Tips voor hoe je een superfijne dag hebt

superfijn

Elke ochtend doe ik hetzelfde. Wakker worden. Een knuffel krijgen. En pas als ik beneden ben, weet ik of het een superfijne dag gaat worden.

Gewoonte

Dus dat is mijn eerste tip: maak van dinegen een gewoonte. Doe bijvoorbeeld elke ochtend hetzelfde. Dan weet je wat gewoon is en in die gewoonte voel je dat de dingen in orde zijn. En als je dat weet, dan heb je al een beetje een fijne dag, zo is dat. Ik heb best veel dingen die voor mij een gewoonte zijn:

  • als ik naar de bak ben geweest, vertel ik dat altijd aan mijn vrouw. En ik ren rond of ik hang aan de krabpaal, omdat ik dan ekstra energie heb
  • ’s morgens ga ik naar de slaapkamer als ik beneden heb geslapen, dan ga ik tegen haar zeggen dat ze moet opstaan
  • na mijn avondeten en ook na mijn avondsnek wil ik een zachte knuffel, ook over mijn buik, en eigenlijk wil ik ook een ochtendknuffel. Van die vaste momenten zijn belangrijk als je samenwoont.

Kans

Maar het kan ook zo zijn dat er opeens iets anders is dan gewoon en dat het toch goed is. Dat heb ik nou wanneer de zon schijnt. Ik wil dan in de vensterbank om helemaal warm te worden en ook aan mijn oren, dat voelt superfijn. Dus mijn tweede tip voor een fijne dag: als er iets anders is dat fijner is dan een gewoonte, dan is dat een kans en dan moet je dat doen.
De volgende keer kun je dan weer je gewoonte doen dan heb je daar weer houvast aan.

Belangrijk

Mijn derde tip voor een fijne dag  is dat als je samenwoont je alletwee hetzelfde belangrijk moet vinden. Bij mij thuis is dat:

  • rustig aan de dag beginnen, dus geen rennen of wild doen
  • stilte in huis
  • veel aaien met positieve gesprekjes, dus geen moeilijke gevoelens erbij

Dat doe ik om een fijne dag te hebben. Ben ik iets vergeten?

Katrien over: Grietje de dikke Sieper met vlekken

Katrien

Jaaa… daar isse ze wederommetjes. De kleine zwarte panterin.  Vandaag gaat het niet oof mij, maar over de poes die bijna 18 jaar lang woonde vóór mij.

Vrouw heeft mij naamlijk heel veel verteld oof haar en het lijkt mij wel leuk jullie dit te vertel.

Grietje

De poes voor mij heette Grietje en ze kwam uit het asiel Groot Amsterdam op de Ookmeerweg. Tegenwoordje heet het asiel anders, naameluk Dieren Opvang Amsterdam. Oftewel D.O.A.
Groot Amsterdam stond ook op een iets andere plek dan dat D.O.A nu staat.
Grietje leefde van april 1984 tot 27 december 2001 bij mijn personeel. Samen met nog een andere kat genaamd Poekie en soms een woefertje genaamd Sweety.  Over Poekie en Sweety ga ik het in een ander blogje hep. Ieder hun eig blogje. Koel he?

Siepers

Grietje
Grietje zit op de bank

Grietje was een siepers poes met witte vlekjes. Toen mijn personeel in 1984 ging saamwoon wilden ze een bazin in huis hep. Dus ze gingen naar het asiel. Toen was het nog zag je een leuke kat dan kon je ze gelijk meeneem.

Dat isse nu anders, nu mag je mieeniemaal een week wacht. Wat best wel goed is.

Flieft

Grietje wasse vier maand jong toen ze al in het asiel zat. Erg he? Het personeel zag haar in een kennel genaamd Paradiso. Ooooh, ze kon naar binnen en naar buit wanneer ze wauw. Ze werd naar binnengebracht door iemand en het personeel werd gelijk flieft op haar. Hop in de tas, hop weg uit het asiel. Oooh wat was ze klein. Haar naam in het asiel was Rie. Nou zeg… wat een duf naampie. Toen kwam vrouw op Grietje. Ze was een meisje, dus een Griet.

