Wat ik merk van ouder worden

huiskater bert

Ik ben gewoon mezelf, daar gaat het niet om, maar toch merk ik soms dat ik een oudere jongen aan het worden ben. Of dat ik het al ben, dat kan ook.

Knuffelkater

Van mijn karakter ben ik een knuffelkater, dat zit in je of niet nou in mij zit het. En dat is de laatste tijd meer dat ik langere en zachte knuffels wil, vooral knuffels om mee in slaap te vallen vind ik fijn. Mijn vrouw zegt dat als je als kat zijnde ouder wordt, je dan ook meer op mensen gericht raakt. Ja, dat kan, alleen ga ik niet op schoot daar voel ik niet voor, dus daar gaat het hopelijk niet over.

Ouder

Wat merk ik nog meer van het ouder worden:

  • ik zie er anders uit dus ik heb meer karakter in mijn kop, het is net of ik serieuzer kijk. Mijn snuit is volgens mij langer maar dat weet ik niet zeker.
  • ik moet meer slapen om mijn rust te vinden en dat doe ik ook
  • als er iets is waardoor ik onzeker en bang wordt, dan heb ik langer geruststelling van thuis nodig, het is net of ik gefoeliger ben van binnen

Nou kan ik gelukkig overal op en af springen dus dat lukt gewoon. En ik kan alles eten, dat wil ik ook heel graag maar van thuis moet ik sportbrokken eten met het oog op mijn postuur.  Daarom krijg ik ook niet meer zo vaak twee porties avondeten.

Gezelligheid

Het belangrijkste is volgens mij gezelligheid, dat voel ik nou meer als oudere katerman. Van het rustige samenzijn bij elkaar.  Zachtjes aaien. En dan dat ze wat zegt met liefe woordjes over mij en dat ik haar grote vriend ben en dat we altijd samen blijven, dat soort dingen daar hou ik van. Dan ga ik ontspannen en spinnen en dan voel ik me veilig en gelukkig. En voor mij als oudere jongen is dat extra belangrijk, dat voel ik.

Als je ’s nachts opeens in de aksie gaat

's nachts actief

In de nacht heb ik het huis voor mezelf wegens dat mijn vrouw dan in het bed slaapt. Ik slaap er vaak bij voor de gezelligheid. Maar soms heb ik opeens een ander gevoel. Dan ga ik in de aksie.

Anders

Alles is anders als het nacht is. Dat is er ook leuk aan. En soms ook eng, als er van buiten moeilijke geluiden komen, echt eng is dat. Ik mag altijd haar wakker maken als er iets is, zegt ze dus ik miauw dan even voor het bed en dan wordt ze wakker en ik krijg een knuffel en dan kan ik weer verder. Met wat?

Nee, niet met slapen of in de vensterbank naar de autolampen kijken. De nacht is ook leuk voor iets van aksie.

Geluid

  • Als ik ’s nachts over de trap naar de huiskamer ren dan klinkt er een keihard geroffel het is net of er een Main Coone rent, een grote kater die nergens bang voor is en dat ben ik dan
  • Spring ik uit de vensterbank boven op de overloop, dan hoor ik een keihard KA-BOEM en van binnen voel ik me dan toch trots dat ik zulke geluiden kan maken
  • Ik hoef maar één keer te miauwen en het hele huis is vol van geluid, al hoor ik ergens ook nog mijn vrouw om me roepen dat is vast wegens dat ze het zo stoer vindt
  • Wanneer ik aan de paal boven hang, is het KRRRR veel harder, dat is spannend

Ochtend

Tegen de ochtend ga ik dan bij haar op bed liggen, ik zei al voor dat is voor de gezelligheid want ik ben een gevoelige jongen. Na de wekker en de ochtendknuffel beginen we aan de dag.

Alleen voor mij lukt dat niet zo goed. Ik ben keimoe. De hele tijd gapen en willen hangen en in slaap geaaid willen worden. Ja, dan merk ik toch dat ik geen jonge kater meer ben. Dus dan doe ik rustig aan.

