Hoe lig je het beste om te slapen?

Er zijn katten die op hun rug slapen met een open buik en hun poten alle kanten op. En dan slapen ze! Snap ik niet. Ik zou het ook nooit aan iemand adviseren.  Hoe moet het dan wel?

Ik vind, je moet je veilig voelen als je slaapt. Want dan kun je ontspannen. Anders lig je de hele tijd op te letten van o-o gebeurt er iets en er komt toch niemand aan mijn buik. Ofzo.  Dat moet je niet hebben als je wilt slapen.

Ik lig dus altijd op mijn buik als ik slaap. Of op mijn zijkant. Dus dat mijn buik beschermd is en lekker warm want ik lig er een beetje of helemaal op.

Nu komt: waar moet je dan slapen? Dat is ook belangrijk.Er zijn ook veel katten die in een doos slapen. Kan, niks mis mee. Toevallig ben ik geen dozenjongen, behalve dan dat ik wel een slaapdoos heb maar die is boven en aan de voorkant helemaal open dus eigenlijk is het geen doos. Hier slaap ik graag:

  • op het bankje naast de werktafel van mijn vrouw
  • ’s nachts slaap ik op mijn eigen dekbed op bed, een paar uur
  • op de zijkant van de bank
  • op mijn kussen op de bank
  • in de doos die dus geen doos is, daar ligt veel flanel in
  • wat ik verder ontdek en waarbij ik voel: hier kan ik lekker liggen

Als er veel zon is, dan ga ik daarin slapen, dan lig ik gewoon op het tapijt. Maakt mij niks uit dan. Zon is fijn.
Oja nu hoe je dan in slaap komt. Als het niet lukt, kun je dit doen:

  • anders gaan liggen
  • gapen
  • zorgen dat je zachtjes geaaid wordt
  • even wat eten

Dus als u niet kunt slapen, dan heeft u nou tips waarmee het wel lukt. Ik hoop dat u hier iets aan heeft.

Gedoe in de badkamer (blog)

Soms voel ik het zelf, dat ik de laatste tijd meer durf. Ik woon hier morgen precies elf maanden en het is net of het huis groter is dan in het begin. Ik ben al een paar keer op de berging geweest, ik kom vaak in de badkamer en ik slaap al een paar weken boven. “Het is ook jouw huis,” zegt mijn vrouw.

Aan de badkamer ben ik nog aan het wennen. Eerst wist ik niet wat ik er moest doen. Er staat een bak, maar daar ga ik nooit op. Toen ontdekte ik de flessen achterin. Ik erheen en eraan ruiken. Ze roken lekker. En ik zag dat er water op lag en toen ik daar iets van oplikte, was het lauw. Dat krijg ik nooit in mijn schaaltje. Dus ik heb alle doppen helemaal afgelikt, heerlijk!! Al was er een fles toch erg vies maar gelukkig kreeg ik toen meteen lekkere brokjes.

De berging vind ik eng en opwindend. Dus daar wil ik steeds in. Het staat er vol en het ruikt naar van alles, het is gewoon niet te snappen. Ik vind het zo jammer dat ik de deur niet zelf kan openmaken, dat moet mijn vrouw steeds doen en ze heeft er haast nooit zin in. Sta ik daar te wachten voor niks. Dan is samenwonen beroerd, hoor. Als kater ben je erg afhankelijk en dat voel ik op zo’n moment.

Oja die badkamer. Ik kom er  bijna elke ochtend. Gewoon waar mijn vrouw bij is. Eerst durfde ik dat niet.  Nu voel ik me daar op mijn gemak, al blijfthet  opletten. Laatst viel er water uit de douchekop. Ik schrikken en wegwezen uit de badkamer. En ik vond het ook griezelig toen er een raar geluid konk uit een fles die mijn vrouw in haar hand vasthield. Toen ben ik  snel weggerend, de huiskamer in.

En toch heeft de badkamer iets. Het trekt me aan. Met z’n tweetjes badderen, zegt mijn vrouw dan uitnodigend. Maar ik wil niet nat worden! Zij wil het wel. Nou, dat doet ze dus maar als ik er niet bij ben.

Elke keer als ik naar de badkamer ga, voel ik dat het net zo spannend is  als de berging. Ik weet nooit precies hoe het er is en hoe het gaat. Soms moet ik keihard miauwen en pas dan doet ze de badkamerdeur open. Meestal kan ik dat zelf. De deur laat ik  open staan, natuurlijk.

Samenwonen blijft vol verrassingen. Ik wil hier nooit meer weg.

Dit blog is met andere blogs ook te lezen bij de Vereniging Kattenzorg.