Groeien

Zij leerde Oma kennen. De opvoedvrouw van mijn personeelman. Zij was zo lief. Als vrouw taartjes haalde en nog even naar de keuken liep voor iets te drinken te pak gaf Oma stiekem lekkers aan Griet. En vrouw hoorde het wel en zei ook Oma… ik hoor het wel moest Oma lachen. En vrouw ook best wel. Grietje zat ook altijd naast Oma, want Oma vond ze lief.
Grietje groeide en groeide en groeide. Ze woog wel negen kilo!! Dat is twee keer ik!! Ze was ook dubbel zo groot als ik. Toen Oma overleed, zocht Griet best wel naar haar. Want het lekkere snekken hield eigenlijk op. Grietje troostte vrouw ook als vrouw drietjes had.

Moe

Griet werd ouder en een dag voor kerst in 2001 zag vrouw dat Grietje moe was. Heel moe. Huilend maakte ze een afspraak met Joyce, mijn andere diertjesdokter, op 24 december. Omdat Griet nog steeds goed at liet vrouw Grietje nog een laatste kerst meemaken. De 27e december stopte Griet met eten. Vrouw bleef tot 10 uur bij haar op de grond zitten. Tot het tijd was om naar de dokter te gaan. Joyce zag het meteen al. Ze zei: we gaan haar laten gaan.
Rond kwart over tien is Griet overleden en een dag later gecremeerd.
Vier maanden later kwamen wij (Catoo en ikjes) dus.

Dit was het voor dees week.
Veel liefs en een kusje
Katrien (slank prinsesje van beroep en de Oma van manpersoneel graag had leer ken)

Het kwam toch in orde met de wiekentsnek (filmpje)


Komt mijn vrouw thuis met een hele zak vol sneks van Voske. Ja, van die superlekkere kupjes. Daar schreef ik eerder over. Dus ik dacht: dat wordt genieten.

Raar

Uit de keuken hoorde ik rare geluiden komen. Ze riep dat de sneks in plastic zaten en dat het hele hompen kip waren.

Breng maar hier, dacht ik, want ik hou van kip.

Maar ze wilde er met een vorkje kleine hompen van maken. En ik wachten.

Toen het eindelijk kwam en het bordje voor me stond, kreeg ik opeens een raar gevoel van binnen. Dat je niet zeker weet of het allemaal klopt.Dus ik miauwde van nee.

Mijn vrouw zei nog van dan maak ik er kleinere stukjes van, dat scheelt. En werkt zoiets bij een kat die net een paar keer  nee heeft gemiauwd? Precies.

Dus dat bordje ging weer terug naar de keuken. En dat is dan je wiekentsnek, erg hè!!

Kupje

Gelukkig hadden we nog wat anders in huis en dat waren die kupjes ook van Voske. Die vond ik gelukkig wel heel erg lekker en dat bordje kreeg ik gemakkelijk leeg. Daar gaat het niet om, maar zoiets is toch een prestatie. Dat je iets kunt.

Nou snap ik niet waarom het een van een merk superlekker kan zijn en het ander van hetzelfde merk zo vies dat je voelt nee en dat je eigenlijk alleen uit beleefdheid tegenover je vrouw nog even ruikt.

Erna gingen we even bankhangen. Ik kon niet goed ontspannen want uit de keuken kwam nog een spoor van die vieze lucht. Mijn neus is heel gevoelig, ik ruik van alles. Dus toen is mijn vrouw gaan schoonmaken en daarna kon ik wel ontspannen.

Net voordat ik in slaap viel, dacht ik hopelijk krijg ik tonijn voor mijn avondeten, en dat was ook zo. Dus toen voelde ik me tevreden.

O ja, dit is het zakje. Het komt van de speciaalzaak en het was ongeveer vijf euro. Ze hebben ook andere smaken. Die hoef ik vast ook niet maar dat is persoonlijk.

