Hier is Tim. Hij is de kater die er voor mij was. Tim is al drie jaar geleden over de Regenboogbrug gegaan maar soms voel ik dat hij er is.
Ik weet niet of dat gek is. Mijn vrouw voelt het ook, maar niet altijd op hetzelfde moment.
Droom
De allereerste keer dat ik iets van Tim merkte was toen ik in het asiel zat. Ik droomde dat een rode kater bij me kwam en dat hij zei dat er de dag erna voor mij een vrouw zou komen. En dat ik bij haar een thuis zou krijgen. Hij zei dat we bij elkaar pasten.
Ik snapte het niet. Maar toen ik de vrouw zag, wel. Wat Tim zei, is waar, we passen bij elkaar.
Slaapkamer
Maar na de eerste nacht in mijn nieuwe huis, wilde ik liever niet naar de slaapkamer. Ik voelde dat Tim daar was. Hoe, weet ik niet. Het was gewoon dat ik voelde- nou, de huiskamer is voor mij en daar is alles in orde die kan ik gewoon leren kennen. Maar boven op de slaapkamer daar is het anders. Uitleggen kan ik het niet. Ik voelde het heel erg zo.
Verandering
Op een dag is dat zomaar veranderd. Mijn vrouw zei dat ze voor het slapen Tim had gezien en dat hij in het licht stond.
Daarna was er iets anders. De trap oplopen ging gewoon. Toen begon ik op het bed te slapen. Gezellig. En nou ga ik naar boven als ik zin heb, maakt niet uit wanneer.
Voelen
En toch is het zo dat ik soms voel dat Tim er is. Hoe ik dat voel, snap ik zelf niet. Het is net of het in de kamer even waait maar dan zonder wind. Tim let een beetje op ons. Net of hij een oudere broer is. Het is een beetje raar maar ik voel me best fijn ermee en mijn vrouw ook.
Waarom ik altijd brokjes heb dat is eigenlijk heel eenvoudig. Dan kan ik eten als ik trek heb. Voor mij is dat belangrijk.
“Hallooo!” miauwt Ruby. Ze is een senior poezedame van twaalf jaar oud. Ruby woont
Nou u ziet het vast al. Ik heb spul in mijn oog. Het zit in mijn ooghoek. Meestal meer in mijn ene oog dan in mijn andere oog. Spul. Wat moet je ermee?
Wat moet je doen als je moe bent? Ja, dan zegt u meteen uitrusten. Maar hoe en wat en op welke manier, daar ga ik het nou over hebben.