Best fijn, eigenlijk. Dan kan ik ’s nachts weer in de aksie.

Kater Bolle over: als je kattenvrouwtjes kent

kattenvrouiwtjes

Ik hoor mensen soms praten over poezenvrouwtjes. Daarmee bedoelen ze mensenvrouwen, en dus geen damespoezen.

Kompliement

Kattenvrouwtjes, of poezenvrouwtjes, zijn meestal wat oudere mensendames die veel katten hebben. En vaak vinden andere mensen ze daarom een beetje raar, in hun hoofd.
Dus als je iemand een poezenvrouwtje noemt is dat niet echt een kompliement.
Mijn vrouw wordt daar altijd boos van. Ze is zelf ook een poezenvrouw en ze vindt dat daar niks mis mee is. Of ze raar is in haar hoofd, weet ik eigenlijk niet. Ik vind mensen altijd wel een beetje raar. Maar mijn vrouw lijkt mij niet persee raarder dan anderen. Ik vind haar gewoon mijn vrouw.
Ik denk wel dat ze al best een klein beetje oud is. Maar ook weer niet superoud.

Buurvrouw

Een paar jaar geleden hadden mijn mensen een buurvrouw, die echt een poezenvrouw was. Zij was wel oud, en ze woonde alleen. Vroeger had ze altijd katten gehad, of een hond. En ook weleens vogeltjes. Zij en haar zus, die naast haar woonde, hadden samen wel 12 katten, en een hondje. En vogels. Allemaal zwervertjes.
De buurvrouw vond alle dieren helemaal geweldig, maar vooral honden en katten.
Popje, Beer en mijn Molletje gingen elke dag een paar keer bij haar langs, via de achtertuinen. Ze klommen op de vensterbank, en mauwden dat ze er waren. Altijd kregen ze brokjes, en wat vlees. En een gesprekje, en een aai.
Niet alleen Pop, Beer en Mol kwamen langs, maar alle katten uit de buurt. Als de achterdeur openging zag je van alle kanten katten aan komen rennen. Omdat ze wisten dat ze wat lekkers konden halen.
Maar Pop en Beer en mijn Molletje waren de spesjaale lieverds van de buurvrouw.

Knappe jongen

Popje kwam ook vaak binnen, via de deur aan de voorkant. Mijn vrouw klopte aan, deed de deur open en zei: “Er is hier een hele knappe jongen voor u”.
En dan dribbelde Pop naar binnen. Hij mocht alles: door het huis rennen, in bed kruipen, aan de stoelen krabben, op tafel lopen, de buurvrouw vond het allemaal prima. Pop en de buurvrouw vonden het bezoek allebei supergezellig.
Mijn Molletje en Beer durfden dat niet, zij bleven op de drempel staan. Daar kregen ze ook een aai, en wat lekkers natuurlijk.

Beer en Pop en Mol

Toen Beer een ster was geworden, heeft de buurvrouw een week niet kunnen eten. Van verdriet. Totdat mijn vrouw tegen haar zei dat Beer dat zeker weten niet zo gewild zou hebben.
Mijn mensen hebben tot op het laatst voor de buurvrouw gezorgd, samen met nog twee mensen uit de straat. De laatste twee jaar was ze in een soort huis voor oude en zieke mensen. De enige footoos aan de muur waren van Pop, Beer en mijn Mol, en een hondje, Froukje, waar de buuf vaak op paste.
Mijn mensen hebben haar nooit verteld dat Pop en Mol ook een ster waren geworden, want ze wilden de buuf geen verdriet doen. Maar presies twee weken nadat Mol een ster werd, kwamen Beer en Pop en Mol de buurvrouw halen.
Nu zijn ze weer met zijn viertjes, en weten mijn mensen zeker dat iedereen genoeg te eten heeft, als ster.