De smaakbrokjes van Royal Canin (filmpje)


In de dierenwinkel van  Vivarium Stol kreeg mijn vrouw een proefzakje Royal Canin brokjes. Met extra smaak. Het heet Exigent 35/30. Ze zeiden dat mensen het ook kunnen eten en dat het naar kroepoek smaakt. Maar mijn vrouw gaf het aan mij, om uit te testen voor mijn website.

Eerst hoe ze ruiken, want daar maken ze ook reclame voor. Toen het zakje open ging, rook ik iets dat me meteen nieuwsgierig maakte. Ik wilde weten wat het was. Het trok me aan, en ik had nergens anders meer aandacht voor. Mijn vrouw zette het schoteltje neer en ik kwam meteen, en ik wilde ook meteen eten. Dus de geur is goed.

En ze zijn een beetje klein, dat eet gemakkelijk. Is ook een plus.

Tijdens het eten voelde ik me rustig. Het kraakte lekker, net als mijn gewone brokjes. En het smaakte goed. Gewoon. Maar toch ook goed. Als iets heel erg lekker is, eet ik te snel. En vind ik iets vies, dan eet ik niks. Dus het moet er tussenin zitten en dan aan de lekkere kant. Deze zouden speciaal lekker zijn want ze heten ook savour, dat betekent smaak.

Toen ik langer at, hoorde ik een geluid op straat. Ik wilde weten wat het was en dus ging ik in de vensterbank naar buiten kijken. De brokjes was ik vergeten. Terwijl ze dus voor mij als niet-moeilijk-etende kater helemaal te lekker zouden moeten  zijn!!  Ik heb ze de hele dag met rust gelaten en tussendoor heb ik uit mijn  snoepjesbal gegeten en ook van mijn gewone brokjes. Dus eigenlijk vind ik die brokjes niet zo speciaal smaken als ze in het begin roken toen het zakje net open was. Maar ik krijg ze wel op,  zo ben ik ook wel weer.

Wanneer je als kat zijnde echt moeilijk eet, neem dan Royal Canin Instinctive. dat is duizend keer lekkerder.  Of je hebt ook een andere Exigent die heeft als nummer 33 en het zakje is donkerder. Smaak is persoonlijk maar dit is dus mijn mening.

Heb jij ook ervaringen met eten dat je zegt dat was lekker? Laat even een berichtje achter bij de reacties!!

Vijf vragen aan Caat-a-strofe

Deze week interview ik Caren Peeters van Caat-a-strofe, zij is de vrouw van Binkie. Dat is een kater die zwaargewond was maar nou weer beter wordt. Komt door zijn vrouw!! En ze schreef een boek overhem en dat is hier te koop.  Bink zit ook op Facebook. Hier komt mijn interview!!
Caren zegt eerst: “Binkie blogt en Facebookt, en hij vindt de mensentaal maar niks. Daarom verzint hij zelf steeds nieuwe woorden, zoals KG en knuffeltrapleer. Hij geeft ook nieuwe betekenissen aan bestaande woorden, zoals pompoentje en platzak. Op www.caat-a-strofe.nl vind je bij de Binkieblogs het Binkiewoordenboek. Dat is nog lang niet klaar, omdat Binkie steeds iets nieuws verzint, en hij het bijna niet bij kan houden. Als je in het interview een Binkie-woord tegenkomt, kun je dat opzoeken in het Binkiewoordenboek.”

Nou mijn vragen!!

Waarom heeft Binkie op zijn Facebookpagina zo’n raar pakje aan?
Toen ik Binkie vond, op 16 april 2015, lag hij zwaargewond in een tuin. Hij had een enorme wond op zijn nek en rug. Ik heb hem eerst ‘gestolen’ omdat zijn eigenaar niet thuis was. Maar die deed later gelukkig afstand van Binkie, die toen nog anders heette.
Nadat de wond was schoongemaakt, kreeg Binkie een Medical Pet Shirt aan, waar wondgaas onder werd gestopt. Maar hij krabde zijn turnpakjes binnen een paar dagen aan gort, en de gaasjes waren niet aan te slepen; hij verschoof ze in een oogwenk.
Daarom zijn de KG’s hem gaan verbinden, zodat het ’truitje’ ontstond. Maar hij krabde zijn truitjes óók binnen de kortste keren aan flarden. De KG’s plakten steeds meer tape op de truitjes, en dat hielp. Maar langer dan drie of vier dagen hielden de truitjes het niet uit.

