

Popje

Mijn mensen zeggen weleens dat ik dat waarschijnlijk van Popje heb ge-erfd. Die waste zich ook bijna nooit. En al helemaal niet zijn pootjes.
Pop lag ooit op het grote bed te knuffelen met mijn vrouw. Ineens tilde hij een achterpootje op, en keek tussen zijn tenen. Daarna zette hij dat pootje snel weer neer, met een vies gezichtje.
Mijn vrouw keek wat er aan de hand was en zag een klein slakje zitten. Ze haalde het tussen Popjes tenen uit het en liet het aan hem zien. Pop deinsde achteruit en keek mijn vrouw aan alsof ze het slakje tussen haar eigen tenen vandaan had gehaald.
Zo zie je maar, het is net hoe je het bekijkt.
Popje vond mijn vrouw juist een vies-peuk. Omdat ze dat slakje vastpakte. Ik snap hem wel.

Voeten

In de zomer, als het droog was, had Pop pikzwarte voetkussentjes. Terwijl ze eigenlijk roze waren. En hij had witte sokken, maar die werden helemaal grijs. Van het stof, en de aarde.
Gelukkig heb ik donkere kussentjes, zodat niemand kan zien of ik mijn voeten was, ja of nee.
Nee natuurlijk, maar niet verder vertellen hoor!

Hiegjeene

Kijk, hiegjeene is belangrijk. Maar het moet niet te gek worden.  Ik ben een buitenkat, met een dikke vacht. Ik heb vier brede poten en een breed hoofd.En ook nog een een buik, een rug en een staart. Ik kan er niet aan beginnen om dat allemaal te wassen.
Ik ben nou eenmaal het buitenleven gewend, van vroeger. Daar kijk je niet zo nauw.

Ik denk dat ik dus maar een grijze handdoek ga vragen voor op het grote bed. Dan ben ik misschien van dat gedoe af over een beetje aarde. Of zand. Of takjes.
Het meeste is trouwens allang van me afgevallen als ik op bed ga liggen. Dat ligt allemaal op de keukentegels en de vloerbedekking. Of op de vensterbank en het buro en de vloerbedekking, als ik via het raam naar binnen kom.
Dus ik zie het probleem niet zo.
Want dan ben ik toch al best schoon, als ik op mijn handdoek ga liggen?