 

 

 

kater Bolle over: als je een doos hebt

kat in doosAlle katten houden van dozen. Tenminste, dat zeggen mensen vaak. Ik was juist altijd bang van dozen.

Wie gaat er nou in een doos springen, zonder dat je weet wat er in zit? Ik niet! Er kan ook best iets engs in een doos zitten, dat er plotseling uitspringt. En stel dat je in een doos zou zitten, dan kan je niet zien wat er om je heen gebeurt. Dat is natuurlijk supergevaarlijk.
Ik vond dozen dus helemaal niks. Als mijn mensen er eentje neerzetten, liep ik er altijd met een grote boog omheen.

Veilige plek

Mijn mensen vond dat helemaal niet erg. Want voor hun hoorden dozen bij de Grote Beer. En bij niemand anders.
Beer moest heel plotseling bij mijn mensen intrekken. Dat was toen het restoorant waar hij woonde dicht ging. Hij was al vaak bij mijn mensen en Popje geweest. Hij liep dan gewoon door de tuinen, en ging door het kleine kattendeurtje. Dus hij was al een beetje gewend.
Maar nu was ineens zijn restoorant er niet meer.
Daarvan raakte hij in de war. Hij vond het moeilijk, en voelde zich in de steek gelaten.
Beer werd zelfs een beetje ziekjes. Hij wilde meer niet eten en hij kreeg ontstoken ogen.
Allemaal van verdriet, omdat zijn oude mensen en zijn oude huis zomaar weg waren.
Logies, natuurlijk. Dat snapten mijn mensen heel goed.
Hij had plotseling geen veilige plek meer en niets dat van hem alleen was. En Beer wilde bij mijn mensen persee geen mandje of deken of kussentje om op te liggen.

Dozenman

Toen bedacht mijn vrouw dat Beer een kartonnen doos vast heel fijn zou vinden. En ze heeft een mooie doos gehaald bij een winkel. Die zette ze eerst eventjes op de eettafel. Maar voordat ze het wist zat Beer er al in!

kat in doos
Beer

Vanaf dat moment was Beer een dozenman, zegt mijn vrouw.
Hij had in zijn doos een stapel fliesdekens, dan kon hij lekker zacht en warm liggen.
Zijn doos moest altijd op de eettafel staan. Zo wilde Beer dat. Alleen als mijn mensen aten, ging de doos even naar een andere plek. Mijn mensen droegen Beer daar met doos en al naar toe. Het leek dan net alsof hij vloog!
Mijn vrouw heeft Beer in zijn nieuwe doos elke dag met een lepeltje gevoerd. En ze gaf hem steeds brokjes, één voor één. Die hij gelukkig opat. Ook maakten mijn mensen elke dag zijn ogen schoon.
Langzaamaan werd hij toen weer beter.

Dozenhoofd

Toen Beer ouder werd vond hij het goed dat zijn doos naar het grote bed werd verhuisd.
Want het lukte hem niet meer om op de eettafel te springen, en hij wilde geen hulp van een krukje of een stoel.
Beer sliep ook in zijn doos. Op het grote bed, tussen mijn mensen in. Vaak kreeg hij ook nog een doos in de tuin, of in de woonkamer. Daar klom hij dan meteen in. Hij had in een doos altijd een heel seerieus gezicht. Mijn mensen noemden dat zijn dozenhoofd. En ze zeiden dat hij in zijn vliegtuig zat, als piloot.
Beer heeft alle jaren dat hij bij mijn mensen woonde zijn eigen doos gehad. Voor hem was zijn doos een veilige plek. Mijn vrouw maakte de dozen altijd mooi, en plakte er van alles op. Toen Beer een prachtige ster werd, hebben mijn mensen hem in zijn doos begraven in de tuin. Zodat hij makkelijk naar de hemel kon vliegen.