Na een poosje werd de wond ineens groter in plaats van kleiner, doordat de truitjes tegen de wond schuurden. De KG vond toen de ‘bagel’ uit: een rolletje verband dat om de wond heen werd gelegd, zodat het wondgaas de huid niet meer raakte. Nog later liet ik designtruitjes maken door een naaister: turnpakjes zonder onderkant met een zachtgevoerde kraag van kunstleer.
Intussen kreeg Binkie pijnstillers, antibiotica en ontstekingsremmers. We probeerden ook jeukremmers, maar die gaven alleen bijwerkingen. Ten slotte kreeg Binkie prednoral (prednison). Een week of vijf geleden leek de jeuk enorm af te nemen. De prednoral werd afgebouwd, en Binkie krabde helemaal niet meer.
Donderdag 28 april heeft de KG nagelhoesjes van kunststof over Binkies achterklauwen geplakt. Toen die er maandag nog zaten, heb ik het truitje doorgeknipt. Een uur lang ging het goed, maar toen begon Binkie toch weer te krabben. Door de nagelhoesjes bleef zijn huid nog wel heel, maar het litteken werd toch weer roder en roder. Ik was wanhopig! We waren al meer dan een jaar bezig, en nu?
Ik flanste van een inlegkruisje en tape een soort dasje in elkaar, en dat draagt hij nu. Vreemd genoeg hield hij meteen op met krabben, hoewel het litteken onder het dasje uitstak. Maar nu ik dit zit te typen, hoor ik hem weer krabben. In het ergste geval moet Binkie levenslang truitjes dragen, maar we hopen nog steeds dat het langzaam maar zeker beter blijft gaan. Ik moet wel oppassen dat ik op tijd afgevallen nagelhoesjes vervang, zodat zijn huid, áls hij krabt, niet meteen open is.
Het lijkt misschien één grote lijdensweg, maar Binkie was van het begin af aan een heel blije kater. Als ik had gedacht dat hij ongelukkig was, had ik er meteen een eind aan laten maken. Maar gelukkig was dat niet nodig.

Hoe is zijn karakter?
Dat is bijna niet te beschrijven. Volgens een van de KG’s heeft Binkie ‘het karakterst’, en volgens Binkie zelf is hij ‘de uniekste’ kater die er bestaat’. Als tekstschrijver kan ik honderd keer zeggen dat dat helemaal niet kan, maar zij houden vol van wel. En eigenlijk ben ik het nog met hen eens ook.
In ieder geval heeft Binkie vooral heel véél karakter. Hij is sociaal, nieuwsgierig, speels, vrolijk, dapper en levenslustig. Bescheidenheid is hem vreemd. Hij vindt zichzelf beslist onweerstaanbaar, en dat is hij ook. Hij vertelt bovendien luid en duidelijk wat ik moet doen: de balkondeur open zetten, het dekbed optillen zodat hij eronder kan kruipen, ontbijt klaarmaken, een plakje fricandeau opdienen, op de knuffeltrapleer klimmen om hem te aaien… Zijn wens is mij een bevel, en hij weet het.
Als er iemand op bezoek komt, is hij/zij binnen een paar seconden verliefd.

Dat ik een boek over Binkie geschreven heb, komt eigenlijk alleen doordat hij zo leuk en bijzonder is. Ik was het helemaal niet van plan, maar hield mijn vrienden en familieleden op de hoogte via de mail. Toen bleek hoe leuk mensen hem vonden, kreeg hij zijn eigen facebookpagina, en besloot ik een boek te schrijven op basis van de mailtjes. Binkie is zelf intussen ook aan het schrijven geslagen. Hij houdt zijn eigen Facebookpagina bij en schrijft af en toe een blog. Het aantal Binkiefans op Facebook groeit nog steeds!
Hoeveel katten heeft u en hoe verdeelt u de aandacht?
Toen Binkie kwam, was ik de huisslaaf van twee katers en een poes: Joris (toen bijna 13), Pommetje (toen bijna 10) en Catootje (toen bijna 7). Alle drie waren ‘rescues’, want ik ben tegen fokken zolang er nog dieren rondzwerven of in een asiel zitten.
Tijdens de hittegolf van de afgelopen zomer is Catootje helaas overleden. Ze had een lekkende hartklep, en die werd haar plotseling fataal. Er ontstond (waarschijnlijk) een bloedprop die in stukken brak, en in één keer al haar slagaders verstopte. Gelukkig was ik thuis toen het gebeurde, dus kon ik direct met haar naar de spoedkliniek om te zorgen dat ze zonder veel angst en pijn kon sterven. Nu heb ik dus drie katers.
Ze willen alle drie een ander soort aandacht, en dat is wel makkelijk.

Joris vindt het fijn om voor het slapengaan een lang en diepgaand gesprek te voeren. Hij ligt dan op mijn hoofdkussens te spinnen en houdt mijn hand vast. Ik vertel hem dan altijd dat hij vandaag weer tweemaal zo lief is geworden als gisteren, en dat dat eigenlijk niet kan, omdat hij sowieso (samen met Pommetje en Binkie) de liefste kater van het universum is. En nu is natuurlijk meteen duidelijk waarom het universum uitdiijt: anders past de liefheid van Joris (en Pommetje en Binkie) er niet in. Joris moet dan zó spinnen dat hij ervan gaat kwijlen.

