
Deze keer ga ik over iets vertellen dat eigenlijk een beetje fies is. Maar het hoort er toch bij, zeker als je een kater bent die buiten komt. En dat ben ik dus. Nou ben je vast wel een beetje benieuwd naar wat ik bedoel, toch?
Half kaal
Sinds een week of twee zijn mijn oren aan de buitenkant half kaal. Ik zat er steeds aan te krabben, want het jeukte. Mijn vrouw zag als eerste dat ik rare oren kreeg. Omdat ik een paar dagen later toch al naar de dokter moest hebben mijn mensen er zelf een paar dagen zalluf op gedaan. Die had ik van de dierendokter gekregen toen ik aan mijn buik likte. Het is een zalluf tegen kriebels en jeuk. De zalluf werkte best al goed, want ik stopte met krabben.
Bij de dierendokter heb ik nieuwe zalluf gekregen, met iets tegen sgimmel en tegen infeksies.
De dierendokter zag niks aan mijn oren, behalve dan dat ze kaal werden. Maar ze kon geen sgimmel vinden en ook geen beestjes.
Want dat is dus het fiese waar ik over ga schrijven: beestjes op je lijf. Jakkie bah, denk je nu misschien. Dat vind ik ook, maar toch is het voor dieren in de natuur heel normaal. Alle vogels en wilde dieren en vissen hebben andere beestjes op hun lijf. Daarom gaan vogels in water in bad, zodat ze de beestjes er af spoelen. Apen doen elkaar vlooien, zo heet dat. En veel dieren schuren met hun lijf langs bomen of stenen. Omdat die beestjes kriebelen.
Vlooi
Als kat kan je ook beestjes hebben. Toen ik bij mijn mensen kwam wonen zat ik helemaal vol met vlooitjes. Dat is een beestje dat bijna alle katten hebben die buiten wonen. En ze gaan hops van de ene kat naar de andere, en zo hebben in een hele korte tijd alle katten uit een groep vlooien.
En met vlooien bedoel ik natuurlijk niet kater Vlo, die nu een prachtige ster is. Kater Vlo was een superlieve katerman. Vlooien zijn hele kleine beestjes die in je haren zitten en je bijten. Ze drinken je bloed, dat is eerlijk waar eng. Het zijn dus eigenlijk kleine fampiers!
Net als teken. De GroteBeer heeft een keer een teek gehad. Die bijt in je huid en zuigt dan je bloed en wordt helemaal groot. Beer had hem in zijn nek, mijn man zag het gelukkig. Het viel nog niet mee om de teek weg te halen, want Beer vond het niet nodig en het deed een beetje pijn. Maar het is toch gelukt.
Piepet
Ik krijg elke maand een piepet. Zo heet dat. Het is een klein flesje van plestik waar iets tegem vlooien inzit. Mijn man gaat het altijd kopen, en dan doet mijn vrouw tussen mijn haren in mijn nek op mijn huid. Ik wil dat nooit, want het stinkt echt heel erg. Maar mijn vrouw doet het toch. Ik krijg Stronghold, dat is het merk. Dat is ook tegen luizen en wormen en nog meer enge beestjes. En ook tegen oormijt. Dat zijn kleine beestjes in je oor. Moet je je voorstellen, die lopen dan in je oren rond en dat kriebelt natuurlijk heel erg. Die had ik dus gelukkig niet, zei de dokter.
Pil
O ja, en dan kan je ook nog wormpjes hebben. Die zitten in je buik, en ze komen er uit als je naar de weecee gaat. Maar er blijven er ook een boel in je buik zitten. O bah, dat wil ik eerlijk waar niet. En mijn mensen ook niet, zeggen ze. Daarom krijg ik daar een pil tegen. Die wil ik ook niet, maar ik denk wel dat ik nog liever zo’n pil wil dan die wormpjes.
In de natuur
Nou denk je misschien wat een fiese beesten zijn katten. Maar wij kunnen er zelf niks aan doen, dat die beestjes op ons gaan zitten. Die beestjes zitten gewoon in de natuur, in struiken en in planten. En in andere dieren. Als ik door mijn tuin loop kan ik ze krijgen. Terwijl ik elke dag en ook nacht mijn patroeje doe om te kijken of alles in orde is. Maar die beestjes zijn zó klein, die zie ik niet. Anders zou ik vast en zeker tegen ze zeggen dat ze ergens anders naar toe moeten gaan.
En veel van die beestjes kunnen mensen ook krijgen, eerlijk waar. Dus als wij fies zijn, dan zijn mensen dat ook!
Maar mensen hoeven niet bang te zijn voor beestjes van katten. Want als je als buitenkat steeds op tijd een piepet krijgt, en een pilletje, is er niks aan de hand. En als je als kat niet buiten komt krijg je misschien geeneens die beestjes, dat weet ik eigenlijk niet presies.
Zelf heb ik deze week een piepet in mijn nek gekregen, een pil tegen wormen en zalluf op mijn oren. Voorlopig ben en blijf ik dus het enige beest in huis. Gelukkig maar.
Vorige week waren mijn mensen en ik het allemaal een beetje zat. Het voelde alsof de reenoovaatsie al jaren aan de gang was. We waren in het begin al zat ervan, maar nu ekstraveel.
waar). Ineens klikte ze nog een geps vast, en deed de deur open. We liepen samen naar buiten en toen bleek ik ineens een tuigje met een riem aan te hebben. Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt. Alsof ik een hond was!
naar binnen rennen om op mijn weecee te gaan. Mijn vrouw zei WAAROM?

En ik heb ontdekt dat sommige mensen (beivoorbeeld mijn mensen) geweldige huismensen zijn, die slim en lief en gezellig zijn. Huismensen zijn mensen die bij een dier in huis kunnen en willen wonen.
Mijn mensen hebben me wel eens verteld dat mijn Molletje vroeger een beetje verliefd was op een hele grote zwartwitte kater die Billy heette. Niet de Billy die bij ons in de tuin woonde hoor, die was daar naar vernoemd. Mijn vrouw zei dat als Mol die Billy zag, ze altijd opsprong en ergens aan een boom ging staan krabben. Een beetje uitsloverig, helemaal rechtop staand, en ze keek of Billy het zag. Na een tijdje te hebben gekrabd ging ze dan naast Billy zitten. Maar Billy had alleen maar aandacht voor een andere poezendame die nog kindertjes kon krijgen. Hij liet mijn Mol altijd gewoon zitten, erg hè.
En toch vond mijn vrouw dat ik seksie in mijn doos lag te zijn. Terwijl ik zelf niks doorhad. En ook helemaal niks spesjaals deed.
Bijna alle mensen weten dat dieren slim zijn en kunnen nadenken. En ze weten natuurlijk ook dat vooral katten superslim zijn.
Slim