In mijn tuin

Daarom vonden mijn mensen het dus niet erg, dat ik niet van dozen hield. Maar toen kwam de dag dat mijn vrouw een keer een doos in mijn tuin zette, waar ze dingen in wilde doen. En raad eens? Ik klom er meteen in! En ik wilde er niet meer uit. Eindelijk snapte ik wat je als kat leuk kunt vinden aan een doos. Nu heb ik dus met mooi weer een eigen doos in mijn tuin.
Niet in huis, want dat wil ik niet. Een doos in huis hoort niet, vind ik.
Net als voor Beer, haalt mijn vrouw er een stuk karton af zodat ik makkelijk in kan stappen.
En ze weet, door haar ervaring met Beer, precies wat voor maat doos een kat fijn vindt.
Ik gebruik mijn doos in de tuin net zo lang tot hij helemaal kapot is. Want hij regent natuurlijk nat, en dan droogt hij soms heel raar op. Of hij wordt vies, maar dat vind ik niet erg. Soms is alleen nog de onderkant over, maar dat vind ik ook prima. Hoe langer ik met mijn doos doe, hoe meer het echt MIJN doos wordt.

Van Beer geleerd

Vorige week scheen het zonnetje en kreeg ik een nieuwe doos. Ik ging er in zitten, en toen begon mijn man te lachen. Hij riep mijn vrouw, en zij moest ook lachen. Ze hebben meteen een footoo van me gemaakt. Ik werd er een beetje knorrig van.
Waarom ze nou zo moesten lachen weet ik niet.
Nou ja, laat maar lachen, denk ik dan. Wat kan mij het tenslotte schelen. Een echte katerman trekt zich nergens iets van aan als hij in zijn doos zit. Dat heb ik van Beer geleerd.

Waarom kopjes zo belangrijk zijn

 

kopjes

Gisteren heb ik op mijn feesboek kopjes uitgedeeld aan iedereen die groonies ziek is en vooral aan Loesje. Iedereen vond het fijn. Kopjes zijn belangrijk.

Toen ik hier kwam,  kon ik het nog niet goed. Dus het is niet zo dat omdat je kat bent dat je dan ook meteen alle kat-dingen kunt. Soms moet je iets leren. Ook omdat je dan een vraag krijgt. Mijn vrouw vroeg of ik ook zachte kopjes wilde geven.

Harde kopjes

Eerlijk, ik snapte niet wat ze bedoelde. Ik gaf toch kopjes? Nou weet ik het. Het waren harde kopjes. Dan bonkte ik mijn kop ergens tegenaan en dat was het dan. Tegen een kast. Tegen de bank. Tegen het been van mijn vrouw.  Ik wist niet beter en dus kon ik het ook niet beter, maar ja dat weet ik nou.

Bonk. Dat was een kopje.

Zachte kopjes

Volgens mij heb ik heel erg langzaam geleerd om zachte kopjes te geven. Dat kwam ook omdat ze mijn kop aaide op een superfijne manier. Daar ben ik heel gevoelig. Dus toen met zo’n hand over mijn kop voelde ik opeens meer en ik wist dat ik er veel meer gevoel had als het langzaam en zacht was.  Langzame kopjes kan ik niet. Maar zachte nou wel. Ik heb dus best veel geoefend. Soms lukte het niet maar nou kan ik het.

Belangrijk

Kopjes geven zit in me dat is de natuur. Maar hoe je kopjes geeft dat is je karakter en wat je durft en hoe het thuis voor je is. Dat is weer voor iedereen anders.

Ik heb nou ook ontdekt dat mijn vrouw heel goed reageert als ik kopjes geef. Vooral als ze moe of ziek is. Dus dan doe ik het.

En weer heel veel later, maar toen had ik al lang computertijd en Feesboek, toen ben ik het ook via de computer gaan proberen en dat kan ik nou dus ook.

Kopjes zijn belangrijk voor het goede gevoel aan je kop en voor van binnen,  iedereen heeft er wat aan, maar je moet het wel kunnen en durven, dat is ook waar.