Andere mensen

Ik ben vroeger ook wel eens langs geweest, bij de buurvrouw.  Nu mag ik de tuin niet meer in. Er wonen andere mensen, en die willen geen katten in de tuin. Mij maakt dat niet uit, ik vind mijn eigen tuin toch het mooist.
Pop en Beer hebben het niet meer meegemaakt, maar mijn Molletje bleef elke dag proberen of ze toch door het gaas heen kon. Ze was haar hele leven gewend om bij de buurvrouw een hapje te eten, en op de vensterbank in het zonnetje te zitten, en ze kon niet geloven dat dat afgelopen was.

Kattenman

BolleMijn mensen vonden de buurvrouw heel erg lief en heel erg stoer. Ze hebben haar 24 jaar gekend, en ze missen haar nog elke dag. Maar weet je wat nou zo grappig is?
De buurvrouw was eerst getrouwd, met een man. En die man hield net zo veel van dieren als zij. De buurman was timmerman, en hij werkte altijd in het schuurtje achterin de tuin. Elke dag kwam Pop daar, en zat bij hem op de werkbank. Dan legde de buurman alles uit wat hij deed. Dus Pop was eigenlijk ook timmerman!
De buurman had een trapje gemaakt, spesjaal voor katten. En het kattenhuisje, dat nu nog steeds in mijn tuin staat. De buurman was een kattenman, maar dat woord bestaat niet. Waarom eigenlijk niet, dat vraag ik me af.
Maar weet je wat nóg grappiger is?
Mijn man is ook een kattenmannetje! Hij is dol op alle beesten die er zijn (nou ja, bijna alle beesten dan) maar het meest op katten. En op mij dus. En natuurlijk op Popje, Beer en mijn Molletje. Alle katten zitten altijd meteen bij hem op schoot, of komen op hem af lopen.
Mijn vrouw mag van hem nog geeneens een mug doodslaan. En hij zou het liefst wel een miljoen katten willen hebben. Maar ja, dat wil ik liever niet. En ik ga voor, dat snap je.

Belangrijkste

Ik schrijf dit stukje om te laten zien dat kattenvrouwen geweldig zijn, en kattenmannen ook. En dat andere mensen er niet lelijk over moeten doen, of gemeen. Als je een kattenmannetje of kattenvrouwtje hebt, dan bof je maar.
En als je een kattenmannetje of kattenvrouwtje bent, dan weet je presies wat het belangrijkste is in het leven.
Katten dus.

Waarom de zon zo superfijn is

zon

Ik sta hier met mijn kop in de zon en ik ben meteen al aan het genieten. Was er elke dag maar heel veel zon dan ging ik er elke dag in.

Als er zon is, dan heb ik meteen een heel andere dag. Maakt mij niet uit of ik net met de veter wilde spelen of dat ik in de vensterbank moest om de straat te controleren. Als de zon begint te schijnen dan doe ik vanzelf mee.

Gefoel

Nou weet u wel dat ik een kater ben met angstklachten. Dus dat ik snel bang en onzeker ben als er iets anders dan gewoon is. Ik durf wel steeds meer dat is gewoon zo maar het gefoel is toch van jeweethetniet. Zo ben ik.

Als de zon op mijn vacht schijnt en ik ben helemaal warm, dan is mijn gefoel rustig. Dan denk ik niet aan opletten. Ik hoor minder moeilijke geluiden en als ik ze wel hoor dan zijn ze minder moeilijk. Dus als er een grote auto met mannen in mijn straat komt en ik lig al een poos in de vensterbank dan kan ik blijven liggen zonder dat ik bang ben. Dat komt omdat de zon me rielekst maakt,  het gaat vanzelf.

Water

Het is wel zo dat als de zon schijnt ik thuis meer hoor over water drinken. Serieus de hele dag door. Ik heb nou een grote schaal daar drink ik uit en ik heb extra water door mijn avondeten dus volgens mij is dat genoeg.

Hangen

Mijn beste plekken om in de zon te hangen zijn in de vensterbank en op het tapijt. Als ik te warm word dan ga ik op de bank of in mijn doos en daarna ga ik weer terug.  Als de dag voorbij is, krijg ik avondeten en lange knuffels. ’s Avond heb ik nooit zon maar wel dus knuffels en die maken me ook warm maar dan van binnen.