Pommetje komt af en toe heel stilletjes een knuffel halen. Hij is erg zwijgzaam en schuw, maar kan toch goed duidelijk maken wat hij wil. Hij kan me bijvoorbeeld zwijgend vertellen dat ik zijn water moet verversen, of dat ik hem op moet pakken. Hij vindt het heerlijk om op het katmatje te liggen (het katmatje ligt naast mijn muismatje op mijn bureau) en kopjes te geven aan mijn beeldscherm.

Binkie zegt gewoon wat hij wil, of hij komt me kopjes geven. Hij vindt het ook enig als ik met zijn schuimrubberen balletjes gooi. Dan springt hij als een kangoeroe door het huis. Als hij onder het dekbed slaapt, moet ik zijn pootjes warmen (die gaat hij eerst even lekker koud maken op het balkon) of zijn buikje aaien (dan gaat hij met zijn rug naar me toe liggen). Hij vindt het maar niks als ik zit te typen. Dan komt hij me roepen. Soms omdat hij zelf wil typen, en soms omdat hij aandacht wil.

Waar slaapt iedereen?
Nou, dat wisselt nogal. Op sommige plekken slapen ze alle drie om de beurt, op andere plekken slaapt er altijd maar één, en op weer andere plekken slapen er twee om de beurt. Ze slapen nooit tegen elkaar aan, hoewel Joris ’s morgens het hoofdje van Binkie mag/moet wassen.
Weet je wat: ik maak er wel een schema van. Maar je weet hoe het is met katten: morgen slapen ze weer allemaal ergens anders.
Ik slaap zelf meestal in mijn bed, maar soms ook in een hotel of zo. En heel soms val ik op de bank in slaap. Maar ik slaap bijvoorbeeld nóóit op de vensterbank of de koelkast.

Komt er nog een tweede boek over Binkie?
Dat weet ik nog niet. Hoewel iedereen erg enthousiast is over BINK, verkoop ik het lang niet zo snel als ik had gedacht en gehoopt. Veel Binkiefans zorgen zelf ook voor katten, dus het geld groeit hun niet op de rug. Ik moet nu eerst de drukker betalen en kijken of ik Binkie financieel ‘overleef’, en dan kan ik kijken of er nog een boek komt.
Misschien moet ik Binkie het tweede boek zelf laten schrijven, want hij schrijft veel beter dan ik.

 

Dankuwel voor dit interview!!

Kattentijdschriften uit Japan

Hoi, ik ben TanteM en ik verzamel onder andere kattentijdschrijften uit Japan. Hoe deze tijdschriften heten? Geen idee. Als is het raar iets te verzamelen terwijl je niet weet hoe het heet! Ik zoek ze op onder de naam ‘Neko Magazine’. Dat is Japans voor ‘Katten Tijdschrift’. Tot zover mijn kennis van de Japanse taal.

 

 

Ze zijn bijna een centimeter dik op ongeveer A4 formaat. En: je leest ze andersom: van achteren naar voren. Prachtig stevig glossy papier ook!

Je voelt je een beetje analfabeet als je deze tijdschriften doorkijkt. Er staat van alles leuks maar het is niet te ontcijferen. Er staan ook bijna geen URLs bij, en als ze er wel bij staan, dan, alweer alleen in de Japanse taal.
Daarom heeft het iets magisch.

De foto’s zijn prachtig. Groot en vooral heel karaktervol. Ik kocht mijn eerste nummer omdat er een artikel over Guremike (http://guremike.jp) in zou staan.

Dat is een Japanse kat met eigen website met prachtige foto’s. De tijdschriften zijn vooral leuk om twee redenen:
1. ze laten de katten zien met karakter. Allemaal eigen persoonlijkheden.
2. je ziet iets van de omgeving van de kat, waar ze wonen en wie hun mensen zijn.

Eén keer per jaar zit er een kalender bij. Op de foto hieronder: de Guremike kalender met daarachter mijn Jopie.

Van één titel heb ik er twee. Hier staat veel reclame in, maar mijn favoriet is Neko Magazine. Daarvan komt mijn 11e nummer (mei 2016) binnenkort binnen.

Ik heb ze via de Japanse Amazon besteld, daar kun je ook 2e hands exemplaren in goede staat kopen. Maar de portokosten zijn heel erg hoog!! Die bestelling was binnen een dag of 4 binnen! Bij CDJapan zijn de portokosten een stuk lager, maar dan duurt het gemiddeld 15 dagen om iets binnen te krijgen. Het mei-nummer http://www.cdjapan.co.jp/product/NEOBK-1940340 is nu te koop.
Het schijnt toch wel iets aparts te zijn, post krijgen uit Japan. De pakjesman zag ik laatst bij de supermarkt en hij groette me 🙂